Tabanka – Spertador

  • Spertador

  • Tabanka
    • Genre: funaná, cabopop
    • Release-type: album, digitaal
    • Label: self-released

Toegegeven! Tot voor kort wist ik nauwelijks iets van Kaapverdische muziek… Dat is voor een Rotterdammer toch redelijk schandalig. Daar kwam een poosje geleden verandering in toen mijn lieftallige vriendin Esther mij introduceerde in ‘morna’. Ik was daar al behoorlijk van onder de indruk, maar ik miste toch iets; dit klonk allemaal behoorlijk Portugees geïnspireerd en ik kon mij niet voorstellen dat er geen andere geluiden van de eilanden kwamen. Na het avondje morna zat de dag erna het verzoek de Rotterdams-Kaapverdiaanse band Tabanka te recenseren in mijn mail. Zonder vooraf te luisteren zei ik daarop ja en daar heb ik absoluut geen spijt van gekregen. Ik geloof in serendipiteit…

Dit is andere koek! Dit is heerlijke muziek, dit is funaná…! Dit waren precies de geluiden die ik wilde horen. Kaapverdië heeft een koloniaal verleden. Na eeuwenlang onbewoond te zijn geweest namen de Portugezen de eilanden in de 15e eeuw in bezit. De Portugezen hadden maar één doel; een florerende landbouw in te richten met behulp van West-Afrikaanse slavenarbeid. Toen wereldwijd de slavernij verboden werd, werden de omstandigheden voor de voormalige slaven niet veel beter. Onder het bewind van de fascist Salazar werden de Kaapverdische eilanden eenvoudigweg toegevoegd als provincie van Portugal.

In 1974 werd Salazar tijdens de Anjerrevolutie afgezet; het bevrijdde Portugal verleende in 1975 Kaapverdië de onafhankelijkheid. In de periode voorafgaande aan de onafhankelijkheid was het op z’n zachtst gezegd onrustig in kolonie. Onder leiding van Cabral werd dapper gestreden voor zelfbevrijding en was er een muzieksoort die onlosmakelijk verbonden was met deze strijd: de funaná. Tot de afzetting van Salazar was deze muziek verboden omdat haar opzwepende klanken het Kaapverdische volk wel eens op revolutionaire gedachten kon brengen. Laat dat nou net de muziektaal van Tabanka zijn…

Tot 1975 leed de funaná vooral een sluimerend bestaan. De muziek wordt gekenmerkt door een aantal onmiskenbare aspecten: Een absurd snel en opzwepend tempo, een jagende bandoneon, een snaredrum als een mitrailleur en het hypnotiserende gerasp van de ‘ferrinho’ die in geluid wel enigszins lijkt op de Caribische ‘gaita’.

Rotterdam heeft een grote diaspora van Kaapverdianen, zodat het wachten was op het grote culturele stempel. Sinds de jaren ’80 worden de inktvlekken groter en groter. Daarom mogen we ons meer dan gelukkig prijzen met Tabanka; wat mij betreft dé adepten van de moderne funaná. Na eerst behoorlijk beïnvloed te zijn geweest door grootheden als Bulimundo, Américo Brito en vooral Bitori wisten ze een geheel eigen geluid te vinden dat klassieke funaná combineert met jazz, pop en zelfs urban. Misschien is het vloeken in de kerk, maar het werk van Tabanka maakt op mij dezelfde indruk als wat Moreno Velosa, Doninico Lancelotti en Alexandre Kassin hebben gedaan met de Braziliaanse samba; met respect voor alle tradities worden deze tradities door de mangel genaamd ‘nu’ gehaald.

Zodoende heb ik bij herhaling een heerlijk album beluisterd waarbij de wekkers van het intro, het opzwepende Fund Cabock, de hypnotiserende gitaar op Tabanka, de prachtige viool op Tradicao, de heerlijke beat op Mama en de zweep op Curtisao mij hebben geleid tot de werkelijke grootse hoogtepunten van de plaat, namelijk de nummers met William Araujo. Het zijn twee nummers van een ongekende schoonheid: Kata Negra en Ca Ta Brinka Nao waarin de band boven zichzelf uitstijgt.

Nee, dit is geen bandje dat een steuntje in de rug verdient. Dit is onze eigen Rotterdamse Manu Ciao… Heb ik al eens gezegd dat ik alleen platen recenseer die ik echt goed vind? Bij deze! Kopen! je zomer zal nooit meer dezelfde zijn…

Volg Tabanka op Facebook voor het laatste nieuws en shows!

Get Loose: een dag dikke hiphop op het Afrikaanderplein

Het was de hoogste tijd voor Get Loose, volgens initiator YMP (Mich Simon): “Rotterdam is eigenlijk hiphop hoofdstad, maar heeft geen serieus festival. Kan natuurlijk niet.” Zaterdag a.s. is het zover en vindt de eerste editie plaats.

Naast grote namen als Fresku, Hef en Winne staan er ook populaire acts als Murda, NoizBoiz en leden van Broederliefde op het festival. Er komt verder een prettige rapper uit Engeland (Che Lingo) en er draaien de hele dag fijne dj’s op het Afrikaanderplein, waar het evenement zal plaatsvinden. Tot slot is er veel ruimte voor aanstormend Rotterdams talent (van Mopperatchi tot Monta).

Foto: Sanne Donders

 

Toen de energieke organisator zelf jong was, was hiphop luisteren voor YMP niet zonder risico’s: “Stiekem hoorde ik de bandjes van mijn broer en kreeg gelijk klappen als hij erachter kwam. EPMD, Wu Tang, Cypress Hill, dat soort dingen. Later was DMX mijn eerste held, vanwege de performance en die super rauwe stem. Tegenwoordig luister ik graag Kendrick Lamar en Migos. Misschien even slikken voor sommigen, maar 50 Cent vind ik toch echt wel de grootste. Hij brengt business en kunst in balans. Onbevreesd zijn, daar gaat het om.”

Die houding is geen overbodige luxe als je een festival organiseert. Daarbij komt dat het beoogde publiek vaak traag is en nog praatjes heeft ook: “Boys kopen altijd last minute, of klagen vervolgens dat ze niet kunnen als de tickets op zijn. Het is een groot financieel risico, er zit zeker een bepaalde druk achter. Ondernemen is ook een kunstvorm.”

Uit kleine details blijkt dat het de eerste editie van een festival met potentie is. Hoewel hiphop misschien nog steeds een beetje een mannenwereldje is, zou de verhouding van één of twee dames per 20 mannen op de planken wel iets diverser kunnen. Op de website zijn rommelige vormgeving, gebrekkige informatie en onhandige formuleringen een teken dat de volgende editie net wat strakker aangepakt kan worden, maar het zijn kinderziektes die de pret niet mogen drukken. Of zoals YMP het formuleert, na bevestiging dat trots best op zijn plaats is: “Precies, dit is het begin van de toekomst.”

Als artiest heeft de poëet zelf ervaren dat het podium ver kan reiken. Lang dacht hij dat theater ‘alleen voor rijke witte mensen’ was, nu maakt hij met productiehuis Flow voorstellingen met jongeren die net als hij in de gevangenis zaten, of op andere manieren met geweld in aanraking kwamen. “We halen ze van de straat, zodat ze artiesten of productiemedewerker kunnen worden. Sommigen blijven een maand, anderen vijf jaar. Na mijn eigen detentie ben ik nooit meer dezelfde persoon geweest. Die twee jaar hebben mijn leven gered.”

Het is duidelijk dat hij inzichten wil doorgeven. Theater Zuidplein en Islemunda (podium van IJsselmonde) zijn nu de basis, de brug over naar het centrum is de volgende stap. YMP komt vaak erg actief over, maar weet het te combineren, want draagt ‘meerdere petjes’: “De eerste is die van betrokken vader, ik heb een zoon van vier. Vroeger heb ik negatieve ervaringen gehad, dus toen ik vrijkwam, werd hij mijn drijfveer. Zelf heb ik geen vader gehad, dus ik ga achter mijn dromen aan, zodat mijn zoon dat ook gaat doen. Of hij nou rapper of voetballer wil worden.”