Tourverslag: Lewsberg

Vanuit Music Export Rotterdam worden doorlopend ondernemende Rotterdamse muzikanten ondersteund die bezig zijn ook voet aan de grond te krijgen buiten de landsgrenzen. Lewsberg ging op tour naar Frankrijk.

We komen met vertraging aan bij Mains d’Oeuvres in St. Ouen, Parijs. De geluidstechnici jagen ons op. We bouwen op, doen een korte soundcheck en maken vervolgens plaats voor de support acts. Het grote wachten is begonnen, want we spelen als derde en laatste band. Het is mooi weer, we hangen wat in het park aan de overkant van de weg. Mains d’Oeuvres combineert een concertzaal met oefenruimtes en een soort kantine of buurthuis. Hierdoor hangt er een prettig gemêleerde groep mensen rond, bestaande uit de gebruikelijke muzikantentypes en buurtbewoners van wat overduidelijk een multiculturele wijk is. We krijgen een teleurstellende maaltijd, die nog het meest lijkt op goedkoop vliegtuigeten.

Als de eerste band begint is het nog rustig in de zaal, maar wanneer wij aantreden is het aardig volgelopen, met zo’n honderd mensen. De plaatselijke geluidsman lijkt wat tijd nodig te hebben om het geluid op orde te krijgen, maar doet uiteindelijk goed zijn werk, want we krijgen achteraf positieve reacties over het geluid. We verkopen opvallend veel platen en lijken daardoor te weinig lp’s te hebben meegenomen op deze korte tour.

Er is een hotel voor ons geboekt op loopafstand. Onderweg maken we gebruik van de lokale snackbar, waarbij vooral de kaas-jalapeño-snacks in de smaak vallen. In het hotel drinken we nog een biertje voordat we gaan slapen

.

De volgende ochtend halen we onze spullen op bij Mains d’Oeuvres en rijden we door naar Lyon. Het is een soepele rit, totdat we in Lyon aankomen, waar rond spitstijd de boel helemaal vast staat. Uiteindelijk komen we aan bij Le Sonic. Een boot, waardoor de vergelijking met V11 zich direct opdringt. Alleen het restaurantgedeelte ontbreekt. Het zaaltje zelf is ongeveer even groot, geschikt voor zo’n honderd mensen aan publiek. De ligging, in de rivier rondom het centrum van de stad, is gerust pittoresk te noemen. De boot ligt flink scheef, waardoor de soundcheck in een licht gedesoriënteerde toestand wordt afgewerkt.

De mensen van de organisatie hebben gekookt en na de soundcheck eten we gezamenlijk op het dek. Ook The Beths, de band uit Nieuw-Zeeland waar we het podium mee zullen delen deze avond, heeft aangeschoven. Als we klaar zijn met eten komt het eerste publiek aangelopen. Het zaaltje is dan ook al flink gevuld als we de avond openen. Het publiek lijkt iets losser dan in Parijs en alhoewel we niet onze beste set spelen, lijkt het toch tot tevredenheid te stemmen bij het publiek. The Beths is niet aan ons besteed, maar ook nu lijken de concertgangers zich prima te vermaken. Na afloop worden er wederom veel platen gekocht en we moeten een aantal mensen nee verkopen om nog een paar exemplaren over te houden voor het optreden in Rennes. We overnachten bij iemand thuis, in een ruim meerkamerappartement met prima platencollectie, waar het uitstekend toeven is, ondanks een aantal zeer agressieve muggen.

De volgende dag hebben we een dag vrij. Die besteden we niet als toerist, maar in een oefenruimte aan de rand van de stad, waar we werken aan nieuwe nummers.

De ochtend erna vertrekken we op tijd, met een flinke rit naar Rennes voor de boeg. De reis verloopt zonder problemen en aangezien Rennes niet een metropool is zoals Parijs en Lyon rijden we soepel de stad binnen. Bistro de la Cité is een kleine, onaangepaste kroeg, het soort dat in Rotterdam steeds meer verdwijnt om plaats te maken voor de eenheidsworst van gladgestreken koffietenten en craft beer bars.

We spelen als enige band deze avond, Calvin Johnson van K Records zal na ons optreden een dj-set verzorgen. De promoters zijn zeer sympathieke mensen, de sfeer is gemoedelijk en we krijgen heerlijk zelf gekookt eten en zelf gebakken toetjes. Het café puilt uit van de mensen als we beginnen. We spelen een lekkere show en het publiek is erg enthousiast. We verkopen de laatste lp’s en raken aan de praat met uiteenlopende types, van timide indienerds tot gepokte en gemazelde oude punkers en een vuurrood verbrande dorpsgek. De rest van de avond vermaken we ons aan de bar en op de dansvloer tijdens de dj-set van Calvin Johnson, totdat de kroeg de deuren sluit.

De overnachting vindt plaats bij mensen thuis, wederom in een comfortabel, ruim appartement. De volgende ochtend komen we langzaam op gang, luisteren wat muziek, eten van de overgebleven gebakjes van gisteravond en weten onszelf uiteindelijk naar de auto te slepen voor de rit terug naar Rotterdam. We worden enthousiast uitgezwaaid door de lieve gastheer en vrouw.

Voor komende optredens van Lewsberg kijk je hier.

Interview: Sommerhus

Moody folk, intiem en melancholisch

Aan de ene kant de twijfel, want hoe noem je de muziek die ze maken? En waar staan ze over vijf jaar? Tegelijkertijd is er de vastberadenheid als het gaat om gigs. Want die moeten vooral passen, met luisterend publiek. Een interview over twijfel en vastberadenheid. Maar we wilden meer weten van Vera Jessen Jührend en haar (muzikale) partner Peter Jessen, die samen als Sommerhus door het leven gaan.

Degene die je als eerste verwelkomt in huize Jessen is hond Thijs, een vrolijke kwispel wanneer de deur opengaat. Crooswijk, met aan de overkant van de Rotte Rotterdam-Noord. Van wat eens vervallen was begint steeds meer te lijken op een hippe buurt. Er verschijnt thee op tafel met een lekkernij van ‘De lof der Zoetheid’. Een absolute aanrader volgens Peter. De interviewer proeft, beaamt en noteert het. Beneden bevindt zich een piano, een erfstuk. Ook de contrabas van Peter staat er. Verder ademt de benedenverdieping niet direct muziek uit. Boven hebben Vera en Peter een studio.

Jullie wonen samen en maken samen muziek. Is er een leven naast de muziek?

Vera: “Zeker wel. We passen de muziek redelijk organisch in ons leven in. Het heeft grote voordelen, maar ook een nadeel, want het uitstellen van repetities ligt op de loer. Dan denken we: komt morgen wel. Daarom plannen we de repetities altijd in. We praten natuurlijk veel over muziek, maar in de avond doen we veel andere dingen”.

Zowel bij Vera als Peter zat muziek er al vroeg in. Op zijn zevende nam Peter pianoles bij de SKVR bij een leraar die ook basgitaarles gaf. Dat vond hij veel leuker. Op de middelbare school formeerde hij met vrienden zijn eerste bandje: Vim Fuego (vernoemd naar de leadzanger uit de Britse mockumentary Bad News). Na het conservatorium in Alkmaar (basgitaar) studeerde hij op de contrabas af op het Conservatorium in Rotterdam, tegenwoordig Codarts. Vera zat op de basisschool op een kinderkoor en later op een volwassenenkoor. Ze leerde zichzelf te begeleiden op gitaar en ontwikkelde haar stem door veel te zingen en te kijken en luisteren naar andere zangers, met soms tips van bevriende zangeressen.

Wanneer is voor jullie de liefde voor muziek ontstaan?

Peter: “Ik ben van huis uit altijd gestimuleerd om muziek te maken. Mijn vader speelt viool, mijn moeder zingt en speelt piano, mijn broer contrabas. Tijdens de studie contrabas in Rotterdam ging ik lesgeven bij de SKVR en belandde ik fulltime in de muziekwereld”.

Vera: “Vroeger was ik musicalgek. Mijn ouders namen me mee naar Miss Saigon. Toen ik het theater binnenkwam, de geur rook en het stemmen van de instrumenten hoorde, wist ik het: dat wilde ik ook”.

In het begin heetten jullie Vera, daarna Sommerhus, jullie doen songs van The Everly Brothers en zetten gedichten op muziek. Zijn jullie niet bang dat die verschillende dingen verwarring oproepen?

Peter: “We doen de dingen die we leuk vinden en bij alles wat we deden en doen zit er een Sommerhus-saus overheen. De constante bezetting is gitaar, contrabas en twee keer zang en daardoor blijft het altijd herkenbaar Sommerhus. Het is allemaal intiem en melancholisch”.

Vera: “Theatergroepen maken ook verschillende voorstellingen en dat doen wij ook. De muziek van The Everly Brothers past ons goed en met de Jozonetten van dichter Joz Knoop voelen we ons zeer verwant. Een Jozzonet is een dichtvorm waarin een gedicht zich spiegelt rond de middenregel, om weer te eindigen met de openingszin. Heel spannend om daar muziek op te zetten”.

En jullie gaan op deze weg door?

Vera: “Momenteel zijn we nieuw materiaal aan het schrijven, waarbij we wat meer zoeken naar ritme en structuur. Maar dat kan ook nog veranderen”.

Peter: “In feite ligt alles nu nog open. We laten elkaar flarden van ideeën horen en kleien zo een liedje in elkaar. Maar we gaan ook door met de Jozonetten en de nummers van The Everly Brothers”.

Waar zijn jullie tot nu toe trots op?

Er valt een kleine stilte. Dan:

Peter: “Op onze twee albums Sommerhus en Is There Such A Thing As Too Much Love, maar ook op onze reizen naar Zuid-Afrika en Swaziland waar indertijd een neef van mij werkte. Hij vroeg: komen jullie hier spelen en we zeiden natuurlijk ja. En daar hebben we met behulp van de Popunie (Music Export Rotterdam) een tour omheen gepland”.

Vera: “Optreden in IJsland vond ik geweldig, evenals onze gig op het klassieke muziek-festival Wonderfeel, maar ze proberen om klassieke muziek uit een keurslijf te halen. Waar ze nadrukkelijk op zoek zijn naar crossovers met klassieke muziek. Remy van Kesteren (harpist) speelde daar ook”.

Crossover, die term doemt op wanneer je jullie muziek hoort. Hoe omschrijven jullie je muziekstijl?

Peter: “Ja, daar hebben we het de laatste tijd wel over. Een tijdje noemden we het ‘kamerpop’ of ‘chamberpop’, maar dat dekt de lading niet helemaal. Iemand noemde het recent ‘moody folk’ en daar kunnen we ons wel in vinden. Het is een goede suggestie waar we nog wel even over nadenken”.

Even de glazen bol erbij pakken: waar staat Sommerhus over vijf jaar?

Vera: “Ik ben niet zo van het ver vooruitkijken. Ik denk dat we in 2020 met nieuwe liedjes gaan optreden en verder zijn we vooral bezig met het nu en we staan open voor allerlei nieuwe dingen. We merken dat als we integer blijven er steeds toffe nieuwe dingen op ons afkomen”.