De Popronde

mark-lotterman

Vorige week begon de Popronde.
Veel bands zien de Popronde als een avontuur.
Ze zien een mogelijkheid om veel shows te spelen, bier te drinken en misschien met een mooi meisje te tongen naast de frietpan van een kroeg in Oss. Of een mooie jongen, wat dat betreft is de Popronde heel ruimdenkend.

Ook ik was ooit verblind door de romantiek die de Popronde uitstraalt en speelde in 2013 zo’n 15 shows door heel Nederland. Hier moet ik het een en ander over kwijt.

Allereerst, de financiën.
Dit is hoe de financiële constructie werkt: De locatie betaalt de band, de locatie betaalt de Popronde-organisatie. Hoe minder geld je als band vraagt, hoe meer je geboekt wordt. Marktwaarde heet dat. Zo’n systeem is normaal niet erg, maar wel als het de prijs alleen maar drukt. Ik moet namelijk zeggen dat ik me na enkele van mijn Popronde shows voelde alsof ik door een T-Rex in m’n gatje was gepakt. Spelen voor een volle kroeg voor 75 euro is niet goed. Nooit.

Maar er is toch geen geld?
Maar natuurlijk is er geld! Heel veel geld zelfs. De drukker van de posters krijgt geld, net als de barman van de kroeg en de directeur van de Popronde. Er gaat dus heel veel geld in om, alleen wordt dat niet uitgegeven aan de mensen die de content leveren: de bands.

Hoe krijgen ze ons bandjes dan toch zo ver?
Ze hypnotiseren ons met een duivels toverwoord van ongekende kracht: Promotie. Een woord dat muzikanten al jaren klaarkomend in een busje doet springen om 300 km verderop voor 17,50 op te treden.

Er wordt gezegd: “Blaudzun, Chef’Special, Dotan speelden allemaal in de Popronde”
Wij denken dan: Oh! Dan word ik net als hen.
Nee.
Er zijn genoeg bandjes beroemd geworden zonder de Popronde, en nog meer bands deden de Popronde wél en werden niet beroemd.

Maar zo werkt het systeem toch gewoon? Er zijn te veel bands voor een te krappe markt, dus moeten bands blij zijn met promotie!
Weer nee.
Waar geld verdiend wordt, moet geld verdeeld worden. Vroeger kreeg ik soms een bonus als de baromzet hoog was, bij de Popronde moest ik een paar keer een Fanta betalen omdat mijn 2 muntjes op waren.

De eigenaar van de Vreemde Eend in Dordrecht gooide er nog een schepje bovenop. Ik moest ál mijn Fanta zelf betalen, want “Hij had al genoeg aan mij betaald” (75,-).
Na afloop kreeg ik één Fanta gratis; het was immers toch een groot succes gebleken.
Hij keek naar me als een gulle oom die zijn neefje 10 euro toestopt omdat hij niet meer in bed plast. Ik had hem op z’n bakkes moeten klappen. Ik had die avond niet op moeten treden, dan had hij het kunnen uitleggen aan het wachtende publiek. Maar ik ben gewoon op dat podium gekropen, en daarom flikt hij dit nu waarschijnlijk nog steeds. Het systeem werkt gewoon zo? Ja, omdat wij het toelaten.

Buiten het financiële aspect is er ook nog de Popronde-coördinator.
Dat zijn de mensen die samen met locaties gaan kijken welk bandje waar komt spelen.
Voornamelijk lieve mensen, maar met die van Alkmaar in 2013 heb ik nog een flinke Granny Smith te pellen.

Ik speelde in Artiance. De eigenaar vertelde mij echter dat de Popronde-coördinator liever niet wilde dat ik daar zou spelen. Zij wilde per se een ander bandje. De eigenaar moest zeer volhardend te werk gaan om haar van mijn kwaliteiten te overtuigen. En iemand overtuigen van Mark Lottermans kwaliteiten is geen gemakkelijke opdracht, weet ik uit ervaring.

OOR-journalist Jasper van Vugt, die in de selectiecommissie zit, schreef ooit het artikel: “Hoe je geselecteerd wordt voor de Popronde”. Over de coördinatoren schrijft hij:

“Zorg dat je deze organiserende muziekliefhebbers leert kennen en te vriend houdt. Laat blijken dat je graag wilt en ze gaat helpen met bijvoorbeeld promo.”

Ik had het meisje dus even moeten appen om te zeggen dat ze mooi is, een keer af moeten spreken om haar jaarlijstje door te nemen; ik had haar muzieksmaak moeten prijzen, om haar daarna als kers op de taart te vertellen dat ik “graag wil”.

Aan dat soort spelletjes doe ik niet mee. Als ik dan toch door een T-Rex in me gatje wordt gepakt, graag wel met een beetje waardigheid.

Is er dan niks leuks aan de Popronde? Jawel! Het is een prachtige kans om op veel plekken te spelen en te tongen met mooie jongens naast de frietpan.

En voor de Poprondemeisjes die postertjes hingen, de banners plaatsten, een kwartier voor de afgesproken tijd belden of ik niet te laat zou komen en me na afloop vroegen of het goed was gegaan, de man van Oude Jan die me 25 muntjes gaf, de Groothuis-meneer die bitterballen voor me bakte en het publiek dat uitbundig klapte of met verveelde blik op de knie sloeg: een zoen op het voorhoofd.

Promotie: nee.
Avontuur: ja,
maar ook het geslacht van de T-Rex.

Mark Lotterman

Mark Lotterman is singer/songwriter. Zijn muziek en tourdata vind je hier. Zijn nieuwste album Holland kun je hier beluisteren.

Friday Wilkinson

cover offshore friday wilkinsonOffshore
cd-album
singer/songwriter / indierock

Friday Wilkinson is de nieuwe band van kunstenaar, muzikant en voormalig Rotterdammer Hidde van Schie. Dat laatste is natuurlijk geen wapenfeit om trots op te zijn. Maar omdat hij tegenwoordig in het sympathieke Antwerpen resideert, krijgt hij het voordeel van de twijfel.

Eens zien of de muziek overtuigt.

De feiten: Offshore is een album met acht nummers. Niet veel, wel overzichtelijk. En altijd fijn, gewoon ouderwets op cd. Wat opvalt is dat de nummers nogal uiteenlopend van aard zijn. Openingsnummer Hold On heeft een lekkere vibe, en doet me denken aan de begindagen van dEUS. Hetzelfde geldt voor het duet Silent Wars & Broken Chords. Toch de invloed van de Schelde bij Van Schie?

Days Of The Dollar echter tapt uit een heel ander vaatje: vuige bluesrock met dito zang. Niet direct wat ik verwachte of hoopte, maar na een paar luisterbeurten stiekem toch wel lekker. Hier komt ook de thematiek duidelijk naar voren: de financiële wereld, het grootkapitaal. Wat Friday Wikinson precies duidelijk wil maken is mij niet helemaal helder, maar zinnen als “One day the Dollar will fall” (Money Moves Up), en “Whats in it for me” (The Magician) zijn moeilijk anders te interpreteren dan een aanval op de verwerpelijke moraal binnen de financiële sector.

Maar bij gebrek aan songteksten focus ik liever op de muziek, en die boeit ook zonder de teksten te doorgronden. Mijn voorkeur gaat daarbij uit naar All Things Collide. Een nummer dat heerlijk wegkabbelt, maar toch blijft boeien. Ook vind ik Hidde zijn stem hier mooier uitkomen dan bij de ruigere songs.

Conclusie na acht nummers? Offshore is van hoge kwaliteit. Maar geheel bevredigend is de plaat niet. De thematiek mag dan vrij eenduidig zijn, de songs zelf missen wat onderlinge samenhang. De noise en improvisatie staan iets te ver af van Nick Drake-achtige nummers als Lonesome Games. Misschien hadden nog een paar extra nummers het cement kunnen zijn tussen deze kleine kloof. Let wel, ik leg de lat wat hoog. Dat Friday Wilkinson iets indrukwekkends heeft afgeleverd staat voor mij buiten kijf.

Wil je meer weten over Friday Wilkinson? Meer informatie vind je op deze website en op Facebook.

Chris Buitendijk