De Titelloze Eerste
cd- / download-album
Nederlandstalige thrashpunk
Je moet een goede reden hebben om je band naar de dood te vernoemen. Los van de provocatie is het de meest definitieve naam die je kunt bedenken. Tenzij je gelovig bent, dan zou je je band nog De Hemel of De Hel (naar gelang de muziekstijl die je beoefent) kunnen noemen.
Het Schiedamse powertrio De Dood lijkt niet gehinderd door enige religieuze overtuiging of bijbehorende naastenliefde. Op hun debuutalbum De Titelloze Eerste raggen zij er in een half uur 14 gejaagde en lawaaiige punksongs doorheen, aangedreven door woede, geweld en misantropie.
Eerst, zo halverwege de jaren nul, was er Sanne en Ik, een absurdistisch punkduo dat opzien baarde met nummers als korte woede-uitbarstingen. Sanne drumde en zanger/gitarist/songschrijver Vincent Niks deed de rest. Toen echter hun verkering uitraakte, ging ook het muzikale duo ter ziele.
Er werd nooit iets uitgebracht, zodat Vincent het repertoire kon meenemen naar zijn nieuwe band De Dood. Deze bestaat naast hem tegenwoordig uit bassist Joost Broere en drummer Tim van Dorp.
In 2009 werd het debuutalbum aangekondigd bij het Rotterdamse Tocado Records, maar dat label is inmiddels niet meer. Wat er in de daaropvolgende zes jaar is gebeurd, lijkt onduidelijk. Ze zijn in ieder geval minder gaan drinken, zo bekende Vincent in een interview met Vice.
Wat bleef zijn de korte, absurdistische en grove punksongs met voor zichzelf sprekende titels als Wat Ben Je Dom en Zomaar Zonder Reden Mensen In Elkaar Slaan. De Titelloze Eerste laat zich beluisteren als een plankgas-joyride waarbij alles en iedereen het moet ontgelden: van Pino tot hongerige Afrikanen.
In tijden dat pedante rappertjes drugs en drank propaganderen bij de jeugd, is een nummer over een heroïne spuitende opa die drugs uitdeelt op het schoolplein niet eens zo schokkend. Daar is het te over de top voor. ‘Dopa’ heet dat nummer, een samenvoegsel van opa en dope. De taalvondsten van Vincent zitten wel meer in de titels, zoals Hondenuitlaatservice Waffen SS en Afrikaanstellers.
Die laatsten hebben ‘alleen maar trek,’ wat snedig rijmt op ‘wij hebben ook wel eens geen cash voor de Mac’. De Dood maakt geen shockrock of schandaalmuziek. Daar zijn de teksten te satirisch voor. Soms bijna cabaretesk, wat nog eens wordt versterkt door de toevoeging van melige stemmetjes als tegenhanger van de brul van Vincent.
Grappig zijn de teksten wel, over onraad in Pernis en Oost-Vlaardingen, de Roadkill op Pino (check ook de clip) en een Molen Vol Mongolen. En als Vincent Al Pacino was, dan was hij een acteur. Zo is ieder nummer wel goed voor op zijn minst een gniffel.
Het lijkt een regel dat Nederlandstalige rock verstaanbaar moet zijn. Dat gaat vaak ten koste van de productie. En Lemmy of wijlen de zanger van Death kun je toch ook niet altijd verstaan? Gelukkig heeft De Dood gekozen voor een vette en rauwe productie boven verstaanbaarheid. Dat laatste hindert niet, de boodschap komt toch wel aan en zit ook in de muziek.
Joost en Tim houden de basis strak en bieden Vincent alle ruimte om flink te keer te gaan op zijn gitaar die lekker vooraan in de mix staat geschoven. Metal- en punkriffs worden afgewisseld met puur gerag en noise. Misschien zit hier wel de echte woede van Vincent op dit Niks-ontziende debuut van De Dood.
