DJ Ruwe Bonk

Afgelopen  Museumnacht was ik echt vinyl aan het draaien in het Maritiem Museum. Het thema was ‘Ruwe Zeebonken’. De Mannen van Schorem en Barbier waren ingehuurd om dit kracht bij te zetten met hun knip- en scheerwerk en aanwezigheid.  ‎

Mijn platen waren aansluitend met rock ’n roll, R&B van de oude soort en popmuziek uit overwegend vijftig- en zestiger jaren. Aangevuld met wat Nederlandstalig materiaal, waarmee ik af en toe de Schorem crew confronteerde door om te roepen dat het volgende nummer aangevraagd was door één van hen en dan een plaat liet horen. De kappers zijn bekenden van me en kunnen wel tegen een grap.

Ik stond op de begane grond, recht tegenover de ingang. Over de hele avond kwamen er tegen de 4500 mensen binnenlopen, die mij aan het werk zagen.

Er kwamen veel bekenden in het museum. Zo kwamen mijn tante en nicht me rond 23.30 uur gedag zeggen. Het was een vrolijke boel met al die drukte, de muziek en de activiteiten van de overvolle kappersstand naast mij.

Ik stond links naast mijn dj-booth en zag een groepje mensen naderen. Drie mannen en een vrouw van rond de 25 jaar, schatte ik. Eén van de mannen ging half achter mijn draaitafel staan en begon van die dj-gebaren te maken. De gebaren die ik niet, maar Armin van Buuren wel maakt zeg maar. Hij stond inmiddels in een houding alsof hij een koptelefoon tegen zijn hoofd houdt en de plaat bijstuurt.

Overmoedig zette hij zijn hand op mijn plaat, waarmee hij de muziek stopte. Snel liep hij weg, tevreden lachend naar zijn vrienden. Zo, dat had hij toch maar even geflikt.

Via de andere kant van de tafel, stopte ik deze inbreker van de sfeer. Geïrriteerd, want zowel de plaat als de platenspeler zijn mijn eigendom, “Dat moet je nog een keer doen, dan heb je een probleem. Dit kan niet wat je net deed. Je kan beter niet aan andermans spullen zitten” vertelde ik hem dringend.

Het gebeurt helaas wel vaker dat een onverlaat mijn werkruimte betreedt en grappig gaat doen. Wanneer ik deze grapjassen waarschuw dat desbetreffende persoon te ver gaat dan stopt het echter. Meestal.

De dader daagde mij uit met de woorden “Wat dan? Wat ga je doen?” Waarop ik hem een duw gaf om kenbaar te maken dat het me ernst was. Hij kwam terug en herhaalde zijn woorden.

Intussen was er een bewaker én de directeur van het museum bijgekomen, die de boel probeerden te sussen; een opstootje kunnen ze niet gebruiken. De uitdager dacht veilig te zijn voor mij, met de bewaker die tussen ons in stond, maar had niet gerekend op mijn lengte en mijn mogelijkheid hem te raken. Wat ik dan ook deed.

Met vlakke hand gaf ik hem een corrigerende tik. Pats! Nou was de man gelijk geen uitdager meer, hij keek naar de grond terwijl hij wegliep, begeleid door museumpersoneel.

Kapper Lau kalmeerde mij voordat ik nog wat van plan was. Ik was nu echt boos. Mijn tante had een veilig heenkomen gezocht en om mij heen stonden wat mensen me aan te gapen, alsof ze een filmpje op Facebook voorbij zagen komen. Snel zette ik een nieuwe plaat op en liet de adrenaline zakken.

De directeur vroeg me even later of het nodig was wat ik zonet uitvoerde, omdat de man na mijn daad ineens zijn best deed om redelijk over te komen tegenover het personeel.

“Ja”, antwoordde ik. Het besef dat het geen goede reclame was om iemand een knal op zijn broodmolen te geven, deed me een poging ondernemen om de boel te redden naar de directeur; “Het is toch een Ruwe Bonken thema? Daar hoort wel wat Rotterdams geweld bij”. Iets zei me dat de directeur niet overtuigd was…


Okkie Vijfvinkel (1968) is net als Obelix bij zijn geboorte in een ketel met toverdrank gevallen. Vandaar dat hij al van jongs af als een bezetene in de weer is. Vooral met muziek! Door zijn eeuwige aanwezigheid in het uitgaansleven, zijn dj-werk en zijn avonturen als zanger en drummer van diverse bands, is hij een niet meer weg te denken steunpilaar uit de Rotterdamse muziekscene.

copyright foto: Jeroen Moerdijk

 

Spasmodique

12371245_441562892704256_5641721123523440690_oSix
lp / cd-album (als onderdeel van de box All And More)
new wave / post-punk

In 1986 ben ik zelf onderdeel van de Rotterdamse muziekstroming, die we nu post-punk noemen. We vinden ons dan behoorlijk goed, maar zijn meteen een illusie armer als Spasmodique debuteert met hun gelijknamig mini-lp.

Hier spelen vier jongens, die exact aanvoelen hoe het is om aan de zelfkant van Rotterdam te leven. De grommende stem van Mark Ritsema, beukende drums van Reinier Rietveld, zagende gitaarpartijen van Arjo Hijmans; duellerend met de gitaar van Mark en natuurlijk de pompende bas van Martin Doctors van Leeuwen.

Gelukkig zijn het, gezien de inktzwarte teksten over dood, eenzaamheid en grootstedelijk lijden, geen ervaringsdeskundigen. Ze omschrijven zich als vrolijke jongens, maar “Vrolijkheid, daar heb je geen muziek voor nodig”.

De jaren erna wordt een flink oeuvre opgebouwd en maken ze furore op binnen- en buitenlandse podia. Het zijn vooral de concerten die voor een grote en trouwe schare fans zorgen. Tijdens deze concerten worden de krankzinnigheid en paranoia van het bestaan pas echt beleefd en is de band helemaal in zijn element.

De daaropvolgende 30 jaar is de band steeds met hun eigen bestaansrecht bezig. De band wordt enkele keren opgeheven maar rijst vervolgens steeds weer op uit de as, om dan weer een beter album dan het vorige uit te brengen.

Toch blijft het een tijdlang behoorlijk stil en lijkt in 2002 het laatste album te verschijnen; From Villa Delirium. Net als je dan denkt dat de bandleden ieder hun weg zijn gegaan, slaat Spasmodique genadeloos terug met hun zesde album, hoopvol Six genoemd; daarmee een voorschot nemend op de opvolger.

Six heeft de vertrouwde line up en ademt hierdoor meteen dat unieke geluid uit dat Spasmodique’s handelsmerk is. Geen egotripperij, dit is een band die gelooft dat het geheel meer is dan de som der dingen.

Toch is er in het geluid het een en ander veranderd. Bij de eerste drie lp’s probeert de band vooral hun live-geluid op plaat te vangen. Bij Haven en From Villa Delirium lijkt al meer sprake te zijn van een studio-geluid.

Six is daarentegen een volwaardige studioplaat, waarbij alle acht nummers hun specifieke aandacht krijgen. Hebben de eerdere platen nog sporen van The Birthday Party, hier hoor ik een uniek geluid van een band die in de loop der jaren alleen maar is gegroeid.

De plaat begint met een George Martin-achtige noise-scape en stuwt dan via het Swampy Valey Stomp voort naar zijn eerste hoogtepunten bij de nummers Spiritville en The River Doesn’t Know, die gekenmerkt worden door opvallend heldere gitaarloopjes die zich meteen vastzetten in het brein. Niet voor lang; de helderheid wijkt keer op keer voor hevige distortion…

Via het ouderwets krankzinnige The Loneliness Of An Outdoor Smoker belanden we bij het dreigende Tender Quakes met reminiscenties naar het Sheffield-geluid uit begin jaren ’80. Een nummer dat een hele mooie boog spant gedurende de volle negen minuten die het duurt.

Absoluut hoogtepunt van de plaat vind ik echter Dirty River. Wat een goede song is dat! Prachtige vocalen, rondom een Velvet Underground achtige gitaarpartij. Nooit eerder de band zo ingetogen gehoord.

Sowieso opvallend is dat Mark met het groeien der jaren alleen maar beter is gaan zingen. Deze stem kan veel, heel veel, maar nu kan hij zoals in Dirty River ook nog ontroeren. Het lijkt alsof zijn samenwerking met Dirk Polak in Polar Twins en Mecano vooral zijn voordracht goed heeft gedaan. In alle partijen heeft hij rust in zijn stem en een rake frasering.

Voor de hardcore liefhebbers van het oude Spasmodique-geluid besluit de plaat met het negen minutenlange Savanna Sweetheart waarbij de live-sound weer goed benaderd wordt. Let in dit nummer op het Led Zeppelin-loopje in de vierde minuut.

Al met al een uitstekende plaat, die je even de tijd moet gunnen om binnen te komen om daarna niet meer van je draaitafel af te halen. Met andere woorden een dwingend aanschafadvies. Mag ik als laatste, ten overvloede, erop wijzen dat Spasmodique momenteel een kort tourtje doet.

22/4 Gebr. de Nobel | Leiden | met Yokocola
21/5 Manifesto | Hoorn | met Yokocola
27/5 Patronaat | Haarlem | met Yokocola