Down The Rabbit Hole
- Certain Animals
Met Down The Rabbit Hole van Certain Animals zijn we allemaal heel even Alice. Certain Animals is Thijs van Leeuwen op zang en gitaar, Niels-Jan van Dijk op bas en zang en Kees Braam op drums en tevens zang.
Vanuit thuisbasis Rotterdam maakt het trio vuige gitaarrock met een blues- en psychedelisch randje. Dat doen ze niet onverdienstelijk, ze openden al voor grote namen in mooie zalen en op eigen kracht speelden ze vorig seizoen de Popronde bijna integraal.
Titeltrack Down The Rabbit Hole zet de ep in gang en de opener zou niet misstaan als opwarmertje op het gelijknamige Nederlandse festival. Met snerpende gitaren zet het trio de Southern toon zoals we voorheen alleen een Nederlandse band als DeWolff zagen doen. Certain Animals gaat echter al snel een stapje verder door een vleugje psychedelia toe te voegen aan de mix.
De bandleden zeggen geïnspireerd te zijn door de grote klassiekers zoals Cream, The Beatles, Led Zeppelin en Jimi Hendrix, maar wie goed luistert, hoort op deze ep ook moderne psychedelische invloeden terug zoals van Tame Impala. Roses is daarvan een goed voorbeeld. Hierin hoor je een jazzy geluid met een Elephant-feel.
De psychedelische beestenbende is chaotisch te noemen, maar de muziek voelt tegelijkertijd heel gecontroleerd aan. Onbewust voel je je toch even Alice die door een konijnenhol in een wondere wereld terecht komt waar de begrippen tijd en ruimte niet meer te volgen zijn. Zo ook bij Certain Animals. Met gevoel voor dynamiek schotelt het trio de luisteraar allerlei geluiden voor die steeds een andere kant op lijken te gaan, maar toch goed bij elkaar passen. Ik zie Certain Animals nog wel eens een rockopera maken. De multi-inzetbare stem van Thijs van Leeuwen zou zich daar bovendien uitstekend voor lenen. Doormouse duikt ondertussen de psychedelische sprookjes in en voert de spanning op door middel van trage riffs, roffels en een orgeltje.
In Shoot Me Tomorrow maakt het psychedelische heel even plaats voor een sound die wat weg heeft van The White Stripes. Deze vierde track heeft en ritme om lekker op mee te stampen en daarmee absoluut potentie om de hit te worden. Met een abrupt einde is zo de kogel door de kerk.
Martin’s Mantle bouwt op en zwakt af in een precieze golfbeweging. Zoek de track maar eens op in Soundcloud, dan zal je zien hoe de waveform op z’n minst een perfecte golf te noemen is. Een leuk feitje, waar je bij het luisteren via andere kanalen en formaten absoluut niks aan hebt, laat staan tijdens een optreden.
Een rustige Interlude met accordeon siert de plaat als intro voor alweer het laatste nummer. Slow is verre van langzaam en brengt de energieke band weer terug bij de Americana invloeden waar de plaat mee begon. De cirkel is weer rond en als het laatste akkoord is weggestorven kruip je voldaan terug door het konijnenhol naar boven.