Tourverslag: The Traveling Psychoward in de UK

Het Rotterdamse band The Traveling Psychoward steekt populaire muziek in een punk/metal horror jasje. Na de video van vorige maand waarin ze beweerden ontsnapt te zijn uit een inrichting laten ze voor het eerst weer van zich horen. Bassist Doctor Dent zond spontaan een tourverslag in waarin hij onverbloemd verslag doet van hun ‘geheime’ weekend tour naar Southend-on-Sea in Engeland. Enjoy…

Het is echt een belachelijk vroege morgen, vrijdag de 30ste van augustus, als ik wakker schrik van het piepende geluid van een enorme opzij schuivende roldeur. Tot mijn grote teleurstelling besef ik me dat we ons nog altijd bevinden in onze headquarters ‘The warehouse of abandoned treasures’ dat we met hulp van onze gitarist Cleaving Cleatus hebben gevonden.

Het is nog maar een paar weken geleden dat het noodlot ons bij dezelfde psychiatrische inrichting onderbracht. Na het 50ste spelletje mens-erger-je-niet in één weekend op onze gesloten afdeling besloten we dat het voor ons wel welletjes was geweest. Het hoe en waarom is een vraag voor later, maar we ontsnapten en zijn sindsdien continu op de vlucht voor de autoriteiten van ons land.

In een poging om onze naam te zuiveren zijn we spontaan bij de avonduitzending van DNN Nieuws langsgegaan, maar tot onze grote verbazing werd daarop met het grootste onbegrip gereageerd.

 

Sindsdien zijn we in het openbaar in aanraking gekomen met de harde realiteit van onze situatie: bombrieven, auto achtervolgingen en scheef kijkende mensen in de rij van de Albert Heijn. Het is daarom dat ons hoofdkwartier nu dienst doet als onderduikadres, en zelfs hier begint onze paranoia ons in te halen.

Nou was het ons plan al om iedereen een stap voor te blijven door middel van het vormen van een band en eeuwig door te touren, maar met de ontwikkelingen van de afgelopen weken leek het ons beter om onze weg iets verderop te beginnen. Dus ja, dan maar de Noordzee oversteken toch?

Een paar maanden geleden hadden we al een swap-deal gemaakt met een bevriende Blink 182/Green Day cover band (DOOKIE / BLINKED 182). De deal was simpel maar doeltreffend; beide acts bezoeken elkaar. Als ‘gast’ band boek je de tickets en neem je een tas met pedalen en bekkens mee en de ‘uitnodigende’ band boekt een weekend aan gigs, verzorgd slaapplekken, vervoer, eten, stellen hun instrumenten beschikbaar om te lenen en zorgt dat de shows genoeg gage opbrengen om de tickets te vergoeden. Uiteraard zijn daarna de rollen omgedraaid bij het erop volgende tegenbezoek. Op deze manier kunnen bands in een vroeger stadium een ander land bezoeken (of er zoals in ons geval asiel aanvragen!) en zouden de kosten laag moeten blijven.

Doctor Dent

Terwijl de deur openvalt begint bij me te dagen dat vandaag de dag is dat we in alle geheimzinnigheid de overgang maken naar Southend-on-Sea, de in Essex liggende havenstad waar ons contactpersoon op ons wacht. We mikken een dikke koffer gevuld met onze pedalen en kabels, de ronde bekkentas en vijf rugtassen met onze kleding in de laadklep van Cleatus z’n Ford pick-up truck (als originele redneck uit Alabama weigert hij ergens anders mee te rijden) en ploffen we in de dubbele cabine terwijl hij zwaar het gaspedaal indrukt.

Onderweg valt het me meerdere malen op hoe hij weinig tot geen besef heeft van de rechter rijbaan en hoe hij met zijn linkerhand sjekkies op zijn knie rolt terwijl hij zijn laatste nog niet op heeft gerookt. Als we bij Eindhoven Airport aankomen blijkt wel dat hij een langlopende ticket heeft geboekt voor het parkeren bij het vliegveld. Handig; zeker omdat we ons door niemand af willen laten zetten die eventueel kan doorvertellen waar we heen gaan.

Aangekomen bij de vertrekhal, de eerste verassing. We komen bij een balie waar we onze eigen bagage moeten wegen en inchecken. We kunnen de rugzakken als gratis handbagage meenemen, maar de grote tas en de bekkentas moet er aan geloven. Na het wegen blijkt dat het meebrengen ons €107 voor de grote en €40 voor de bekkentas gaat kosten. So much voor het geld besparen, direct een harde les. Nadat we de grote tas op de rolband leggen en een kwartier bij odd sized bagage in de rij hebben gestaan komen we aan bij de rij om zelf in te checken. Ondanks dat we redelijk vroeg aankwamen staan we in veel rijen en duurt het nog lang voordat we eindelijk het vliegtuig inwandelen.

Gelukkig gaat er nergens een lampje branden (behalve wanneer we de poortjes doorwandelen en deze afgaan vanwege de zilveren tanden van onze zanger Kev Insane, maar die kunnen we er gemakkelijk uit slaan) en worden we niet aangehouden om terug naar onze gevreesde inrichting te worden gestuurd. De vliegreis gaat erg snel, slechts 75 minuten later staan we op London Stansted Airport waarvan we er technisch maar 15 zijn verloren vanwege het tijdsverschil van een uur. Als we naar buiten strompelen zien we een grote terreinwagen staan waarin Jay (de drummer) zit te wachten.

Hij begroet ons vrolijk en na nog geen 15 minuten met hem in de auto te zitten, besef ik dat als onze gastheer in Nederland had gewoond hij waarschijnlijk met ons op de afdeling had gezeten. Prettig gestoord, wild en roekeloos praat hij het uur dat we in de auto zitten als ware het in tien minuten voorbij. Hij brengt ons eerst bij een supermarkt om eten op te pikken. Kev insane is een groot liefhebber van Engelse ciders en rum, en als we de supermarkt uitlopen zie ik hem met een zak vol flessen en een veelbelovende glimlach naast me lopen. We stoppen kort erna bij Jay zijn ranch waar we even bij kunnen komen.

Terwijl Cleatus een fles van zijn eigen gestookte moonshine tevoorschijn haalt en Kev Insane voor de zoveelste keer zichzelf uit zijn dwangbuis probeert te bevrijden krijgt de rest van ons een korte rondleiding waarin we een eigen oefenruimte, een heuse racewagen en een groot stuk land om de boerderij te zien krijgen. Wanneer Jay (de gitarist met dezelfde naam) ons belt om te vragen waar we zijn besluiten we om richting de venue te gaan. We laden de backline in en gaan op pad.

Picturesque Southend-on-Sea

Weer een uur later arriveren we in Southend-on-Sea. Tegen de Engelse gewoonte in is het prachtig weer! We zien een mooie aan de boulevard gelegen stad die je een beeld geeft dat je misschien in oude Amerikaanse films hebt gezien. Een lange rits van arcade speelhallen, kleurrijke eettentjes en een groot pretpark aan het strand geeft een ‘Coney Island’ achtige sfeer. Voordat we deze straten op kunnen, checken we eerst in bij het nabijgelegen hotel dat voor ons is geboekt.

Een vriendelijke man aan de balie toont interesse in wat we doen en toont ons dan onze hotelkamer, die er prima uitziet. Wanneer Le Marquis vraagt waar het bidet staat, wordt ons verteld dat deze sinds het Victoriaanse tijdperk sterk in populariteit is gedaald. Het zijn dit soort situaties die we vaker tegenkomen wanneer Le Marquis een vraag stelt, maar ook dat is weer een verhaal voor een later tijdstip.

Als we onze slaapspullen hebben gedropt rijden we naar de prachtige venue/bar Chinnerys die midden in de kleurvolle boulevard is gevestigd. Eerst drinken we ter opfrissing snel een drankje op het brede terras (Cleatus dropt zijn overgebleven moonshine met een kwak in een glas en mikt de fles over zijn schouder) om vervolgens door een deur aan de rechterkant en door een gang in een mooie middelgrote concertzaal terecht te komen. Achter de knoppen en de toog staan twee vriendelijke medewerkers, en als we beginnen met opbouwen is het duidelijk dat onze geluidsman weet wat hij doet.

Beleefd helpt hij ons met onze gear, test hij alles met zorg uit en draait hij bij de soundcheck bijna direct alle volume op de juiste hoogte. Als alles klaar is nemen we een biertje mee van de tap en gaan we voor de venue staan wachten. Kinderen aan de hand van hun ouders lopen ons voorbij met grote ogen en open mond, en een groepje toeristen in de veronderstelling dat we een plaatselijke attractie zijn gaat met de duim omhoog met ons op de foto. Niks nieuws trouwens, gebeurd ook als we geen shows spelen.

Als we even later onze show inzetten staan er nog niet veel mensen in de zaal, maar de mensen die er staan gaan gelukkig gelijk los. Kev Insane duikt na een nummer of drie de vóór ons geplaatste reling over en lanceert zichzelf al ijsberend links en rechts de dansvloer over terwijl hij de zware vocalen op zich neemt. Uit het niks stroomt de zaal vol en al snel worden we begroet met een gezellig applaus. Als we de laatste noten door de zaal geknald hebben en we de zaal verzekeren dat we ze in hun slaap wurgen als ze aan de politie doorvertellen dat ze ons hebben gezien zorgen we dan we snel afgebouwd zijn zodat we ons in de gezelligheid en drank kunnen mengen.

Ik schijn de enige te zijn die doorheeft dat Kev Insane om de tien minuten weer de backstage in glipt om zijn beker te vullen met Oakheart. Wanneer we een uur verder zijn met deze routine gaat het met Kev Insane zelf ook hard. Onze gitarist Papa Ven Geance vraagt ons in gebarentaal wie al klaar voor zijn bed is, waarop alleen Cleatus en ik zeggen nog even te blijven. Als ook wij een uur later het wel welletjes vinden strompelen wij de venue uit om over de lange wit marmeren boulevard koers richting ons hotel te zetten. De boulevard waar we over lopen is ingericht in meerdere zij lagen (zoals Scheveningen dat bijvoorbeeld ook heeft) waarin je oplopende stenen wanden met stenen trappen ertussen hebt die het straat niveau steeds een meter of vijf ophoogt.

Als Cleatus en ik boven aan de trap, naast waar wij lopen, een groepje lokale beschonken Engelse jongeren zien staan besluit ik te vragen of we op het juiste niveau lopen om ons hotel te bereiken. Na een paar seconden stilte kijkt een jongen in de groep ons intens aangeschoten aan om vervolgens over de reling te stappen en zich vijf meter naar beneden te laten vallen om als een zak aardappelen voor onze voeten neer te komen. Als hij daarna vanaf de grond zijn hoofd nog even optilt en ons versuft aankijkt besluiten we de vraag maar even te laten voor wat het is. We stappen door en komen even later aan in een warm bed. Het mag duidelijk zijn dat het uitgaansleven hier niet te zuinig wordt aangepakt.

Doctor Dent & Papa Ven Geance

Als we de volgende ochtend allemaal ontwaken krijgen we een berichtje binnen dat onze vrienden ons opwachten in de Chinnerys. Als we teruglopen over dezelfde boulevard waarover we gekomen zijn is de zee voor ons een mooi schouwspel om naar te kijken. Samen laden we de achtergebleven gear in om koers te zetten naar The Venue dat zich 10 minuten verder bevind. Daar aangekomen zien we deze venue van voren en staan even voor een hek te wachten om vervolgens een erachter gelegen binnenplaatsje op te rijden dat ook dienst doet als terras voor de bar ernaast.

Terwijl we wachten totdat de deuren open gaan komt een Westham supporter me een biertje aanbieden en vraagt voor welke club ik ben. Nog voor ik antwoord kan geven verzekerd hij mij dat hij er een sport van heeft gemaakt om elke supporter die hij tegenkomt van een andere Engelse club zonder pardon de vernieling in te slaan. Ik antwoord dat ik lichamelijk letsel alleen geoorloofd vind als er medische kennis aan te winnen is, en dat ik uit Nederland kom. Hij antwoordt dat hij me wel mag en mompelt nog wat over Johan Cruijff.

The Venue in Southend-on-Sea

Als de deuren van The Venue open gaan blijk het een mooi podium te zijn, maar het mag ook duidelijk zijn dat we onder hele andere omstandigheden spelen dan de nacht ervoor. Het blijkt dat we voor een benefiet ten behoeve van de daklozen keuken spelen. De dienstdoende geluidsman zegt geen informatie te hebben over wat er vandaag de bedoeling is en lijkt ook niet heel veel verstand te hebben van zijn taak. Achterin de zaal staat een tafeltje met een collectebus en wat kerkelijke mensen.

Het binnenstromende publiek varieert van alternatieve mensen en kinderen tot dronkenlappen en buurtmoeders. De hele zaal heeft algauw meer de sfeer van een buurthuis dan van een concertzaal. Als eerste klimmen er drie ultra-links uitziende vrouwen op het podium die, onder begeleiding van een akoestische gitaar, zachtjes beginnen te zingen over relatieproblemen en de nadelen van smartphones. Daarna een folk singer/songwriter die eerst worstelt met slecht geluid, maar uiteindelijk een mooie set neer weet te zetten.

Bij binnenkomst werd ons gevraagd maar een halfuur te spelen, maar omdat twee acts niet op kwamen dagen word ons rond 18:00 gevraagd nu al te beginnen en ons gebruikelijke uur vol te maken. Het voordeel van een groep ontsnapte gestoorden op een podium te zijn, is dat je nooit bang hoeft te zijn om voor lul te staan, want dat is toch wel het geval. Ondanks dat het geluid verre van perfect wordt geregeld en we duidelijk een vreemde eend in de bijt zijn weten we het publiek uiteindelijk mee te krijgen en is de sfeer gemoedelijk.

Gelijk als we klaar zijn komt de dienstdoende fotograaf naar ons toe om zich voor te stellen als Gaz de Vere en te vertellen dat hij ons te gek vind. Hij vraagt direct of we achter een fotoshoot zouden willen doen. Na een paar foto’s te hebben geschoten zegt hij, gevolgd door een knipoog, dat de foto’s nog van pas gaan komen.

Terwijl de foto’s geschoten worden zien we ondertussen op de binnenplaats onze auto heen en weer bewegen, en het lijkt erop dat iemand achter onze auto met de achterdeur aan het kloten is. We kijken elkaar even veelbetekenend aan als Cleatus tenslotte zijn cleaver uit zijn linker broekspijp vist en langzaam op de auto afstapt.

Net voordat hij om de hoek wilt duiken stopt het gemorrel en stapt een man in tuinpak met een gebroken fles in zijn hand achter de auto vandaan. Juist op dat moment verstijven beide mannen, en een paar seconden staan ze elkaar aan te kijken als een aap in een roestig horloge. ”…Dad?” weet Cleatus tenslotte te fluisteren. ”Son?” antwoord de man. Om vervolgens in lachen uit te barsten en elkaar in de armen te vallen. Het blijkt dus dat we per stom toeval Cleatus z’n verloren vader in deze achterafstraat in Essex hebben teruggevonden.

Cleatus sr. verontschuldigd zich voor de poging tot inbraak, tenslotte heeft Cleatus de liefde voor instrumenten niet van een vreemde. Cleatus haalt weer een fles zijn eigen moonshine uit de wagen (Joost mag weten hoe hij ze hier heeft gekregen) om te laten zien. Na een babbeltje en een foto vertrekt de goede man weer om een andere auto op te zoeken. Als we weer naar binnen gaan klimmen onze vrienden op het podium om een knallende Green Day set neer te zetten. Als ze klaar zijn bouwen we samen af en gaan met beide groepen weer naar de binnenplaats achter de zaal om het feestje daar voort te zetten.

Wanneer we er al een tijde staan besluit ik even te gaan zitten op een brandtrap. Als ik me net even afzonder in mijn gedachten vliegt er als een koekkoeksklok een random deur naast me open waar opeens een withete en kwade man me aanwijst en mij toeschreeuwt; ”Don’t you get f*cking lippy with me mate!”. Met stomheid geslagen kijk ik hem aan, waarna hij zich naar Cletus toedraaid en schreeuwt; ”And you, F*ck off!!”.

Als na een paar seconden de bassist van onze bevriende band vraagt waar dat voor nodig was kijkt de man ons nog een keer boos aan om vervolgens de deur weer te sluiten en te verdwijnen. Het geheel was zo droog dat we niet konden stoppen met lachen. Het Engelse uitgaansleven dan misschien vreemd zijn, maar feit is dat we eigenlijk al twee dagen een constante lachkick beleven.

Cleaving Cleatus & Dad

Als meer dan vier mensen zeggen dat ze onze band tof vinden worden we al nerveus met de gedachte dat de autoriteiten erachter kunnen komen dat we in Engeland zijn, dus we hadden al besloten morgen weer te vertrekken. In de bar naast The Venue begint een lokaal beroemde coverband een lange set met 90’s hits in te zetten, wat ons de gelegenheid geeft om nog een laatste feestje te bouwen voor het morgen is en we hem smeren. We leren onze gastheren (en aanhang) beter kennen en smeden in een korte tijd een leuke vriendschap. Zo gaat dat vaak op tour, en misschien is dat wel een van de mooiste dingen van het touren. Je komt terecht in het dagelijks leven in een buitenlandse stad, leert de mensen en hun gewoontes kennen en treft ze eigenlijk altijd wanneer het voor hun ook weekeinde is en ze bezig zijn het naar hun zin te hebben.

Het is in die korte momenten dat je contacten en waardevolle vriendschappen legt met mensen die vaak hun best voor je willen doen wanneer je hulp zoekt met het vooruit duwen van je band. Wanneer we een leuke avond hebben gehad lopen we de deur uit om de boze man van een paar uur eerder weer voor The Venue tegen te komen terwijl hij ruzie zoekt met iemand en tegen ons begint te gillen dat we moeten opbokken met onze auto. Een bijstander verteld ons dat de man de eigenaar van de bar is en dat het met zijn temperament voor iedereen een raadsel is hoe hij hem draaiende weet te houden. Uiteindelijk lopen we grinnikend naar een voor ons afgehuurd appartement om tevreden in slaap te vallen.

Als het ochtend is zitten we net een half uur samen brak op de bank een episode van Rick & Morty te kijken als een groepje Engelse bobby’s de deur intrapt, ons oppakt en zonder iets te zeggen terug naar de boulevard van Southend brengt. Eenmaal daar worden we samen met twee peddels op het strand in een vijf persoonskano gedwongen en de zee opgeduwd. Als we van de kust dobberen word ons toegeschreeuwd om om Kent heen te peddelen en dan een rechte lijn over de Noordzee aan te houden richting Den Haag (en vooral niet meer terug te komen).

Als ik mijn smartphone pak en het internet wil raadplegen voor hulp krijg ik nog een melding via Facebook van Gaz (de fotograaf) dat hij een artikel in de plaatselijke krant heeft geplaatst over ons laatste optreden. Ach ja, dat verklaard de situatie waarin we ons bevinden. Na een snelle blik op het artikel is mijn batterij leeg en valt mijn telefoon uit. We kijken elkaar aan en zuchten. Ach ja, we hebben er tenslotte zelf voor gekozen te ontsnappen. Met een mooi weekend-tourtje vers in gedachten zetten we kracht en peddelen vastberaden de Noordzee op. Tijd voor de volgende ramp…

Ferdinand ‘Dent’ PHD

Volg The Traveling Psychoward op Facebook voor het laatste nieuws en shows!

Deze bio’s lees ik wel…

Muziek maken is één, je muziek ‘verkopen’ is een ander verhaal. Het is een ingewikkeld proces dat, als je weet wat je wilt uitstralen, begint met een goede biografie. Maar wat is een goede bio?

Eerst een wat botte stelling: als muziekprogrammeur ontvang ik regelmatig bio’s die ik niet ga lezen. Oeps. Au. Sorry. Ik kan er niets aan doen, het gaat vanzelf, die beslissing valt onbewust en in een split second. Redenen? De bio is te rommelig, te lang, te kort, te onduidelijk of een combinatie daarvan. In mijn drukke bestaan als muziekprogrammeur en interviewer/tekstschrijver sla ik ze over. Trouwens ook zonde van de inspanning die de muzikant heeft geleverd.

Een enkele bio, merk ik, lees ik wel. Dat leidt weliswaar niet altijd direct tot een optreden op een van mijn podia of een recensie in OOR of Platomania, maar soms gebeurt dat wel. Een goede bio levert minimaal op dat waar je als muzikant zo je best voor hebt gedaan, daadwerkelijk wordt gelezen en (wellicht ook) onthouden. Uit mijn eigen bescheiden onderzoek blijkt dat de bio’s die ik lees voldoen aan een aantal voorwaarden.

De belangrijkste voorwaarden geven antwoord op de vraag wie, wat, waar, wanneer en waarom. Wie ben je als artiest, wat doe je, waar wil je spelen, wanneer wil je spelen en waarom doe je wat je doet. Het zijn maar voorbeelden, een leidraad, maar het geeft de programmeur (of boeker) een duidelijk beeld van jou als muzikant.

Uiteraard staan er audio- en videolinks in je bio. En zorg voor een goede foto die laat zien wat je wilt uitstralen. Overigens misschien wel de basis van al je promotie: wat wil je uitstralen? Hoe specifieker je die vraag kunt beantwoorden, hoe beter je jouw bio (en al je andere promotiemateriaal) erop kunt afstemmen. Een kritische blik op de opmaak van de bio helpt zeker ook.

Wees je vooral bewust van het feit dat een boeker/programmeur meestal met je kennismaakt via een bio. En hoppekee, tot slot een waar cliché: je krijgt nooit een tweede kans voor een eerste indruk.