Roïcijns & StraatSterren – Van de straat naar eigen zaak

RoicijnsDelfshaven; geliefd door vissers en handelaren rond de 15e eeuw en nu de plek waar (wellicht niet geheel toevallig) de meeste Kaapverdianen in Nederland wonen. Ze noemen de Rotterdamse wijk gekscherend weleens het tiende eiland van Kaapverdië. Roïcijns is er geboren en getogen. Zijn grote missie is om, samen met CheffSparkles (ook bekend als Sparks) en de rest van het StraatSterren-team, Delfshaven op de kaart zetten. Tijd om uit te vinden hoe ze dat voor ogen zien.

 

Ik ontmoet het StraatSterren ensemble in de studio van Dhema Rush, de man die mijns inziens Kaapverdiaanse hiphop in Nederland op de kaart heeft gezet. Een veteraan in de Rotterdamse hiphopscene en in de jaren ’90 zeer bekend in zowel de hiphopscene als de Kaapverdiaanse gemeenschap met de driekoppige rapgroep Tha Real Vibe. De deur van zijn Quartel Studios in het Oude Noorden in Rotterdam staat letterlijk open voor talent. Daar kunnen de rauwe mannen van StraatSterren op professionele wijze de puntjes op de i zetten van Hustler Symphony, het project waar Roïcijns op het moment hard aan werkt.

Zoals gezegd, Delfshaven is hun stomping ground. Sparks en Roïcijns winden er geen doekjes omheen. “We zijn geboren in de muziek.”, vertelt Roïcijns. “Michael Jackson was uiteraard een grote invloed, maar eerlijk gezegd liggen mijn invloeden grotendeels buiten de muziek. Mijn moeder, mijn vader, mijn crew; zij gaven mij meer motivatie dan 2Pac. Mijn vaste producer Ja-X zat vroeger in rapgroep C.O.D. (Children Of Depression) en dat was eigenlijk mijn grootse invloed, dat zaadje wat hij geplant heeft, is nu tot bloei aan het komen.”

in quartel studioSparks trekt het nog breder: “Ik ben ook beïnvloed door Morna en Funana, traditionele Kaapverdiaanse muziek. Artiesten als 2pac en Eminem kan ik uiteraard ook erg waarderen. Het is vooral de vrijheid van het creëren die me aanspreekt. We zitten niet alleen in de hiphop-hoek, we houden van muziek, punt!”

Rotterdam speelt uiteraard een grote rol in hun muziek. Roïcijns: “Persoonlijk represent ik Delfshaven. Ik mis soms wel de vereniging van de Rotterdamse rappers. Ik zie dat wel in bijvoorbeeld de Amsterdamse scene en dat vind ik weleens jammer. Dus voor nu is het Delfshaven all day”. De in Lissabon geboren Sparks beaamt: “In Portugal was de gemeenschap ook veel hechter, dat mis ik wel. Hier is het ieder voor zich en los van de muziek, ook in het dagelijkse leven. Het was wat authentieker daar. Wij willen nu graag mensen motiveren om samen naar boven te klimmen.”

Roïcijns gaat verder: “Ondanks dat we kritisch zijn op onze stad blijft het wel ONZE stad natuurlijk. Mijn favoriete rappers komen hier vandaan.” Producer Ja-X is het er mee eens: “Als veteraan van de groep kan ik alleen maar instemmen. Dat meenemende moet ik wel zeggen dat het misschien ook de reden is, dat Rotterdamse mc’s naar mijn mening bij de top behoren van de hiphop scene. Dat is niet iets van nu, dat is al generaties lang zo. De hevige concurrentie zorgt ervoor dat iedereen op z’n A-game is. Je weet dat er om de hoek nog een goede rapper bezig kan zijn. En het publiek is altijd eerlijk. Door deze gezonde rivaliteit haal je wel het beste uit jezelf natuurlijk. Dat zorgt uiteindelijk wel voor een mooie balans.”




Op het podium is er duidelijk chemie tussen deze jongens. Ze reikten er mee tot de finales van de Wanted talentenjacht en dat is dan ook duidelijk hun kracht. Er ontstond ook een samenwerking met het label van Marry Marv, K.A.N.S. (Klinkt Als Nieuwe Sneakers), dus de buzz is er wel degelijk. De naam zegt genoeg, het zijn Sterren van de Straat. Dat klinkt ook door in hun muziek. Het is rauw maar ook met een diepere laag. Het straatverhaal wordt niet vermeden, integendeel, het moet vertelt worden.

SparksSparks: “We staan positief in het leven maar zijn wel realistisch. Door omstandigheden doen mensen weleens dingen die op dat moment niet goed zijn, maar wij proberen die situatie juist te flippen naar iets positiefs. Achter elk verhaal zit een verhaal. Ja-X:” Iedereen heeft een verhaal, we kunnen niet judgemental zijn. Een junk heeft ook een reden dat hij in die positie is gekomen. We kunnen ons oordeel niet altijd vellen op wat we alleen maar zien” Sparks: “Dat gaat verder dan de straat, het is allemaal relatief. Het kan ook over voeding gaan ofzo.”

Roïcijns gaat nog een stapje verder: “Muziek is mijn therapie. Zonder muziek was mijn leven anders geweest. Crimi (rapper Crimitov) zei het ooit mooi: Muziek weerhoudt me ervan om gekke dingen te doen. Dat klinkt hard maar zo voelt het. Ik heb veel te danken aan mijn crew die me steeds weer stimuleerden om door te gaan wanneer ik het niet meer zag zitten. Straatsterren zijn niet alleen de rappers en producers, maar het is iedereen die met ons rolt. Geld is niet mijn motivatie. Als geld je motivatie is kan je beter andere dingen gaan doen. Het gaat om loyaliteit, gemeenschap en samen vooruitkomen. Het is een leefstijl. Het is mijn familie. Het straat-aspect verheerlijken we niet maar we representen het wel, het is onderdeel van ons”. Ja-X: “Hosselen kan je ook vooruit brengen, wanneer je die energie positief omzet. Het maakt je sterker en je krijgt meer inlevingsvermogen, wat op muziek en zakelijk gebied ook in je voordeel kan werken.”

De tracks op Hustler Symphony, de aankomende plaat van Roïcijns, klinken fris, vernieuwend en eigengereid. Verhalen met diepere betekenis en ook wat luchtiger werk.

Sparks: “Mijn project heet Rhythm & Trap; R&T, harde verhalen over melodieuze beats. We gaan mensen ook wel verassen denk ik. We rappen niet maar wat in de rondte. Er zit een duidelijke lijn in. Diepgaandere betekenissen en een positieve boodschap. Maar wel realistisch. We kunnen het alleen maar vertellen hoe het is.”

straatsterren merchDe productie is vernieuwend maar ook met een knipoog naar het verleden. Ja-X: “Ik ben opgegroeid in de jaren ’90, dus mijn invloeden zijn niet de minsten. Van Nas, 2Pac en Biggie op rapgebied, naar de Premiers en Dr. Dre’s op producers gebied. Het blijft niet bij hiphop trouwens. Ik sta er heel open in. Ik hou van alle muziek, zolang het goed is. Dat heeft niks met generaties te maken. Goed is goed, slecht is slecht. Ik mis tegenwoordig wel de message in de muziek. Het devolueert naar mijn mening. Ik vond het vernieuwende altijd het mooist in “mijn tijd”. Tegenwoordig lijkt er geen groei meer in te zitten. Alsof de rappers en producers niet meer de beste willen zijn. Al zijn er nog genoeg goede artiesten, begrijp me niet verkeerd.”

Sparks: “We hebben ook de controle verloren over onze eigen craft. Het is nu een big business en wij maken er eigenlijk geen deel meer van uit.” Ja-X vervolgt: “De boodschap wordt er ook uitgefilterd naar mijn mening, hap-slik-weg is beter voor business en dat staat nu hoger op de agenda. Gelukkig zijn er ook artiesten als Kendrick Lamar en J. Cole die weer wat balans brengen in het geheel. Wij willen onze stem ook gebruiken om een boodschap over te brengen en we beseffen dat we als artiest een grote verantwoordelijkheid hebben, hoe dan ook!”

Roïcijns merkt tenslotte aan het eind van het gesprek op: “We zijn onlangs een broeder verloren en we willen dit interview graag aan hem toewijden. Bawsz (Dennis Kapper) Rust In Vrede. Daarnaast komen er genoeg mooie dingen aan. Hou je oren en ogen open! Roïcijns’s Hustler’s Symphony en Sparks’ Rhythm & Trap staan op het punt afgerond worden en zullen op korte termijn het levenslicht zien.”

Wil je altijd op de hoogte zijn van het laatste nieuws van Roïcijns, Sparks en StraatSterren?
Volg Roïcijns voor het laatste nieuws op InstagramTwitter en Facebook en Sparks op Instagram en Facebook.

Na jarenlang mc-en heeft Ollie nu een schat aan ervaring en belevenissen te delen met de wereld. Geen onbekende in de hiphopscene sinds eind jaren ’90 (het EK 2000 anthem met The Proov ‘Feel The Heat‘ is wellicht zijn bekendste werk) vertelt hij op luchtige wijze over hedendaagse observaties en gebeurtenissen in het hiphoplandschap. En tussendoor recenseert hij ook weleens wat dingen.

De Festivaloverlevingsgids

Robbert Meijntjes

De zomer is in volle gang. En net als de rest van Nederland gaan ook Rotterdammers er deze maanden op uit om feest te vieren, want wij zijn ook mensen.

Nationaal, al dan niet internationaal, trekken deze feestvierders er massaal op uit. Want festivals worden begeerd; alleen al in Nederland zijn er jaarlijks 800 festivals te bezoeken waar vorig jaar zo’n 23 miljoen mensen op af kwamen. Voeg het aanbod van buiten de landsgrenzen hieraan toe, en je komt uit op nummers die doen duizelen. Qua aanbod zitten wij Europeanen dus niet verlegen wanneer het om festivals gaat. En niet ongegrond staat ons werelddeel hierdoor al jaren bekend als hét Mekka van deze meerdaagse formule van jolijt bestaande uit muziek, bier en andere escapades.

Onlangs keerde ik terug van zo’n kleine week aan muziek, drank en andere vormen van debauchery. Grotendeels was het ook dit jaar weer geslaagd. Maar, laten we wel zijn, ons festivalvierend continent gaat dit jaar gebukt onder liters vallend water per vierkante meter. Wat zowel binnen als buiten onze landsgrenzen zorgt voor onbruikbare campingsites, parkeerplaatsen en geannuleerde festivaldagen. De schaafwonden van vijf dagen schurende kaplaarzen staan nog in mijn schenen gedrukt. Mijn sneakers, gedragen bij aankomst, zijn total loss en mijn tent heb ik maar laten staan.

De hevige regenvallen en opeenvolgende moddervlaktes zijn een domper voor zelfs de meest veterane festivalbezoeker. Maar niet getreurd! Om jullie nog vertrekkende festivalgangers zoveel mogelijk leed te besparen is hier De Festivaloverlevingsgids, met name gericht op (on)verwachte regenval. Onderverdeeld in verschillende categorieën (ook dat nog, jazeker!).

Van tevoren
Schuif je meubels opzij, verwijder huisdieren of kinderen en zet je tent op. Naast het feit dat je door al dat douwen en dringen nieuwe impressies krijgt om je huiskamer opnieuw in te richten, check je grondig of er geen vochtplekken/schimmel in je tent aanwezig zijn. Schaf daarbij extra haringen en een onderzijl aan.

Checklist om mee te nemen
Kaplaarzen, poncho, tape, touw, een schaar, toiletrollen, extra tentharingen, een onderzijl voor je tent, knijpers, slippers, stevige vuilniszakken, paracetamol/ibuprofen, neusspray, oordoppen, (blaar)pleisters, condooms, doppen van diverse formaten waterflesjes, contant geld, broodjes, powerbank, stevige vuilniszakken en een schokbestendig telefoonhoesje.

Voor de hand liggende zaken als kleding, handdoeken en tandpasta kun je zelf ook wel bedenken. Je bent tenslotte geen malloot.

Eveneens handig
Update belangrijke telefoonnummers met 00316 (landcode), briefje met telefoonnummer in je portemonnee, indien je allergieën hebt of veel aan de drugs gaat; schrijf deze op en vermeld je bloedgroep (je weet maar nooit).

Inpakken
-Koop een backpack en laat in vredesnaam die fucking trollies thuis. Zie je jezelf al 20 kilo voorttrekken over onbegane paden die nog het meest overeenkomen met de loopgraven van de Slag bij de Somme? Nee! NIET DOEN. Koop een backpack. Je slaapzak kun je eronder hangen. Omwikkel deze nadrukkelijk in een dichtgeknoopte vuilniszak.

-Kussen en luchtbedden verdwijnen vaak samen in grote shoppingtassen van de bekende supermarktketens (waar zouden we zijn zonder?). Verpak beiden in aparte vuilniszakken en knoop ze dicht. Prik vervolgens gaten in de bodem van je shoppingtassen zodat het regenwater eruit kan lopen.

-Over je tent, ik herhaal het nog maar even; schaf extra haringen aan en koop in godsnaam een onderzijl. Niets is zo kut als wakker worden op een natte bodem.

-Verwacht je hevige regen bij aankomst? Trek je kaplaarzen alvast aan voordat je de bus ingaat en bewaar je poncho op een bereikbare plek.

De heenreis
Festivals roepen op om zoveel mogelijk met het OV te reizen. Tsja, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Met name als je met een groep reist of 26 keer moet overstappen. Daarom hier de gouden tip: check of er busreizen worden georganiseerd. Deze vervoersmethode is goedkoper, wint ieder jaar weer meer aan populariteit en de verschillende aanbieders schieten als paddenstoelen uit de grond. Je dumpt je zooi in het laadruim, laat je afzetten voor het festivalterrein, en onderwijl hoef je je compleet nergens zorgen over te maken (neem wel bier mee voor in de bus).

Je bent er bijna
Festivals vinden regelmatig plaats in of rondom gehuchten, waar slechts boeren en vee vertoeven. Dat hun kinderen er daarbij vaak als gevolg uitzien als een kruising van de twee, dat is ze vergeven, daar deze rakkers vaak een centje bij willen verdienen met hun vrijwillige deelname als tijdelijke sjouwdownies. Met meegebrachte kruiwagens, karren en andere inheemse vervoersmiddelen staan ze paraat om voor een extra zakcentje jouw bagage met zich mee te slepen. Geef ze wat geld toe, dump al je shit in die 18e eeuwse sjouwkarren en loop er zelf fluitend achteraan.

Het festival – de campingsite
-Bevind de camping zich op aflopend terrein? Zorg dan dat je je tent opzet op een hoger punt. Water stroomt tenslotte niet omhoog. Let er op dat je je tent NOOIT vooraan op de campingsite neerzet. Alle duizenden dronken dansers, metalheads of hippies passeren heel de dag en nacht jouw tijdelijke woonplaats. En er is er altijd wel een die zich even moet laten vallen, zijn bier moet gooien, of gewoon even ouderwets keihard moet plassen (want dat is grappig).

-Maak contact met je buren. Tentroof vermenigvuldigt zich ieder jaar. Laat zien wie er bij jouw tent hoort en deel wat biertjes uit (een ouderwetse bribe helpt echt).

-Klaar? Mooi. Meenemen naar het festivalterrein: kaplaarzen, oordoppen, portemonnee/geld, twee condooms (voor later), eventueel een poncho en doppen van diverse formaten waterflesjes.

-Tip: Koop je dure merch en laat je deze mogelijk ook signeren? Dump het in een kluisje, indien deze niet achterlijk geprijsd zijn. Kluisjes zijn vaak wel beperkt in aantal; wees er dus snel bij voordat je het festivalterrein opgaat en de tijd vergeet.

Het festival – het festivalterrein
Hoera! Je bent er weer. ‘Maar het terrein is wel modderig dit jaar, Gerbrand’. Hopelijk ben je je kaplaarzen niet vergeten. Zo wel, dan ben je een domme eikel of gewoon een muts (want die checklist is er niet voor niets!)

-Dat je eerst muntjes moet kopen voordat de drukte losbarst kun je zelf ook wel bedenken.

-Neem contant geld mee. Pinautomaten zijn elektronisch en dus storings- en weersgevoelig. Een wat overbezorgde maatregel, maar als het gebeurd ben je de lul.

-Ben je van plan om lekker link te gaan doen, schaf dan vooraf een schokbestendig telefoonhoesje aan. Een zuchtje wind is al genoeg om de touchscreen van je smartphone te laten huilen. Laten staan een smerige moshpit.

-Koop je later op de dag een flesje water, dan zijn daar die dopjes in je broekzak voor. De harde werkelijkheid van de horeca: om hervullen bij de wasbakken te voorkomen (en als gevolg minder omzet te maken) gooien de slaafse horecamedewerkers de dopjes van verkochte flesjes water weg zodat je deze niet kunt hervullen/kunt bewaren zonder een natte broek te krijgen (en wie wil dat nou?). Jou krijgen ze echter niet klein met deze slinkse praktijken.

-Belangrijk: Spa dopjes passen niet op Chaudfontaine flesjes en vice versa. Neem van verschillende merken een dopje mee.

-Voor de vegetariërs: doorgaans bestaan de leidinggevenden, verantwoordelijk voor de caterings-tak van festivalorganisaties, uit kapitalistische, onbewuste en bagatelliserende personen van het type ‘niet lullen maar poetsen’. Dat betekent dat zeker 90% van al het verkrijgbare voedsel niet wordt bereidt met plantaardige oliën of vetten. Reuzel (gemaakt van varkensbuik door het spek te smelten) vormt de hoognoot, met name in België. Wil je niet drie dagen aan de schijterij gaan, ontwijk dan de fastfood. En nee, dat is zeker niet gemakkelijk. Maar met goed zoeken kom je waarschijnlijk wel een handvol kraampjes tegen waar ze vleesloos voer verkopen. Let wel; je betaalt hier meer voor dan voor een simpel patatje met. Indien je voldoende broodjes meeneemt kun je ook voordelig bij je tent schranzen.

De festivalnachten en -ochtenden
-Condooms. Want als je door het weer gedwongen in je tent moet blijven stinken, maak er dan ook iets leuks van.

-Oordoppen. Voor snurkende partners of luidruchtige buren.

-Broodjes en beleg. Handig als ontbijt. Want je betaalt je blauw aan voedsel (zeker als vegetariër).

-Slippers voor het douchen. Want andermans modder, snot en/of sperma voelen niet fijn aan je schoongewassen pootjes.

-Als laatste advies: neem een boek mee. Het liefst die van mij, want dan kan ik in plaats van brood met suiker ook eens kaas eten.
Veel plezier, ruige rakkers!

Robbert Meijntjes

Rotterdammer Robbert Meijntjes (1986) heeft in 2012 Frontaal opgericht. Van een hecht clubje jonge schrijvers uitgegroeid tot een gesubsidieerd schrijverspodium met sinds 2015 iedere maand vijf jonge aanstormende schrijvers en één Grote Gast op het programma. Hiernaast is Robbert betrokken bij evenementen zoals Woordnacht en Kill Your Darlings en publiceerde in o.a. Trouw, Metro en Stadslog Rotterdam. Regelmatig draagt hij voor op podia als Woorden Worden Zinnen, Notes of a Dirty Old Man en Where The Wild Things Are. Momenteel werkt hij hard aan zijn debuutroman. Het einddoel: de kost kunnen verdienen met het full-time schrijven. Al is het maar in een donkere tweekamerflat, in een afgelegen hoek van de stad, net boven de vuilnisbakken. Foto: Purdey van Dijke