Sunny Shores
lp
singer/songwriter
“Kom eens even dichterbij je speakers zitten, dan zal Ome Peter je een verhaaltje vertellen” hoor ik als subtext zodra ik mijn lp-speler aan de praat krijg. Alles hijgt en kreunt aan deze muziek, niet alleen de stem van Peter J. Faber, maar ook de gitaren, de bas, de toetsen, zelfs de drums. Ik ben geboeid. Met een tergend langzaam tempo nemen de drie tracks op de A-kant van de lp me mee naar het holst van de nacht op een psychedelische party in de jaren ’70. De arrangementen zijn zo simpel en transparant dat elk akkoord voelt als een heipaal waar alleen jij, de luisteraar die helemaal in de flow is, omheen kan dansen. En tussen de mokerslagen door komen ineens flarden tekst verblindend fel aan het licht: “Sell my guitars to pay for the undertaker’s fee,” zingt Faber op “Bitter love”. Dat het geen gezellige plaat zou worden hadden we al kunnen vermoeden toen we de hoes zagen: de titel “Sunny Shores” staat in een heel basic lettertype afgedrukt tegen een grijze achtergrond en een close-up van Faber met een zeer ernstige gezichtsuitdrukking, compleet met stoppelbaard, warrig haar en een schrammetje op de neus.
Om wat te achterhalen over de achtergrond van Faber moet ik ook mijn weg banen door een bouwterrein. Zijn website (die voor het laatst werd bijgewerkt in 2010) presenteert flarden van wat hij in zijn muzikale verleden heeft gedaan of nog steeds doet. Zo is daar het duo met Xenia Gottenkieny, Seaweed (ook in versterkte vorm te boeken als Electric Seaweed) en is hij ook te boeken als dj onder de naam Singleman. Als ik de foto’s zie en de sound hoor van de hardrockgroep Narcissus Rex dan wordt het ineens zonneklaar hoe Faber zijn hese stemgeluid heeft gecultiveerd; de groep wordt in een recensie onder andere geroemd om “Peters excessieve podiumgedrag in het verleden, waarbij nogal eens brokken vielen en zelfs ledematen eraan moesten geloven.” Zijn lange haren is Faber kwijt maar hoe zou het zitten met zijn wilde haren? Als de vergelijkingen met David Bowie, David Byrne, Tom Waits en Leonard Cohen die naar aanleiding van de plaat in me opkomen voltreffers zijn, dan moet een live optreden een bijzondere ervaring zijn. Jammer dat ik de Record Release Party op 15 september in het Flora Theater van Delft heb gemist. Het Flora Theater, dat vroeger een pornobioscoop was en tegenwoordig een toonbeeld van shabby chique, moet een prachtige setting zijn geweest voor deze muziek.
Waarom zou je nou tegenwoordig een lp maken? Nou onder andere omdat een lp een A-kant en een B-kant heeft. Daar kan Spotify echt niet tegenop. Als een artiest rekening houdt met de spanningsboog van de luisteraar, dan kunnen de nummers die lekker weg luisteren op de A-kant en het wat meer diepzinnige spul op de B-kant. Faber heeft dat helemaal begrepen en heeft van de B-kant een trip gemaakt van de bloedmooie ballad “Polka dots” met sprookjesachtig (alt)vioolspel door Ingeborg Cneut, via de freaky rock ’n roll “Jenny” (compleet met luguber achtergrondkoortje), naar de track “Hard to believe” waarin met een mix van een dissonant orgeltje en de vertrouwde heipaal-flow weer een stap wordt gezet naar de sfeer van de A-kant. En probeer dan maar eens níet de naald op te tillen en de hele lp weer van voren af aan te beluisteren.
