8 augustus 2013
•
Columns
•
Jeroen van de Beek
Het gebeurt soms jaren niet, maar vanochtend moest ik ineens aan Harry Nilsson denken. Nilsson – favo drinkmaat van John Lennon – heeft enkele mooie platen gemaakt, en toch: ze liggen bij mij zelden op de draaitafel. Mogelijke reden is dat ik de lp’s van Harry niet in de kast heb staan. Het zou kunnen.
What’s the point? – om met Bram Moszkowicz te spreken: ik hoor het u zeggen. En wat heeft dit in hemelsnaam met Rotterdam te maken? Meer dan op het eerste gezicht lijkt, al moet je er – typisch Rotterdams – wel naar zoeken én een flexibele geest hebben. Ik moest namelijk niet zozeer aan Harry Nilsson denken, maar meer bepaald aan een concept-lp van hem die ik mij uit mijn jeugd herinner.
Punthoofd
En dat is dus The Point! The Point is het verhaal van een gemeenschap waar iedereen verplicht is een punthoofd te hebben. “I was on acid”, gaf Nilsson later zelf als verklaring voor dit tamelijk vergezochte uitgangspunt voor een verhaal. “I looked at the trees and I realized that they all came to points, and the little branches came to points, and the houses came to point. I thought, Oh! Everything has a point, and if it doesn’t, then there’s a point to it!” Het staat op wikipedia, dus het kan zomaar waar zijn.
Heeft iedereen in The Point echt een punthoofd? Nee, één jongetje ontsnapt aan deze dictatuur: Oblio. Oblio heeft een rond hoofd, en wordt (dus) verplicht een puntmuts te dragen. En zo zijn we toch in Rotterdam aanbeland.
Hipsters
Hoezo dan? Nou, als volgt. Toen Louis Dijksman begin jaren 70 een naam voor zijn nieuwe hippe jeugdkledingwinkel zocht, stuitte hij op de lp van Nilsson. Het was snel duidelijk: de naam van zijn winkel – in het destijds nieuwe en nog stijlvolle (ja, echt!) winkelcentrum Zuidplein – moest Oblio worden. En zo geschiedde. Niet lang daarna werd een tweede Oblio geopend, op de Coolsingel, recht tegenover De Bijenkorf.
Omdat mijn ouders toen al hipsters waren, droegen mijn zus en ik altijd kleding die bij Oblio was aangeschaft. Volgens mijn geheugen hebben we zelfs nog modeshows voor Oblio gelopen. En we waren in goed gezelschap: Feyenoord-spelers als Wim Jansen en Willem van Hanegem kwamen midden jaren 70 óók bij Oblio om hun kinderen in het nieuw te steken. Via Van Hanegem kwam ik aan de handtekeningen van de complete Feyenoord-selectie. Sweet memories indeed.
Winkelnaam
En nu mijn punt. Het gebeurt veel te weinig: winkels die hun naam ontlenen aan een lp en vervolgens vol trots op hun gevel plaatsen. Zelfs eigenaren van platenzaken wagen zich er zelden aan. In Rotterdam ken ik er geen één, ook niet uit het verleden. Songs for Sale (op de Meent) refereert wellicht aan de lp Beatles For Sale. En er is een platenzaak genoemd naar een band: Demon Fuzz op de Nieuwe Binnenweg. Maar waarom heet Sounds niet Pet Sounds? En Velvet geen Velvet Underground? The Spotlight Kid in plaats van Lex Vinylspot? Ik zou het doen!
Buiten Rotterdam ken ik drie zaken die wél naar lp-titels zijn vernoemd, maar helaas níet meer bestaan: Da Capo (een lp van Love) in Utrecht, Forever Changes (ook een lp van Love!) in Amsterdam en Perfect Sound Forever (naar een 10” van Pavement) in Delft. En deze – uit een nog verder verleden – reken ik ook goed: No Fun (single van The Stooges) in Amsterdam. Zijn er meer (geweest)? Ik ken ze niet. Jij wel?
PS Een paar dagen nadat ik mijn column had geschreven verscheen het nieuwe nummer van Shindig! Magazine, met Harry op de cover. En ook nog 1 pagina in de nieuwe Mojo. Toeval? Tuurlijk!
Jeroen van de Beek
Vinylverzamelaar. Historicus. Voormalig radiomaker. Parttime dj. Rotterdammer.