Interview: Djocy Santos

If it sounds good, it is good

Haar ultieme droom is wereldberoemd worden en kunnen leven van haar muziek. Think big, zo zit Djocy Santos (32) nu eenmaal in elkaar. Ze gaat voor het hoogst haalbare, maar niet tegen elke prijs. En daarbij: de weg naar haar droom toe moet haar ook gelukkig blijven maken.

De artiest komt aan met de fiets. Waarom ook niet, want de zon laat zich weer gelden, een laatste stuiptrekking van de zomer. Het is 20 september. Twee zoenen, o wacht nee, toch drie. Het is weer even wennen, want ze is net terug van drie maanden Kaapverdië en daar zoenen ze elkaar nu eenmaal twee keer. Een vriendelijke glimlach tekent haar gezicht, haar keurmerk zou later blijken. Het kleine terras van Voz di Rua aan de Pelgrimsstraat is nog leeg; Djocy neemt plaats en vertelt honderduit.

Drie maanden Kaapverdië. Wat deed je daar?

“Ik heb een tour door het land gedaan. Lekker veel spelen met lokale muzikanten. Het publiek kent me in Kaapverdië, ik krijg er steeds meer gigs, het aantal volgers op social media groeit. Nu ik weer terug ben in Nederland, bereid ik me voor op de volgende stap in mijn carrière”.

Vertel.

“De komende tijd wil ik vooral nieuwe nummers schrijven en produceren en verder werken aan mijn bekendheid”.

Terwijl je nog niet eens zo lang bezig bent.

“Nou, ik maak al heel een hele tijd muziek hoor. Op mijn zesde begon het op de basisschool met het zingen van Without You van Mariah Carey. Ik durfde al heel vroeg van alles, ging meedoen aan talentenjachten. Het leek eerst de danstheaterkant op te gaan, maar op de middelbare school begon ik met schrijven van teksten op instrumentale nummers. Toen ontdekte ik de poëzie, ik schrijf nog altijd gedichten. En alles in het Engels en het Nederlands”.

Wanneer ging je schrijven en zingen in het Kaapverdiaans?

“Dat is pas zo’n drie jaar geleden. Ik rolde er min of meer in, mensen in mijn omgeving vroegen erom en ik dacht: waarom niet? Eerder kwam het niet in me op om in het Kaapverdiaans te zingen. Samen met producer Nuny Matias ging ik aan de slag en een half jaar later bracht ik mijn eerste single en videoclip uit: Bem ma nos, wat kom met ons mee betekent. Ik weet nog dat ik op de Nieuwe Binnenweg liep en de tekst van die single in mijn hoofd kreeg. Zoals vaker nam ik die tekst direct op in mijn telefoon. Vervolgens belde ik Nuny en via de telefoon schreven we de tekst van Bem ma nos”.

En daarna volgde de ep Mulher.

“Op een bepaald moment had ik genoeg nummers. Zes in totaal. Toen ik ze achter elkaar luisterde, merkte ik iets opvallends, de teksten gingen allemaal over een vrouw. Ongepland. Het gaat over moeders, zusters, vriendinnen enz. Vandaar de titel Mulher, wat Kaapverdiaans is voor vrouw. De ep kwam uit in november 2017”.

Je woont sinds je vijfde in Nederland, eerst in Amsterdam en de laatste jaren in Rotterdam. Hoe wil je hier bekender worden?

“Ik weet het nog niet, ik doe wat ik kan. Ik probeer vooral mijn netwerk uit te breiden, want zonder netwerk kom je nergens in de muziek. Ik mail boekers en programmeurs en andere mensen die me kunnen helpen aan promotie en/of optredens. In Nederland moet ik vooral veel festivals gaan doen, me bijvoorbeeld aanmelden voor het muziekprogramma Vrije Geluiden. Het gaat er uiteindelijk om dat je gezien wordt, dat je je PR op orde hebt. Het publiek moet weten wie je bent en waar je voor staat. Kijk bijvoorbeeld naar drie van mijn voorbeelden: Sade, Jennifer Lopez en Beyoncé, zij zijn een merk. Ik wil daar ook graag heen”.

Goed, stel je bent een merk. Waaraan zal het publiek je dan herkennen, behalve aan je muziek?

“Een glimlach, spiritualiteit en sensitiviteit. Ik ben een vechter en niet bang om mezelf te zijn. En, o ja, ik ben een control freak. Het liefst geef ik zo weinig mogelijk uit handen, en wanneer ik dat wel doe, kijk ik mee of het gaat zoals ik wel. Daar moet ik nog wel een beetje aan werken, zeker als ik mijn zaken straks aan een manager wil overdragen”.

Is er wel een markt voor Kaapverdiaanse muziek in Nederland?

“Niet echt, het is lastig. Daarom richt ik me ook op de Portugeestalige landen. Ik heb bijvoorbeeld opgetreden in een succesvol tv-programma in Portugal, op een grote commerciële zender. Daar kreeg ik heel veel goede reacties op”.

Maar het blijft moeilijk om voet aan de grond te krijgen in de wereldmuziek.

“Er is geen andere naam voor dan world music. Ik maak geen popmuziek, geen reggae, geen R&B, wat ik doe is een mengelmoes van verschillende stijlen. James Brown zei ooit: ‘If it sounds good, it is good’. Wellicht ga ik ook weer in het Engels of Nederlands zingen, wanneer het op mijn pad komt en ik er blij van word. Want dat is een belangrijke voorwaarde. Ik wil beroemd worden, stap voor stap, maar niet tegen iedere prijs. Zodra ik er ongelukkig van word, doe ik het niet. Plezier staat voorop”.

Meer over Djocy Santos? Check haar website.

Wat is de beste sample rate?!

Tijdens de Meet The Pro sessie van afgelopen september in de studio’s van Okapi Recordings kwam uit het publiek een vraag over welke sample rate je het beste kunt gebruiken voor een project en of de keuze van de sample rate samenhangt met je project.

Sample rates, ik heb er eerder een column over geschreven (column #17, The higher the better). Sample rate is net als dither een onderwerp wat vaak veel aandacht krijgt, terwijl andere zaken in het productieproces wellicht meer aandacht verdienen.

Want je moet goede oren hebben om het verschil te horen tussen een mix in 44.1 kHz en diezelfde mix in 96 kHz. Mijn aandacht gaat althans meer uit naar wat er in de mix gebeurt dan hoe de mix klinkt bij een gegeven sample rate.

Tuurlijk, de keuze van sample rate heeft invloed. Invloed op het digitale filter in A/D en D/A converters om aliasing te voorkomen. Bij een lagere sample rate (44.1 kHz) kent het digitale “anti aliasing filter” een steiler verloop dan bij een hogere sample rate.

Hoe steiler het filter, hoe hoger de eisen aan de (technische) constructie van het filter om die vervelende spookfrequenties (aliasing, Google maar eens op aliasing en Nyquist) buiten het theoretisch hoorbare frequentiegebied van ruwweg 20 tot 20.000 Hz te houden.

Een steiler filter zou, volgens audiofielen onder ons, kunnen leiden tot meer stress en minder focus in het geluid. Tja, ik vind dat maar lastig. Ten eerste moet je afluisteromgeving zeer goed zijn om de verschillen waar te nemen en ten tweede hoeft zo’n steiler filter niet per se slechter te zijn. De soort muziek speelt hierbij een nogal grote rol. Subtiele klassieke pianoklanken of een jazzy trompet zijn klankmatig en “audiologisch” toch echt een ander verhaal dan beukende rockgitaren en drums waar de waterdruppels van afspatten.

De menselijke waarneming is daarnaast ook niet bepaald 100% objectief et voilà: twijfel is geboren. Om een lang verhaal kort samen te vatten zou je kunnen stellen dat een mix in 96 kHz een iets andere “presentatie” geeft dan diezelfde mix in 44.1 kHz. Wat dat verschil dan precies is? Try it yourself.

Waar je wel rekening mee moet houden is dat als je de vergelijking wilt maken zowel de opname als de mix in diezelfde sample rate gedaan moeten zijn.

Maar goed, een minder steil digitaal filter is dus minder complex. In dat opzicht zijn hogere sample rates niet eens zo gek. Echter, het merendeel van onze streaming platforms accepteert louter bestanden met een sample rate van 44.1 kHz om er vervolgens ook nog eens een gecomprimeerd afspeelbestand van te maken (zoals mp3 dat ook is).

En ja, what goes up must come down. Ergens in de keten die mastering heet moet een eventueel hogere sample rate teruggebracht worden naar 44.1 kHz. Zou je bij opname al kiezen voor 44.1k dan hoef je niet meer terug. Winst, want het scheelt een extra stap processing.

Maar stel, je werkt aan een genuanceerd project wat wordt uitgebracht op een streamingdienst als bijvoorbeeld het Franse Qobuz. Qobuz ondersteunt hogere sample rates tot wel 192 kHz en biedt lossless streaming aan (er worden FLAC*-bestanden afgespeeld, kwalitatief gelijk aan wav-bestanden met een resolutie van 24 bit).

In een dergelijk geval is het geen slecht idee om eens te kijken of je wellicht je project kunt draaien op 96 kHz (of anders 88.2 of 48 kHz). Ik zeg bewust “kunt draaien”; het werken met hogere sample rates vanaf 88.2k tijdens opname en mix stelt enige eisen aan de rekenkracht van je computer.

Zeker als je veel sporen gebruikt in combinatie met plug-ins op ieder kanaal wil je niet bij het indrukken van de spatiebalk (play) de mededeling krijgen dat afspelen er vandaag echt niet inzit, of dat er wel afgespeeld wordt maar dat van je muziek tussen alle hick-ups door nauwelijks kaas te maken is.

De moraal van het hele verhaal is dat hogere sample rates niet per se beter zijn. De keuze hangt af van het format waarop je gaat releasen en of je computer om kan gaan met hogere sample rates (en meer rekenkracht).

Ik moet er wel bij vermelden dat, technisch niet onderbouwd en puur op gevoel, mijn voorkeur uitgaat naar 48 kHz. Vraag me niet waarom, maar het zal te maken hebben met het compromis van een iets minder steil digitaal filter, toch een wat hogere sample rate en het feit dat voor een release op vinyl zeker ook bestanden met hogere sample rate bij de perserij kunnen worden aangeleverd.

Zo, ik ben klaar. Jullie zijn er inmiddels ook wel klaar mee? Volgende maand weer wat meer luchtigs.