Een kopje koffie

Processed with RookieOnze hond maakt makkelijk vrienden. Hondenvrienden, mensenvrienden. Het is hem om het even. Zo’n anderhalf jaar geleden stond hij vlakbij Lissabon als zwerver kwispelend voor de deur. Hij was er gewoon. Opeens. En nu wandelen wij dagelijks samen door Beja. Tonio is groot en sterk, maar heeft een extreem hoge Rataplan-factor. Dat laatste maakt hem heel aaibaar.

Meestal tegen 11.30 uur, wanneer ik aan het werk ben, maar even pauze wil van het songschrijven of uitstelgedrag vertoon (bijna nooit hoor), lopen we naar hét plein van de stad: Praça da República. Daar stoppen we bij het enige terras dat het rijk is om een koffie/water te drinken/slobberen. Als je nu een gemoedelijke sfeer voor je ziet, probeer dat dan even in het kwadraat te fantaseren en dan weet je hoe we er daar bij zitten. De rust en stilte zijn overweldigend en het voorjaarszonnetje doet me voorzichtig wat kledinglagen afpellen.

Het duurt meestal maar een paar minuten voordat de eerste local of verloren toerist zich bij Tonio meldt voor zijn of haar dagelijkse portie ‘helend contact met dieren’. Zo mierzoet dat de Portugese tegels bijna van de muren knallen. Na wat spelen en knuffelen schuift de ‘voorbijganger’ aan. Ik vind dat meestal leuk. We hebben gesprekken in het half Portugees/half Engels. De locals willen graag weten wat ik hier doe en geven allerlei tips; de leukste plekjes, hun favoriete muziek, muzikanten die ze kennen en vast wel willen meedenken. De toeristen vragen de weg in Beja en willen weten waar ze goed kunnen lunchen. Soms heb ik daar geen zin in. Dan doe ik alsof ik geen enkele taal spreek en kijk onbegrijpend.

Wie ik die dag ook heb ontmoet of ontweken, ik ga thuis altijd weer met een extra goed gevoel aan de slag. Vaak heb ik nieuwe contacten gelegd of ik heb genoten van het voortkabbelende leven hier. Ik realiseer me hoezeer ik hier al thuis ben. Een kopje koffie op het plein dus. Dat is er voor nodig. En mijn eigen versie van Rataplan. Ohja, én het vooruitzicht om in april weer in het wat drukkere Rotterdam te zijn.

Daisy Cools

Dat Daisy Cools vroeg of laat een project als ‘The Europe Files’ zou bedenken was onvermijdelijk. Reizen, optreden en liedjes schrijven: het zijn dé ingrediënten waar Daisy inspiratie van krijgt. In een reeks van zes ep’s onder de noemer ‘The Europe Files’, woont Daisy steeds zo’n 5 maanden in een Europese stad waar ze optreedt en liedjes schrijft. Haar eerste bestemming ‘The Paris file’ kwam uit in 2011, waarna Palermo (2012) en Lissabon (2014) volgden. Op zoek naar het gevoel van vrijheid, deelt Daisy door middel van haar liedjes haar ervaringen tijdens haar verblijf in de verschillende steden. 

Na maanden in het warme zuiden te hebben doorgebracht, wil Daisy binnenkort juist koudere sferen opzoeken met een verblijf in Reykjavik. Voordat zij in 2015 naar de IJslandse stad afreist, viert zij in Nederland het voltooien van het eerste deel van de reeks met o.a. een album en optredens met haar band. Meer informatie over Daisy en haar muziek kun je vinden opwww.daisycools.com.

Zinkzand

cover idagIn De Aap Gelogeerd
lp / download-album
Nederlandstalige rhythm & stampblues

Wat krijg je als je Captain Beefheart, The Dubliners, Stuurbaard Bakkebaard, Meindert Talma, Jules Deelder, een vleugje new wave met een hoop testosteron kruist? Precies Zinkzand. De naam is net zo apart als het muziekgenre. Of toch niet?

Charmant, sympathiek en authentiek zijn de steekwoorden die boven komen drijven bij het beluisteren van deze langspeler met de ludieke titel In De Aap Gelogeerd. In eerste instantie denk je dat het gaat om een cabaret gezelschap. Eerder bracht Zinkzand al het album De Thee Trekt, Maar De Zee Nog Meer uit. Plezier en lol voeren de boventoon want voor diepgaande teksten of oud-Hollandse kleinkunst truckjes hoef je bij Zinkzand niet aan te komen.

Zelf noemt de band hun muziek ‘zeemansblues’. Eerlijkheidshalve moet ik ook bekennen dat de plaat als geheel doet denken aan stoere zeebonken en onvervalste zeeschuimers. Zeker in de spaarzame koortjes komen de visioenen naar boven van een ruwe zee. Soms klinkt de muziek van Zinkzand wat vergezocht, de andere keer een beetje kaal. Zinkzand lijkt het niet zo nauw te nemen en vooral voor de gimmick en het gevoel te gaan. Maar hun humor en spelplezier knallen letterlijk uit de speakers en verlaten de huiskamer niet meer.




Muzikaal rammelt het nogal en ook toonvastheid lijkt niet iets wat tot het vocabulaire van de band behoort. De zanglijnen van Wiebe Radstake en Ward Blokland neigt eerder naar zingzeggen met een valse ondertoon, dan naar ludieke koorzang. Gelukkig neemt de band zichzelf dan ook niet zo serieus. Hierdoor is het allemaal prima te verteren en niet storend. Titels als Pierewaaier, Wiedeweerga, Stilte Coupe en Dit Is Wat Het Is, zeggen voldoende. Dit wordt nog eens extra gecompleteerd doordat er afwisselend wordt gezongen in het Nederlands en in steenkolen Engels. De arrangementen in de nummers zijn eigenlijk wat te karig om lang te boeien, want meer dan boem-tak-boem-tak is het eigenlijk niet. De ongecompliceerde partijen van saxofonist Jos van Doorn zorgen er echter voor dat dit nauwelijks opvalt en dat is knap.

Door de leegheid van de arrangementen doen de liedjes mij een beetje denken aan de Nederlandstalige bands aan het begin van de jaren tachtig. Zeker de nummers In Zierikzee en Rotterdam hadden niet misstaan op een compilatie uit die jaren. Dat Zinkzand ook een gevoelige kant heeft blijkt wel in City Blues. De band durft hier wat voller uit te pakken en geeft niet alleen de saxofoon van Jos van Doorn de ruimte, maar ook Rowan van As krijgt hier alle ruimte op de trombone. Zinkzand bouwt hier duidelijk naar een hoogtepunt toe. Het doet af en toe een beetje denken aan De Dopegezinde Gemeente, een collectief dat een jaar of vijftien geleden grote furore maakte in het circuit. Wie weet als Zinkzand gewoon doorgaat zonder pretenties kan de band mooi in de voetsporen van deze bovengenoemde band treden.