This Time It’s Personal

chris andersonIn een industrie waarin het af en toe lijkt alsof de trends volgen de enige goede manier is om je muziek aan de man te brengen is het heel makkelijk om de artiesten over het hoofd te zien die niet aan de lopende bands hits scoren. Waar veel bands in de Top 40 hard hun best doen om zo actueel mogelijk te blijven opdat ze niet vergeten worden, is het altijd fijn om even stil te staan bij de liedjesschrijvers die al jaren bovenaan staan zonder hun ziel te verliezen in de dans tussen labels en het publiek. Eén van die artiesten is één van Ierland’s grootste export producten sinds U2: Damien Rice.

De 40-jarige singer/songwriter uit een miniscuul dorpje in Kildare is een succesverhaal van depressie, zweet en tranen met in het middenpunt een kleine man met een groot hart en een gouden stem. Na een redelijk nationaal succes te hebben genoten met zijn eerste band Juniper besloot Rice de handdoek in de ring te gooien. Zat van de compromissen die gesloten moesten worden met zijn toenmalige label verhuisde hij naar Toscane, waar hij zijn dagbesteding omswitchte van muzikant naar boer, om vervolgens terug te keren naar Ierland waar hij met geleend geld zijn eerste demo als solo artiest opnam en opstuurde naar een ver familielid die werkzaam was in de film en muziekwereld. De demo was een succes en Rice kreeg een voorschot om een mobiele studio bij elkaar te halen en een volledige plaat op te nemen.

De allereerste single van het toen nog titelloze album kwam in de vorm van The Blower’s Daughter, een emotioneel liefdesliedje over een vrouw uit Rice zijn jeugd. Het liedje was een regelrechte hit in Ierland en zette Rice op de kaart. Zijn debuut album O (dat inmiddels al twaalf jaar oud is) piekte op de achtste plek in de UK Top 40 en bleef daar 97 weken staan. Ook verkocht het album meer dan een half miljoen exemplaren in de Verenigde Staten, en al snel volgde daar de eerste tour.

Vier jaar later kwam het lang verwachte antwoord op O in de vorm van 9, waarvan de lead single 9 Crimes wederom de hitlijsten aanvoerde voor een lange tijd.

Daarna werd het stil. Rice trok zich nog verder terug uit het dagelijkse leven dan hij al was en de weinige keren dat hij op een podium verscheen waren vaak onaangekondigd en op de meest onverwachte plekken; een dorp in Zuid-Afrika, als artiest op fundraisers in IJsland en een mini tour in Korea en Japan. Af en toe werd er gesproken over een nieuw album en een nieuwe wereldwijde tour maar er werd niets concreets gezegd.

En toen had ondergetekende de kans om hem zijn eerste gig in Nederland sinds zeven jaar te zien spelen op de eerste editie van het Best Kept Secret Festival en was het alles wat ik ervan had verwacht en meer. De beste man was in topvorm. Speelde de sterren van de hemel voor een muisstil publiek van 15.000 jankende toeschouwers (de rest van het terrein was zo goed als leeg, wat rot geweest moest zijn voor de andere bands die op dat moment speelden) en speelde zelfs een volledig nieuw nummer met de belofte dat 2014 toch echt het jaar was waarop we zijn derde album kunnen verwachten. Na tien jaar wachten is aankomende november de maand waarop we de nieuwe hersenspinsels van wat misschien wel de meest eerlijke singer/songwriter die op deze aarde rondloopt kunnen verwachten.

Damien Rice dus. De man die mijn muzikale opvoeding getekend heeft en voor wiens muziek men mij nog steeds op elk moment van de dag (en nacht!) wakker kan maken, en het levende bewijs dat de beste artiesten soms niet de hardste stem of elk jaar een nieuw album hoeven te hebben om relevant te blijven. De verwachtingen voor zijn nieuwe album zijn groot, maar ik maak me geen zorgen.

Chris Anderson

Chris Anderson is een 23-jarige singer/songwriter en ambient producer uit Spijkenisse die, als hij niet met eigen muziek bezig is, zich stort op zijn nieuwe project; hij maakt een podcast vol relaxte elektronische muziek, waarin ook Rotterdamse artiesten gepromoot worden. Klik hier voor meer info.

Flesh, Trash & Heat

Flesh Trash and HeatFlesh, Trash & Heat
cd-album
originele crossovers / catchy improvisaties

“Dit is echt iets voor Lowlands!” is mijn allereerste reactie als ik de openingtrack Graphic Traffic hoor. Een soort geïmproviseerde muziekpoetry die zich gaandeweg nestelt in het behang, in de deurpost en als ragfijne voedingsbodem zijn dagelijkse werk doet.

Flesh, Trash & Heat doet de naam eer aan. Een flink scala aan muziekstijlen passeert de revue maar dit collectief weet dit zo samen te smelten dat het als één coherent geheel naar buiten treedt. Jazz, ska, punk, funky pop en dubstep; het komt allemaal voorbij en weet dan ook nog je trommelvliezen heel prettig te kietelen.




Flesh, Trash & Heat – Graphic Traffic

De sterke hooks in Don’t Panic, Night Surfing en Mask zorgen er voor dat het allemaal nog heel toegankelijk is ook. Bij vlagen is het zelfs zeer dansbaar. Vooral Don’t Panic is door de vette overstuurde basloop zelfs een beetje hitgevoelig. Ook het iele en dwarse gitaarloopje in Dust Of Summer kruipt heel stiekem bij je naar binnen. Als niets vermoedende luisteraar heb je de indruk dat het een totaal ongestructureerde chaos in combinatie met vrolijke experimentele beats is, maar dit is slechts schijn.

Er zit een duidelijke lijn in de tracks en de opbouw van dit gehele album is niet zomaar een gezellig allegaartje maar het betreft duidelijk songstructuren omgezet in spannende composities met een lichte fantasie. Deze debuutplaat is meer dan een verzameling tracks voor een doordeweekse herfstavond. De muziek werkt zelfs hypnotiserend en door de doorlopende cadans is het bijna verslavend te noemen. Één keertje draaien per avond is dan ook niet genoeg. Slechts bij de vierde keer begint er pas een klein beetje verzadiging op te treden. De saxofoon van Hans Rath en de declamaties van Shay Krueger vormen het strijdmiddel van dit miniorkest.

Flesh, Trash & Heat kan zo acte de présence geven op festivals met een gewaagde programmering zoals Crossing Border en Motel Mozaique. Natuurlijk is het allemaal niet even origineel te noemen en horen we basloopjes, gitaarpartijtjes en drumgrooves die geleend zijn van oude funk, jazz en reggaeplaten, maar zo vernuftig in elkaar gedraaid komen we ze niet iedere dag tegen. Dit scherpe collectief doet sterk denken aan OLaBOLA, de band van Ro Krom en Nico Brandsen van een jaar of tien geleden. Flesh, Trash & Heat maakt met dezelfde intentie en energie muziek als dit bovenstaande groepje uit Haarlem. Nu nog een reclame voor Calvé en de band is een geheide kraker op vele festivals. Dan pas zal een doorsnee festivalbezoeker zeggen; “Stimmt! Die recensie van de Popunie klopte als een bus.”

Voor meer informatie bezoek je de Facebook pagina van Flesh, Trash & Heat.

Cok Jouvenaar