De afgelopen maanden zijn voor mij een eye-opener geweest. Daar waar er in mijn leven eerst plaats genoeg was om me te focussen op het songwriten en zingen in een akoestische band heb ik mijn microfoon voor de komende tijd aan de wilgen moeten hangen.
Cafés en poppodia zijn vervangen door vele uren thuis om te sleutelen aan mijn debuutalbum dat in augustus uit moet komen. Een kans die me gegeven is dankzij een Amerikaans label dat voornamelijk handelt in de wat donkerdere stromingen binnen de elektronische muziek (IDM, glitch, power noise etc.). Ik prijs mezelf gelukkig, want het genre wat ik heb gekozen om naar voren te brengen geniet niet zoveel mainstream aandacht en is lastig verkoopbaar aan het grote publiek. Ternminste, dat was het. Steeds meer en meer komt er vraag naar experimentele elektronische muziek in plaats van de dansplaten die op de radio worden gedraaid en waar menig zaal de hele avond hun cliéntele mee bedient. Deze column stelt me in staat om zelf even te kijken naar wat Ambient nu zo aantrekkelijk maakt.
Het is voornamelijk zo dat ambient als een beweging behoorlijk ver is gekomen sinds Brian Eno zijn legendarische Ambient 1/ Music for Airports uitbracht in 1978 (een album dat overigens nog steeds prachtig klinkt, ook buiten de nostalgie om). De technologie is vooruit gegaan binnen een afzienbaar korte tijd. Hardware synths hebben plek gemaakt voor field recordings (het opnemen van geluiden in de wereld buiten het raam waaruit ik zit te turen tussen het tikken door) en analoge instrumenten zijn grotendeels vervangen door software en sound design. En hoe meer we vooruitgaan vanuit het disco tijdperk tot de onze, hoe meer de muziek zijn vorm begon te verliezen. Niet in het gebruik van de effecten (delay en reverb zijn nog steeds standaard wapens in het arsenaal van elke ambient artiest, mijzelf incluis) maar in de sound zelve. ‘Echte’ ambient is voornamelijk melodieloos, ritmeloos en ook heel vaak dynamiekloos. Ambient in zijn puurste vorm is drone geworden. Puur in zijn intentie, gevoelig in de uitvoering.
En dit is wat ik interessant vind aan drone; het gooit vrijwel alle regels van muziek in de wind en focust zich vrijwel volledig op toon om een gevoel over te brengen dat meestal mysterieus van aard is, onwerkelijk en toch tastbaar. Hele werelden lijken geschetst te worden door meestal maar één enkel geluid, of een harmonie van geluiden die zo nu en dan weg vagen, maar nooit veranderen.
Een iets toegankelijkere vorm van ambient is te vinden in de richting van de psychill en downtempo, met artiesten als het Zweedse Carbon Based Lifeforms en Solar Fields (beken van de Mirror’s Edge soundtrack) die drone mengen met een flinke dosis geblurb van de Roland TB-303 (wie kent hem niet?) en Goa-trance invloeden. De filmindustrie begint ook steeds meer dit soort muziek te ontdekken en steeds vaker hoor ik de moderne ambient in de grote AAA films zoals Drive en de recent uitgekomen The Host.
En ik vind het prachtig. Als ambientartiest ben ik blij dat er naast massaal geproduceerde dansmuziek met vrij weinig vernieuwing ook vraag is naar experimentele geluiden en onconventionele ritmes (of de afwezigheid van ritme in het algemeen) met een mysterieuze sfeer die uitnodigt om met je ogen dicht te gaan zitten luisteren en die ruimte vrij laat om je gedachten de kant op te laten gaan die je wilt. Nog prachtiger is het dat ik links en rechts steeds meer jonge muzikanten en producers deze soort muziek hoor verkiezen boven de plat gewandelde paden van de EDM. Zij zijn het levensbloed van een scene die steeds meer het oog van het grote publiek trekt, en zij zijn het die ervoor zorgen dat het genre blijft groeien en zich blijft vernieuwen.
Chris Anderson
Chris Anderson is een 22 jarige singer/songwriter en ambient producer uit Spijkenisse die als hij niet aan muziek bezig is er wel over schrijft voor het Britse ‘Music Review Database’.
