Sonny Burgess trad op in Rotterdam. Daar moest ik als razende reporter van Radio Razor natuurlijk bij zijn. En zo betrad ik – gewapend met opnameapparatuur en een gezonde dosis bluf – op een middag in 1991 de kleedkamer van Nighttown. Missie: een interview met deze rock & roller van het eerste uur.
Nieuwsgierigheid had nervositeit gelukkig bij de kladden, en zou niet meer loslaten. No time to be nervous! Hoewel daar toch genoeg reden voor was. Albert ‘Sonny’ Burgess was/is (hij leeft nog, hij wordt dit jaar 83) namelijk niet de eerste de beste. In 1956 bracht Sam Phillips op zijn vermaarde Sun-label de legendarische single We Wanna Boogie/Red Headed Woman uit. Een classic.
Het etiket op het plaatje liet aan duidelijkheid niets te wensen over: Sonny Burgess, Sun 247. Wat hoorde je als je het plaatje had gekocht en rondjes liet draaien op je pas aangeschafte portable platenspeler? “The most raucous, energy-filled recordings released during the first flowering of rock and roll. Burgess’ performances combined the country sounds of the white South with the R&B, blues and shout gospel sounds of the black community.”*
Cocktail
Dat is natuurlijk een cocktail die we kennen. Sam Phillips had er jaren naar gezocht. In 1954 was het zover; Phillips had de man met de juiste sound eindelijk gevonden: Elvis Presley. Elvis had niet alleen het goede geluid, maar ook de good looks en het charisma van een vedette. Die combinatie maakte van hem een wereldster, terwijl Carl Perkins, Sonny Burgess en – eerder al – Bill Haley het net níet werden. Tot ergernis van één van de characters in de geweldige film Mystery Train (Jim Jarmusch, 1989) die elke keer als zijn vriendinnetje over Elvis begint enigszins geïrriteerd reageert: “Carl Perkins”.
Fontana
Terug naar Rotterdam 1991. Burgess blijkt een enorm aimabele kerel die het ene mooie verhaal na het andere opdist. Maar na een uur geeft hij aan dat we ermee stoppen; er moet nog gesoundcheckt worden. Ik zeg OK, bedank hem voor het interview en druk de stopknop van de bandrecorder in.
Terwijl ik de recorder in mijn tas stop, zie ik ineens iemand die ik ken. Nu ja, ‘kennen’ is misschien een te groot woord; ‘herkennen’ ligt dichter bij de waarheid. Ik hérken de man die ik al op honderden foto’s heb gezien: D.J. (Dominic Joseph) Fontana, de eerste drummer van Elvis! Fontana loopt onze kant op, groet Sonny en steekt zijn hand naar mij uit. “Hi, I’m D.J. Fontana.” Ik: “I know!” Veel verder komen we niet. Sonny en de band – met D.J. dus op drums – moet nu echt het podium op om het geluid af te stellen.**
Spijt
Die avond laten Sonny en D.J. – samen met de Utrechtse Tinstars – horen hoe 50’s rockabilly moet worden gespeeld. Na afloop signeert D.J. een foto uit 1956 waarop hij samen met Elvis staat afgebeeld. Spijt is een emotie die ik zoveel als mogelijk uit mijn leven probeer te bannen. Maar nu ik dit schrijf kan ik het gevoel niet onderdrukken. Ik heb de foto namelijk niet aangeschaft. Waarom eigenlijk niet? Mijn motto was destijds toch al ‘Bij twijfel altijd kopen’. Die avond praktiseerde ik niet wat ik preek. Daar ging het fout, gemiste kans voor open doel. Maar wat was ik dicht bij Elvis.
* www.rockabillyhall.com/sonnyburgess
** Ook D.J. Fontana leeft nog; hij viert op 15 maart z’n 83ste verjaardag
http://www.youtube.com/watch?v=YO1zYvGuJCs
Jeroen van de Beek
Vinylverzamelaar. Historicus. Voormalig radiomaker. Parttime dj. Rotterdammer.

