Rotterdammer Dennis Kolen presenteert album in BIRD

dennis kolenThe Breakfast Club zorgt voor het ultieme zondagmiddaggevoel in BIRD. Een huiskamer op locatie voor mensen die hun weekend op een prettige manier willen afsluiten of de week met de juiste toon willen starten. Iedere zondag wanneer er een concert plaatsvindt kun je eerst genieten van een heerlijke American brunch en daarna van de warmste soul en jazz. Zoals die van Dennis Kolen, die op 27 oktober samen met Eric Vloeimans zijn nieuwe album Foreign Affairs presenteert.

Singer/songwriter Dennis Kolen begon zijn solocarrière met een vliegende start, nadat Leo Blokhuis zijn album The Jinx belachelijk mooi noemde in De Wereld Draait Door. Een paar maanden later tekende hij bij het onafhankelijke label V2 Records en bracht in een paar jaar tijd maar liefst zeven albums uit. Zijn laatste platen Revolution Of The Romantics en The Years Of DK kregen beide vijf sterren in het toonaangevende tijdschrift Revolver’s Lust for Life!

In september vorig jaar ontstond het idee voor een samenwerking met Eric Vloeimans, een van de grootste jazztrompettisten van Nederland. Begin 2013 doken de twee de studio in met Dennis’ vaste band als begeleiding. Deze losse en spontane sessie leidde tot het materiaal voor Foreign Affairs, een album dat weer een nieuwe periode inluidt voor Dennis. Geïnspireerd door de albums van Joni Mitchel en Miles Davis begeeft hij zich samen met Eric Vloeimans op nieuw terrein en koppelt hij zijn singer/songwriterschap aan de vrijheid die jazzmuziek biedt.

Extra informatie
Datum: Zondag 27 oktober
Locatie: BIRD, Raampoortstraat 29, Rotterdam
Aanvang: 13:00 uur (brunch) / 15L30 uur (concert)
Entree: 10 euro (deur) / 7 euro (vvk)

Voor meer informatie bezoek je de website van BIRD.

De eerste groef

Black MusicSoms word je in één klap met je jeugd geconfronteerd. Of eigenlijk met je ouderdom, het is maar hoe je het bekijkt. Anyway: ik was laatst bij Demon Fuzz Records op de Nieuwe Binnenweg, alwaar Mike – 1 van de eigenaren van die prachtzaak – als een ware professional door een stapel te sorteren lp’s aan het bladeren was. Ik keek toe, je weet nooit.

Eerlijk is eerlijk: veel soeps was het niet. M’n aandacht verslapte. Tot het moment dat mij inspireerde tot het schrijven van de eerste zin van deze column. Daar was-ie, mijn eerste lp! Ik deelde mijn emotie met Mike; wij kennen elkaar al ruim 20 jaar, dus dat kan wel. “Ja, die hadden wij thuis ook in de kast staan.”

Kung Fu
Black Music
, dat was (is) de titel van de verzamel-lp waar het voor mij mee begon. Dankzij deze plaat leerde ik James Brown kennen, Sly & the Family Stone, The Isley Brothers, Jimi Hendrix, Curtis Mayfield. Nog steeds grote favorieten van mij. Maar ik wilde de lp natuurlijk alleen maar voor het nummer dat via TopPop tot mij was gekomen: Kung Fu Fighting van Carl Douglas, een in Jamaica geboren Engelsman die eigenlijk – na een min of meer mislukte carrière – al was afgeschreven.

Maar zie, Carl kreeg in 1974 onverwacht een grote hit. En daar staat-ie hoor, pontificaal in het midden van de hoes tussen artiesten van grote(re) faam. De marketing-afdeling van Arcade Records had z’n werk goed gedaan: ik was 8 jaar oud, zag de hoes, en wist dat ik de Zuidplein-vestiging van Capi-Lux (zie ook hier) niet zou verlaten voordat de verkoper het kleinood in plastieke tas aan mij had overhandigd.

Geld had ik natuurlijk niet, ouders wel. Volgens mijn geheugen hoefde ik niet al te veel moeite te doen om mijn vader en moeder van het belang van deze aanschaf te overtuigen. Ze hebben er – zo’n 10.000 lp’s verder – waarschijnlijk nog wel ’s spijt van.

Zo grijs als de hoes
Snel naar huis. Gelijk Kung Fu Fighting op en Carl Douglas nadoen. Huh! En langzaam maar zeker ook de andere 19 (!) nummers draaien. Vervolgens de lp zo vaak op de platenspeler leggen dat de groeven al snel nauwelijks van elkaar waren te onderscheiden. Grijs.

Het besef kwam snel. Kung Fu Fighting? Leuk liedje, maar Sex Machine, Dance to the Music, Hey Joe en Move on Up waren toch wel béter. Steeds vaker sloeg ik Carl – en nog 1 of 2 andere nummers – tijdens de draaibeurt over. En er kwamen meer lp’s.

Arcade en K-tel
Het waren de jaren 70, tijd van de budget-labels. K-tel (As seen on tv) was nog marktleider in deze enigszins schimmige wereld; Arcade probeerde met alle macht een deel van de markt af te snoepen. In het begin was het platenlabel volgens mij weinig succesvol. Ik kan mij in ieder geval niet herinneren dat ik nog andere lp’s op Arcade had. Van K-tel wel.

Voor Arcade kwam het grote succes pas na de komst van Schiedammer Herman Heinsbroek, met cd-series als Dance Classics en Turn Up the Bass. Herman werd multimiljonair, en later zelfs nog even minister van Economische Zaken. Leuk voor hem, maar de bloemen gaan deze week naar de samensteller van Black Music. Hulde!

Jeroen van de Beek

Vinylverzamelaar. Historicus. Voormalig radiomaker. Parttime dj. Rotterdammer.