De lagelanden ziekte

Het zal geen enkele concert- en/of festivalganger ontgaan zijn dat de grootste stoorzender vaak het mede-publiek is. Mensen die zich belangrijk genoeg voelen om plaats te nemen in een ervaring die voor velen in de zaal heel persoonlijk en emotioneel is, om er vervolgens ongegeneerd doorheen te tetteren alsof het een bruin café aan de haven is. Ondanks de groeiende discussie rondom dit problematische gedrag, zie ik het niet per se afnemen. Of althans, dat zag ik niet—tot afgelopen weekend. Want daar kwam ik in aanraking met de flinteringen van een tegengeluid.

Al minstens drie jaar lang slaan mijn partner en ik onszelf voor het hoofd als midden april weer verstreken is. We zien dan de line-up van het Tilburgse festival Roadburn, slaken allicht een kleine kreet van enthousiasme en kopen vervolgens alsnog geen kaartje. Waarom? Dat kunnen we ons allebei niet meer voor de geest halen. Wel durf ik te wedden dat de angst voor constant geklets er een rol in heeft gespeeld. Dit jaar lieten we ons eindelijk niet meer uit het veld slaan en kochten we een tweedaags ticket. Nu het weekend alweer achter de rug is en de brakheid mijn hersenpan heeft verlaten, kan ik met een gerust hart zeggen dat Roadburn mijn favoriete festivalervaring ooit is geweest.

Binnen vrijwel alle geboekte acts staat emotie centraal, gehuld in een goede dosis muzikale dynamiek. Deze emotie straalt sprankelend af op de mensen in het publiek. Het diverse publiek had allemaal dezelfde tranen op de wangen bij de prachtige muziek van bands als Planning for Burial, Oathbreaker en Agriculture. Bij die laatste ontstond er een bepaalde lading hoop in mij voor een toekomstige genezing van die hardnekkige ‘Dutch Disease’.




De lichten in de zaal gingen uit, de muziek over de PA viel stil en ieders ogen waren enkel en alleen gefixeerd op de illustratie achter het nog lege podium. De gesprekken die tijdens het wachten plaatsvonden, doofden snel uit, en waar normaal gesproken nog een deel daarvan blijft bestaan, werd dit al snel letterlijk en figuurlijk gesust. Net als het praten werkte het sussen aanstekelijk en verspreidde het zich in rap tempo door de volgepakte Main Stage. Zo bleven we allemaal minutenlang in stilte staan. Richting de vier minuten begonnen enkelen zich ongemakkelijk te voelen en klonk hier en daar een grapje of het doodvermoeiende ‘speleeeeeen’ alweer door de zaal. Dit was het moment waarop de band opkwam.




Hier viel mij niet alleen op dat er duidelijk genoeg mensen in die zaal waren die ook ongestoord wilden genieten van de stilte, maar ook dat mensen schijnbaar zeer slecht tegen stilte kunnen—iets wat ik door de jaren heen uit meerdere monden heb gehoord. Waarom legde ik dit verband niet eerder? Het komt dus niet alleen door het egocentrisme dat steeds meer terrein wint onder mensen, maar ook door een aversie tegen het ‘niets’.

Naast dat Roadburn na dit weekend mijn favoriete festival is geworden (en ik nu al mijn weekend na Pasen volgend jaar in mijn agenda blokkeer), heb ik ook een nieuwe dosis hoop gevonden voor een gezonde toekomst in het concertleven. De eerstvolgende keer dat je in een publiek staat en je je alweer dood ergert aan irritante kletsmajoren: wees niet bang om zelf je mond open te trekken en die te gebruiken voor een positief doeleinde. Een snelle ‘ssst’ kan heel wat losmaken bij je medeconcertgangers, die je waarschijnlijk zullen bijstaan in dit sissende protest. Wees niet bang om onderdeel te worden van deze stilte-tegenbeweging.

Quincy Fortes is een muzikant, producer en schrijver uit Rotterdam-Zuid, voornamelijk actief binnen de spookachtige post-rockband L’orne en hiernaast ook betrokken bij de acts Loveth Besamoh en Horse On The Ridge. Voor de Popunie schrijft Quincy columns over de lokale scene.

Live-verslag: Sy-Ki bouwt een dromerige totaalwereld rond The Warrior Princess of Mycenae

Donderdag 23 april presenteerde Sy-Ki haar nieuwe album The Warrior Princess of Mycenae in het intieme Vessel 11. De releaseshow voelt als een doordachte DIY-productie waarin muziek, beeld en performance vloeiend samenkomen. Vervormde vocalen, analoge synthesizers en abstracte visuals vormen samen één gelaagd geheel dat verder gaat dan een standaard liveset.

Foto door: Pablo Venema

Tijdens het optreden neemt Sy-Ki het publiek mee in een persoonlijk en conceptueel verhaal. The Warrior Princess of Mycenae fungeert als een ode aan empathie, een kwaliteit die volgens de artiest steeds meer verloren gaat. Geïnspireerd door de Griekse mythologie schetst ze een zoektocht naar een betere toekomst, waarin vrouwelijke kracht en innerlijke ontwikkeling centraal staan.

Opvallend is haar gebruik van autotune. Waar dit effect vaak wordt ingezet als een puur esthetisch middel, gebruikt Sy-Ki het bewust als verlengstuk van haar storytelling. De vervorming van haar stem geeft de muziek een emotionele, dromerige en soms vervreemdende lading die de thematiek van het album versterkt.




De performance is tot in detail uitgewerkt. Van licht en geluid tot styling en beweging: alles draagt bij aan de wereld die ze neerzet. Tegelijkertijd behoudt Sy-Ki een opvallende rust en focus op het podium, alsof ze volledige controle heeft over elk element van de show.

Hoewel ze het album zelf heeft geproduceerd en gemasterd, staat ze tijdens deze show niet alleen op het podium. Ze wordt ondersteund door drie muzikanten: Nikita Nikolova (percussie en vibrafoon), Hugrún Elfa (fluit en trombone) en Emma Bullot (basklarinet), die extra diepte en dynamiek toevoegen aan het geheel. Ook neemt ze de tijd om haar team te bedanken, waaronder ontwerper Liza Gerdan voor haar custom outfit en haar oma, die ze omschrijft als haar grootste fan.




Met The Warrior Princess of Mycenae zet Sy-Ki een consistente en doordachte totaalperformance neer waarin muziek en verhaal onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het is een optreden dat niet alleen gehoord, maar ook beleefd wil worden.