Dagboek van een band: Banduitje

We vinden het tijd voor een banduitje. Zoiets als een bedrijfsfeestje maar dan zonder ladderzatte boekhouder die denkt dat hij in de finale staat van Dance Dance Dance. En zonder afdelingshoofd die in een hoekje de secretaresse met een dubbele tong probeert te versieren. Nee, het moest een bandwaardig uitje worden. Dus gingen we kijken naar een andere band.

Wij met de trein er naartoe, de helft van de band had wat BVO-tjes mee, want rock & roll, en voor we het wisten zaten we in de stiltecoupe. Het burgerlijke establishment stak daar direct de kop op. Mijn zakje paprika chips zorgde voor dodelijke blikken van een man met een boek. Bij elke hap chips kwam er meer stoom uit zijn oren. We lieten ons niet uit het veld slaan, we waren immers op weg naar een legendarische punkconcert. “Weet je wat Lemmy van Motörhead zei over deze band?”, fluister ik opgewonden. “Dat het de enige echte punkband is”, ”en de allereerste” vult mijn maat fluisterend aan. Keihard enthousiasme op fluistertoon.

Bij het naderen van de zaal, zien we een enorme lange rij vrolijke jonge mensen. We waren in verwarring. Heeft de jeugd onze muziek ontdekt? Is het omarmt door het grote publiek? Is het gedraaid bij 538? Heel eventjes wilden we aansluiten bij die rij maar gelukkig bleek onze ingang een andere te zijn, die zonder rij.

De zaal vult zich met oude punks, dat zijn de meest trouwe fans gezien de gemiddelde leeftijd van het publiek die avond. Tijdens de onvermijdelijke moshpit voelt iedereen zich net zo jong als de hele zaal naast ons. Bier en zweet vliegt in de rondte, zou dat in de zaal naast ons ook zo zijn? Een beetje frisse lucht was fijn geweest. Boven een bepaalde leeftijd begin je de controle over je sluitspier te verliezen, zei mijn buurman met een vies gezicht tegen mij. Komt waarschijnlijk ook doordat veel mensen met hun armen omhoog staan om het concert te filmen met hun telefoon. Probeer maar eens met je armen in de lucht een scheet in te houden, niet te doen.

Eigenlijk hadden wij in het voorprogramma moeten staan maar er is ergens iets misgelopen in de communicatie. Het zijn onze helden dus het ligt voor de hand dat zij onze muziek ook fantastisch vinden. Het zou dus niet meer dan logisch zijn als ze ons hadden gevraagd. Is niet gebeurd, ze hebben ons overduidelijk niet gecheckt. Tegenvallers zijn we zo onderhand wel gewend, het is net als de blues, geeft alleen maar extra inspiratie. Een nieuw nummer lijkt geboren.

Gelukkig is er ook een selfie met The Captain gemaakt, hebben we in ieder geval al een hoesfoto voor de volgende plaat. Rock on.

Wordt vervolgd…

Richard Rotteveel maakt Glampunk met Helleveeg en Nederstoner met Zombie Waiste. Dagboek van een band is een soapcolumn met twee dikke knipogen en veel herkenbare situaties voor de doorsnee muzikant. Het beschrijft de perikelen van de Leidse band Helleveeg en legt ze langs de meetlat van de gemiddelde wereldartiest. Onder de naam Riesrot schrijft hij verhaaltjes, columns of blogs, vaak voetbal of muziek gerelateerd en te vinden op zijn website

Green Cabin – GC Tape Vol. 1

  • GC Tape Vol. 1

  • Green Cabin
    • Genre: hiphop
    • Release-type: album, digitaal
    • Label: self-released

Nadat diverse leden eerder meerdere soloprojecten uitbrachten, bracht de soon-to-be-famous rapgroep Green Cabin dit eerste collectieve wapenfeit uit. Nog voor het aanklikken weet de artwork je aandacht te trekken. Te zien is een raket direct na lancering, omgeven door vuur en rook. De mooie, heldere kleuren houden je blik even vast alvorens je de muziek aanzet.

Dit samenwerkingsverband is ontstaan in een kamertje waar een aantal producers beats maakten en het zicht je zowat ontnomen werd door de wietrook (wat meteen de naam van dit collectief verklaart), wat zich laat terughoren in deze negen track tellende mixape. Vlak na aanzetten van de muziek word je gelanceerd in de dimensie van deze heren. De beats klinken heerlijk duister, doch sfeervol en melodieus.

De korte intro track Copperfield waarop Grown George en Elijah Waters vocaal te horen zijn, vormt een uitstekende inleiding op wat zal volgen. Honest bevat een refrein waarbij goed gebruik wordt gemaakt van auto-tune om tot een pakkende melodie te komen. Wat dit project zo goed maakt, is dat de mannen weten hoe ze spaarzaam gebruik van deze auto-tune kunnen maken zonder te overdrijven. Op een toekomstige crowdpleaser als Eastern Pink wordt er puur gerapt en door uitstekend getimede wisselingen van flows, bewijst men getalenteerde rappers te zijn. Je vraagt je af hoe deze track live moet klinken.

Op een nummer als Brand New worden er agressief raps op je afgevuurd over een donkere beat voorzien van snoeiharde drums. Plotseling word je in hetzelfde nummer gekieteld met een kort gezongen refreintje. Is dit een mindfuck? Voor je echter een antwoord op je vraag hebt, worden de rapsalvo’s alweer geopend. Om bij te komen, volgt de goed geplaatste, laid-back The Difference. Samen met de eerder genoemde Honest het enige nummer waar alleen op gezongen wordt. En ook nu klopt het precies in het grotere geheel.

Deze release belooft veel goeds van Green Cabin en als de raket op de artwork enige indicatie is, gaan ze nog ver komen.

Back On My Bullshit, Smoke