Animistic Beliefs – Sinuous Gullie

Wie zijn elektronica het liefst analoog eet en graag namen als Drexciya en Dopplereffekt op de menukaart ziet staan, moet als de wiedeweerga naar Animistic Beliefs gaan. Dit Rotterdamse elektro-restaurant, met de koks Linh Luu en Marvin Lalihatu achter het fornuis, haalt namelijk heerlijke maaltijden uit zijn drumcomputers en synthesizers. (en ja, dan hebben we het over de echte hardware-pannen, niet die soms wat vlakke, smakeloze plugins die veel laptopkoks graag in de keuken gebruiken)

De eerste échte creatie, na in 2017 de Sena Grote Prijs van Rotterdam én De Rotterdam Music Award ‘De Belofte’ gewonnen te hebben, heet Sinuous Gullie en bevat alles waar de eclectische lekkerbek hard op gaat. Zuigende acid, esoterische strijkers, dikke baslijnen, overstuurde 808’s en verhakselde vocalen.

Wie Animistic Beliefs live heeft gezien, weet dat er veel energie in de act zit, maar soms ook een wat zoekend geluid. Dat euvel is op Sinuous Gullie nauwelijks aanwezig. De vijf tracks tellende ep biedt namelijk een prima staalkaart van wat analoge elektronica zo interessant kan maken.

Opener Phycodurus Dragon is categorie ruwe bolster blanke pit: het klinkt fel en stekelig, maar is diep van binnen een heel lief nummer. Duisterder wordt het op titeltrack Sinuous Gullies, waarop zure acid en oldschool arpeggio’s elkaar het licht in de ogen niet gunnen.

Marianentrog Patrol (inclusief hypnotiserende slomo-video) neemt de luisteraar mee naar duistere plekken op de bodem van de zee, terwijl het gas even terug gaat op Aquatic Gas Exchange. Animistic Beliefs sluit af met het chaotische uptempo-gevaarte Thalassic Alarm (Linh’s Hymn).

Als luisteraar blijf je na afronding van Sinuous Gullie buiten adem achter. Mijn advies: lekker op repeat en af blijven dalen naar die onderwaterrijken van Animistic Beliefs. Hoe vaker je duikt, hoe meer je ontdekt.

Volg Animistic Beliefs op Facebook en hun Bandcamp vind je hier.

Waarom muziek maken zoveel meer is dan werk

Voordat ik als trainer en coach voor creatieve ondernemers werkte, gaf ik regelmatig poëzie-workshops op scholen. Daarom was ik gevraagd voor een workshop op een basisschool in Utrecht. Ze hadden een thema-week met allerlei activiteiten. Mijn workshop was er daar één van. Die dag zou ook de wethouder langskomen met een cameraploeg van de lokale televisie.
Eén van de leerlingen die deelneemt aan mijn workshop is Hamid. Hij zit achterin en kijkt wat nukkig. Maar af en toe flapt hij er ineens een hele bijdehante opmerking uit. Ik kan er wel om lachen.

Al snel valt me op dat hij talent heeft. Hij kan goed uit de voeten met mijn opdrachten en de resultaten zijn verrassend. Dus als me na afloop gevraagd wordt om een leerling aan te wijzen die zijn gedicht, voor de camera, mag voorlezen aan de wethouder, noem ik zijn naam.
Hij kijkt verrast op. “Huh… ik?” “Ja, als je wilt tenminste. Lijkt je dat leuk? Dan ben je vanavond op TV!” zeg ik. Hij glundert en laat even zijn stoere masker zakken. Dan herpakt hij zich en antwoord nonchalant: “Dat is goed, waarom ook niet”.

Tijdens de opname gedraagt Hamid zich voorbeeldig. Hij geeft de wethouder netjes een hand, neemt schuchter de complimenten in ontvangst en verontschuldigt zich daarna: “Ik moet nu gaan, ik heb zo weer les.” Terwijl hij terugloopt naar zijn lokaal zijn de docenten verbaasd. “Wat heb je met hem gedaan? Zo beleefd heb ik hem nog nooit gezien. En dit is ook de eerste keer dat hij zelf zijn best doet om op tijd in de les te zijn.” Blijkbaar is Hamid normaal beslist geen makkelijke leerling. Totaal anders dan wat ik van hem gezien heb.

Tja, dat kan zomaar gebeuren. Als je voor het eerst het idee hebt dat je iets kunt. Dat je op een positieve manier benaderd wordt. Dat je je gezien voelt. Het doet me denken aan het moment dat ik dat zelf voor het eerst ervoer. Ook voor mij had dat met schrijven te maken. Maar ik hoor veel van mijn coachees hetzelfde vertellen over de eerste keer dat ze optraden met hun instrument. Of ineens bleken te kunnen zingen. Ik was 10 jaar en ging op bezoek bij een nieuwe basisschool. Op mijn vorige school voelde ik me nooit echt op mijn plek. Ik had weinig aansluiting bij mijn klasgenootjes. Ik was stil en een dromer. En ik werd altijd als laatste gekozen met gym…

Toen kwam ik in een nieuwe klas en ik vond het doodeng. Al die nieuwe kinderen die elkaar allang kenden. Maar later die dag kregen we een schrijfopdracht en het was alsof er iets in mij openging. Als vanzelf kwamen de woorden tevoorschijn en al snel was mijn blad vol. En het tweede. En derde.

De juf had al snel gezien dat het mij makkelijk af ging en (veel belangrijker) dat ik er plezier in had. Ik mocht mijn verhaal voorlezen en kreeg applaus van de hele klas! Pas toen besefte ik dat ik iets bijzonders had gepresteerd. Want de verhalen van de andere kinderen waren kort en lang niet zo goed. Ik voelde, voor het eerst in mijn leven, dat ik iets kón.

Dat gevoel is nooit meer verdwenen. Natuurlijk ben ik kritischer geworden. Niet alles wat ik schrijf is goed. En ik doe mijn best om mezelf steeds te verbeteren. Maar dat ik aanleg heb, daar twijfel ik nooit aan. Het is iets waar ik altijd op kan terugvallen.