Wat voor muziek luister je?

Robbert MeijntjesRecent hebben mijn vriendin en ik besloten om polyamoreus door het leven te gaan. Gevolgenerwijs komen we veel nieuwe interessante mensen en situaties tegen. Er gaan deuren open, met daarachter mooie mensen en mooie dingen, die voorheen, monogaam en afgestompt, verborgen bleven. Het is verrijkend om te ervaren dat de verschillende ontmoetingen die ik heb ervaren mij suppleren met nieuwe inzichten en bijdragen aan een completer beeld van mezelf als individu.

In kort betekent het ‘meervoudige liefde’. Want mijns inziens is het geïndoctrineerde idee dat je in één partner, vaak voor jarenlang, werkelijk alles vindt wat je wenst, zoekt en behoeft een rariteit, al dan niet een onmogelijkheid. Waar ik voorheen ook echt belangrijke dingen en behoeften los moest laten en concessies moest maken om de relatie te laten bloeien, kan ik met deze stukjes zelf nu simpelweg terecht bij een ander.

Polyamoreus door het leven gaan betekent ook dat er weer gedated mag worden; Hoera! Of toch niet?

Voor de leek klinkt het als een speelparadijs. ‘Want je mag tenslotte neuken met wie je maar wilt, toch? Want daar gaat het toch om?’ De mannen die mijn vriendin tegenkomt willen weleens dit soort vragen stellen. Een mogelijke date, waarvan de eerste stappen mogelijk nog een positief vooruitzicht boden, verdwijnt hierna direct in het luchtledige.

Als man heb ik het geluk dat vrouwen, over het algemeen, een stuk subtieler zijn. Niet dat dat nu altijd gemakkelijker is. Een groot deel bestaat uit aftasten en subtiliteit, waarin men tijdens dit soort prille conversaties van nature op zoek is naar raakvlakken. En terwijl er ondertussen lichaamsgeuren worden opgesnoven, genen worden gecheckt en er, nogmaals onbewust, een balans wordt opgemaakt of ik capabel ben voor een gezond en sterk nageslacht, komt tijdens deze vlees- en geestkeuring op een gegeven moment altijd die ene vraag naar boven. Namelijk: ‘Wat voor muziek luister je?’

Een eenvoudige vraag. Mits de persoon tegenover me zich in dezelfde of in een vergelijkbare scene bevindt. Want mijn antwoord (‘Ik hou zeer van rock en roll, althans een groot deel van de subgenres en overigens ook een hele hoop daarvan niet’) voldoet doorgaans niet.
Er voor het gemak van het schrijven van deze column maar even vanuit gaande dat ik converseer met een exemplaar met een voorkeur voor een andere muzikale richting, welke overigens net zo goed afkomstig uit een andere dimensie zou kunnen zijn.

De lezer mag zich op dit moment wat wazige blikken of ongemakkelijke stiltes voorstellen.

Want er moet duidelijkheid zijn. En typerende wedervragen als ‘Luister je alleen maar dat?’, ‘Is dat hetzelfde als gothic?’ en de leukste: ‘Oh oké. En wat vind je van hiphop?’ staan synoniem voor een desastreuze mismatch. Deze figuren kunnen rekenen op een van beleefdheid aan elkaar klevend kwartiertje uitstel van executie, voordat ik mijn telefoon pak en verkondig dat ik mijn hond nog uit moet laten, mijn neefje dit weekend de fles moet geven of broodnodig de caviabak nog moet verschonen.

De veelomvattendheid van mijn passie voor het genre en diens weerslag op mijn levenshouding, interesses en visies, wordt sinds deze polyamoreuze omslag nogmaals benadrukt. Een vrouw met eenzelfde passie is niet zomaar een enorme pre. Anderzijds ben ik ook echt de moeilijkste niet, en bij geïnteresseerde vragen als ‘Kun je me een paar voorbeelden geven?’, ‘Wat vind je er zo tof aan?’ of ‘Ik weet er niets vanaf, maar ik ben wel benieuwd wat je er zo geweldig aan vindt’ wil ik ook echt wel blijven zitten.

Het gemis van deze gemeenschappelijke liefde bij de ander is een ervaring die menig mederocker met me deelt. Want hoe veelomvattend en hoe bepalend de weerslag van je muzikale passie op je levenshouding, interesses en visie kan zijn, wordt door non-aanverwanten vaak nauwelijks beseft. Dat de goden van de zomer op dat festival zullen spelen, dat je er kapot van bent dat die ene bassist recent is overleden, waarom het essentieel is om bands te supporten door hun producten te kopen.

Als liefhebber van de hardere genres is het niet altijd eenvoudig om een match te vinden. Eenvoudigweg omdat je muzikale voorkeur zo’n omvangrijk deel is van je leven en wezen, dat vrijwel alles hiermee samenhangt. Gelukkig ben ik dan ook weer geen holbewoner die zich blind staart op deze ene kern. Want de mooiheid van mensen kent vele facetten. Ik houd van curieuze mensen. En met een eigenzinnig karakter, interesse, empathie en creativiteit binnen één of meerdere diverse genres van de kunst kun je bij mij al een heel eind komen. Het schaarse exemplaar dat met mij überhaupt wil daten kan deze karaktereigenschappen van mij dan ook terugverwachten. Plus een dosis zwarte humor en gratis bier of wijn, gewoon omdat ik je mooi vind zoals je bent.

Robbert Meijntjes

Rotterdammer Robbert Meijntjes (1986) heeft in 2012 Frontaal opgericht. Van een hecht clubje jonge schrijvers uitgegroeid tot een gesubsidieerd schrijverspodium met sinds 2015 iedere maand vijf jonge aanstormende schrijvers en één Grote Gast op het programma. Hiernaast is Robbert betrokken bij evenementen zoals Woordnacht en Kill Your Darlings en publiceerde in o.a. Trouw, Metro en Stadslog Rotterdam. Regelmatig draagt hij voor op podia als Woorden Worden Zinnen, Notes of a Dirty Old Man en Where The Wild Things Are. Momenteel werkt hij hard aan zijn debuutroman. Het einddoel: de kost kunnen verdienen met het full-time schrijven. Al is het maar in een donkere tweekamerflat, in een afgelegen hoek van de stad, net boven de vuilnisbakken. Foto: Purdey van Dijke

Romy van Hirtum

romyHet Eendracht Festival beleefde donderdag 21 juli een geslaagde zevende editie. Tijdens elke editie worden er stembiljetten uitgedeeld waarmee het publiek haar drie favoriete acts kan supporten. Vanuit de Popunie Music Support Rotterdam regeling krijgen de drie acts met de meeste publieksstemmen een bescheiden geldbedrag om in hun carrière te investeren en de mogelijkheid zich te presenteren in een uitgebreid interview. Na de band El Fatso en Bellita Carol geven we nu het woord aan Romy van Hirtum die geïnterviewd werd door onze reporter Saar Gerssen.

Rotterdamse singer/songwriter Romy van Hirtum wordt in de scene een ‘ruwe diamant’ genoemd. Deze zomer won zij één van de drie publieksprijzen van het Eendracht Festival. Ze is klaar om de wereld te laten zien wie ze is.

Hoe lang ben je al bezig met muziek?
Ik zing al vanaf mijn veertiende, ik heb de havo voor muziek en dans gedaan, wat de vooropleiding van het conservatorium is. Toen begon ik ook met optreden. Mijn eerste optreden was met Intwine, zij hadden mij benaderd na een signeersessie en dat optreden met hun werkte echt als doping.

Ik wist toen ook dat dit was wat ik de rest van mijn leven wilde doen. Muziek is dan ook niet vanaf jongs af aan met de paplepel ingegoten. Ik was best wel een probleemkind en mijn vader kwam toen met het idee om me op Theaterschool Hofplein te doen. Op een keer moest iemand in de les een solo liedje doen en ik zei “ja dat doe ik dan wel.” Ik zong Michelle van Anouk en iedereen was er stil van. De docent zei dat ik heel goed kon zingen. Van haar moest ik dan ook auditie doen op die school en ondanks dat ze vol waren werd ik toch aangenomen.

Wie is een inspiratiebron voor jou en je muziek?
Dat vind ik eigenlijk heel lastig aangezien ik veel inspiratie krijg van de mensen waarmee ik omgeven wordt, uit hun verhalen en levens. Maar als ik dan toch moet kiezen, dan ga ik voor sterke eigenzinnige vrouwen zoals Janis Joplin, Lauryn Hill en Amy Winehouse. Omdat ik heel visueel ben ingesteld is Anton Corbijn ook een grote inspiratiebron. Zijn werk is net als het mijne echt, puur en een beetje rauw.

Wat wil je overbrengen met de muziek die je maakt?
In mijn muziek vertel ik m’n verhaal van een jonge sterke vrouw, en alles wat er in het leven bij komt kijken op weg naar het worden daarvan. Tegelijkertijd probeer ik me zo kwetsbaar mogelijk op te stellen, hierin probeer ik de juiste nuance te vinden.

Zo heb ik een liedje genaamd Same Mistakes wat gaat over fouten maken, leren van die fouten en dit omzetten in iets moois waar je ook sterker van wordt. Ook heb ik een song genaamd Come From The Streets, dit nummer is gebaseerd op wat ik om me heen zie en waar ik zelf vandaan kom. Ik ben een echte Rotterdamse, in mijn omgeving zie ik iedereen vechten voor zijn plekje in de maatschappij en dat doe ik ook.

Het ‘van de straat komen’ staat denk ik voor een vechters mentaliteit. Zo moet ik ook elke maand weer kijken hoe ik uit kom met het betalen van mijn rekeningen, maar het maakt je creatief en uiteindelijk alleen maar sterker.

Treed je vaker op?
Ik speel eigenlijk niet vaak en dat is eigenlijk een strategie. Ik speel alleen maar op plekken waarvan ik denk dat ik er iets uit kan halen en dan niet eens zozeer financieel. Het gaat meer om de vibe en de mensen. En ik wil dan ook pas naar buiten treden wanneer ik en mijn producten goed en af zijn. Ik wil iets laten zien wat af is en waar ik trots op ben, dus niet iets wat half is.

Waar zie jij jezelf over vijf jaar?
Ik zie mezelf dan toch echt mijn Europese festivaltour doen. Ik ben op het moment ook met andere dingen bezig zoals een label, maar touren is toch echt wel mijn doel. Veel reizen, mensen ontmoeten.

Werk je op het moment aan een album/single?
Ja! Ik werk samen met lyricist en rapper Dox (Unorthadox) aan mijn ontwikkeling op zowel persoonlijk als muzikaal vlak. In mijn muziek is dat heel erg verweven met elkaar. We willen een algehele sfeer neerzetten en zijn nu aan het schrijven voor mijn eerste album. Daarbuiten coacht/helpt hij me op vele andere vlakken die net zo belangrijk zijn.

Waar kunnen we je vinden op het sociale web?
Op YouTube staat nog niet zoveel, ik ben heel selectief met wat ik op het internet zet. Ik ben wel gewoon te vinden op Facebook en Instagram. Snapchat vind ik ook heel leuk. Daarop laat ik ook mijn muziekprocessen zien, maar ook normale dingen natuurlijk.