Het was alweer een tijdje geleden dat een Cooper tour onmenselijk vroeg begon, maar dit is er weer eentje. Om 5:45 uur verzamelen bij de oefenruimte. Er moet namelijk zo’n 1030 kilometer gereden worden van Den Haag naar Périgueux in de Dordogne om te spelen op een festival van ons Franse label Kicking Records. We doen het dit keer trouwens wel héél efficiënt; drie shows in drie dagen. Perigueux, Orléans en Lille om na de show in Lille gelijk door te rijden naar huis. Met recht een Blitzkrieg Tour(tje).
Maar ik loop op de zaken vooruit. We zijn nog niet eens onderweg. We vertrekken als we alle spullen in de auto en minitrailer hebben gedaan. Cooper tourt namelijk altijd in een personenauto met een kleine bagagewagen met minimale backline. De rest lenen we altijd van de bands waar we mee spelen. Lekker goedkoop en overzichtelijk. Jammin’ econo zoals de Minutemen dat noemden.
Ons plannetje werkt. Geen files in Nederland, minimale vertraging bij Antwerpen in verband met het carnaval en tegen de tijd dat we Parijs naderen, tussen 11:00 en 12:00 uur is het ook daar op z’n rustigst. Wel worden we na Parijs getrakteerd op alle soorten kutweer die je je kunt bedenken; regen, storm en uiteindelijk vlakbij de eindbestemming, sneeuw.
Périgueux, een gemiddelde stad midden in de Dordogne, is altijd erg gastvrij geweest voor Cooper. We komen er al sinds 1995. Some Produkt is een organisatie die daar al sinds 1985 (punk)concerten organiseert in verschillende cafés, clubs en zalen. Bij aankomst is het dan ook een weerzien met oude vrienden. Niet alleen uit Périgueux maar ook uit Parijs. We doen namelijk dit weekend twee shows met Dead Pop Club uit de Franse hoofdstad. Met hen hebben we vorig jaar een zogeheten split 7” uitgebracht. Een vinylplaatje op 45 toeren waarop elke band twee nummers doet: Eén eigen nummer en een cover van een liedje van de tegenpartij. Naar aanleiding van die release zijn Dead Pop Club en Cooper al eens gezamenlijk opgetrokken in Frankrijk. Dat beviel zo goed dat we erg veel zin hadden om dat weer eens te doen. Al is het maar voor twee dagen. Om het feest compleet te maken is de eigenaar van ons label er ook. Het is tenslotte een Kicking Fest met naast Dead Pop Club en Cooper ook nog het Spaanse G.A.S. Drummers en het Franse Mastervoice.
Eten, drinken, lullen en dan spelen. Zo ziet de rest van de dag er ongeveer uit. Met 200 man is Les Sans Réserve zeer goed gevuld en de Cooper show wordt hogelijk gewaardeerd. Gelukkig, toch altijd weer spannend. Na het optreden lullen we en drinken we nog wat meer om vervolgens te gaan slapen bij één van de mensen van Some Produkt thuis. Inmiddels zijn we zo’n 19 uur bezig, dus het wordt ook wel eens tijd.
Op tour bij mensen thuis slapen is vaak heel leuk, maar soms ook niet. Soms kom je binnen en slaat de kattenpiswalm als een natte doek in je gezicht, schieten de kakkerlakken onder het aan jou toebedeelde matje door en blijkt op de kamer waar jij ligt een ruit kapot waardoor de koude wind precies in je kruis blaast. Dit alles nadat je met twee gitaren, je tas, je slaapzak en een fles wijn achtentwintig trappen op bent gezeuld, want je gastheer/vrouw woont ALTIJD op de bovenste etage van een flatgebouw en er is NOOIT een lift. En je moet ook nog je bek houden, anders worden de buren wakker.
Ook nu is het huis van onze gastvrouw op de bovenste etage, maar de hemel zij geprezen, er is een lift. Een echte. Die het doet. En het huis is schoon en ik heb een matras. Alleen de ratten in een kooitje kunnen me niet zo bekoren, dus die gaan met moeder de vrouw de slaapkamer in.
Het plan was om de volgende ochtend nog even de tweedehands platenzaak van Périgueux in te duiken. Altijd leuk voor een verzamelaar. We worden alleen te laat wakker. We moeten rond 12:00 uur alweer in de auto naar Orléans zitten om op tijd voor de soundcheck te zijn. Die we met hetzelfde gemak overslaan als blijkt dat het alweer 13:30 uur is tegen de tijd dat we met beide bands op de snelweg zitten. Hebben we toch een hekel aan, soundchecken. Of, in de woorden van een groot filosoof: “Soundchecken is voor bands zonder sound!”. Dus. Het sneeuwt trouwens weer.
L’Infra Red is een rockkroeg met zaaltje in de kelder. Promoter Fanou reageert zeer enthousiast op onze komst. Hij is fan en dat doet een band altijd goed. De Infra Red is een leuke zaal, maar de zaalvloer is verdeeld in een aantal etages met schotten van één meter hoog. Dit betekent dus dat een deel van het publiek over een schutting hangt. En dat voor een zaaltje van krap aan 200 man. Vreemd. Gelukkig zijn die 200 man er ook en verdwijnen de schotten als sneeuw voor de zon. Of als schotten achter de mensen, zo u wilt.

Cooper @ L’Infra Red
Na het eten lopen we met een aantal Dead Pop Clubbers nog even Orléans in. Mooie stad. En als we bij de kathedraal zijn proberen onze Franse vrienden de plek te vinden waar Jeanne d’Arc verbrand is. Daar! Nee, daar! Of toch daar? Blijkt dat ze helemaal niet in Orléans verbrand is, maar in Rouen. Weer wat geleerd.
Dead Pop Club opent de avond en doet dat, zoals dat heet, met verve. Fijne band is dat toch. Die het soort muziek maakt dat in Nederland absoluut geen poot aan de grond krijgt: emo-rock/punk á la Quicksand, Jawbox en Helmet.
De Cooper show is beter dan die van gister. Daar speelde de vermoeidheid ons tegen het einde wel enigszins parten. Vandaag niet. Vandaag raggen we stevig door en juist de nieuwe nummers van onze nog te verschijnen zesde plaat vallen in goede aarde. Na de show is een vader met zijn 17 jarige zoon zo enthousiast dat ie mijn hand niet meer los laat. Als hij me verteld dat z’n zoon bas speelt wijs ik gelijk naar Eddy. Die moet je hebben! Vindt ie leuk!

Dead Pop Club @ L’Infra Red
Het is heel gezellig in L’Infra Red, maar als we de vrouw van Fanou een wachtende houding aan zien nemen besluiten we wat vaart te zetten achter het inladen. Het laatste wat je wilt is een gastvrouw die bloedchagrijnig is omdat het haar allemaal te lang duurt. En we moeten nog 10 kilometer rijden naar hun huis.

Cooper @ L’Infra Red
Daar aangekomen valt het met die chagrijnigheid reuze mee. Al snel staan de worsten, olijven en kazen op tafel en worden de speciale wijnen uit de kelder getrokken. Wat een feest. Er wordt ook flink geblowd. Dat doe ik niet, maar het zet mij wel aan tot het zingen van de klassieker “Wij Zijn Zo Stoned Als Een Garnaal” van de onvolprezen Van Kooten & De Bie. Dit is voor mij echter ook gelijk een teken om maar eens te gaan slapen.
Uitstekend geslapen, dankjewel. Het hele huis wordt zo’n beetje tegelijk wakker en na een eenvoudig doch stevig ontbijt gaan we nog even op de foto met z’n allen en nemen we afscheid van iedereen.
Op naar Lille. En we zijn de hoek nog niet om of het sneeuwt alweer. Fijn.
L’Imposture is een klein punkkroegje even buiten het centrum van Lille. Ik heb er al een keer gespeeld toen ik met Forest Pooky een akoestische tour deed. Het weerzien met eigenaar Malik is allerhartelijkst. L’Imposture kan krap 50 man herbergen maar die zijn er al bij de support, Icons Down. En dat terwijl het 6 uur ’s avonds is! Wij spelen om half acht en om half negen zitten we alweer aan de dis in de keuken. Nog een laatste wijntje en dan door naar huis. En daar zijn we rond half één. Klaar.
Wat ik zei, zeer efficiënt. In drie dagen half Frankrijk gezien, oude vrienden ontmoet, nieuwe vrienden gemaakt en het bandje weer wat bekender gemaakt.
In april gaan we weer.
René Cooper