Recent hebben mijn vriendin en ik besloten om polyamoreus door het leven te gaan. Gevolgenerwijs komen we veel nieuwe interessante mensen en situaties tegen. Er gaan deuren open, met daarachter mooie mensen en mooie dingen, die voorheen, monogaam en afgestompt, verborgen bleven. Het is verrijkend om te ervaren dat de verschillende ontmoetingen die ik heb ervaren mij suppleren met nieuwe inzichten en bijdragen aan een completer beeld van mezelf als individu.
In kort betekent het ‘meervoudige liefde’. Want mijns inziens is het geïndoctrineerde idee dat je in één partner, vaak voor jarenlang, werkelijk alles vindt wat je wenst, zoekt en behoeft een rariteit, al dan niet een onmogelijkheid. Waar ik voorheen ook echt belangrijke dingen en behoeften los moest laten en concessies moest maken om de relatie te laten bloeien, kan ik met deze stukjes zelf nu simpelweg terecht bij een ander.
Polyamoreus door het leven gaan betekent ook dat er weer gedated mag worden; Hoera! Of toch niet?
Voor de leek klinkt het als een speelparadijs. ‘Want je mag tenslotte neuken met wie je maar wilt, toch? Want daar gaat het toch om?’ De mannen die mijn vriendin tegenkomt willen weleens dit soort vragen stellen. Een mogelijke date, waarvan de eerste stappen mogelijk nog een positief vooruitzicht boden, verdwijnt hierna direct in het luchtledige.
Als man heb ik het geluk dat vrouwen, over het algemeen, een stuk subtieler zijn. Niet dat dat nu altijd gemakkelijker is. Een groot deel bestaat uit aftasten en subtiliteit, waarin men tijdens dit soort prille conversaties van nature op zoek is naar raakvlakken. En terwijl er ondertussen lichaamsgeuren worden opgesnoven, genen worden gecheckt en er, nogmaals onbewust, een balans wordt opgemaakt of ik capabel ben voor een gezond en sterk nageslacht, komt tijdens deze vlees- en geestkeuring op een gegeven moment altijd die ene vraag naar boven. Namelijk: ‘Wat voor muziek luister je?’
Een eenvoudige vraag. Mits de persoon tegenover me zich in dezelfde of in een vergelijkbare scene bevindt. Want mijn antwoord (‘Ik hou zeer van rock en roll, althans een groot deel van de subgenres en overigens ook een hele hoop daarvan niet’) voldoet doorgaans niet.
Er voor het gemak van het schrijven van deze column maar even vanuit gaande dat ik converseer met een exemplaar met een voorkeur voor een andere muzikale richting, welke overigens net zo goed afkomstig uit een andere dimensie zou kunnen zijn.
De lezer mag zich op dit moment wat wazige blikken of ongemakkelijke stiltes voorstellen.
Want er moet duidelijkheid zijn. En typerende wedervragen als ‘Luister je alleen maar dat?’, ‘Is dat hetzelfde als gothic?’ en de leukste: ‘Oh oké. En wat vind je van hiphop?’ staan synoniem voor een desastreuze mismatch. Deze figuren kunnen rekenen op een van beleefdheid aan elkaar klevend kwartiertje uitstel van executie, voordat ik mijn telefoon pak en verkondig dat ik mijn hond nog uit moet laten, mijn neefje dit weekend de fles moet geven of broodnodig de caviabak nog moet verschonen.
De veelomvattendheid van mijn passie voor het genre en diens weerslag op mijn levenshouding, interesses en visies, wordt sinds deze polyamoreuze omslag nogmaals benadrukt. Een vrouw met eenzelfde passie is niet zomaar een enorme pre. Anderzijds ben ik ook echt de moeilijkste niet, en bij geïnteresseerde vragen als ‘Kun je me een paar voorbeelden geven?’, ‘Wat vind je er zo tof aan?’ of ‘Ik weet er niets vanaf, maar ik ben wel benieuwd wat je er zo geweldig aan vindt’ wil ik ook echt wel blijven zitten.
Het gemis van deze gemeenschappelijke liefde bij de ander is een ervaring die menig mederocker met me deelt. Want hoe veelomvattend en hoe bepalend de weerslag van je muzikale passie op je levenshouding, interesses en visie kan zijn, wordt door non-aanverwanten vaak nauwelijks beseft. Dat de goden van de zomer op dat festival zullen spelen, dat je er kapot van bent dat die ene bassist recent is overleden, waarom het essentieel is om bands te supporten door hun producten te kopen.
Als liefhebber van de hardere genres is het niet altijd eenvoudig om een match te vinden. Eenvoudigweg omdat je muzikale voorkeur zo’n omvangrijk deel is van je leven en wezen, dat vrijwel alles hiermee samenhangt. Gelukkig ben ik dan ook weer geen holbewoner die zich blind staart op deze ene kern. Want de mooiheid van mensen kent vele facetten. Ik houd van curieuze mensen. En met een eigenzinnig karakter, interesse, empathie en creativiteit binnen één of meerdere diverse genres van de kunst kun je bij mij al een heel eind komen. Het schaarse exemplaar dat met mij überhaupt wil daten kan deze karaktereigenschappen van mij dan ook terugverwachten. Plus een dosis zwarte humor en gratis bier of wijn, gewoon omdat ik je mooi vind zoals je bent.
Robbert Meijntjes
Rotterdammer Robbert Meijntjes (1986) heeft in 2012 Frontaal opgericht. Van een hecht clubje jonge schrijvers uitgegroeid tot een gesubsidieerd schrijverspodium met sinds 2015 iedere maand vijf jonge aanstormende schrijvers en één Grote Gast op het programma. Hiernaast is Robbert betrokken bij evenementen zoals Woordnacht en Kill Your Darlings en publiceerde in o.a. Trouw, Metro en Stadslog Rotterdam. Regelmatig draagt hij voor op podia als Woorden Worden Zinnen, Notes of a Dirty Old Man en Where The Wild Things Are. Momenteel werkt hij hard aan zijn debuutroman. Het einddoel: de kost kunnen verdienen met het full-time schrijven. Al is het maar in een donkere tweekamerflat, in een afgelegen hoek van de stad, net boven de vuilnisbakken. Foto: Purdey van Dijke
Het Eendracht Festival beleefde donderdag 21 juli een geslaagde zevende editie. Tijdens elke editie worden er stembiljetten uitgedeeld waarmee het publiek haar drie favoriete acts kan supporten. Vanuit de Popunie Music Support Rotterdam regeling krijgen de drie acts met de meeste publieksstemmen een bescheiden geldbedrag om in hun carrière te investeren en de mogelijkheid zich te presenteren in een uitgebreid interview. Na de band El Fatso en Bellita Carol geven we nu het woord aan Romy van Hirtum die geïnterviewd werd door onze reporter Saar Gerssen.