Crowdfunding gestart voor nieuwe nachtclub BIT

In Rotterdam-West zijn initiatiefnemers bezig met een nieuwe nachtclub op te starten; BIT. Het wordt een club en broedplaats voor elektronische muziek met ruimte voor artistiek en muzikaal experiment. Om de nachtclub te bouwen is een crowdfunding gestart, waarmee 3000 tickets voor de eerste acht evenementen van de openingsmaand worden verkocht. Club BIT hoopt in september van start te kunnen!

Club Bit 
BIT wordt een ruimdenkend en excentrieke nieuwe nachtclub met ruimte voor 400 man, die zich wil vestigen in een voormalig kantoorgebouw in het Keile-gebied in het westen van Rotterdam.  Het idee is om exclusieve concepten te bedenken in samenwerking met artiesten/organisaties met een eigen vormgeving, aankleding en line-up.

De 24-uursvergunning is al binnen. Maar de rest van het werk moet nog beginnen. Daarvoor hebben ze jouw steun nodig om het voor elkaar te krijgen! Je helpt mee door kaartjes te kopen voor jezelf, vrienden, voor één of meerdere nachten!

Opbrengsten
De volledige 100% van de opbrengst gaat naar de realisatie van Club BIT. Denk aan het aangepaste geluidsysteem, lichtinstallatie, interieurontwerp en visuele identiteit. Steun de crowdfunding door een ticket te kopen via deze link!

Volg BIT via Instagram en Facebook  en bekijk de website!

Wanneer is iets af? Het gevaar van oneindig blijven sleutelen en knopen leren doorhakken

Vandaag lijkt het me interessant om voor mijn nieuwe reeks columns voor de Popunie een stukje te schrijven over een fenomeen waar ik vrijwel dagelijks mee geconfronteerd wordt. Zij het door deadlines of simpelweg door het waken voor je eigen mentale gesteldheid: er komt een moment dat je als muzikant of producent een punt achter een project moet zetten en zegt: “het is klaar.

Een mix moet op een gegeven moment toch écht naar de mastering, want de platenmaatschappij of promotor heeft de track op die besliste datum nodig. Om maar een praktisch voorbeeld te noemen. Maar niet voor iedereen spelen dit soort externe factoren een even grote rol in het afronden van werk. Ik denk dat het mede daarom belangrijk is om je bewust te zijn van het feit dat je je als creatief persoon altijd zal blijven ontwikkelen, in grote of minder grote mate.

Dat wil zeggen: wat je in 2025 maakt, zal hopelijk een stuk beter klinken dan wat je in 2021 hebt gemaakt. Wil dat zeggen dat je werk uit 2021 dan niet meer deugt? Absoluut niet. Het is een manier om te zeggen dat het naar mijn mening geen zin heeft om oneindig lang in een project te blijven hangen, of honderd verschillende mixen van hetzelfde liedje te maken. Ik denk dat de term “knopen doorhakken” de rode draad is die vandaag door mijn verhaal zal lopen en dat we de kunst van het relativeren en realiseren niet uit het oog moeten verliezen.

Zij die werkzaam zijn in de creatieve sector, op welk vlak dan ook, zullen bekend zijn met het vraagstuk: “wanneer is iets af?“, of “wanneer is iets goed genoeg?“, en herkennen daarin wellicht ook het gevoel van dreigende obsessie. Wat is de maatstaf om te weten of iets klaar is? Zijn hier regels of wetten voor? Ik geloof van niet. Wel zijn er gelukkig genoeg hulpmiddelen die je kunnen helpen bij het toewerken naar een deadline en het maken van een definitief besluit.

Diverse factoren spelen hierin een rol, waarvan ik er vandaag een aantal wil uitlichten die mij persoonlijk erg helpen bij het afronden van mijn werk als muziekproducent. In mijn situatie definieer ik “afronden” als het printen van de mix en het opsturen naar de mastering-technicus.

Laat ik beginnen met een stelling: ik geloof niet in de perfecte opname of mix. Perfectionisme zie ik meer als een gids dan als een streven. In mijn omgeving zie ik mensen constant worstelen met het afronden van studioklussen. Verrassing: daar ben ik er zelf ook één van. “Het is écht nog niet goed genoeg“, hoor ik om me heen, maar ook in mijn eigen bovenkamer. Er wordt mij weleens gevraagd om naar producties van anderen te luisteren, waarna ik regelmatig bij mezelf denk: “had ik dit maar gemaakt!

Voor mij is dit keer op keer een bevestiging dat het heel belangrijk is om alles in perspectief te blijven horen en je hier te allen tijde bewust van te zijn. Want jouw werk klinkt niet hetzelfde als dat van de buurman of als de ultieme referentietrack, hoe graag je dat soms ook wilt.

Tegenwoordig hebben we prachtig gereedschap om ons werk te vergelijken met onze muzikale invloeden. We kunnen van alles doen om het ultieme referentiekader te creëren. Zonder al te diep op de techniek in te gaan, kunnen we onze opnamen tot in de kleinste details nabewerken, zeker nu digitale mixers de standaard zijn. Daar ligt tevens het gevaar: probeer te waken voor het overschrijden van de dunne grens tussen (streven naar) perfectie en obsessie en verlies nooit uit het oog dat jouw muziek nooit zal klinken zoals je referentietrack.

Dit heeft een simpele reden: jij klinkt als jij. Jouw geluid is uniek en dat kun je naar mijn mening beter omarmen in plaats van willen veranderen. Wel geloof ik dat een goede referentie je project kan helpen de goede richting op te gaan.

Hoewel ik zelf op een hybride manier werk, d.w.z. een wisselwerking tussen analoog en digitaal gereedschap, speelt mijn mixproces zich grotendeels in de computer of “in the box” af. In theorie kan ik dus iedere keer dat ik een mixsessie open de equalizer of compressor op de snaredrum of leadvocal ietsjes aanpassen. Misschien heeft de gitaar op links toch nog iets meer galm nodig, of mag de FX-send van de percussie in het refrein nog verder open worden geschroefd.

We sleutelen en sleutelen tot we een bepaald punt bereiken. Dit punt heb ik in de loop der tijd voor mezelf steeds beter kunnen waarnemen en is voor mij puur een gevoelsmatige kwestie. Ik heb het over het gevoel van muziek. Wanneer klinkt je productie niet langer als een opname bestaande uit losse elementen, maar als een verhalend geheel met een begin en eind? Het is moeilijk hier je vinger op te leggen, maar ik weet zeker dat iedereen die met muziekproductie bezig is dit zal herkennen.

Het is op dit punt dat ik mijn interne “bewaking” activeer, om mezelf niet te ver te laten afglijden in een project en daarmee de essentie van een liedje uit het oog dreig te verliezen. We blijven uiteindelijk immers bezig met muziek, niet met techniek. Omdat ik in een digitale mixer werk, dwing ik mezelf om (soms moeilijke) keuzes te maken. Wanneer de drums gaaf klinken, print ik de drums bijvoorbeeld naar een nieuwe audiotrack. Daarmee zorg ik ervoor dat alle processing en effecten worden meegeprint. In de DAW Pro Tools heet deze functie “commit”, wat een passende benaming is voor het doorhakken van knopen. Alle software kent een soortgelijke functie.

In feite dwing ik mezelf dus een bepaalde richting in te gaan door elementen die reeds goed klinken en muzikaal goed met elkaar samenwerken vast te leggen zoals ze zijn en daarna niet meer aan te raken. In plaats daarvan bouw ik de rest van de mix om deze elementen heen, die nu eigenlijk het fundament van de mix zijn geworden. Hierdoor krijgt de mix sneller en duidelijker vorm en komt de eindstreep op een gegeven moment vanzelf in zicht. De schitterende en oneindige mogelijkheden van digitaal opnemen en mixen zijn tegelijkertijd je grootste vijand wanneer het gaat om het afronden van werk. Jezelf beperkingen opleggen beschouw ik in dit geval dan ook als iets zeer positiefs.

Het allerleukste aspect van muziekproductie is voor mij de realiteitscheck. Dit is de fase in het productieproces waarin de mix in een dusdanig vergevorderd stadium verkeert, dat hij in feite al goed genoeg klinkt in de “echte” wereld. Lees: buiten de muren van de studio. Het liedje ondergaat nu de “test der testen“: de iPhone-speaker op vol volume met allesvernietigende compressie (terwijl de afzuigkap aanstaat en de aardappelen koken), de extreem kleurende JBL-speaker terwijl je de was staat op te vouwen, de ingebouwde iMac-speakers die al je prachtige panning-trucage aan gruzelementen helpen, de afgrijselijke subwoofer bij je moeder thuis en niet te vergeten de ingebouwde televisiespeakers. Want ja, naar al deze systemen moet je mix zich goed weten te vertalen.

Een hele uitdaging. Het oordeel is geveld, uiteraard in overleg met de artiest in kwestie, wanneer ik tegen mezelf kan zeggen: “dat is nou echt een lekker nummer!” Op dit punt rond ik de mix af en stuur ik hem naar de mastering-technicus. Hoe snel dit punt bereikt wordt, varieert van project tot project en hangt ook wederom samen met andere factoren zoals releasedata. Wel merk ik dat ik deadlines om bovenstaande redenen als een motiverende factor beschouw.

Het niet kunnen afronden van een project kan bij mij persoonlijk namelijk een mentale blokkade veroorzaken, die op zijn beurt alle plezier en essentie van muziek maken kan weghalen. Ik kan me ook voorstellen dat ik niet de enige ben die dat zo ervaart. Voor iedere keer wanneer ik mezelf erop betrap af te glijden in obsessie, heb ik mezelf aangeleerd dat het belangrijk is altijd te blijven relativeren: we blijven bezig met muziek.

Zoals ik al schreef: de plaat die je in 2025 maakt zal hoogstwaarschijnlijk beter klinken dan die uit 2021. Dat is iets positiefs en iets om te omarmen. Knopen doorhakken is de allerbeste plug-in die er is, als je het mij vraagt!

Recent door Kees geproduceerd werk: