Het klinkt als een aflevering van Suske en Wiske maar “De mix en de eindbus” gaat over processing op de eindbus, master bus of stereobus. Vaak in de vorm van een keten van plug-ins, soms ook met analoge outboard om je mix een analoge vibe mee te geven.
Ik ben geen mixer maar wat ik zo om me heen hoor van mensen die dat wel zijn, gebeurt er nogal wat op zo’n laatste bus voordat het station mastering in beeld komt. Eigenlijk is die processing een soort (pre-)mastering. Een keten van equalizing en compressie om de mix te lijmen. De fameuze glue in de vorm van een SSL-stijl compressor is daar een mooi voorbeeld van.
Het doel van de mixer is eigenlijk hetzelfde als dat van een masteraar: het moet zo goed mogelijk klinken. De weg ernaartoe is wel heel anders. Een mixer brengt alle sporen samen, compleet met processing als compressie, reverb, panning etc. De masteraar werkt slechts met twee sporen en vertaalt de boodschap van de artiest naar een fantastisch klinkend eindresultaat.
Wat me in de loop van de jaren steeds meer is gaan opvallen is dat er tegenwoordig meer lijkt te gebeuren op de eindbus. Ik zeg bewust lijkt omdat ik geen mixer ben en puur luister naar datgene wat ik aan mixen binnenkrijg. Meer processing leidt maar al te vaak tot een meer “dense” mix: meer compressie, minder dynamiek en vaak ook minder transients*. Dit hoeft niet per se slecht of fout te zijn. Zolang het goed klinkt is er niets aan de hand.
Er loert wel een gevaar bij (veel) processing op de eindbus. Een effect als compressie is echt onomkeerbaar. Zodra een mix te dense wordt kan de masteringtechnicus dit bijvoorbeeld met equalizing of upward expansion te lijf gaan maar het ongedaan maken van de compressie en het terugbrengen van de originele dynamiek is schier onmogelijk.
De muziekindustrie is een markt van vraag en aanbod. Luisteraars vragen en de artiesten leveren mooie muziek af. In de afgelopen decennia is de muziek die wordt gemaakt langzaamaan steeds minder dynamisch geworden. Het luisterend publiek is op zijn beurt steeds meer gewend geraakt aan het luisteren naar dense muziek: compacte songs met veel energie en impact met vaak ook een veel hoger volume.
Luister maar eens (op gelijk volume) naar een song van bijvoorbeeld Billie Eilish en een song van Jimi Hendrix uit de jaren zestig en let eens goed op de dynamiek. Let op de openheid, de energie en impact, de zachte passages versus de hardere stukken. Je zult versteld staan van de verschillen. Beide songs hebben hun kwaliteiten maar het verschil in met name dynamiek is ongekend groot.
Laten we wel wezen, als Jimi Hendrix nog had geleefd dan zouden zijn songs ongetwijfeld moderner klinken. De techniek staat niet bepaald stil, om over de heer Hendrix maar te zwijgen.
Maar goed, die eindbus dus. Het enige wat ik mixers zou willen meegeven: wees een beetje zuinig op je dynamiek en je transients. Met wat tragere attacktijden van je compressor zul je merken dat die snares in je mix net wat meer punch en impact lijken te krijgen met meer energie als gevolg. Wie wil dat nou niet?
Just my two cents, doe er je voordeel mee!

Renzo (Masterenzo) is een Rotterdamse masteringtechnicus. Vanuit zijn premium mastering studio in Overschie werkt hij aan vele producties van onafhankelijke artiesten als Charlie Dée (Hédi Carlee), Black Nazareth en Bart Voncken. Nóg meer info over mastering en Masterenzo is te vinden op zijn website.
