
Het leven. Het blijft het meest toepasselijke en aansprekende onderwerp in het repertoire van elke zichzelf serieus nemende artiest. De grootste en meest tijdloze muziekstukken zijn toch vaak de nummers die een, vaak minder vrolijk, onderdeel van het leven beschrijven. Hiphop is groot geworden met levensliederen. Zijn bijna-doodervaring heeft Vieira laten graven naar het diepste van zijn gevoel. Ollie Vida sprak voor ons met deze hardwerkende Rotterdammer.
De eerste echt grote tracks naast Rapper’s Delight waren toch nummers als The Message van Grandmaster Flash. Of I Need Love van LL Cool J. Tupac was niet de meest ingewikkelde lyricist, maar begreep het vak der levensliederen als geen ander.
Tegenwoordig wordt er in de hiphop minder belang gehecht aan het vertellen van een levensverhaal. Waar het vroeger, letterlijk en figuurlijk, vooral draaide om de puurheid van de man met de pet, is het tegenwoordig vaak veel schreeuwen, weinig vertellen.
Dit is niet het geval bij de Kaapverdiaanse Kralinger Vieira Nkosi. Wars van meegaan in de teneur van de tegenwoordigheid blijft hij vasthouden aan de sleutelelementen van hiphop. Harde beats, intelligente teksten en mooie verhalen over het leven. Aangezien hij bekend is met de trials en tribulations van het leven was het tijd om deze bebaarde reus eens aan de tand te voelen.
Kaapverdiaanse Kralinger
Bij de eerste zinnen is het al duidelijk. Vieira Nkosi is een echte Rotterdammer. Geboren op 28 mei 1982 in Kralingen en van Kaapverdiaanse afkomst. ‘Hoewel ik tegenwoordig wat genuanceerder ben, blijf ik een echte Rotterdammer, Feyenoorder ook. De rauwheid van Rotterdam ga je nergens anders vinden. Dat heeft deels te maken het karakter van een havenstad natuurlijk.
Daardoor leven er mensen van allerlei verschillende sociale achtergronden letterlijk door elkaar. Het contrast tussen het moderne stadscentrum en de minder goede wijken eromheen geven het toch een eigen dynamiek. Rotterdammers hebben gewoon een ‘niet lullen maar poetsen’ mentaliteit. Je kan wel een mooi verhaal vertellen maar daar kopen we niks voor.’
Die mentaliteit viel ook vaak te horen bij de Rotterdamse muziekacts. ‘Mannen als Adison brachten jaren geleden al hun eigen muziek uit. Met zelf georganiseerde releaseparties, alles erop en eraan. En dit was in de tijd voor social media dus er moest ontzettend veel werk verzet worden. Dat is wel een echte inspiratie geweest. Dat was ook een grote aantrekkingskracht van hiphop, zeker van het underground gedeelte waar ik het meeste van hield.’

Liefde voor Nederlandstalige hiphop
‘In mijn tienerjaren was ik, zoals elke tiener, een beetje zoekende en hiphop sprak me het meest aan. Vooral het rebelse, het afzetten tegen de mainstream. Op een gegeven moment wilde ik er zelf ook deel van uitmaken. Een beetje zoals een voetballer die bij zijn droomclub wil gaan voetballen maar niet alleen toeschouwer wil blijven. Dat was het begin van mijn carrière als mc.’
‘Qua invloeden’, gaat Vieira verder, ‘had ik gelijk al Nederlandstalige voorbeelden op rapgebied. Het eerste werk van Brainpower, Raymzter en o.a. Extince’ Spraakwater was wel één van de meest inspiratievolle tracks toentertijd. Nederlandstalig stond ook gewoon een stukje dichterbij dan Amerikaanse hiphop en met Spraakwater toonde hij aan dat je in het Nederlands ook gewoon dope kon flowen. Ik rapte toen al een tijdje in het Nederlands en had uiteraard ook andere Rotterdamse artiesten als Postmen en E-Life als voorbeeld, maar Spraakwater had wel de meeste impact op mij. Spraakwater is de enige track die ik gewoon zo kan oplepelen voor je, haha.’
Inspiratie
‘Buiten de muziek had ik uiteraard ook belangrijke inspiraties. Malcolm X , Marcus Garvey, Huey P. Newton en Angela Davis zijn er daar een paar van. En Amilcar Cabral uiteraard. Die mensen hebben echt een legacy nagelaten.
Dat wil je als artiest ook natuurlijk. Een inspiratie zijn voor mensen. Artistiek gezien haalde ik ook veel inspiratie uit goede dichters als Langston Hughes en Maya Angelou. Ik was, en ben, heel erg bezig met woordkunst. Ook een schrijver als Donald Goines toonde aan dat je dingen op verschillende manieren neer kan zetten. Daar komt bij mij ook het verhalende aspect vandaan.
Sommige stukken waren zo mooi verwoord dat ik veel kritischer naar mijn eigen teksten ging kijken. Dat ging zo ver dat ik probeerde in hun mindstate te raken wanneer ik mijn eigen teksten aan het schrijven was. Dan stelde ik mezelf de vraag: Hoe zou een Maya Angelou dit verwoorden? Dus dat is zeker van grote invloed geweest op de manier waarop ik mijn teksten schrijf’.
‘Qua hiphop is het vooral het rauwe element dat me aanspreekt. Het ‘I don’t give a fuck’ aspect. Op een andere manier dan hoe dat nu is trouwens. In die tijd zat er een stukje sociale betrokkenheid bij, een stukje politiek, een stukje intelligentie. Wat ik jammer vind van de hiphop van tegenwoordig, of in elk geval, het stuk dat tegenwoordig de meeste aandacht krijgt, is dat dat stukje verdwenen lijkt te zijn. Het is te eendimensionaal naar mijn mening. Alsof die twee dingen niet naast elkaar kunnen functioneren.
Ik luister uiteraard wel naar artiesten van nu, maar de invloed die ze toentertijd op mij hadden is wel verdwenen. Zeker op het gebied van Nederlandstalige artiesten.

Harde werkers mentaliteit
We kunnen er niet omheen, Vieira is Kaapverdiaan voor alles. ‘Het is niet eens heel doordacht’, vertelt hij, het is wie ik ben, wat me heeft gevormd en wat ik graag met trots uitdraag. Als mc vertegenwoordig je wie je bent en waar je vandaan komt, dat is wel een beetje het hele idee achter hiphop.
Ik ben een Rotterdamse Kaapverdiaan. Niks ingewikkelds voor de rest. Ik wil graag een breed beeld uitdragen van Kaapverdianen. De warmte, de saamhorigheid, gezelligheid maar ook zeker de harde werkers mentaliteit. Daar staan onze ouders ook vooral om bekend. Die hebben 40 jaar gebikkeld hier. Dat heeft een grote invloed op mij gehad.
De verhalen van de Kaapverdiaanse zeelieden van de eerste generatie. Harde werkers allemaal. Doorzetters ook. Daar kan ik alleen maar van leren. Ook de saamhorigheid vind ik mooi. Vooral de generatie van onze ouders en grootouders hielpen elkaar in moeilijke tijden, ondanks het feit dat ze elkaar helemaal niet kennen. Allemaal puur op basis van Kaapverdiaans zijn.
Dat is iets wat ik graag meeneem in mijn muziek. Het heeft ook een keerzijde natuurlijk. Alleen hard werken geeft niet altijd de resultaten die je nastreeft. Zeker tegenwoordig moet je vooral ‘slim’ werken. Anders doe je al het harde werken voor niks. Dat is een omslag die we wel moeten gaan maken vooral omdat we uit een ‘als je maar hard genoeg werkt, komt het goed’ omgeving komen. Er zit best een gat tussen onze generaties.
Winnaar Grote Prijs van Zuid-Holland
Ik ken Vieira Nkosi van zijn clip Wie Is Deze Afrikaan. Hij kwam al gelijk over als een zelfverzekerde, vastberaden artiest. ‘Het grappige van die tijd was dat iedereen dacht dat er een heel team achter me stond, terwijl ik alles zelf heb geregeld. Ik geloof niet in wachten op een label. Natuurlijk wil ik graag getekend worden, als artiest is het belangrijk dat je je ding kan doen en hulp en begeleiding is altijd welkom, maar ik neem het heft graag in eigen handen.
In 2005 begon ik serieus met het ‘rapgebeuren’. Ik deed toen een keer als intermezzo voor een andere artiest een eigen track en mensen reageerden zo enthousiast dat ik op dat moment de overtuiging kreeg dat ik dit moest voortzetten. Het feit dat ik mensen kan raken met een volledig eigen idee is magisch.
Daarna ben ik gewoon gaan grinden. Ik pakte elke gelegenheid aan om mijn kunsten te tonen. In het begin vooral veel freestylen tijdens open mic sessies en daarna tracks opnemen en uitbrengen. Ik probeerde een kruising te vinden tussen mijn achtergrond en de elementen van hiphop die mij aantrokken. Ik heb de Grote Prijs van Zuid-Holland gewonnen en ben daarna aan mijn album begonnen.’
Kralienge State Of Mind
Het langverwachte album van Vieira Nkosi is eigenlijk een beschrijving van het leven van de mc tot het moment van uitgave. ‘Dat is niet bewust gedaan. Dat is eigenlijk door omstandigheden zo gekomen.
Ik ben in 2009 al begonnen met tracks voor het album. Ik heb de ziekte van Crohn en dat is me bijna fataal geworden. Zo’n ervaring verandert je kijk op dingen natuurlijk. Het leek alsof ik dat ook op een vreemde manier nodig had om dit album compleet te maken. Ik had liever geen bijna-doodervaring gehad natuurlijk maar het heeft me wel laten graven naar het diepste van mijn zijn. En dat is uiteindelijk ook een deel van dit album geworden.
Praktisch gezien waren er ook veel aanpassingen. Je maakt steeds weer nieuwe muziek en zo verandert de samenstelling van het album constant. Dat bevordert het uitbrengen van die plaat ook niet.
Zakelijk gezien was er ook nog genoeg te doen. Als creatieveling wil je je daar liever zo min mogelijk mee bezig houden maar helaas is daar tegenwoordig niet aan te ontkomen. Dat kost ook allemaal tijd. Ik doe alles zelf dus dan gaat het allemaal wat langzamer. Het voelt alsof je niks aan het doen bent voor de buitenwereld maar ondertussen ben je elke dag bezig met dat album.’
‘Muziek heeft me als mens gevormd’
‘Achteraf gezien ben ik blij dat het gelopen is zoals het is gelopen. Ik heb als mc, maar vooral als mens veel geleerd. Mooie dingen en mindere dingen meegemaakt. Als mc zijn het wel moeilijke tijden.
Ik hou van teksten met inhoud, tracks die je raken, bodies of work. Het grote publiek, of de mensen die bepalen wat het grote publiek te horen krijgt, lijkt dat steeds minder te waarderen. Een mc zijn sterkste punt hoeft niet meer zijn tekst te zijn. Dat vind ik jammer. Het was vroeger ook zo natuurlijk, aangezien hiphop een hele visuele muziekvorm is, maar wel in veel mindere mate. Alleen waren skills toen meer een selling point voor een mc.
Wellicht als er toen een gimmick kwam waar ze veel geld mee konden verdienen waren ze er net zo hard voor gevallen. Maar wat ik al zei, muziek heeft me als mens wel gevormd. Je krijgt mensenkennis door de mensen die je tegenkomt in het wereldje, er gaat een stukje naïviteit weg in de zin dat niet iedereen het beste met je voor heeft. Je krijgt te maken met belangenverstrengelingen.
Ik heb ook veel ervaring opgedaan op zakelijk gebied. Hoe kan ik een product verkopen? Wat zijn de valkuilen? Hoe kan ik netwerken? Dat neem ik mee in alles wat ik vanaf nu ga doen. Ik was vroeger gewoon mc, punt. Nu heb ik een stuk ondernemerschap onder de knie dat ik door de muziek heb aangeleerd. Ook creatief gezien heb ik veel geleerd. Doordat ik alles zelf heb moeten doen heb ik veel meer een hands-on mentaliteit vergaard. Ik kan nu mijn eigen videos schieten, weet hoe je persberichten moet maken en kan een product neerzetten op social media.’
Toekomstplannen
‘Wat de toekomst brengt weet ik niet. Ik heb mijn debuutalbum uitgebracht en dat was één van de grootste doelen in mijn leven. Ik zie mezelf niet meer puur als mc. Het is ook een hele andere tijd. Als creatieveling kan je zoveel meer en kun je die dingen nu ook veel beter ontplooien.
Hiphop is zo breed, vooral in Amerika. Het mc zijn zal voor altijd in me zitten, dat is een gedeelte van mijn persoon. Of ik nu daadwerkelijk platen uitbreng of niet. Ik wil gewoon mijn ding doen. Dat kan rappen zijn, videos maken of motivational speaking. Als creatieveling heb ik die triggers wel nodig.
Het rappen zelf is leuk maar ik wil ook voldoening halen uit het aangaan van een nieuwe uitdaging. Of dat in rap is zal de toekomst uitwijzen. Ik probeer me niet te beperken tot alleen rappen. Ik wil in ieder geval mooie dingen blijven neerzetten en verhalen vertellen op welke manier dan ook. Lekker bezig blijven. Niet lullen maar poetsen.’
Volg de Facebookpagina van Vieira of kijk op zijn website voor het laatste nieuws en shows! Kralienge State Of Mind luister je op Spotify.
Ollie Vida
Na jarenlang mc-en heeft Ollie nu een schat aan ervaring en belevenissen te delen met de wereld. Geen onbekende in de hiphopscene sinds eind jaren ’90 (het EK 2000 anthem met The Proov ‘Feel The Heat‘ is wellicht zijn bekendste werk) vertelt hij op luchtige wijze over hedendaagse observaties en gebeurtenissen in het hiphoplandschap. En tussendoor recenseert hij ook weleens wat dingen.
‘Wij betalen altijd standaard 200 euro voor een workshop’. Ik lees het mailtje nog eens na. Het staat er echt.