Alsof je naar een paar nummers van Willy Deville in combinatie met Dire Straits zit te luisteren. Een soort van poppy Americana, maar ook net weer niet. Akoestisch maar toch elektrisch, slow maar toch powerful, authentiek maar toch hedendaags. Even in het kort beschreven waar Dads5 voor staat. De ideale muziek voor de donkere wintermaanden.
Zanger Rene Stuyt heeft een mooi vol timbre en mompelt zich bijna door de teksten heen zonder dat dit vervelend is. De opgefokte gedrevenheid van een jongere generatie ontbreekt hier. Doorleefd, bluesy, sepia en genoeg ervaring om heel laidback in de songs te hangen. Luister vooral naar Dancing In The Night en je weet dat hier geen woord van gelogen is. Stuyt als zanger maakt hier enorm goede sier.
Het gehele album ademt een laidbacksfeertje uit. Het past precies in het plaatje van deze wat ouder wordende muzikanten. Het vijftal heeft een streepje voor op de jongemannetjes die in de rij staan voor landjepik. De mannen van Dads5 hebben goed nagedacht over het repertoire in combinatie met levenservaring. Er is duidelijk niet over één nacht ijs gegaan. En met subtiele melodieën en samenzang wordt er flink gequote uit de Amerikaanse popmuziek uit de jaren zeventig. Niet dat dit de overhand krijgt, maar laagje over laagje is dit wel aanwezig.
Dit album kent een tragisch verhaal. Kort na de opname raakte drummer Hans Bouter in coma, nadat hij in India een auto ongeluk had gehad. Twee dagen na de release overleed Hans. Een verdrietig relaas dat dit album goudomrand maakt, want het is toch bijzonder dat Dads5 door is gegaan en dit album heeft uitgebracht.
Het album kent enkele uitschieters zoals Slow Train en het stoere Goodbye en Dancing In The Night. Songs die lekker wegluisteren en precies laat horen waar muzikanten de mosterd vandaan halen. In Dancing In The Night schuurt Dads5 tegen de Britse Tindersticks aan. De mannen brengen een stukje salonmuziek bij uitstek. Een open haart, dikke Havana en een glas robuuste rode Spaanse wijn, laten we zeggen een Rioja. Zeker het trompetwerk van Vincent van Klaveren zorgt ervoor dat de recensent hier erg veel zin in krijgt.
Toch is niet heel het album superieur. Gaandeweg komt de sleet er een beetje in en schuurt het een beetje richting uitgang. Heel erg is dit niet. Maar voor muzikanten met zo’n enorme staat van dienst wel een puntje van kritiek waar opgelet mag worden.
Cok Jouvenaar

