Arme sterren

markritsemaMooi hoe Ai Ming Oei in haar recente column voor deze site de ambities beschrijft van de gemiddelde kandidaat van een talentenshow. Deze wil niet meer de beste in het vak zijn of de mooiste muziek met publiek delen, maar simpelweg ‘ster’ worden. Bijna een nihilistische stelling, alsof zij al beseffen dat de ‘sterren’ van tegenwoordig vooral worden weggehouden van hun vakgebied. Liever worden zij ingezet als schoonspringer, schansspringer en kunstschaatser of op exotische eilanden gedropt om de Mol te zoeken. En dat alles om het publiek te vermaken met hun onhandigheden, kneuzingen en emoties, oftewel hun menselijkheden. ‘De sterren’ zijn de hedendaagse freaks. Arme sterren.

Tot ver in de twintigste eeuw bezochten mensen freakshows of tentoonstellingen van ‘wezens’ met aangeboren gebreken en misvormingen – Siamese tweelingen, mannen en vrouwen zonder ledematen of met overbeharing, hermafrodieten, reuzen, dwergen en geestelijk gehandicapten (de zogenaamde geeks). Het publiek kwam hier op af om zich onder te dompelen in leedvermaak en te griezelen bij al die mismaaktheid. Maar het engste en meest confronterende aan deze misfits was natuurlijk de herkenning van hun menszijn. Met name door de geweldige film Freaks uit 1932 van regisseur Tod Browning werden sommige van hen zelfs bekendheden. Het uitbuiten van gebreken is vandaag de dag niet meer ethisch. Gelukkig dat we nu ‘de sterren’ hebben.

Dat bedacht ik mij toen ik vorige week op televisie Patty Brard in een badpak (op zich al geen appetijtelijk gezicht) van een hoge duikplank zag springen. Na een plompe en onhandige salto in de lucht kwam zij met een doodsmak, plat op het water terecht. Auw, dacht ik, tegelijk met iedereen die op dat moment naar de uitzending keek. Maar laten we eerlijk zijn, zij voldeed volledig aan wat wij vooraf hadden gehoopt. Het bleek om promotie te gaan voor een nieuwe halsbrekende stuntserie die men voor ‘de sterren’ had bedacht: Vliegende Hollander – Sterren van de schans. En ja hoor daar gingen ‘de sterren’: plat op hun bek vallend, uit de bocht vliegend en botsend tegen een huisje dat strategisch onhandig aan het einde van de schans was neergezet. Lange Frans en Dean Saunders en Shary-An, stuntelend en pijn lijdend ter vermaak van heel Nederland. Wat was hun oorspronkelijk beroep ook alweer?

Stel dat je die talentenjacht als zanger hebt gewonnen. De ogen zijn nu op je gericht en zelfs Giel Beelen heeft, tussen twee slokken cola door, iets aardigs over je gezegd. Het sterrendom is nakende. Je bereikt de Mega Top 50 en je clip wordt minstens een miljoen keer bekeken op YouTube. Je begint te dromen van Ziggo Dome, Ahoy, een eigen huis en een verhouding met een Bekende Nederlandse. Je manager belt:

“Ik heb iets fantastisch voor je!”
“Wat dan? De Wereld Draait Door? Een diepte-interview met Marel Kroon? Een duet met Carice?”
“Nee iets veel beters, je komt in Wie is de Mol?.”
“Zegt mij even niets, ga ik daar in optreden?”
“Nee, je bent kandidaat.”
“Maar, wat houdt dat dan in?”
“Ja, dat is mij ook onduidelijk. Je wordt ergens in de wereld, meestal op een tropisch eiland gedropt met een groep bekende Nederlanders. Er is een zekere tijdsdruk. En tja, dan ren je wat rond.”
“En tussendoor zing ik dan nummers van mijn komende album?”
“Nee, je zingt niet. Het is wel belangrijk dat je regelmatig toont dat je het moeilijk hebt, dat je even stuk zit. Daar houden de mensen van. Huilen, vloeken… maar niet zingen.”

En dan zijn er nog de grote, internationale sterren, eenzaam wonend op hun Olympus, feilbaar en zwak van vlees als heidense goden. Ze voeden ons met verdovende internetpagina’s vol lief, leed, sekstapes, schoonheid, liefdadigheid, cosmetica en celebrity-twisten. Soms komen zij zelfs naar beneden om zonder ondergoed een liefdadigheidsgala of award-show bij te wonen. “Satyrs and their child wifes,” zoals David Bowie zingt in The Stars (Are Out Tonight). Bowie (wat een comeback!) laat de sterren in dit prachtige nummer als vampieren naar ons, stervelingen loeren met jaloerse blik: “They watch us from behind their shades, Birgitte, Jack and Kate and Brad”. Ze zuigen ons leeg om onze levens vervolgens weer uit te vergroten in hun eigen identiteitloze en steriele sterrenwereld. Arme sterren.

Sp. 91 / Mark Ritsema

Mark Ritsema is zanger, gitarist, songwriter en journalist. Hij speelt en speelde onder andere in de bands Polar Twins, Spasmodique, Raskolnikov, Cobraz, Mecano, The Bullfight, Minny Pops en Vera en solo als Nightporter. Hij schrijft onder andere voor Uit Agenda Rotterdam, Daily Paradise en Muziekweb.

Foto (c) Marc Dubord

Live-verslag: Door Visser & Richard Beukelaar @ De Machinist

Gisteren traden Door Visser & Richard Beukelaar op in De Machinist. Dit optreden werd mede gefinancierd door Popunie Music Support Rotterdam.

De tafeltjes in het café van de Machinist zijn aardig druk bezet wanneerDoor Visser met haar band het podium op loopt. Een band die nog maar sinds anderhalve maand compleet is en daarom is dit ook hun eerste optreden in deze bezetting. Door maakt al sinds haar elfde levensjaar muziek. In 2006 richte ze haar eerste bandje op waarmee covers speelde. Inmiddels zijn we zeven jaar verder en staat ze op de planken met enkel eigen liedjes. Liedjes die gaan over onzekerheid en haar onzekerheid over hoe andere haar zien. Eric Hantelmann speelt tweede gitaar, en achter hem schuilt een contrabas die wordt bespeeld door Hans Visser. Door zingt en speelt gitaar, waarbij ze als tweede stem bijgestaan wordt door Eefje Mesker. De veelal rustige luisterliedjes maken het een hele fijne opener van de avond, en haar onzekerheid? Daar merken wij de hele avond niets van.

Image and video hosting by TinyPic

Image and video hosting by TinyPic

Niet veel later staat Richard Beukelaar klaar, met een gouden strot, een baard en gitaar. In zijn vorig leven was hij bassist bij The Madd, maar nu staat hij zijn mannetje met zijn baard en gitaar. Hij heeft, tot grote ergernis van zijn vriendin, met zichzelf afgesproken dat de baard er pas af gaat wanneer zijn cd Barefoot klaar is. De eerste stappen zijn al gezet, de eerste opnames zijn al geweest. Maar eerst moet er weer even geld in het laatje, ook in muziekland is het crisis. Richard komt met een tiental erg afwisselende liedjes op de proppen. Sommigen vragen om doodse stilte, anderen om een rokerig donkerbruin bluescafé. Allemaal even sterk van tekst. Bij het laatste nummer, Bruise, komt naar voren hoe goed Richard ècht kan zingen. Na twee fijne optredens, heel groot applaus en tevreden publiek, wordt er plek gemaakt voor het open podium. En het bleef nog lang gezellig in het café van de Machinist…

Image and video hosting by TinyPic

Image and video hosting by TinyPic

Gezien: Woensdag 6 maart, De Machinist, Rotterdam

Sp. 91 / Josh van den Berg