Het is soms verleidelijk om als optredend artiest over te gaan tot bruut geweld. Het leven van een rockbitch, vermomd als singer/songwriter, gaat nou eenmaal niet altijd over rozen.
Er zijn verschillende soorten optredens:
– Er zijn optredens waar je als muzikaal behang fungeert, vooraf te herkennen aan:
1. de gage,
2. een te lange speeltijd,
3. totale desinteresse van de opdrachtgever in het soort muziek dat je speelt en
4. totale onwetendheid van opdrachtgever over geluidsversterking (‘we improviseren wel wat joh, komt goed.’).
– En er zijn optredens die leuk zijn.
Gevaarlijk zijn vooral de mengvormen – optredens die leuk lijken, maar waar je uiteindelijk de klanten van een horeca-onderneming ‘iets extra’s biedt’. Waar die klanten niet altijd op zitten te wachten.
Zoals de keer dat ik vanuit Rotterdam afreisde naar een niet nader te benoemen gemeente in de Kop van Noord-Holland. Het etablissement waar ik moest spelen was stijlvol ingericht met items uit de collectie Jan des Bouvrie for Gamma. Langzaam druppelden er wat babyboomers binnen. Mijn toekomstige toehoorders namen plaats achter bittergarnituren en glazen witte wijn. Hun gedurfde brilmonturen wekten de schijn van enig artistiek bewustzijn. Dit moest mijn publiek zijn: een publiek dat mijn diepste zielenroerselen zou beantwoorden met dankbare ontroering.
Ik begon te spelen…
… De geluidsinstallatie deed het niet.
Shit.
Na een half uur was het apparaat gereanimeerd. De aandacht van het publiek was echter een zachte dood gestorven. Maar goed, ik houd wel van een beetje uitdaging, dus ik zette geheime wapens in: hier en daar een verfrissende kwinkslag om het ijs te breken, heel zacht gaan spelen, van die dingen.Het mocht niet baten.
“Welaan,” sprak ik mijzelve toe, “ik heb toch niet voor het muzikantenberoep gekozen om genegeerd te worden.”Ik moest blijkbaar harder geschut inzetten om de aandacht van het publiek te vangen. Vakkundig verving ik elke ‘baby’ in mijn teksten door ‘zuigeling’. Echter, het publiek leek weinig onder de indruk van deze metrische krachttoer.
Ik begon mij een beetje te vervelen. Verveling is onderdrukte ergernis. In dit geval ergerde ik me voornamelijk aan een vrouw van middelbare leeftijd met een sportief kapsel en een windjack, maar dat mocht, want zij was begonnen. Ze keek naar mij, wisselde een blik van verstandhouding uit met haar tafelgenoten en klikte geïrriteerd met haar tong, waarna ze diep zuchtte. Zo zie je maar, ware kunst doet een beetje pijn.
Soms is het een zegen dat de tijd genadeloos voortschrijdt. Ik verwerkte nog een paar welgemeende suck my black cock you motherfuckers in mijn repertoire, pakte mijn gage en gitaar en liep naar buiten – de vrijheid tegemoet. Daar kwam de man van Het Sportieve Kapsel naar me toe, elektrische fiets in de hand. Hij adviseerde me voortaan wat bloters aan te doen. Dan zou ik de aandacht van het publiek wat makkelijker vasthouden. Ik bedankte hem voor de tip, maar zei dat ik als kleine zelfstandige niet het risico kon lopen ziek te worden.
Tamara Woestenburg
Tamara Woestenburg is muzikant. Ze nam eerder op met Chef’Special en de band van Anouk, maar trad voor het eerst naar buiten met EP (2012). Volgens de recensies ‘een schijf vol adembenemende muzikale juwelen’ (3voor12) en ‘pure klasse’ (liveXS). Ze heeft de opvolger van EP in december 2013 opgenomen met de Amerikaanse producer Kramer (Pulp Fiction soundtrack, Low, Butthole Surfers). Dit debuutalbum moet later dit jaar worden uitgebracht. De muziek van Tamara Woestenburg is uniek en nergens mee te vergelijken, maar is ontstaan uit een voorliefde voor David Bowie, Tim en Jeff Buckley, The Beatles, Nick Drake, Kraftwerk, Queens Of The Stone Age, PJ Harvey, Radiohead, Portishead. Deze sferen weerklinken dan ook in haar werk. File under: Freakpop, Singer-songwriter with a twist.
