Meet The Politics: wethouder Adriaan Visser

visser-1bDe Popunie start de serie Meet The Politics. Sinds mei hebben we een nieuw college in Rotterdam dat onze stad vier jaar lang gaat bestieren. Ook op het gebied van popmuziek. Hoog tijd om de Rotterdamse politiek en dan met name de cultuurbonzen van de verschillende politieke partijen in de gemeenteraad aan jullie voor te stellen. Vooral inzoomend op hun affiniteit met popmuziek. We zijn verheugd dat we deze serie mogen aftrappen met onze kersverse wethouder  van o.a. Cultuur: Adriaan Visser (D66)!

Kunt u zich kort voorstellen aan de Rotterdamse popmuzieksector?
Ik (49) ben een net niet in Rotterdam geboren Rotterdammer. Ik ben opgegroeid in Rotterdam, ik heb hier gestudeerd en heb me na een paar omzwervingen in 2002 definitief in Rotterdam gevestigd. Ik woon nu in het centrum, vlak bij de Binnenweg. Ik kom uit een liberaal gezin en heb altijd interesse gehad in de politiek, maar ben pas sinds dit jaar lid van D66 en sinds mei wethouder Financiën, Binnenstad, Cultuur en Sport. Ik heb twee kinderen, van 14 en 16.

Wat zijn uw drijfveren om wethouder van o.a. Cultuur in Rotterdam te zijn de komende jaren?
Ik hou van deze stad, ik heb de stad zien veranderen de afgelopen jaren, in positieve zin. Maar ik zie nog zoveel kansen om de stad sterker te maken. En cultuur kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Ik wil inzetten op een nog aantrekkelijkere binnenstad, waar mensen langer willen blijven, ook na het winkelen en werken, waar het aangenaam en groen is, waar het levendig en gezellig is, waar altijd wat te doen is. Samen met partijen in de stad, met de belangrijkste stakeholders, maar ook met de gebruikers van de binnenstad. Rotterdam is een jonge, dynamische stad van experimenten en ondernemerschap en er zit heel veel energie in de stad; laten we daar gebruik van maken!

Wat is het belangrijkste dat u als wethouder binnen uw cultuurportefeuille aan de Rotterdamse Popsector wilt bijdragen?
Initiatieven moeten vanuit de markt komen en het is aan de gemeente om ze mede mogelijk te maken, om te kijken hoe het wél kan; wij moeten ondernemers, initiatiefnemers vooral niet in de weg zitten. Voor de popsector zie ik mogelijkheden in pop-up-locaties, maar zeker ook voor festivals. De grote iconen zijn me lief en zijn ontzettend belangrijk voor de stad, maar ik ben ook erg geïnteresseerd in kleinere initiatieven en wil die graag de ruimte geven: Rotterdam als laboratoriumstad. En natuurlijk gaat dit college voor een nieuw middelgroot poppodium!

Waar luisterde u zelf naar toen u een opgroeiende puber van rond de 16 was en speelde popmuziek toen een rol in uw leven?
Ik luisterde heel veel naar radio Veronica en dan nam ik de Top 40 – op ’n cassettebandje! – op.

Maakt u zelf muziek?
Ik speelde al heel vroeg ‘lucht-gitaar’… En ik heb ’n poging gedaan op de trompet, maar dat was geen succes.

Wat was het eerste popconcert/popfestival dat u bezocht en wat was het meest recente?
Het eerste echt grote concert dat ik ooit bezocht zal ik nooit vergeten, dat was in de Kuip, van de Rolling Stones. Ik ga graag naar het North Sea Jazz, maar ik kan ook erg genieten van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Zo was ik afgelopen week bij het Gergiev-festival.

Wat was de eerste single/plaat/cd die u kocht en heeft u een uitgebreide collectie?
Het eerste plaatje weet ik niet meer, maar het zou wel eens 10cc kunnen zijn geweest. Ik heb een aardig grote cd-collectie, heel breed.

Als u zelf uw eigen Top 2000 zou mogen samenstellen, wat zou dan de Top 3 worden en waarom?
Daar moet ik langer over nadenken…

Wat is uw guilty pleasures plaat?
Dancing Queen van ABBA en veel Hans de Booy.

Volgt u de hedendaagse popmuziek en wat vindt u momenteel een interessante artiest?
Natuurlijk! Ik luister veel radio en met twee tieners komt er van alles het huis binnen. Echt bijzonder vind ik Stromae. En – echt waar! – ook Rihanna.

Hoe ontdekt u nieuwe muziek?
Ik ontdek nieuwe muziek door veel gebruik te maken van het brede aanbod in Rotterdam en via mijn kinderen.

Waar luistert u muziek?
Ik luister vooral thuis muziek. Ik heb ook een abonnement op Spotify. Waar ik naar luister, hangt af van m’n stemming. In Rotterdam doe ik zo veel mogelijk op de fiets, op kantoor ben ik eigenlijk altijd in gesprek met mensen en m’n hardloopschoenen staan al te lang stil in de kast.

Wat vindt u van de huidige Rotterdamse muziekscene?
Rotterdam is een jonge stad die barst van het talent. Talent dat regelmatig van zich laat horen in nationale competities / tv-programma’s. Laatst was ik bij een presentatie van jongerenkunst en – cultuur, daar zong de winnares van Music Matters, Neda Boin. Midden op het Binnenwegplein, dat is toch een fantastisch podium voor een talent? Het publiek vindt het prachtig en terecht. Dit soort dingen moeten we veel vaker doen; het Rotterdamse talent presenteren aan de stad op een laagdrempelige manier. Dat is goed voor het talent en goed voor de aantrekkelijkheid van de stad.

Wat vindt u van de lijst met 150 Speelplekken en Festivals op de Popunie site en hoe kijkt u aan tegen de discussie dat Rotterdam een middelgroot podium behoeft?
Ik vind zo’n lijst met speelplekken en festivals een mooi initiatief. En dat Rotterdam een middelgroot podium verdient, daar is iedereen het over eens. De financiële middelen zijn beperkt, ook dat weet iedereen, maar ik ga me de komende vier jaar inspannen om zo’n podium toch mogelijk te maken in Rotterdam. Jullie gaan daar snel meer over horen!

Staat er binnenkort een popconcert of popfestival in uw agenda dat u gaat bezoeken?
Ik ga graag naar Rotown en Bird. Het eerste festival in m’n agenda is New Horizons Festival, geen popfestival maar een cross-over festival van wetenschap, kunst en muziek.

Met welke songtitel zou u dit interview willen besluiten?
Ik heb een passie voor Nederlandstalige muziek. Niemand kent het nummer Vleugels van Hans de Booy; “De wereld is veel mooier als je vliegt, als je maar wilt, dan krijg je vleugels”.

Foto: Marc Nolte

Tourverslag: Age Kat in Korea

Banner 1Ter introductie: mijn naam is Age Kat, freelance gitarist, componist, keyboardspeler en producer. Daarnaast ben ik gitaardocent op de popafdeling van het Rotterdams Conservatorium, dat tegenwoordig onderdeel is van Codarts. Codarts heeft veel buitenlandse studenten, waarvan een deel Koreaans is. Om de contacten met het Verre Oosten te onderhouden gaan hier elke zomer een aantal docenten uit Nederland naartoe om masterclasses, lessen en concerten te geven. Dit vindt plaats onder de toepasselijke naam Summerschool.

Officieel is het een Jazz Summerschool maar deze editie werden producer/songwriter Tjeerd van Zanen en ik gevraagd om ook de popmuziek en fusion te vertegenwoordigen. 
Omdat ik al eerder in het Verre Oosten heb getourd (Valensia, Japan tour ’96) wist ik een klein beetje wat me te wachten stond en dat zou om te beginnen een flinke jetlag zijn. Toen na een reis van meer dan twintig uur de landing werd ingezet in Korea was ik mijn gevoel voor tijd en ritme dan ook behoorlijk kwijt.

Incheon Airport bij Seoul is een immens vliegveld. Ik kwam er alleen aan en zou worden opgepikt door ene Su… ik hoopte maar dat hij wist hoe ik eruit zag, want ik had geen idee wie hij was. Maar toen ik eenmaal in de aankomsthal was aangekomen bleek ik hem gewoon te kennen! Een aantal jaren terug had hij lessen bij mij gevolgd in Rotterdam… een onverwacht weerzien dus en ik was er blij mee want we moesten samen nog een lange autorit maken. Inmiddels was Tjeerd ook aangekomen en konden we gedrieën op weg naar Yeoju.

Het Yeoju Institute of Technology is een universiteit waar veel studies te volgen zijn en muziek is daar een belangrijk deel van. ‘s Zomers staan de gebouwen leeg en kan er dus uitstekend muziek worden gemaakt. Alle faciliteiten, inclusief studio, zijn aanwezig.

Guest house and schoolBij aankomst op de campus blijkt er boven de toegangspoort een groot vaandel met onze foto’s te hangen. We worden ontvangen met veel respect, als ‘masters of music’. We slagen er gelukkig snel in om een redelijk informele manier van communiceren te laten ontstaan, zoals we dat ook in Rotterdam gewend zijn. Omdat mijn naam in vele talen onuitspreekbaar is wordt het al gauw ‘Eedzjie’ , net zoals het in Japan was. De naam Tjeerd blijkt wat gemakkelijker voor de gemiddelde Koreaan, dus daar wordt niets aan veranderd.

De eerste dag is er nog geen programma en kunnen we een beetje acclimatiseren, hetgeen vooral betekent dat we steeds weer gaan eten met verschillende mensen. Mijn lichaam weet inmiddels niet meer of het nu trek heeft in ontbijt, lunch of diner dus ik laat het me allemaal maar welgevallen. Het is trouwens iedere keer een warme maaltijd. In tegenstelling tot Japan (vis) wordt er hier vooral varkensvlees gegeten. Sommige gerechten zijn heel lekker maar andere zijn wel erg specifiek van smaak en niet altijd aan mij besteed.

Inmiddels zijn de andere muzikanten ook gearriveerd, allemaal geweldige jazzmusici, en het wordt steeds gezelliger. We hebben evenals de studenten kamers in het guesthouse. De studenten komen groepsgewijs aan, Koreanen, Japanners en Chinezen. De komende dagen zullen we in allerlei talen met elkaar communiceren en bij elke gelegenheid zijn er tolken bij. Absoluut noodzakelijk want er zijn maar weinig studenten die Engels spreken.

YITTijd om aan de slag te gaan: studenten indelen, bands formeren, masterclasses voorbereiden. Bij het verdelen van de gitaarstudenten schrik ik wel even. Met name bij de Japanners zie ik veel dikke jazzgitaren. Mijn collega Martijn van Iterson is een jazzgigant met een behoorlijke status in Japan en hopelijk heb ik ze ook iets te bieden. Ik richt me vooral op degenen met solid body gitaren en al snel zit mijn rooster vol. Later zal blijken dat velen ook interesse hebben in pop en fusion en mijn lessen worden goed ontvangen. Door de jaren heen heb ik een grote hoeveelheid lesmateriaal verzameld en geschreven, uiteenlopend van beginnersniveau tot zeer gevorderd, waardoor er voor bijna elke student een aanbod is. Daarbij heb ik heb van bijna alle stukken ondersteunende backingtracks bij me waarmee ze kunnen jammen en studeren.

Het niveau van de studenten is zeer uiteenlopend, van enigszins beginnend tot professioneel. Sommige van de Japanse studenten hebben op Berklee gestudeerd en zijn gewoon erg goed. Zij zijn dan ook degenen die Engels spreken en vaak als tolk fungeren.

De dagen zijn helemaal gevuld in Yeoju. Het Aziatische werkethos is van toepassing: vanaf 10 uur lesgeven, korte lunch, dan aan de slag met de bands tot aan het diner en daarna begint het avondprogramma: masterclasses, studiosessies, jammen of iets anders naar keuze. Officieel duurt het avondprogramma maar een paar uur maar het wordt altijd veel later. Meestal volgt er dan ook nog een afterparty waardoor je met het verlopen van de dagen de oogjes van iedereen steeds kleiner ziet worden. Er blijft niet veel tijd over om te slapen en als je dan uiteindelijk op bed ligt ben je de eerste paar nachten ook nog klaarwakker door de jetlag. De volgende ochtend zitten de leergierige studenten gewoon weer om 10 uur klaar voor de les. Ondanks de vermoeidheid slaat het enthousiasme dan weer toe en dat creëert zoveel adrenaline dat je de dag moeiteloos doorkomt. Dat is de kracht van muziek: het samen daarmee bezig zijn geeft ook energie terug. Ik heb daar flink op kunnen teren gedurende die negen dagen.

De sfeer in het gebouw wordt naarmate de week vordert steeds intenser. Iedereen is bezig met zijn passie en wordt hierin gevoed door leraren en medestudenten. Op een gegeven moment loop ik s’ nachts om 1 uur door de gang: links zijn ze bezig in de studio, rechts zijn er jamsessies, verderop wordt er nog wat gerepeteerd en je struikelt over groepjes musicerende mensen in de gangen. Het lijkt wel een aflevering van Fame. Erg leuk.

Aan het einde van de week zijn de bandpresentaties. Alle docenten hebben twee bands onder hun hoede die op de slotavond een performance geven. Een memorabel moment doet zich voor als de gitarist van mijn eerste band vlak voor zijn optreden onvindbaar is. “Heeft iemand Ryosuke gezien?” Even later wordt de jongen in kwestie door een stel medestudenten van zijn bed gelicht; hij was uitgeput in slaap gevallen. Binnen enkele minuten staat hij op het podium en weet zowaar zijn noten nog aardig te raken. De hele wekscene staat overigens op Facebook… natuurlijk.

Gelukkig mochten we zelf ook spelen! Het was jammer dat Tjeerd wegens andere verplichtingen inmiddels al naar Europa was teruggekeerd en er deze avond dus niet meer bij was. Het repertoire van de docentenband bestond voornamelijk uit jazz. Ik was benieuwd hoe mijn pop-aandeel in het optreden zou vallen. Maar de respons was geweldig: je kon de zaal voelen en horen meeleven en na afloop waren de reacties heel positief.
‘Gesloopt maar voldaan’ was het gevoel aan het eind van de summerschool. Veel vrienden gemaakt, mijn Facebookbestand is behoorlijk uitgebreid met een Aziatische sectie en de organisatie gaf aan dat ik móet terugkomen volgend jaar. En of ik dan ook Summerschools in China en Bali kom doen wordt er voorzichtig gevraagd… Iets om over na te denken want, hoe verleidelijk ook; je bent dan wel bijna je hele zomervakantie aan het werk.

Last photo prepAl met al was het een bijzondere ervaring. We hebben niet veel van het land gezien omdat het schema daar weinig ruimte voor bood, maar wel ontzettend genoten van het maken en doceren van muziek in een ander werelddeel. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Age Kat