Net als een instrumentalist maakt een masteringtechnicus gebruik van zijn of haar instrumentarium. Vaak worden die mooie spullen in zo’n rack gezien als losstaande units, elk met een eigen stempel/sound. Zo werken wij zoal met equalizers, compressors en limiters. “Kleurdozen” die een mix voorzien van een mooi klinkend laklaagje. Soms met extra kleur en karakter maar vaak ook zo transparant mogelijk. Allemaal om muziek te verbinden met jullie en al die andere luisteraars en genieters op onze aardkloot.
Voordat ik me intensief met mastering ging bezighouden was ik gitarist. Op mijn 16e had ik, naast een stapel folders van hifiapparatuur onder mijn bed, mijn eerste elektrische gitaar in mijn handen: een witte Washburn. Een variant op de welbekende Stratocaster, vergezeld van een dikke en vooral loeizware buizentop (merk onbekend, 100 Watt EL34), een 4×12” speakerkast en een fameus distortionpedaal van Proco (de Rat).
Niet lang daarna zat ik in mijn allereerste bandje: “Fast Fingers (Happy Girlfriends)”. De bandnaam doet anders vermoeden maar ik was groen als gras en bovenal zenuwachtig voor ons eerste optreden in buurthuis “De Velder” in mijn hometown Ede. Uiteraard was het optreden zeer succesvol.
Wat volgde was een carrière als profgitarist, compleet met een afgeronde studie elektrisch gitaar aan het conservatorium hier in Rotterdam.
Het instrument heeft me nooit losgelaten. Nadat ik in 2015 de keuze maakte om mij volledig op mastering te richten, bleef ik mijn apparatuur zien door de bril van een instrumentalist. Blijkbaar word je geboren als muzikant? Het instrument is het gereedschap waar je mee werkt. Ik was (en ben nog steeds) verliefd op mijn gitaren en ook koester ik inmiddels warme gevoelens voor mijn apparatuur die ik tijdens een mastersessie gebruik.
Toch blijft het statisch gereedschap. De beste tools van zowel muzikant als masteraar hangen aan de zijkant van ons hoofd. De oren bepalen wat je zoal doet met dat instrumentarium. Zonder deze ervaren schelpen is apparatuur eigenlijk zinloos. Wat heb je aan een zaagtafel van €2995,95 als je niet weet hoe je er (met je handen) mee om moet gaan?
Anno 2021 zie ik mijn apparatuur als twee instrumenten. Het zijn mijn twee chains die mij alle mogelijkheden geven een mix datgene mee te geven waardoor muziek nóg mooier aankomt bij de luisteraars. De eerste chain vormt de min of meer transparante basis met twee equalizers en twee compressors. De equalizers en compressors zijn elkaars tegenpolen. Waar de ene EQ vooral globaal te werk gaat met een mooie warme sound doet de andere EQ juist meer analytisch zijn werk.
Hetzelfde gaat op voor de compressors: de ene compressor is traag en biedt keuze uit een buizen of klasse A signaalpad. De andere compressor is veel sneller en heeft andere kleurmogelijkheden.
De tweede chain bestaat uit twee equalizers gevuld met buizen, in- en output trafo’s en discrete opamps. Kortom: dit zijn apparaten die je mix voorzien van subtiele kleuring. Verwacht geen grote stappen maar een verfijnd klankverschil. Of je muziek er beter van wordt? Soms wel, maar even zo vaak klinkt het beter zonder deze kleurbakken. Zo merk ik bijvoorbeeld dat muziek met elektronische bassen (synths) soms minder goed samengaat met buizen. De kleuring van de buizen maakt het strakke laag juist een beetje wollig.
Nu heten de ketens “Chain 1” en “Chain 2”. Wellicht zou ik de chains een naam moeten geven?
Ideeën? Iemand?

Renzo (Masterenzo) is een Rotterdamse masteringtechnicus. Vanuit zijn premium mastering studio in Overschie werkt hij aan vele producties van onafhankelijke artiesten als Charlie Dée (Hédi Carlee), Black Nazareth en Bart Voncken. Nóg meer info over mastering en Masterenzo is te vinden op zijn website.


