Stem nu op jouw favoriete GPR finalist voor de publieksprijs!

De finalisten zijn al een tijd terug bekend gemaakt en vanaf nu kun je stemmen op jouw favoriet in een van de vier categorieën. De publieksfavoriet wordt bepaald aan de hand van de online stemmen.

Benieuwd wie de finalisten zijn?

Bekijk alle finalisten en breng je stem hier uit vanaf 3 september 16.00 tot maandag 17 september 12.00 uur.

De vier categorieën

De publieksprijzen worden uitgereikt in de categorieën Bands, Electronics, Hiphop en Singer/Songwriter. De publieksfavoriet wint een geldbedrag (met dank aan Sena Performers) van € 250,- en coaching.

JR & T’hacquisition won in 2017 de publieksprijs en de 1e prijs bij de GPR finale Hiphop.
Copyright foto: Bart Notermans.

Harder dan ik hebben kan

De afgelopen drie columns heb ik het gehad over dynamiek en hoe we daar mee omgaan in het masteringproces. Maar hoe hard moet een track zijn om mee te kunnen met de concurrentie? En is het nodig om voor alle verschillende media (streaming, vinyl, cd, cassette) aparte masters aan te leveren? Kijk, dat zijn nog ’ns een stel goede vragen!

Op de eerste vraag is niet echt een eenduidig antwoord te geven. Tuurlijk, een LUFS-meting laat zien hoe hard/luid een master klinkt maar dit zegt niets over hoe de track zich verhoudt tot andere tracks van andere artiesten die zich in dezelfde schuit begeven als jij. Het ‘ideale’ volume van een song hangt van vele factoren af. Is het een ballad of juist een mega energieke of up-tempo song? Welk genre is het? Is het dynamisch of gebeurt er op dat vlak niet zo veel?
Allemaal zaken om rekening mee te houden bij het bepalen van een goed volume van een song. En als het om een album of ep gaat komt ook de flow van de opeenvolgende songs om de hoek kijken. Blijft het volume van alle tracks gelijk of ‘golft’ het volume van de tracks heen en weer om het verhaal van het album meer kracht bij te zetten?

In de praktijk betrap ik mijzelf erop dat ik masters aflever die globaal een luidheid hebben tussen -10 en -15 LUFS. Soms ietsje meer, soms ietsje minder. De tweede vraag over al dan niet verschillende masters voor verschillende typen media is iets makkelijker te beantwoorden. Alleen als het om een vinyl release gaat zijn andere masters nodig. Vinyl heeft moeite met ‘sibilance’ (die S- en F-klanken die je weleens -te hard- hoort op vocalen). Ook stereo-informatie in het laag is lastig voor de naald en tot slot is een hoog volume ook niet fijn voor vinyl. Al is dit door het einde van de loudness war niet meer een echt probleem.

Er zijn engineers die vinden dat er voor ieder medium een aparte master gemaakt moet worden. Tenzij een master voor cd om de een of andere reden hysterisch hard moet en je daarvoor een aparte master maakt die harder maar vooral minder goed klinkt, zie ik de noodzaak van aparte masters niet in.

Streaming muziekdiensten maken tegenwoordig bijna allemaal standaard gebruik van normalizing waardoor alle tracks globaal even luid gaan klinken. Tel daarbij op dat zo’n beetje iedere streamingdienst een andere methode gebruikt om de loudness te meten et voilà: volume is ineens een stuk minder belangrijk geworden. En als je het harder wil luisteren dan zet je je volumeknop wat harder, best logisch allemaal. Volume: best oké, maar niet niet harder dan ik hebben kan.