Het portret: Jente Lammerts

Jente Lammerts is jong, ambitieus en een goed voorbeeld van de golf jongeren in Rotterdam die de lokale muziekscene willen verreiken. Ze beheert o.a. NO THANKS! (een platform dat ageert tegen seksuele intimidatie tijdens concerten en festivals), het platenlabel Coaster Records en het nieuwe muziekplatform Front. Hiernaast speelt ze in de indieband Goodnight Moonlight en is muziek haar allergrootste passie. Ik spreek haar op een zonnige lentedag bij de Coffee Company, waar we praten over hoe al deze uitdagingen op haar pad zijn gekomen.

Om de hoek van het Patronaat
Jente groeit op in Haarlem, waar zij als 13-jarig meisje al naar concerten mocht in het weekend. Ze woonde om de hoek van het Patronaat, wat handig was voor haar vader die haar kwam ophalen na afloop van bijvoorbeeld Chef’Special, Will And The People of Kaiser Chiefs. Toen ze 15 werd had ze een ingeving om gitaar te leren spelen, maar dit vervaagde alweer snel. Desondanks is de liefde voor muziek altijd gebleven. Na de Havo probeert ze de studie Kunst en Economie op de HKU. Deze school wordt niet veel later ingeruild voor de Herman Brood Academie, waar ze vier jaar Muziekmanagement studeert en hierin haar toekomst vindt.

Wanneer ze zich een keer in de Exit/Excit in Rotterdam bevindt, ontmoet ze Jasper Boogaard. Ze krijgen contact op Facebook en dat is nooit meer opgehouden. Maar goed ook, want de samenkomst van deze muzikale individuen heeft gezorgd voor veelbelovende muziek kindjes, namelijk Goodnight Moonlight, Coaster Records en het pasgeboren Front. Ze gaan samenwonen in Rotterdam en Jente studeert nu Communicatie aan de Hogeschool.

 

NO THANKS!
Toen een vriendin van Jente, Mabel, naar een concert ging van haar favoriete band, Future Islands, was de ervaring minder leuk dan verwacht. Ze was alleen en voelde zich op een gegeven moment verloren, naar aanleiding van een vervelende situatie. Ze deelde dit op Twitter en als snel werd ze vanuit allerlei onverwachte hoeken gesteund. Er kwamen duizenden berichten over dit onderwerp binnen. Toen Mabel en Jente dit bespraken concludeerden ze dat vergelijkbare situaties te vaak gebeuren, terwijl niemand er echt wat aan doet.

“Toen zijn we met z’n vijven samengekomen met het idee om het dan maar zelf te gaan doen. Zo is NO THANKS! ontstaan, door ons en lotgenoten die het onderwerp veel media aandacht hebben gegeven. We willen voornamelijk voor bewustwording zorgen, vandaar ook de shirtjes. Stel je bent een keer alleen bij een concert dan weet je dat er mensen bij wie je terecht kan, mocht er wat naars gebeuren.”

 

“We moeten van elkaar weten dat we er voor elkaar zijn.”

17 en een platenlabel
“Dat geldt ook voor muzikanten, daarom is het erg leuk om een platenlabel te hebben. We kunnen elkaar vooruit helpen vanuit het plezier voor het vak. Daarin maken we ook geen onderscheid, ik en Jasper waren 17 toen we met Coaster Records begonnen en dat heeft nog weleens voor verbaasde gezichten gezorgd. Niemand verwacht dat je wat jonger bent als je digitaal contact met ze hebt, gelukkig waren alle reacties achteraf positief. Mensen vinden het juist leuk om te zien dat jonge mensen deze ambities al hebben.

We leggen zelf in als het gaat om financiën, met grote dank aan ome DUO. Alles wat we verdienen gaat direct terug in onze projecten om o.a. vinyl, cassettes en cd’s uit te kunnen brengen. Zo kunnen we blijven groeien en daarnaast bandjes helpen met hun shows en promotie. Zelf verzamel ik ook helaas (voor mijn portemonnee) vinyl, dat ik meestal van lokale, Rotterdamse acts koop. Zo support ik hun, ik weet door mijn werk dat deze artiesten er meer waarde aan zullen hechten dan grote, wereldbekende artiesten.”

Waarom ook niet?
“De focus van het label ligt niet op indie, maar we merken wel dat we die doelgroep aantrekken omdat onze band, Goodnight Moonlight, een indieformatie is. Onze smaak is heel breed, wat we luisteren gaat van black metal naar The 1975. Ik heb zelf geen muziekverleden, maar toen Jasper (die toen nog solo en in Dog Food speelde) en Daniel Pereira een paar synthesizer lijntjes over hadden in hun nieuwe projectje, dacht ik; waarom ook niet? Na genoeg oefenen had ik het onder de knie en speelden we al snel met z’n drieën de Popronde. Toen Daniel naar België verhuisde voor zijn studie, sloot Micha Zaat zich aan bij de groep en later Jim Luijten. Die laatste kende ik van mijn korte carrière op de HKU en nu zijn we 2,5 jaar verder.”

 

‘’Wat wij zelf luisteren gaat van black metal naar The 1975.’’

De regelnicht
“Ondertussen heb ik bas leren spelen met ontzettend veel oefenen, ben ik de regelnicht van de bende en zing ik mee op de achtergrond. Twee jaar geleden mochten we naar Parijs om op een avond te spelen met twee andere bandjes. We hadden hier totaal geen verwachtingen van, maar de zaal zat stampvol. Dat moment zal ik nooit vergeten. Een moment wat ik ook altijd zal onthouden is de release van onze ep Letters To Japan, wat plaatsvond in Roodkapje. De grootste droom van de band is een tour door Japan, naast überhaupt meer in het buitenland spelen. Als dat gebeurt is mijn leven wel compleet denk ik, haha.”

 

“Als het gaat om muziek leren spelen, geloof ik niet per se dat je talent nodig hebt. Je moet het gewoon willen.”

Intense planner
“Onze projecten balanceren met school kan nogal een uitdaging zijn. Mijn beste tip hiervoor is; een planner bijhouden. Die van mij is heel intens, ik plan zelfs in wanneer ik niks mag doen. En dan mag ik ook écht niks doen. Overdag werk ik meestal aan school, de rest van de tijd inclusief weekenden gaan naar muzikale inspanningen. Het scheelt ook dat mijn sociale leven verweven is met alles wat ik doe. Als je iets erg leuk vindt, kost het niet zo veel energie. Later zie ik mezelf op de marketing afdeling van een festival of podium werken, met het allerliefste mijn passies aan de zijkant.”

Cassette kunstenaar
“Je krijgt juist energie van de dingen die je belangrijk vindt. Dat hebben wij o.a. met opkomende artiesten in de spotlight zetten. Vandaar dat Front in het leven is geroepen. Dit hebben we met z’n zessen, als vrienden van elkaar, gedaan. Alle muzikanten waarvan wij denken dat ze gehoord moeten worden, krijgen een plekje op ons platform. Zeker als ze een beetje ondergewaardeerd worden, zoals de cassette kunstenaar Red Brut. Ze is al wereldwijd bekend, alleen in Rotterdam nog niet zo. De reacties zijn vaak zo leuk als je zulke mensen behandelt, dat doet je elke keer weer goed.”

 

Gewoon doen
“Ook komen bekendere artiesten aan bod, waar meestal al veel over geschreven is. Je zal door verschillende schrijvers verschillende inkijkjes in iemands leven krijgen. Zo hebben we laatst Lucky Fonz III geïnterviewd, die na één mailtje gelijk enthousiast was. Je moet het gewoon doen. Dat geldt ook voor het startten van een dergelijk platform. Bij ons borrelde het idee al een tijdje en we zijn het gewoon gaan ondernemen. De beste tip die wij daarbij hebben gekregen is dat als je begint met de instelling; ik ga er geld mee verdienen, je er dan beter mee kan stoppen. Je moet het niet doen voor het geld, maar voor de muziek.”

Een geregeld zooitje ongeregeld
“Rotterdam is een goede stad voor vergelijkbare muziekfanaten. Mijn met stip op nummer 1 favoriete plek is Roodkapje, door het huiselijke gevoel en de verrassende acts. Laura Hofman van King Sepi doet hier de boekingen en alles wat ze neerzet is steengoed. Rotown is ook altijd heel goed qua muziek en gezelligheid, ik heb hier acht maanden stage gelopen om af te studeren. Ook ga ik graag naar “herman, dit zit op Zuid en is obscuur tot in het obscure. De programmering gaat alle kanten op, van een poppunk band tot een dichter, en is in zijn algemeenheid een zooitje ongeregeld, maar dan geregeld.”

Beste band van de wereld
“Verder is in Rotterdam Motel Mozaique het beste festival ooit. De diversiteit ervan is top. Ook fijn dat het hier is en niet in Amsterdam. WORM is ook fijn, ze programmeren altijd nét wat anders. Qua bands is Lewsberg één van de beste bands van Nederland, als het niet van de wereld is. Zij maken noisepop, denk aan The Velvet Underground en Parquet Courts. De Museumnacht is ook altijd goed.”

 

Je moet het niet doen voor het geld, maar voor de muziek.”

LIJSTJES
(Huidige) favoriete evenementen? 
Best Kept Secret, Le Guess Who?, Grasnapolsky, De Onafhankelijke Label Markt in Amsterdam en De IJ-hallen.

(Huidige) favoriete muzikanten?
Parquet Courts, Westkust, Sigrid en The Strokes.

 

(Huidige) favoriete platen?
My Bloody Valentine – Loveless
Baby Galaxy – Mighty Night
Slowdive – Souvlaki
Pinegrove – Skylights

(Huidige) favoriete radio/muziekkanalen?
Pitchfork.

 

Mooi Spul

Natuurlijk kan ik het niet laten om nogmaals een column te wijden aan outboard gear. Ik ga hier wat dieper in op de -althans volgens menig mastering engineer- noodzaak van dit mooie spul.

Anno nu is er een groeiende groep masteraars die het ook zonder outboard, dus zonder converters maar mét plug-ins, redden om een puik klinkende master af te leveren. Zoals ik in mijn vorige column schreef zal een analoge eq of compressor je vast en zeker naar je doel leiden, net zoals een plug-in dat kan. Er is echter nog iets anders aan de hand met deze apparaten. Iets wat plug-ins niet op dezelfde manier voor elkaar kunnen krijgen. Het lukt ze wel, maar dan langs andere weg.

Het “iets” werkt alleen als je meerdere machines in een keten (chain) gebruikt. Zodra bijvoorbeeld een eq gevolgd wordt door een compressor vindt het “iets” al plaats. Maar wat is het dan, dat “iets”?

De uitgangen van de equalizer en de ingangen van de compressor lijken subtiel op elkaar te reageren. Ik kan er mijn vingers niet 1, 2, 3 tussen krijgen en er zal vast een esoterisch technische verklaring voor zijn maar op de één of andere manier lijkt het alsof er een interactie plaatsvindt tussen de output-stages van apparaat A en de input-stages van apparaat B.

De sterkte van het effect hangt af van het type in- en uitgangstrap. Zitten er buizen in? Of trafo’s? Of beiden? En wat is de in- en uitgangsimpedantie? Allemaal technische zaken waar ik niet zo heel veel van af weet, behalve dat het wat lijkt te doen voor de sound die uiteindelijk uit de keten komt en verantwoordelijk is voor een groot gedeelte van de uiteindelijke master. Hoewel subtiel, de invloed is toch zeker aanwezig. Zie het als The Force uit Star Wars, al gaat die misschien wat verder dan een subtiele invloed…

Los van de sound van die apparaten zijn fysieke knoppen en schakelaars gewoon leuk om aan te zitten. En ze zien er ook nog ‘ns stoer uit, met al die lampjes, meters en van die prachtige toggle-switches. Daarnaast is de feel van een stel analoge knoppen toch anders dan die van een computermuis.

Voor dat laatste is inmiddels een oplossing bedacht! Als je op Google zoekt op ‘nob control’ kom je uit bij, hoe logisch: nOb control. nOb is een prachtig klein houten kastje met een even prachtige grote messing knop en doet zijn werk zonder ook maar iets te hoeven installeren. De werking is even simpel als briljant: zet je muispointer op de knop/schuif van een plug-in die je wilt bedienen, draai aan de grote knop et voilà: de waarde verandert met het draaien aan de (k)nob. Een fraai staaltje Duitse techniek waarbij de analoge feel zijn intrede doet in het digitale domein.

Maar let op! Ook hier geldt wederom: “It’s the engineer, it’s not the gear!”