In deze nieuwe column schrijft Quincy over het gatekeepen van muziek.
Het ontdekken van muziek gaat vrijwel altijd gepaard met het introduceren van die muziek aan mensen in je omgeving. Je vader een verstofte discoplaat doorsturen om vervolgens een duimpje terug te krijgen. Je beste vriend vertellen over een obscure ambient artiest (die hij vervolgens kan mansplainen op Tinder, of erger nog, aan de bar). Je partner een side-project laten horen van één van hun favoriete artiesten en ze daar helemaal blij mee maken, etc. Het kan een heel fijn gevoel geven om iemand iets te laten horen wat compleet in hun straatje ligt, maar toch zijn er ook veel mensen die een minder sociaal-geaccepteerd gevoel bevredigen; het gatekeepen.
Voor de niet-chronisch-online lezers (count your blessings!); Gatekeeping gaat om het controleren, en meestal beperken, van de algemene toegang tot iets. Dit fenomeen komt vaker voor dan je denkt binnen de muziekwereld. Denk aan de mensen die eisen dat je drie nummers opnoemt van de artiest op je shirt, om vervolgens te lachen als één van die drie toevallig een hit is. Of mensen die je nieuwsgierigheid naar muziek die ze op hebben staan in de kiem proberen te smoren, met een opmerking die duidt op het idee dat je het alleen tof kan vinden als je aan verschillende criteria voldoet. Super irritant, natuurlijk!
Even eerlijk, ik was ooit pro-gatekeeping. Toen ik net de middelbare school verliet, ontdekte ik de slowcore band Duster. Hun lo-fi opnames, de pure melancholie en het minimale gitaarwerk spraken me allemaal ontzettend aan! Ik had het gevoel dat evenaarde aan een piraat die zo’n typische schatkist vindt na dagen graven in het zand. Na een aantal jaar geleefd te hebben in een wereld met schaarste aan Dusterfans in mijn omgeving, begon ik ineens één van hun nummers (Inside Out) te horen in social-media posts.
Tot iedereens grote verbazing werd deze (toen niche) band opgepikt door de Tiktok Gen-Z’ers en schoten hun maandelijkse luisteraars de lucht in. Mijn eerste gedachten bij deze ontdekking, als licht-pretentieuze muziekstudent, waren allicht elitair te noemen. Ik kende de band niet via TikTok (een platform waar ik nog steeds geen fan van ben) en ik was de ‘hype’ voor. Allemaal zaken die er achteraf totaal niet toe doen.
Ondanks dat ik gatekeepen veracht (zeker sinds ik zelf muziek ben gaan maken), heb ik er ergens wel begrip voor. Iedereen wil uniek zijn en hoe minder bekend de band waar je van houdt, hoe unieker je jezelf kan opstellen (wat ook nergens op slaat, natuurlijk!). Maar de crux is dat, door het gatekeepen, bands allemaal nieuwe fans kunnen mislopen. En vanaf daar is het domino-effect niet te vermijden. Minder fans betekent minder streams/album-sales, wat dan weer betekent dat een band langzaam in de vergetelheid kan verdwijnen, om vervolgens hun instrumenten in te ruilen voor een deprimerende 9-tot-5.
Naast dat iedereen evenveel recht heeft op het genieten van muziek als jij, doe je de artiesten en bands er ook een groot plezier mee door die stroming nieuwe fans niet tegen te houden. Dus, aan de mogelijke gatekeeper die dit leest: Jij wilt toch ook dat je favoriete band genoeg albums kan verkopen? Je wilt toch dat ze kunnen blijven optreden? Waar moet je anders super interessante Instagram stories van maken?? Het is toch veel fijner je liefde voor iets te kunnen delen met anderen? Zet die poortwachterspet af, open de sluizen en zet een punt achter gatekeepen.

Quincy Fortes is een muzikant, producer en schrijver uit Rotterdam-Zuid, voornamelijk actief binnen de spookachtige post-rockband L’orne en hiernaast ook betrokken bij de acts Loveth Besamoh en Horse On The Ridge. Voor de Popunie schrijft Quincy columns over de lokale scene.
