Live-verslag: On The Map – een volle avond voor jonge rappers

On The Map was een avond vol beginnend en gevorderd talent op een relatief jonge locatie, Roes. “We zijn een half jaar open”, vertelt bardame Anne. Een doelgroep of concept kan ze niet echt omschrijven, “maar het gaat heel goed hoor!”.

De locatie host vaker evenementjes, zoals Losgeld en avonden voor expats. “Meestal komen hier vaste klanten, toeristen en mensen die Witte de With te druk vinden. We maken een praatje met ze, vragen waar ze vandaan komen, wat ze van de tent vinden. We bestaan nog niet zo lang, dus feedback is handig.” De kok, ook ruim onder de 30, staat volledig achter de vegetarische optie, sinds kort een aanvulling op het praktische en toch hedendaagse cafémenu. Het voormalig uitzendbureau roept door de vele planten en de halve verdieping met galerij exotische associaties op.

Roes (net als buur Lola van Dudok) heeft een wat fragmentarische inrichting, van Chesterfield tot wrakhout en posterwand. Het geheel doet denken aan een strandtent. Vanavond voelt de locatie vooral als een clubhuis, waar iedereen lit is. De host heeft voor alle betrokkenen ‘kapot veel’ rijst met kip en groenten gemaakt. Het verhoogt de huiselijke sfeer. Spelletjes genoeg, van sjoelbakken en voetbaltafel tot arcade (beneden) en console (boven).

Een beamer projecteert Fifa, Tekken of Gran Turismo op een hangend laken, één van de vele doeken op deze verdieping. Er is namelijk allerlei grafische kunst te bewonderen. Selim (organisator en barman): “Eigenlijk wilde ik een grotere expo doen, maar het is beter selectief te zijn. Ook vanwege de ruimte. Daarom heb ik artiesten gevraagd die ik tof vind en die er echt willen staan.” Gedreven spreekt hij over het werk van Suzanne, Maurizio, Jannes en Daan.

Ook uit andere hoeken lopen er creatieven rond: film, foto en mode lijken media waar veel aanwezigen affiniteit mee hebben. Door de interactie van alle expressie hangt er een soort blije opluchting in de lucht (producer Froduction noemt muziek maken niet voor niets “een uitlaatklep”). Alle ruimte om jezelf te zijn dus. Ondertussen staat het opblaaszwembadje voor de deur vrolijk in de weg. Het lijkt een kwestie van tijd voor de eerste steezy sneaker er per ongeluk instapt, maar de bezoekers weten zich er (ondanks de drukte) evenwichtig omheen te manoeuvreren.

Wat opvalt is de hoeveelheid skaters (artiesten, personeel en omgeving – het skatepark is om de hoek) en fluoriserende kleuren. Dat laatste eigenlijk alleen bij donker publiek, van felle extensions en blauw gestifte lippen tot knalgroene strepen op een zwarte broek. Heftige kleuren zijn mogelijk het mooist bij contrast; lichte huid zou er alleen maar fletser van worden. De mode lijkt vanavond alle kanten op te waaieren (van kimono tot bloemenpak, van skibril tot Pikachu-rugzak), maar de overlap hint naar cyberpunk, anime en Amerika. Details knipogen vaak naar de jaren negentig, die bij vlagen ook uit de boxen komen (bijvoorbeeld via remixen van Pump Up The Jam en No Diggity… niet per se beter dan het origineel, wel heel gezellig). Vroeg op de avond klinken R&B en reggaeton, later vooral (live) trap.

Rond het eten lijkt iedereen elkaar te kennen. Niet verwonderlijk: er treden die avond erg veel artiesten op, meestal rond dezelfde leeftijd en in dezelfde subgenres actief. Ze komen uit de buurt, uit Den Haag, Dordrecht, Tilburg en Amsterdam. Elke rapper krijgt een kwartier, de line-up loopt van 19.00 uur tot na middernacht. “Het gaat om connecten tussen acts, van headliners tot first-timers” legt Selim uit. “Rotterdam op de kaart zetten”. Bezoekers aan de overkant (op het terras mag je namelijk niet blowen) bevestigen de behoefte aan dit soort avonden. “Gewoon een cafeetje voor jongeren, met onze vibes. Clubs zijn beter geregeld in Rotterdam.”

De eerste act begint fluisterend, waarna de beat er zó hard inknalt, dat de rapper plots bijzaak lijkt geworden. Op zich geen ramp, hij zoekt toch nog een beetje naar een eigen sound. Daarbij is het de dj vergeven: hij doet dit voor het eerst, benadrukt hij gedurende de avond. Het zorgt voor een speelse setting, waarin zowel pro als beginner op hun plek zijn. Meisjes met lolly’s luisteren glazig naar vunzige teksten, waarin de naam van een dame rijmt op het geslacht van de artiest. Sommige rappers doen nog iets te hard hun best zichzelf te bewijzen, wat eigenlijk meestal averechts werkt. Heel hard “I don’t give a fuck” schreeuwen, klinkt wat onbeholpen als je toch echt je best doet.

Tommy Surf van Purple Planet staat qua inhoud en vorm stevig in zijn schoenen. Het klinkt vaak vrij oldskool en mellow in vergelijking met de andere acts, misschien dat hij daarom vroeg op de avond is geprogrammeerd. Gelukkig is het al volle bak en weet hij het publiek in te palmen met skills, zelfspot en oprecht sentiment. Tweestemmig klinkt Forever Is A Really Long Time bijzonder lekker. Tussendoor, vrolijk: “Dit nummer is het meest emotionele wat ik ooit heb geschreven. Shout out naar mijn ex! Straks weer harde gangstershit!”

Door het enthousiasme van alle rappers ging de geplande open mic niet door: “Iedere artiest had een kwartier, maar alles liep een uur uit en toen moest de muziek zachter”. Selim overweegt een eventuele volgende keer de open mic in de pauzes te plannen. Handig voor de continuïteit ook: “Nu ging iedereen tussendoor naar buiten, dus moesten we ze steeds naar binnen lokken voor de volgende act.” Gelukkig was er een spontane afterparty bij Superdisco, voor de gelegenheid open: “Ze waren al dicht maar vonden onze avond tof. Er was geen bewaking meer, ze hebben mensen moeten wakker bellen.”

Selim blikt tevreden terug, want het ging “beter dan verwacht”. De artiesten die hij het boeiendst vond, waren Sebio (‘echte interactie’), Levi (‘fixt muziek’), Sammie Sedano en Rey Tranquilo. Zijn collega Anne had iets meer tijd nodig om te landen: “Hartstikke leuk, maar als ik heel eerlijk ben, totaal niet mijn muziek. De volgende dag waren mijn oren aan het suizen. Wel heel leuk voor al die gasten, een plekje om op te treden. Iedereen had vrienden uitgenodigd, we zaten makkelijk boven de 200 man.”

Volg On The Map op Facebook.

Copyright foto’s: Thomas Wieringa

Dagboek Van Een band: Oefenhok

Het bandleven is zwaarder dan menigeen zou denken, neem bijvoorbeeld het oefenen. Het klinkt heel romantisch, lekker spelen, biertje drinken, lol hebben met je maten enzovoorts maar een beetje band oefent serieus.

Black Sabbath oefende, naar verluid, hele dagen van acht uur ’s ochtends tot vijf uur ’s middags, konden ze ’s avonds een biertje drinken, ofzo. Dat lukt bij onze band niet, buiten het feit dat iedereen een baan heeft, zijn er kinderen, andere bands en familieverplichtingen die aandacht eisen. Heel vervelend want zo gaat kostbare oefentijd verloren. Door al deze beslommeringen komen we elke twee weken slechts één keer in het oefenhok.

Dat is niet veel, maar het moment dat alle snoertjes en pedalen aangesloten zijn en de power knop aangaat, blijft magisch. Het gekeuvel verstomd als er gezoem uit de versterker komt. Dan voorzichtig een paar snaren aantikken en na een overtuigende trap op je luidste pedaal uithalen met een paar zware akkoorden. Een half minuutje snoeihard die akkoorden hakken totdat je ziet dat je bandmaten je vermanend aankijken en je het volume wat lager draait. Mooi man, muziek maken!

Copyright: Rudolf Kovács

En als het dan even stil is, begrijpen we elkaar niet altijd ook al spreken we allemaal Nederlands. Wij muzikanten die geen muziek kunnen lezen, spreken een eigen taal. Dat klinkt in je hoofd prachtig maar is moeilijk te omschrijven. Het gaat van “Hweh Hweh Vaaaam” of “Flakka Flakka” en onze gitarist ondersteunt deze kreten met uitbundige handgebaren en vergelijkingen naar obscure bands uit een ver verleden. De verwondering op zijn gezicht als hij onze vragende ogen ziet zegt veel “je moet hier een beetje flakka flakka doen… weet je wel”. Dan blijft het een beetje stil, meestal. Daarna draaien we de volumeknoppen weer open.

Dat blijft een aandachtspuntje voor ons, het volume. Zo’n band als Black Sabbath die speelde natuurlijk niet zo hard, die verdeelden hun decibellen netjes over de week. Wij oefenen maar één keer in de twee weken dus al die decibellen worden in een paar uur geconsumeerd. Uiteindelijk verlaten we de ruimte met piepende oren en een voldaan gevoel. Er is weer een stap gezet naar wereldfaam en het is slechts een kwestie van tijd voordat al dat oefenen zijn vruchten afwerpt.

Wordt vervolgd…