Lemmy Kilmister werd gevierd. Op zondag 28 februari, precies twee maanden na zijn dood, herdacht de stad hét culticoon voor rock en rollers in WORM Rotterdam. Zijn nalatenschap, zijn persoon, zijn oeuvre.
Voornamelijk Rotterdamse sprekers, bestaande uit muzikanten, schrijvers en organisatoren, verenigden zich in openhartige verhalen over de gevallen frontman. Benadrukt werd zijn muziek; de formule van Motörhead. En hoe deze van invloed was op het geluid, de visie en de attitude van de bij elkaar verzamelde hedendaagse kunstenaars.
Robert Kiewik, Motörhead Superfan en vriend van Lemmy, verzorgde de aangrijpende kant van de middag. Lemmy bleek een gevoelig mens. Iemand met medeleven voor eerlijke zielen en hen graag hielp waar hij kon, vaak ten koste van zichzelf. Zijn laatste jaren bestonden uit rusten en spelen. Zelfs lopen ging hem moeizaam af. Het spelen werd hem steeds vaker afgeraden. Maar Lemmy hield vol: “If I’m not playing, the crew won’t get paid.”
Lucky Rotterdam stelde dat er na Elvis geen icoon van zulke proporties meer is omgevallen, waarop iemand in het publiek ‘Bowie!’ begon te schreeuwen. Dit werd door de sprekers direct terzijde geworpen. Bowie was een kameleon, altijd weer anders en de laatste tien jaar nauwelijks zichtbaar voor een publiek. Lemmy was sinds de jaren ‘60 tot afgelopen december simpelweg Lemmy. Geen make-overs, geen tierlantijnen, gewoon spelen en geen gelul. Een man die stierf voor zijn passie, was de constatering van de sprekers onderling, waarop zij allen knikten met een eindeloos respect.
De toekomst van de rock ‘n’ roll lijkt met hun sneuvelende frontmannen voor de leek enigszins onzeker. Maar aan het einde van deze middag stond daar toch de volgende generatie aan wanorde luidruchtig aan de hellepoorten te rammelen. De Dood, illustere punkrock uit Schiedam, leest hun biografie. En dat is nog bescheiden. Rauw, in your face, snel en met een flinke dosis humor sloot De Dood deze respectvolle Lemmy-middag af.
Naast de snoeiharde punkrock is humor een van de vele charmes van De Dood. Met teksten als “Sexy opoe ga je mee naar het strand/het pittoreske Hoek van Holland” en “Ik heb een molen vol mongolen/ik woon er nu een week/ik heb vier van die idioten aan m’n wieken vastgetaped” kun je een lach moeilijk onderdrukken. Ogenschijnlijk eenvoudig lijken de nummers in elkaar te zitten, wat toepasselijk is voor een middag rondom Lemmy en Motörhead.
Maar wie oplet bij het werk van zanger/gitarist Vincent Niks ziet al snel dat er niets minder waar is. Razendsnel schieten zijn riffs en vocalen met venijn de speakers uit. Drummer Tim van Dorp en bassist Joost Broeren (tevens backing vocals) knallen met hun ritmesectie geallieerd de tempowisselingen erin, waar Niks vervolgens weer zo soepel weet in te glijden als een gynaecoloog in een handschoen. De Dood is sterk op elkaar ingespeeld, dat ziet iedere aap (of mongool). Hun eerste plaat De Titelloze Eerste is vorig jaar verschenen, maar de band bestaat inmiddels alweer sinds 2008 en dat laat zich zien. Lemmy Kilmister en Motörhead zijn er niet meer, maar een blik op deze band stelt ons allen gerust; rock ‘n’ roll is nog lang niet dood.
Robbert Meijntjes
Rotterdammer Robbert Meijntjes (1986) heeft in 2012 Frontaal opgericht. Van een hecht clubje jonge schrijvers uitgegroeid tot een gesubsidieerd schrijverspodium met sinds 2015 iedere maand vijf jonge aanstormende schrijvers en één Grote Gast op het programma. Hiernaast is Robbert betrokken bij evenementen zoals Woordnacht en Kill Your Darlings en publiceerde in o.a. Trouw, Metro en Stadslog Rotterdam. Regelmatig draagt hij voor op podia als Woorden Worden Zinnen, Notes of a Dirty Old Man en Where The Wild Things Are. Momenteel werkt hij hard aan zijn debuutroman. Het einddoel: de kost kunnen verdienen met het full-time schrijven. Al is het maar in een donkere tweekamerflat, in een afgelegen hoek van de stad, net boven de vuilnisbakken. Foto: Purdey van Dijke

