Met zijn Mavo diploma op zak werd Redman (Redman is de achternaam van zijn moeder) aangenomen op de kunstacademie. Maar hij ging er nooit naartoe. Met dank aan zijn tweede provisorische korte horrorfilm Ritual Of The Damned die hij maakte op zijn veertiende, kon hij aan de slag als professionele special effects-maker bij Atelier Sjoerd Didden. “Ik begon in mijn tienerjaren thuis te rommelen met special effects en nam dat op met de video 8 camera die we eigenlijk in huis hadden om werk van Diet te archiveren. Alle vrije tijd werd benut om filmpjes te maken. Vanaf dat moment keek ik vooral naar horrorfilms om de special effects te doorgronden. Ik werd op een positieve manier wel als een gek gezien: ‘kind maakt horrorfilmpjes vol spuitend nepbloed en rondvliegende ledematen’. Maar ik werd wel regelmatig gebeld door de televisie om commentaar te leveren bij een onderwerp over horror. ”
Hardcore
Een van zijn eerste professionele opdrachten (voordat hij bij Didden ging werken) was een videoclip voor de Rotterdamse hardcore dj en producer DJ Paul Elstak. Het nummer Don’t Leave Me Alone met begeleidende horrorpastiche van Redman, werd in 1995 een grote hit en door de Hitkkrant uitgeroepen tot videoclip van het jaar. Redman voegde zich hierna bij de entourage van Elstak en verzorgde special effects en vocalen op beroemde en beruchte gabber- en hardcorefestijnen als Nightmare In Rotterdam en Now Summer Dance in de Energiehal, Ahoy en De Kuip. “De gabbercultuur vond ik te gek, vooral in het begin toen het nog in ontwikkeling was. Die feesten zijn ook heel belangrijk voor mij geweest. Het waren mijn eerste optredens voor een groot publiek. Het was ook voor het eerst dat ik zag hoe de muziekindustrie in elkaar zat. Paul was in die tijd zó populair, de Backstreet Boys speelden zelfs in zijn voorprogramma.”
DJ Paul Elstak – Don’t Leave Me Alone
Redrum
Eind jaren negentig ontstonden de eerste Redrum feesten. Met deze avonden in Nighttown wilde Redman vooral nieuwe impulsen geven aan de, op dat moment wat ingezakte Rotterdamse hiphop -scene. “Ik heb mij nooit met voorbedachte rade op de hiphop gestort. Misschien was ik op zoek naar een geluid dat leek verdwenen. Je voelde nog wel een bepaalde sfeer op straat en er rouleerden tapes uit de begindagen van de Rotterdamse hiphop. Maar de edge was er van af. Goede hiphop integreerde alles. De eerste dj’s in New York gebruikten beats van onder andere Thin Lizzy, Bob James en Kraftwerk, uiteenlopende namen, maar het klopte wel. Public Enemy zijn helden voor mij. Zij maakten collages van samples, rukten dingen uit hun context en maakten er iets nieuws van. Bijna iedere rapplaat uit de late jaren tachtig was vernieuwend, alleen al door wat er met een draaitafel werd gedaan.
Als iets wordt gebruikt op een manier waarvoor het niet bestemd is vind ik dat innovatief. Zoals de eerste fuzz-effecten werden gemaakt door met scheermesjes in je speaker te snijden maar ook zoals in de hardcore de drummachine werd opgevoerd en overstuurt. Vroege hiphop zat vol met dat soort innovaties. Met zulke gedachtes begon ik Redrum feesten te organiseren, om iets terug te halen uit die creatieve begintijd.
De aanloop was stroef, we trokken niet gelijk volle zalen en het was niet altijd gemakkelijk om iedereen in de hand te houden. Er hing soms een gevaarlijke spanning in de lucht maar het is nooit misgegaan. Iedereen had uiteindelijk wel door dat het op dat moment de enige uitlaatklep in Rotterdam was. In die periode kwamen de middelen op de markt om gewoon thuis op de computer je tracks te maken. Er werd veel geëxperimenteerd en er ontstond een explosie aan nieuwe artiesten. Veel goeie dingen en natuurlijk ook ontzettend veel crap.” Het label Redrum Recordz richtte hij op om de hiphop artiesten die op zijn feesten optraden te vereeuwigen op de cd-serie ‘Rotterdam Redrum – The Underground Hits’. “Die cd’s bevatten goede en minder goede tracks. Het moesten snapshots zijn van die scene in dat jaar. Alles daarbinnen had bestaansrecht voor mij. De cd’s lagen tot in Groningen op de balies van de Free Record Shops. Ik bood ze tegen productieprijs aan zodat zoveel mogelijk mensen het zouden kopen en horen. Voor sommigen was het de opstap naar een mooie carrière.”
Naast zijn eigen platen bracht Redrum Recordz onder andere werk uit van Duvel, DJ Git Hyper, V.S.O.P. en de metalband Threnody. Een volledig album van Redrum Squad, de band die Redman inmiddels vormde met turntablist Eni-Less en rappers P-Mode en Unorthadox, kwam er echter nooit. “Iedereen binnen Redrum Squad had net als ik ook interesses buiten de hiphop en we pasten deze invloeden toe binnen onze producties. We hadden een mooie onderlinge chemie en waren misschien soms ook een vreemde eend in de bijt voor de hiphopwereld. We speelden meer in het buitenland dan hier en er ging echt een buzz rond, in afwachting van ons debuutalbum. We zijn eigenlijk nooit officieel opgeheven en werken onderling nog regelmatig samen in elkaars projecten.”
Remix
In 2001 verscheen Redmans documentairefilm Walkmen waarin hij de geschiedenis van de Rotterdamse hiphop in kaart bracht. Met zijn volgende film Anagram (2008), over het werk en de denkwijzen van zijn vader als beeldend kunstenaar, vestigde hij zijn naam als filmmaker. Anagram werd vertoond op het International Film Festival Rotterdam en won prestigieuze prijzen op filmfestivals in New York en Los Angeles. Over de totstandkoming van zijn meest recente documentaire Sample: Not For Sale, schreef hij het vermakelijke boek Het Sample Dagboek. Voor de film ondervroeg hij veel van zijn favoriete artiesten als George Clinton, Chuck D (Public Enemy) en Afrika Bambaataa over het fenomeen samplen. Public Enemy benaderde vervolgens Redman om een remix te leveren van het nummer Check What You’re Listening To.
“Iedereen die ik bezocht gaf ik een tasje met een aantal van mijn producten, om aan te tonen dat ik niet zomaar van een plaatselijke schoolkrant was. Ik was al vereerd dat Public Enemy de tijd nam om de inhoud hiervan door te nemen en naar de muziek te luisteren. Dat ik een remix mocht maken voor een groep die mij zo heeft beïnvloed is natuurlijk het grootste compliment dat je kunt wensen.”
Passie
Naast een film en een boek bracht hij in 2012 de ep Hybrid uit als Deformer. “In Deformer komen al mijn muzikale invloeden terug: hiphop, gabber, metal, punk, horror, noem maar op. Ik denk niet graag in genres, het is gewoon een combinatie van alles.” Daarnaast verscheen de ep Nosebleed van Wormskull, de groep die hij onder andere vormt met de Utrechtse producer/muzikant Bong-Ra (Jason Kohnen). Tussendoor maakte hij ook nog de muziek voor het nieuwe seizoen van Boijmans TV. “Ik zie in mijn manier van werken wel persoonlijke overeenkomsten met Diet. Ik maak of verzin niets om zomaar maar te scoren maar doe het omdat ik het leuk vind. Daarom doe ik het ook nog steeds. Passie is mijn drijfveer en geeft mij een lange adem. En zelfs al zou ik het willen; ik kan niet anders.”
Links
Deformer live at Lowlands
Deformer – Hybrid
Redrum Squad – 781
Walkmen trailer
Anagram trailer
Marel Kroon
Met zijn 75 jaar kan Rotterdammer Marel Kroon gerust de éminence grise van de Nederlandse popjournalistiek worden genoemd en een monument voor het steeds meer vergrijzende internationale poplandschap. Hoewel hij pas na zijn pensionering (tot zijn 65ste doceerde hij Boekhouden op een Hillegersbergse Mavo) serieus begon te schrijven, bevond hij zich gedurende zijn lange leven steeds daar waar Nederlandse popgeschiedenis werd geschreven. Als tiener zag hij de rock ‘n’ roll opkomen maar zijn enthousiasme voor pop werd pas echt aangewakkerd met een bezoek aan het concert van The Beatles in Blokker (1964). Datzelfde jaar stond de jonge Kroon vooraan tijdens de rellen rondom het Rolling Stones concert in het Haagse Kurhaus. Hij danste naakt op het Kralingen Popfestival (1970) totdat Jefferson Airplane-zangeres Grace Slick vanaf het podium hem persoonlijk vroeg of hij ‘please’ iets wilde aantrekken. Hij verloor zijn voortanden aan de rondmaaiende basgitaar van Sid Vicious tijdens het Sex Pistols-concert in Eksit (1977) en de rest van zijn gebit door een stagedive tijdens het concert van Nirvana in Nighttown (1989) waarbij geen mens hem opving omdat er praktisch niemand was. Zo hopen de wapenfeiten zich op. Voor Popunie gaat Kroon vooral op zoek naar de cult- en randfiguren van de Zuid-Hollandse popcultuur.

