Ik merk dat ik steeds minder de deur uitga. Herrie in mijn hoofd, geld en de bijbehorende logistiek zijn de prominente factoren die me steeds meer belemmeren. Vooral concerten, de live shows waar ik zo verzot op ben, moeten het ontgelden. Want ik woon in een buitenwijk van Rotterdam. Rust versus reisplanners maken.
En het is vooral het laatste punt dat me belemmerd om pret te beleven. Ergens geraken is iedere keer een onderneming, welke begint en eindigt met het vervoer. Het openbaar vervoer, welteverstaan. Dat vervloekte OV van Rotterdam en Nederland waar wekelijks weer iets mis mee is, met name in deze periode van het jaar. Werkzaamheden, treinspringers, defecten, er is altijd wel iets. Wanneer ik dan eindelijk toch de moed bij elkaar heb geschraapt voor wat decibeltergend vertier, en het vervolgens waag om de deur uit te gaan, worden de kantjes van jolijt er snel afgeschraapt door de zoveelste melding van oponthoud. De Baroeg, WORM en Bar³ lopen hierdoor geregeld een extra bezoeker mis.
Dit terugkerende oponthoud, in diens oneindige bespottelijke variaties, gecombineerd met mijn toch al mentale energieniveau van een rottende avocado, maakt het er in de boven- en huiskamer van ondergetekende niet rooskleuriger op. Laat staan dat ik voor de verandering weer eens écht uitkijk naar een optreden buiten de stad. Zo een waarvoor ik maanden van tevoren al een ticket heb gescoord. En waarvan ik het belachelijk vind dat deze shows niet in Rotterdam worden geboekt, omdat wij als ‘wereldstad’ geen geschikt podium hebben.
Neem nu de band Blues Pills. Eerder dit jaar speelden ze in de Melkweg. Toen heb ik ze moeten missen. Want de zaal meldde, heel netjes van tevoren, dat de band in het buitenland in de file stond en dus later zou starten. Een ramp voor OV-afhankelijke mensen, wonende buiten de provincie van onze bovenburen. Mijn ticket verdween dus last-minute op Ticketswap.
Afgelopen maand deed de band opnieuw ons land aan, en wel in Tilburg. Als onderdeel van de tour van hun nieuwste plaat, en met twee geweldige supports in pacht. Een droompackage dus. Dit mocht ik niet missen. Gedurende de dag heb ik de social media kanalen van alle partijen nauwlettend beloerd. Alle signalen met betrekking tot het herhalen van het debacle eerder dit jaar te Amsterdam bleven onberoerd.
Anderhalf uur voor vertrek merkte mijn huidige vriendin op dat de NS (verrassing!) werkzaamheden verrichtte. Want wanneer doen zij dit niet? En uiteraard, om het nog leuker te maken, precies tussen plankgas-en-er-doorheen Breda, en de stad van bestemming, waardoor we een half uur langer onderweg zouden zijn. En dat betekende uiteraard: ook weer een half uur verlenging tijdens de terugreis. Ik slofte mezelf nukkig de metro in.
Was het dit uiteindelijk waard? Jawel. Want we zijn nog bij elkaar.
Een oplossing voor deze droefmakende routine zou zijn om naar het centrum te verhuizen. Dat scheelt de haast militair geplande strategieën om een laatste tram of metro te kunnen halen. Maar ik ken mezelf; na een werkdag lang tumult wil ik niets liever dan rust in mijn kop. En die vind ik niet met voorbijrazende auto’s rondom de Binnenweg, of met buren die je letterlijk kunt horen niesen in de haastig opgetrokken jaren ’40 woningen van Blijdorp. Nee, dat gaat hem niet worden. Misschien heeft er iemand een gouden tip voor een woning in een groene omgeving, waar ik mijn buren door de muren heen niet hoef te horen neuken of proesten en welke ook nog eens redelijk betaalbaar is. Vooral dat laatste belooft door de vastberadenheid van Schneider nog wat te gaan worden.
Een nog betere oplossing zou de nachtmetro zijn. Want Rotterdam is toch zo’n metropool met internationaal allure? Dat willen de hoge heren toch zo graag? Vooruitstrevend, vernieuwend, verwelkomend, al die reclameplaatjes met lachende gebleekte tanden. Zorg er dan eerst eens voor dat diens eigen bewoners ’s nachts niet het gevoel hebben zich in een fucking dorp te bevinden. Tevens leuk voor die toeristen, dan wordt ons modern nachtelijk OV mogelijk nog geroemd in internationale reisgidsen ook. Iedereen blij; de ambtenaren, de burgers, de toeristen, de EU, maar vooral ik.
Robbert Meijntjes
Rotterdammer Robbert Meijntjes (1986) heeft in 2012 Frontaal opgericht. Van een hecht clubje jonge schrijvers uitgegroeid tot een gesubsidieerd schrijverspodium met sinds 2015 iedere maand vijf jonge aanstormende schrijvers en één Grote Gast op het programma. Hiernaast is Robbert betrokken bij evenementen zoals Woordnacht en Kill Your Darlings en publiceerde in o.a. Trouw, Metro en Stadslog Rotterdam. Regelmatig draagt hij voor op podia als Woorden Worden Zinnen, Notes of a Dirty Old Man en Where The Wild Things Are. Momenteel werkt hij hard aan zijn debuutroman. Het einddoel: de kost kunnen verdienen met het full-time schrijven. Al is het maar in een donkere tweekamerflat, in een afgelegen hoek van de stad, net boven de vuilnisbakken. Foto: Purdey van Dijke
Talentontwikkeling en verlevendiging van de (binnen)stad door meer live muziek heeft prioriteit in Rotterdam. De Popunie heeft hiervoor de regeling Music Support Rotterdam ontworpen die in de periode 2017-2020 wederom door de gemeente ondersteund wordt en vast onderdeel uitmaakt van ons projectenaanbod voor de stad. Op jaarbasis worden meer dan 800 optredens gefaciliteerd vanuit deze regeling!
Alle live-optredens van Rotterdamse artiesten in de stad vind je terug op onze site in de