Tourverslag: Cosmic Carnival in Japan

Vanuit Music Export Rotterdam worden doorlopend ondernemende Rotterdamse muzikanten ondersteund die bezig zijn ook voet aan de grond te krijgen buiten de landsgrenzen. The Cosmic Carnival toerde af naar het land van de rijzende zon, oftewel Japan.

Dinsdag 3 juli 2018:

Na een elf-uur-durende vlucht kwamen we vrij uitgeput aan op Narita Airport om vrijwel direct geconfronteerd te worden met een compleet andere wereld. We hadden ons van te voren enigszins ingelezen… en de verhalen zijn allemaal waar. De Japanse cultuur kenmerkt zich door fatsoen, manieren, orde, regels, respect, etc. Politie is nergens te bekennen, dus het gaat allemaal vooral ten koste van je eigen karma als je de (fatsoens-)regels overtreedt. Dan lijdt je als het ware gezichtsverlies. En dan krijg je ‘de blik’. Jij en je familie. En je voorouders. En je nageslacht. Goed. Er ligt dus geen afval op straat. Terwijl er nergens afvalbakken te bekennen zijn.

Iedereen buigt naar elkaar. Als je elkaar begroet, bedankt of je verontschuldigt. Dat gebeurt dus aan de lopende band bij zo’n beetje iedere vorm van communicatie tussen twee mensen. Als je iets van iemand krijgt, ook al is het je wisselgeld, dan pak je dat met twee handen aan. En eten doe je niet lopend, ook dan krijg je de blik. Als je naar de wc moet, dan staat je een ware sensatie te wachten, want met een heuse afstandsbediening kan je allerlei in temperatuur en intensiteit instelbare fonteintjes tevoorschijn toveren, op plekken waar je ze niet zou verwachten. En als je wil kan je de bril ook verwarmen. Het dagelijks leven is volledig afhankelijk van airco. Het nachtelijk leven ook trouwens. Twee nachten moesten we met zijn zessen in een minicamper slapen, ternauwernood overleefd.

Je mag buiten vrijwel nergens roken, terrasjes uitgezonderd. Maar als je het toch doet, dan krijg je ‘de blik’. En als je pech hebt een boete. Van liefst 18,-. Als je buiten wel kan roken, dan is het op een speciale, beschutte plek, waar niemand het kan zien. Tegelijkertijd kost een pakje sigaretten 40% van wat het in Nederland kost en je kunt ze om de 200 meter uit een automaat trekken, 24 uur per dag, de hele week. Een soort aanmoedigingsbeleid. Binnen in restaurants en uitgaansgelegenheden, zoals de venues waar wij optraden, mag dan weer wel gerookt worden. Buiten niet, binnen wel. Het rookverbod zoals wij dat kennen, maar dan compleet andersom. Tot zover de eerste opvallende indrukken die we op ons in konden laten werken.

Bepakt en bezakt namen we met onze groep van zeven de trein naar Tokyo. Eenmaal aangekomen in Shinjuku konden we eindelijk wat uitrusten. ’S Avonds volgde nog een korte wandeling door het stadsgedeelte waar we verbleven en maakten we voor het eerst kennis met de vele gamehalls die de stad rijk is. In 1 woord: bizar. Na een klein Mario-kart toernooi was het tijd om wat slaap te pakken.

Woensdag 4 juli 2018:

Het kostte even om op gang te komen, want: een jetlag van hier tot letterlijk Tokyo. Eerst moesten we een akoestische gitaar scoren, want ’s avonds wachtte al de eerste show in ‘Babel’. Na een fijne gitaar te hebben gevonden tegenover de venue ontmoetten we Mattia, onze boeker die verantwoordelijk was voor het organiseren van de tour. Na de spelregels nog eens uitgelegd te hebben gekregen maakten we ons op voor ons eerste optreden. Hoe zou men op onze muziek reageren? We sloten de avond af en de bands voor ons waren allemaal zeer verschillend. Van keiharde J-pop tot een hele ingetogen Japanse Jeff Buckley. Als bezoeker betaal je omgerekend 15 tot 20 euro om 4 a 5 bands te zien, zo werkt het in de vele live-houses die Japan rijk is. Bij de deur noem je de naam van de band waar je voor komt en die band krijgt een percentage van de prijs van het toegangskaartje. Het kan dus zijn dat je voor een volle zaal speelt, maar dat je alsnog niets verdient, omdat niemand voor jou is gekomen. De bands betalen op hun beurt weer voor hun plekje om te kunnen optreden. You pay, you play. Tja. It’s a long way to the top, if you want to rock ’n’ roll. Gelukkig gold die regel voor ons niet als ‘geboekte’ band en was voor ons de uitdaging om als nieuwkomer onze beste set te spelen en daarna zoveel mogelijk merchandise te verkopen.

Terwijl bij ontvangst en voor ons optreden de sfeer iedere keer heel erg gelaten was, alsof het allemaal een soort saai ‘moeten’ was voor iedereen, was het na de show steevast één groot feest. Dat komt ook doordat Japanners zich pas laten gaan na een paar drankjes. En drinken doen ze. Het lijkt alsof alle opgespaarde emoties dan naar buiten komen en gelukkig gebeurt dat op een positieve manier. Er wordt gejuicht en gelachen, rondjes uitgedeeld en iedereen wil op de foto en een handtekening. Ondertussen werden we overladen met complimenten, waarbij ze echt op de muziek ingaan. ‘Compositions… very…very… good!’ en ‘vocals….singing….harmony…so…cool!’ waren veelgehoorde reacties, wat natuurlijk enorm tof is om te ervaren, zo ver van huis. Technisch als ze zijn, klinken de Japanse bands zelf bijna te perfect bij het vertolken van hun eigen nummers. En als er wel weer emotie in hun muziek wordt gestopt, dan is het voor onze begrippen vaak weer vrij extreem. Hard, harder, hardst in combinatie met krijsen en schreeuwen, waarbij het muzikale dan ineens naar de achtergrond verdwijnt. Wij kwamen met een set vol groovende songs met herkenbare zanglijnen en samenzang en dat viel te midden van die technische en extreme bands enorm op.

We ervaarden die eerste avond meteen hoe enthousiast Japanners kunnen reageren, een enorm contrast met de bescheidenheid en ingetogenheid die we overdag hadden ervaren. Na het nodige applaus en buigingen in de kleedkamer liepen we met al onze spullen terug richting ons hotel en kropen we ons bedje in. Wat een avond!

Donderdag 5 juli 2018:

Overdag besloot een aantal van ons Shinjuku nog wat verder te ontdekken. Niet ver van ons Hotel lag het prachtige Shinjuku Park en iets de andere kant op konden we genieten van het cliché beeld van Tokyo, met animé figuren op flatgebouwen en vooral duizenden mensen die zich tegelijkertijd verplaatsten op hetzelfde kruispunt. De mensen lopen zo dicht op elkaar, dat het dragen van een mondkapje ineens helemaal niet meer zo’n overdreven idee lijkt. Na ‘echte’ sushi gegeten te hebben verplaatsten we ons naar de volgende venue: ‘Hot Shot’, gelegen in een Koreaanse wijk. Weer hadden we een breed scala aan voorprogrammas, met in het bijzonder de band van onze boeker Mattia, genaamd ‘Hanato Chiruran’. Fijne, Japanse pop met een zangeres in Kimono. De tent was gezellig klein en packed en het publiek ging helemaal uit zijn dak. Na de show werden we uitgenodigd voor een dinner party samen met de leden van Hanato Chiruran. Heerlijk Koreaans gegeten en onze saké vuurdoop gehad, om uiteindelijk kruipend met al onze spullen weer naar ons hotel te lopen. Wederom een uitputtende, maar geslaagde avond.

Vrijdag 6 juli 2018:

Een treinreis van ruim vier uur met de beroemde, razendsnelle Shinkansen trein bracht ons naar de noordelijke stad Morioka, waar we die avond zouden optreden in ‘The Five Morioka’. Na de soundcheck werden we meegenomen naar een restaurant om daar traditionele ‘reimen’ te eten, oftewel koude noedels. Een hele ervaring, waarbij nogmaals duidelijk werd dat het westerse lichaam er niet op gemaakt is om een uur lang in kleermakerszit aan een laag tafeltje te zitten. Na ook nog eens verdwaald te zijn geraakt in de drukke stad vonden we uiteindelijk de venue terug, waar we met liefde en Japans speciaalbier werden ontvangen door onder andere een van onze supporting acts: ‘Rosalind’.

Het verschil tussen Tokyo en Morioka uitte zich niet alleen op straat, maar was ook goed te merken aan het publiek. Communicatie was een stuk minder eenvoudig, omdat de mensen in het landelijke Morioka over het algemeen nog minder goed Engels spreken dan in Tokyo. Toch liet het publiek op alle andere mogelijke manieren (vooral door wederom onophoudelijk te buigen) merken hoezeer ze onze muziek konden waarderen en hadden we wederom een topavond. Het weer werd inmiddels slechter en slechter, nadat we via het nieuws al hadden gehoord dat noodweer de westkust van Japan zwaar had getroffen, met vele doden tot gevolg. Gelukkig zou het in ons geval blijven bij een paar hele natte dagen, zonder verder oponthoud of problemen.

Zaterdag 7 juli 2018:

Na een stevig hotel-ontbijt in ons hotel in Morioka moesten we weer vroeg op pad om de trein richting Sakata te halen, die ons naar het noord-westen zou brengen. We genoten ondanks de vele regen van het prachtige uitzicht dat we vanuit de trein hadden. Eenmaal in Sakata sjokten we met al onze spullen van het station naar het Japanse traditionele guesthouse dat zich kilometers verderop bevond. Het slopende tillen en lopen door de klamme hitte begon inmiddels zijn tol wel te eisen. Iedereen begon letterlijk kilos af te vallen en je kon aan je spraakvermogen merken hoeveel invloed de warmte had. Er moest dan ook regelmatig worden gestopt voor een drinkpauze. Na onze koffers te hebben gedropt bij de guesthouse liepen we snel met onze instrumenten door richting de venue, ‘Hope’ in Sakata. We werden al op het kruispunt opgevangen door de supervriendelijke crew en speelden voor het tot dan toe meest openlijke enthousiaste publiek. Na afloop van de show kregen we een heerlijk traditioneel diner aangeboden, iets dat steeds vaker na shows zou gaan plaatsvinden. En omdat het zo bleef regenen en ons wederom een lange voettocht naar onze guesthouse te wachten stond, besloot de crew van de venue ons ook nog eens, of we nou wilden of niet, met auto’s terug te brengen. Karmapunten voor de crew!

Zondag 8 juli 2018:

Na wakker te zijn geworden in het prachtige, traditioneel Japans ingerichte guesthouse werd Kaj pijnlijk aan de herinnerd aan de onvoorwaardelijke liefde voor katten die sommige Japanners hebben: vlooienbeten op de benen als gevolg van de lift naar huis van de avond ervoor. Jeuk dus, geen prettige bijkomstigheid in combinatie met het vele sjouwen en lopen bij tropische temperaturen. We namen een boemeltreintje, weer richting het noorden, naar Akita. Na een te gekke show in ‘Livespot 2000’, voor een volle en enthousiaste zaal, verkochten we een hoop cd’s en dreigde onze bescheiden voorraad al ver voor het einde van de tour uit te verkopen. Aan het einde van de avond kregen we de beste sushi van ons leven aangeboden. Niemand sprak daar ook maar een woord Engels, dus men had voor de zekerheid een tolk gehuurd. Toch werd het tijdens het diner weer een groot feest, met onder andere een rap battle, tot tien leren tellen in het Japans en als klap op de vuurpijl een bruidskimono als kano voor Indra, afkomstig van de eigenaresse van de zaal. Een laatste onvergetelijke dag in het noorden van Japan.

Maandag 9, dinsdag 10 en woensdag 11 juli 2018:

Onze eerste twee echte ‘vrije’ dagen. Per trein reisden we via Tokyo terug richting het zuiden, om in Yokohama vervolgens onze minicamper op te halen op het giga-drukke station. Na een succesvolle overdracht bleken we nét met al onze koffers en gear in de camper te passen. Er moest snel worden gewend aan het links rijden en waar doe je dat beter dan in hartje Yokohama in de spits? Gelukkig bleken Kaj en Michael het allemaal snel onder de knie te hebben en spraken we af dat er altijd een oplettende navigator naast de bestuurder zou zitten. Eenmaal uit de stad bleken de wegen ontzettend rustig

en heerlijk rijden, waarbij wel met enige regelmaat moest worden gestopt voor tol. Omdat we de avond vrij hadden, besloten we een stukje door te rijden richting de voet van Mount Fuji en daar de nacht door te brengen in de camper. Na een nachtje zweten beklommen we de volgende middag, op Nicolas zijn verjaardag, de Mount Fuji. Op slippers, flip-flops en sneakers. Yes. Rock ’n’ roll.

Na twee bloedhete nachten in de camper was het wel weer mooi geweest. Met veertig graden werden we de bus uitgebrand, nog voor we aan de nodige uren nachtrust waren gekomen. Na een frisse duik in Lake Yamanaka, te midden van enkele honderden koïkarpers, reden we terug naar Yokohama, om daar ’s avonds op te treden in ‘7th Avenue’. Op een of andere manier speelden hier deze dag verder enkel Japanse bluesbands, tot dit moment een voor ons onbekend fenomeen. Onze eigen blues-invloeden werden door het publiek gewaardeerd en na de avond te hebben afgesloten met weer een fijn optreden werden we andermaal getrakteerd op een heerlijk diner met crew en andere muzikanten. We besloten een hotel te zoeken om zo een goed nachtje slaap te kunnen pakken, aangezien we nog twee intense weken voor de boeg hadden.

Donderdag 12 juli 2018:

Na een reis van 2,5 uur met onze mini-van bereikten we tegen het einde van de middag de stad Kofu, waar we ’s avonds een show in ‘Kazoo Hall’ zouden spelen. We sloten de avond weer af en de zaal was goed gevuld. De merchandise vloog er weer doorheen en hoewel er weer een geweldige sfeer hing, moesten we na afloop snel terug naar ons hotel, aangezien de volgende ochtend vroeg de wekker zou gaan.

Vrijdag 13 juli 2018:

Na een reis van 9 uur kwamen we eindelijk aan in Okoyama, waar we direct de spullen konden uitladen bij de venue. Pepperland bleek de kleinste venue van de tour en had iets weg had van een metal-cave. Bij aankomst werd duidelijk dat een van de andere bands had afgezegd, en dat de kans op een volle zaal daarmee een stuk kleiner werd. Tijdens de show bleek dan ook dat het publiek bestond uit de leden van een andere band, een verdwaalde Nieuw-Zeelander en het barpersoneel. Ondanks die tegenvaller creëerden we voor onszelf een leuke avond, omdat het ons in de gelegenheid bracht om muzikaal te experimenteren en om enkele risico’s te nemen. Die avond besloten we om wederom niet in de camper te overnachten, vanwege de alsmaar oplopende hitte. Op onze late rit door het donker richting Kobe, vonden we, nadat we bijna vast kwamen te zitten in de nauwe straatjes van Okoyama, na een uur rijden aan bij een hotel dat nog een plekje voor ons kon vrijmaken. Eindelijk weer even uitrusten.

Zaterdag 14 juli 2018:

Na ons te hebben opgefrist in de Japanse hotspring van ons hotel vertrokken we naar Kobe, waar we die avond in ‘Blueport’ zouden spelen. Vóór ons speelden 3 andere bands, die qua stijl weer ver uit elkaar lagen. Als eerste speelde er een singer/songwriter, daarna een Japanse hiphop groep en de laatste band speelde J-pop. Gelukkig werd ook onze muziek toch weer heel erg gewaardeerd. Na de show kregen we wederom veel bedankjes en respect van de andere bands en publiek. Het viel ons wederom op hoe creatief Japanners kunnen zijn met de Engelse taal. Dit was terug te zien in hun bandnamen: ‘The Oral Sex’, ‘The Oral Cigarettes’, ‘Asshole Unite’, ‘Fuck You Heroes,’ ‘Life is crew’ en ‘No Music No Bear’ zijn slechts enkele voorbeelden uit het brede scala aan namen die we voorbij hebben horen en zien komen. Crazy en hilarisch.

Zondag 15 en maandag 16 juli 2018:

De zondag begon met een ontbijt bij Gusto. Onze favoriete Japanse food-keten die iets weg heeft van een Amerikaanse diner, maar waar naast snacks van alles verkrijgbaar is, van spaghetti tot ramen. Voor ieder wat wils dus en ideaal voor een band on tour. Daarna vertrokken we richting Osaka. Enkele dagen voor de show kregen we helaas het bericht door dat door een gebrek aan andere acts onze show niet door zou gaan. Bummer, maar het gaf ons wel wat ademruimte. We besloten de stad door te struinen en ondergingen de cultuurshock volledig. Gamestores, manga en anime. Aan het begin van de avond reden we meteen door naar Nara, waar we drie nachten zouden verblijven. De volgende dag hadden we een vrije dag en konden we de prachtige stad bezoeken, met beroemde Shinto- en Boeddhistische tempels, prachtige Japanse tuinen en het park vol met 1200 heilige en tamme herten.

Dinsdag 17 juli 2018:

’S Avonds stond een show in ‘Neverland’, Nara op het programma. Na de soundcheck werden we meegenomen naar een restaurant dat speciaal voor ons geopend was. De gitarist van ‘Rosalind’, die we een aantal dagen eerder hadden leren kennen in Morioka, had als gift geregeld dat er kip voor ons gegrild zou worden op traditioneel Japanse wijze. En een gift sla je in Japan natuurlijk niet af, dat is onbeleefd. Wat een feest! Vóór ons speelden die avond 3 andere bands, die veel indruk op ons maakten, waaronder ‘Ayniw Tepo’. De zaal was goed gevuld en onze show werd met gejuicht ontvangen.

De input van Michael’s basgitaar begaf het echter tijdens het optreden, waardoor zijn bass in een enorme stoorzender veranderde. Gelukkig werd verdere frustratie daarover snel omgezet in liefde, toen de gitarist van een van de andere bands reparateur bleek te zijn. Dus had Michaels basgitaar aan het einde van de avond een nieuwe input. Wat een lieve mensen, wederom een onvergetelijke avond en show!

Woensdag 18 juli 2018:

Na 3 nachten in het hotel in Nara geslapen te hebben verplaatsten we ons naar het prachtige Kyoto. Ondanks de hitte wilden we ook onze middag zo nuttig mogelijk besteden. Dus viel ons oog op het oude kasteel Nijo van de shogun, waar we ons tijdens de rondleiding heel even Samurai konden wanen. ’S avonds speelden we in ‘Growly’, samen met nog eens 5 andere bands, waar we wederom de afsluiter waren. Wat een verademing dat Michaels basgitaar het weer zonder nare bijgeluiden deed! Het publiek ging los en we verkochten ons laatste beetje merchandise. Na de show reden we naar ons hotel, wederom in Japanse stijl, waar we met zijn allen op de grond sliepen op traditionele tatami matten.

Donderdag 19 en vrijdag 20 juli 2018:

Weer een dag om uit te rusten. Omdat het nog steeds zo heet was, er was zelfs voor Japanse begrippen sprake van een hittegolf, hadden we steeds meer behoefte aan een frisse duik. We reden naar een groot meer aan de rand van Kyoto en sprongen in onze zwembroek meteen het water in, gadegeslagen door Japanners die het maar een vreemd tafereel vonden. Want zwemmen, dat doe je in een zwembad, niet in een vies meer. ’S avonds reden we door naar Nagoya, waar de volgende dag onze een-na-laatste show wachtte. Na een heftige nacht als gevolg van kapotte airco’s en te kleine twee-persoons-bedden gebruikte iedereen zijn vrije tijd om goed uitgerust te zijn voor de laatste twee shows. ‘Jammin’ was een prachtige zaal in het vrij moderne Nagoya, waar ook grotere bands regelmatig optreden. De volgende dag zouden we via Yokohama terugkeren naar Tokyo, met nog een laatste show op het programma.

Zaterdag 21 en zondag 22 juli 2018:

Vroeg in de ochtend vertrokken we naar Yokohama, om daar onze camper weer in te leveren. Onderweg kwamen we in een lange file terecht, vanwege een naar en waarschijnlijk dodelijk ongeluk dat nog geen driehonderd meter voor ons had plaatsgevonden. Wat ons er nog maar eens van bewust maakte dat alles tot dan toe helemaal goed was gegaan. Inmiddels met behoorlijke haast pakten we vanaf Yokohama de trein naar Tokyo, waar we die avond onze laatste show speelden in het gezellige ‘What The Dickens’. Deze tent staat er bekend om dat er vooral veel westerlingen en toeristen op af komen. En dat hebben we geweten. Het was een onvergetelijke laatste avond waarin we 3 sets van een uur mochten spelen. Aan het einde van de avond ging het publiek helemaal uit zijn dak en uiteindelijk lallend van het bier en de saké weer naar huis. Om de avond compleet te maken zocht een deel van ons die nacht nog de karaoke-bar op en deden we een poging te slapen in een capsule hotel. Wederom een onvergetelijke ervaring. Nadat we ons de volgende ochtend verplaatsten naar een iets comfortabeler hotel, hadden we nog een dag om uit te rusten, waarbij we nog een laatste ontmoeting hadden met Mattia. Na een goede maaltijd en nog een laatste avond in Tokyo namen we afscheid van het onvergetelijke Japan en maakten we ons klaar voor de lange vliegreis terug naar Nederland.

Meer The Comic Carnival? Check hun Facebook-pagina.

Deze tour werd mede gefinancierd door Popunie Music Export Rotterdam.

My Own Army – A Medicine Show

  • A Medicine Show

  • My Own Army
    • Genre: rock, grunge
    • Release-type: ep, cd, digitaal
    • Label: RVP Records

In 2014 bracht de Rotterdamse rockgroep My Own Army zijn debuutalbum Too Many Faces uit. Inmiddels, vier jaar later, heeft de band weer een nieuwe plaat op zijn naam staan, namelijk de ep A Medicine Show. Deze ep telt een vijftal grunge-waardige nummers die prima in een rijtje passen naast bands als Nirvana, Soundgarden en Alice in Chains.

Dat My Own Army zijn inspiratie uit deze hoek van de muziekgeschiedenis heeft gehaald blijkt meteen wel met opener Misplaced Memories. Een typisch rocknummer met een sterk geluid en een lekker refreintje; een goede starter die de toon zet voor de rest van de ep. Vlak nadat de laatste noten hiervan klinken, valt de luisteraar vrijwel meteen in Married In Concrete, het tweede nummer op A Medicine Show.

Married In Concrete hanteert een sound die vele malen agressiever klinkt dan zijn voorganger en is met een lengte van 2:08 minuten het kortste nummer van de ep. Kort, maar krachtig. Na zo’n korte muzikale explosie, komt de ep van My Own Army in een rustiger vaarwater. Overboard bouwt op naar een krachtig nummer met een lange, sterke en dreigende intro die goed in elkaar steekt. De melancholische zang van Herman de Kok past perfect binnen het genre.

Met A Single Bite brengen de heren een prima rocknummer met een kleine twist gebracht door het gebruik van een elektrische 12-snarige gitaar. Tenslotte is daar Handwritten. Het nummer begint rustig maar ontvouwt halverwege in een complex muziekspektakel en explodeert uiteindelijk als het ware en vormt daarmee een harde afsluiter van deze ep.

Al met al zet My Own Army met A Medicine Show een rauwe grunge-ep neer met een unieke stijl waar overduidelijk veel werk in is gestoken. Ik ben in ieder geval zeker benieuwd naar wat de toekomst brengt voor deze heren.