Tourverslag: Venus Tropicaux goes to Hullywood

Afgelopen 2 mei mochten we eindelijk weer eens de hort op met onze fameuze Venus karavaan. Gezien onze geliefde bassiste Shalita reeds (met onze duo tourband Lewsberg) op het prachtige eiland bivakkeerde, vertrokken we met drie man sterk, waaronder onze nieuwe drummer Marrit (a.k.a. die hotte meid uit Yuko Yuko) richting Europoort. Om de overtocht even kort samen te vatten, er speelde een fantastische coverband en de cocktails waren verrukkelijk.

Hull – The New Adelphi Club
De volgende ochtend kwamen we zeer vroeg aan in het zonnige Hull en hadden we vooral veel honger, slaap (en wellicht een kater). Deze behoeftes konden we allen vervullen bij
Wheterspoons, de plek om je heerlijk onder te dompelen in de Engelse cultuur. Na een groot Engels ontbijt, kregen we om 10 uur ’s ochtends nog wat shotjes aangeboden door een local, waar wij vriendelijk doch zeker voor hebben bedankt. Hierna hadden we wat vrije uren, omdat we pas aan het eind van de middag bij de venue hoefden te zijn. Deze hebben we goed besteed door een oud dametje te redden van een glazen deur ramp in een museum en wat tweedehands winkels af te struinen.

We speelden onze eerste avond in The New Adelphi Club, samen met Lewsberg en een Canadese elektro act genaamd LAL. Toen we aankwamen bij de venue kwam Lewsberg samen met Shalita ook net uit Londen aan en konden we ons eindelijk herenigen als volwaardige band. De manager van de avond was iets later maar er woonde een medewerker van de venue in een camper op het parkeerterrein welke ons direct aardig opving.

Het podium zag er veelbelovend uit en ook de bands (The Stone Roses, Green Day & The Homesick) die er reeds hadden opgetreden waren niet mis. Wij mochten de avond openen en hoewel we nog niet zo lang in deze formatie spelen ging het optreden vrij goed. Helaas was er die avond tevens een gratis optreden van een populaire lokale band waardoor er niet zo veel dronken Engelsen toe te zingen waren. Toch hing er gedurende de avond een fijne sfeer. We mochten logeren bij de barman van de avond, welke in een mooi statig pand aan het park woonde en waar we ’s ochtends rustgevend werden gewekt door het mooie gefluit van diverse blackbirds.

Liverpool – Sound City Festival
Ons optreden dat voor vrijdag gepland stond kon onverhoopt toch niet doorgaan, waardoor we alvast naar Liverpool konden rijden. Wel moesten we weer afscheid nemen van Shalita die wel met Lewsberg nog een optreden had kunnen regelen. Het weer in Engeland was nog steeds heerlijk, zodat we ons opmaakten voor een mooie zonnige roadtrip door de Engelse countryside. Het was ongeveer drie uur rijden en met een heuvelachtig landschap dat aan ons voorbij schoot en op de achtergrond wat klassieke tonen was dit goed te doen. In Liverpool sliepen we de avond in een hostel met een tuin waar we wederom van de zon konden genieten.

Het Sound City Festival waar we zaterdag speelden vond plaats op een vervallen industrieterrein met verschillende podia. Sound City is een showcase festival dus er stonden veel verschillende acts geprogrammeerd. Ook was er een Rotterdamse delegatie vanwege WORM Pirate Bay aanwezig die zich op een eigen locatie artistiek konden uiten. De venue waar wij speelden zag er erg tof uit met achter het podium een mooie brick wall die het industriële sfeertje nog eens extra benadrukte. Het programma liep iets uit maar gelukkig had de organisatie voor iedere band een doos met bier klaarstaan, om het wachten iets te verzachten.

Tijdens ons optreden stond de zaal behoorlijk vol en de energie was goed. De reacties na afloop waren enthousiast. Dit zorgde ervoor dat we allemaal in een uitgelaten stemming kwamen waardoor we, nadat we al onze spullen op de slaaplocatie (een soort campus met allemaal individuele kamers die de organisatie van het festival voor ons had geregeld) hadden gedropt, nog even een afzakkertje in de stad zijn gaan drinken.

Oxford – The Library
De laatste show van de rit stond gepland in Oxford en dit was vanuit Liverpool weer een eindje rijden. Wederom stond de airco aan en de radio op klassiek. Ook hebben we onderweg nog even een pitstop gehouden om romantisch met Lewsberg langs de snelweg te picknicken. Eenmaal aangekomen bij The Library waar we die avond zouden spelen, werden we hartelijk ontvangen door Aiden, de booker van de avond. Er stonden behalve Lewsberg en Venus Tropicaux nog twee andere bandjes geprogrammeerd voor de avond, Blue House en Tigercats. Nadat we wat te eten hadden gekregen konden we soundchecken. De zaal bevond zich in de kelder van de bar en dat zorgde gelijk voor een goede sfeer.

Tijdens ons optreden was het vooral heel heet, maar gelukkig kon dat een groot deel van de bezoekers niet deren. Het optreden ging goed en het was jammer dat het alweer de laatste show van ons Engeland avontuur was. We mochten de avond bij Aiden en zijn vriendin en kat doorbrengen waardoor we ook nog van de andere bands die na ons speelden konden genieten. Vooral bij Tigercats konden we ondanks de hitte niet stil blijven staan. Na afloop van de avond ging Lewsberg al een stuk richting Dover, omdat zij wat eerder zouden vertrekken.

We namen innig afscheid van onze beste vrienden voor het leven en vertrokken met Aiden naar huis. De kat des huizes was erg gecharmeerd van ons bezoek en heeft heel de nacht bij Marrit en Shelley op de slaapbank gelegen en zo nu en dan op Marrit haar hoofd. Ook Joris heeft erg van de kat genoten toen deze hem de volgende ochtend vroeg wakker maakte. We pakten onze spullen en reden zo links als mogelijk met een slaperig hoofd naar de boot in Dover en terug naar ons geliefde Rotterdam.

Volg Venus Tropicaux op Facebook voor het laatste nieuws en shows en kijk eens op hun website!

Deze tour werd mede gefinancierd door Popunie Music Export Rotterdam.

Slavery Farm – Reborn

  • Reborn

  • Slavery Farm
    • Genre: deathmetal, crustcore, D-beat
    • Release-type: album, 12" vinyl, digitaal
    • Label: self-released

De wereld zien als een grote boerderij met slaven en slavinnen. Dat doen de vriendelijke jongens van Slavery Farm, vandaar de bandnaam. What’s in a name? Nou, heel wat. Als je het grootste deel van je leven opgroeit in een megastal heb je ‘wel wat meegemaakt’. Als je dat hebt overleefd kun je een boek gaan schrijven en/of bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel gaan zitten. Of je gaat muziek maken en duikt een studio in om al je woede, frustraties en wanhoop vast te leggen voor de eeuwigheid. Die laatste optie werd het.

Na een onheilspellend intro dat onze ondergang aankondigt (zoals we dat vaak pleegden te horen in de nucleaire jaren ’80) breekt de hel los en vloeit er bloed. Verwachtingen mogen heus wel eens uitkomen en The Blood Flows maakt die verwachtingen waar. Geen veevoer voor tere zieltjes, maar een ware slachtpartij in een weiland waar de hooligans van Feyenoord en Ajax zo’n patent op hebben.

Wie ongeschonden uit de strijd komt kan zich opmaken voor Burn waarmee het vuurtje nog verder wordt opgestookt. Als de rook om je hoofd is verdwenen wacht Controlled dat gecontroleerd je ziel onttrekt aan je lichaam. Omdat iedereen een bepaalde ‘stijl’ hanteert om (vooral voor anderen) ergens een beeld bij te vormen hebben de heren van Slavery Farm ons al op weg geholpen. Een combinatie van ‘crust, D-beat en deathmetal’ heet het en dat dekt grotendeels de lading. Voeg daar nog een vleugje hardcorepunk aan toe en het etiket is compleet.

Knoppentovenaar Patrick Delabie van Studio 195 wist van deze ingrediënten (laat dat maar aan Patrick over) een eigentijds recept te maken waar de honden wel brood van lusten. En de kippen, de geiten, de varkens en runderen. Geen ontsnappen meer aan. No Escape grijpt je nog eens naar je strot en laat pas na 1.46 los. Knappe vent die dat overleeft. Overigens telt Reborn 12 nummers (inclusief intro) die na 24 minuten alweer wachten op de volgende luisterbeurt. Gemiddeld 2 minuten is prima voor deze apocalyptische agrarische artisticiteit.

Geen tijd om te rusten want de volgende kiloknallers dienen zich aan. Restless, Trails, Downfall en het titelnummer bijvoorbeeld. Daartussen rijdt nog een Tank om de akker om te ploegen. Dat doet hij met verve zodat er vakkundig en met militaire precisie wordt plaatsgemaakt voor nieuw leven. Touch and Die gooit er nog een schepje bovenop waarna Garbage het verlossende schot mag geven. Rommel(ig) is het zeker niet. Ondanks de aardige bak herrie is er altijd ruimte voor definitie en structuur iets wat ik meestal als prettig ervaar.

Indien de heren live net zo te keer gaan als op plaat dan belooft dat wat. Veel spelen is – als ik de agenda zo eens bekijk – het credo en daar word je als band alleen maar beter van. Dit was voor mij een prettige kennismaking. Nergens zakt het album in en als ik een favoriet mag aanwijzen is dat Tank vanwege de meesterlijke riff, de afwisseling en het fijne slotakkoord met boventonen. Ik voel me als herboren.