Wanneer is iets af? Het gevaar van oneindig blijven sleutelen en knopen leren doorhakken

Vandaag lijkt het me interessant om voor mijn nieuwe reeks columns voor de Popunie een stukje te schrijven over een fenomeen waar ik vrijwel dagelijks mee geconfronteerd wordt. Zij het door deadlines of simpelweg door het waken voor je eigen mentale gesteldheid: er komt een moment dat je als muzikant of producent een punt achter een project moet zetten en zegt: “het is klaar.

Een mix moet op een gegeven moment toch écht naar de mastering, want de platenmaatschappij of promotor heeft de track op die besliste datum nodig. Om maar een praktisch voorbeeld te noemen. Maar niet voor iedereen spelen dit soort externe factoren een even grote rol in het afronden van werk. Ik denk dat het mede daarom belangrijk is om je bewust te zijn van het feit dat je je als creatief persoon altijd zal blijven ontwikkelen, in grote of minder grote mate.

Dat wil zeggen: wat je in 2025 maakt, zal hopelijk een stuk beter klinken dan wat je in 2021 hebt gemaakt. Wil dat zeggen dat je werk uit 2021 dan niet meer deugt? Absoluut niet. Het is een manier om te zeggen dat het naar mijn mening geen zin heeft om oneindig lang in een project te blijven hangen, of honderd verschillende mixen van hetzelfde liedje te maken. Ik denk dat de term “knopen doorhakken” de rode draad is die vandaag door mijn verhaal zal lopen en dat we de kunst van het relativeren en realiseren niet uit het oog moeten verliezen.

Zij die werkzaam zijn in de creatieve sector, op welk vlak dan ook, zullen bekend zijn met het vraagstuk: “wanneer is iets af?“, of “wanneer is iets goed genoeg?“, en herkennen daarin wellicht ook het gevoel van dreigende obsessie. Wat is de maatstaf om te weten of iets klaar is? Zijn hier regels of wetten voor? Ik geloof van niet. Wel zijn er gelukkig genoeg hulpmiddelen die je kunnen helpen bij het toewerken naar een deadline en het maken van een definitief besluit.

Diverse factoren spelen hierin een rol, waarvan ik er vandaag een aantal wil uitlichten die mij persoonlijk erg helpen bij het afronden van mijn werk als muziekproducent. In mijn situatie definieer ik “afronden” als het printen van de mix en het opsturen naar de mastering-technicus.

Laat ik beginnen met een stelling: ik geloof niet in de perfecte opname of mix. Perfectionisme zie ik meer als een gids dan als een streven. In mijn omgeving zie ik mensen constant worstelen met het afronden van studioklussen. Verrassing: daar ben ik er zelf ook één van. “Het is écht nog niet goed genoeg“, hoor ik om me heen, maar ook in mijn eigen bovenkamer. Er wordt mij weleens gevraagd om naar producties van anderen te luisteren, waarna ik regelmatig bij mezelf denk: “had ik dit maar gemaakt!

Voor mij is dit keer op keer een bevestiging dat het heel belangrijk is om alles in perspectief te blijven horen en je hier te allen tijde bewust van te zijn. Want jouw werk klinkt niet hetzelfde als dat van de buurman of als de ultieme referentietrack, hoe graag je dat soms ook wilt.

Tegenwoordig hebben we prachtig gereedschap om ons werk te vergelijken met onze muzikale invloeden. We kunnen van alles doen om het ultieme referentiekader te creëren. Zonder al te diep op de techniek in te gaan, kunnen we onze opnamen tot in de kleinste details nabewerken, zeker nu digitale mixers de standaard zijn. Daar ligt tevens het gevaar: probeer te waken voor het overschrijden van de dunne grens tussen (streven naar) perfectie en obsessie en verlies nooit uit het oog dat jouw muziek nooit zal klinken zoals je referentietrack.

Dit heeft een simpele reden: jij klinkt als jij. Jouw geluid is uniek en dat kun je naar mijn mening beter omarmen in plaats van willen veranderen. Wel geloof ik dat een goede referentie je project kan helpen de goede richting op te gaan.

Hoewel ik zelf op een hybride manier werk, d.w.z. een wisselwerking tussen analoog en digitaal gereedschap, speelt mijn mixproces zich grotendeels in de computer of “in the box” af. In theorie kan ik dus iedere keer dat ik een mixsessie open de equalizer of compressor op de snaredrum of leadvocal ietsjes aanpassen. Misschien heeft de gitaar op links toch nog iets meer galm nodig, of mag de FX-send van de percussie in het refrein nog verder open worden geschroefd.

We sleutelen en sleutelen tot we een bepaald punt bereiken. Dit punt heb ik in de loop der tijd voor mezelf steeds beter kunnen waarnemen en is voor mij puur een gevoelsmatige kwestie. Ik heb het over het gevoel van muziek. Wanneer klinkt je productie niet langer als een opname bestaande uit losse elementen, maar als een verhalend geheel met een begin en eind? Het is moeilijk hier je vinger op te leggen, maar ik weet zeker dat iedereen die met muziekproductie bezig is dit zal herkennen.

Het is op dit punt dat ik mijn interne “bewaking” activeer, om mezelf niet te ver te laten afglijden in een project en daarmee de essentie van een liedje uit het oog dreig te verliezen. We blijven uiteindelijk immers bezig met muziek, niet met techniek. Omdat ik in een digitale mixer werk, dwing ik mezelf om (soms moeilijke) keuzes te maken. Wanneer de drums gaaf klinken, print ik de drums bijvoorbeeld naar een nieuwe audiotrack. Daarmee zorg ik ervoor dat alle processing en effecten worden meegeprint. In de DAW Pro Tools heet deze functie “commit”, wat een passende benaming is voor het doorhakken van knopen. Alle software kent een soortgelijke functie.

In feite dwing ik mezelf dus een bepaalde richting in te gaan door elementen die reeds goed klinken en muzikaal goed met elkaar samenwerken vast te leggen zoals ze zijn en daarna niet meer aan te raken. In plaats daarvan bouw ik de rest van de mix om deze elementen heen, die nu eigenlijk het fundament van de mix zijn geworden. Hierdoor krijgt de mix sneller en duidelijker vorm en komt de eindstreep op een gegeven moment vanzelf in zicht. De schitterende en oneindige mogelijkheden van digitaal opnemen en mixen zijn tegelijkertijd je grootste vijand wanneer het gaat om het afronden van werk. Jezelf beperkingen opleggen beschouw ik in dit geval dan ook als iets zeer positiefs.

Het allerleukste aspect van muziekproductie is voor mij de realiteitscheck. Dit is de fase in het productieproces waarin de mix in een dusdanig vergevorderd stadium verkeert, dat hij in feite al goed genoeg klinkt in de “echte” wereld. Lees: buiten de muren van de studio. Het liedje ondergaat nu de “test der testen“: de iPhone-speaker op vol volume met allesvernietigende compressie (terwijl de afzuigkap aanstaat en de aardappelen koken), de extreem kleurende JBL-speaker terwijl je de was staat op te vouwen, de ingebouwde iMac-speakers die al je prachtige panning-trucage aan gruzelementen helpen, de afgrijselijke subwoofer bij je moeder thuis en niet te vergeten de ingebouwde televisiespeakers. Want ja, naar al deze systemen moet je mix zich goed weten te vertalen.

Een hele uitdaging. Het oordeel is geveld, uiteraard in overleg met de artiest in kwestie, wanneer ik tegen mezelf kan zeggen: “dat is nou echt een lekker nummer!” Op dit punt rond ik de mix af en stuur ik hem naar de mastering-technicus. Hoe snel dit punt bereikt wordt, varieert van project tot project en hangt ook wederom samen met andere factoren zoals releasedata. Wel merk ik dat ik deadlines om bovenstaande redenen als een motiverende factor beschouw.

Het niet kunnen afronden van een project kan bij mij persoonlijk namelijk een mentale blokkade veroorzaken, die op zijn beurt alle plezier en essentie van muziek maken kan weghalen. Ik kan me ook voorstellen dat ik niet de enige ben die dat zo ervaart. Voor iedere keer wanneer ik mezelf erop betrap af te glijden in obsessie, heb ik mezelf aangeleerd dat het belangrijk is altijd te blijven relativeren: we blijven bezig met muziek.

Zoals ik al schreef: de plaat die je in 2025 maakt zal hoogstwaarschijnlijk beter klinken dan die uit 2021. Dat is iets positiefs en iets om te omarmen. Knopen doorhakken is de allerbeste plug-in die er is, als je het mij vraagt!

Recent door Kees geproduceerd werk:

Kees Braam (1993) is actief als muziekproducent en mixer in de Rotterdamse Deer Sound Studio. Met zijn maten Thijs en Niels-Jan speelt hij in de band Certain Animals en in 2020 studeerde hij af aan het Rotterdams Conservatorium. Kees zijn werk als producent is te horen op platen van diverse artiesten, in veel verschillende genres. Momenteel werkt hij tevens aan een soloalbum, waarvan de eerste single binnenkort uit zal komen.

Interview: BÄSN

Depression Disco is voor Sjoerd van Kampen niet zomaar een album. Voor de muzikant is zijn debuut met BÄSN net zo goed een overwinning op een jarenlange strijd met depressies, een falend GGZ-beleid, een klungelende gemeente en vooral de mislukte Participatiewet. Dit jaar slaat de Rotterdamse elektropop-muzikant de bladzijde om voor een nieuw hoofdstuk en kan hij eindelijk weer vooruitkijken.

Liefhebbers van bands als LCD Soundsystem en Soulwax zullen BÄSN de laatste jaren ongetwijfeld ergens tegen zijn gekomen. Zo niet, dan wordt dat hoog tijd, want er wordt in ons land weinig muziek gemaakt die zoveel groove heeft en waar tegelijkertijd zoveel diepe gevoelens onder de oppervlakte borrelen.

Van Kampen vertelt Popunie meer over de totstandkoming van zijn debuutplaat en zijn leven met autisme, aangezien de muzikant nogal wat heeft meegemaakt de laatste jaren. Onlangs ging Van Kampen zelfs op bezoek bij de Rotterdamse wethouder, om te praten over zijn ervaringen met de omgang van neurodiverse mensen. Want een verbetering in die relatie is hard nodig.

Wat ben je momenteel aan het doen?

“Ik ben heel even bij aan het komen. Door mijn uitkeringssituatie heb ik vier jaar lang in een soort overlevingsmodus gezeten, wat ongelooflijk veel impact had op mijn sociale leven en mijn mentale gesteldheid. Ik kan nu weer vooruitkijken, zo mag ik in september eindelijk een producersopleiding gaan volgen. Iets dat eerst niet mocht.”

Hoezo?

“In de Participatiewet staat dat je mag studeren, maar de gemeente hield dat continu tegen. Naast een parttime-studie zou ik namelijk moeten werken, iets dat ik al deed, maar er moest per situatie een inschatting worden gemaakt of dat mogelijk was. Alleen dat gebeurde niet. Ze hebben mij lang op hetzelfde punt gehouden door te zeggen dat ik niets mocht doen. Ik heb daar ontzettend veel strijd voor moeten voeren.”

Het klinkt niet alsof je vooruit werd geholpen. Op wat voor manieren werd je nog meer geremd in die periode?

“Nou, bijvoorbeeld bij het aanvragen van fondsen voor een albumrelease of een liveshow. Daar zijn allerlei restricties voor omdat de gemeente zoiets als inkomen ziet en dat wordt direct van je uitkering afgetrokken. Ook al gaat het geld naar de band. Op die manier kon ik soms niet doen wat ik graag wilde en kwam ik lastig vooruit. Niet omdat ik het niet kon, maar meer omdat ik dan in de financiële problemen zou komen. Daardoor is dit project voor een deel zo DIY.”

Wat ging er vooral mis in die periode?

“Vooral het niet willen begrijpen van autisme. Niet iedereen hoeft dat te begrijpen, maar als je in zo’n machtspositie zit bij de gemeente, dan zou je daar toch begrip voor moeten hebben. Meer dan eens kreeg ik te horen dat ik mij aanstelde of dat ik het moeilijk voor mezelf maakte. Terwijl ik de hele tijd plannen en oplossingen op tafel legde om verder te komen, maar die werden niet serieus behandeld en stuk-voor-stuk afgekeurd. Plus: ik kreeg steeds meer het gevoel dat de uitvoerders van de wet geen idee hadden hoe die werkte.”

Zit het probleem met name in de wet of in de uitvoering?

“Beide. Het probleem is vooral dat er een systeem is opgebouwd waardoor je er haast niet meer uitkomt. Er wordt bovendien veel met angst gespeeld en daar moeten ze echt mee stoppen als ze mensen vooruit willen helpen.”

Je hebt nu met de wethouder gesproken die de wet in zijn portfolio heeft: heeft dat geholpen?

“Hij luisterde in ieder geval oprecht naar de kritiek die ik had, dat was erg fijn. Ik hoop dat er in ieder geval serieus naar gekeken gaat worden.”

Hoe heb je ondanks alles nog muziek gemaakt in deze periode?

“Dat was soms lastig. Omdat je in zo’n situatie toch wilt presteren en jezelf wilt bewijzen, resulteerde die hele situatie in een vorm van faalangst. Dat was zo erg dat er momenten waren dat ik zelfs geen muziekinstrument meer aanraakte. Het proces ging in golven: soms werkte ik twee weken lang keihard aan mijn muziek, om er vervolgens twee weken helemaal af te liggen en niets te kunnen.”

En dan crasht in het midden van dat proces ook je harde schijf nog eens.

“Ja, dat was wel effe spannend. Alle demo’s waren zo goed als af en we stonden op het punt om die definitief te gaan opnemen. Tot mijn laptop er gewoon helemaal mee stopte… We hebben nog allerlei filmpjes op social media opgezocht om te kijken hoe de nummers nou precies klonken. Uiteindelijk hebben we alles op een soort Frankenstein-achtige manier in elkaar gezet.”

Wat trok je door die periode heen?

“Er zijn wel momenten geweest waarop ik dacht dat het niet ging lukken om deze plaat ooit uit te brengen. Totdat ik een soort fuck you-mentaliteit kreeg en het afmaken van de plaat begon te zien als een overwinning op alles en iedereen.”

Depression Disco is nu een tijdje uit: waar moet je direct aan denken als je erop terugblikt?

“Ondanks alles wat er is gebeurd, ben ik ontzettend trots dat ik zo’n persoonlijk album uit heb kunnen brengen.”

Wat zou je er nog allemaal uit willen halen?

“Goh, ik heb best veel ideeën. Ik zou de liveband graag uit willen breiden, kijken of er remixes gemaakt kunnen worden, werken aan onze lichtshow en ik wil onze muziek onder de aandacht van DEEWEE brengen, het label van Soulwax.”

Wat vind je zo tof aan wat zij doen?

“Het is een bijzondere community die zij om zich heen hebben gevormd. In Gent hebben ze onder meer een super futuristische studio gebouwd waar ze werken en artiesten uitnodigen. Hun werksfeer is erg collaboratief, dat mis ik nog in mijn eigen werk. Ik zou meer samen willen werken met andere artiesten, daar wil ik mij echt op gaan richten de komende periode.”

Hoe wil je dat gaan doen?

“Laatst heb ik bijvoorbeeld mijn thuisstudio helemaal gerenoveerd, waardoor die een stuk professioneler en toegankelijker is. Daar hoop ik binnenkort meer mensen uit te nodigen om samen toffe dingen te maken.”

Over een paar maanden kun je je in ieder geval nog meer op muziek richten tijdens de producersopleiding. Wat hoop je daar uit te halen?

“Ik wil beter worden in songwriting en produceren en ik wil meer tijd steken in het vinden van een goede workflow. Allemaal zaken die belangrijk zijn als ik beter wil worden in het samenwerken met anderen.”