Vrijdag 1 november
In een volgeprakt KLM vliegtuig begint ’s morgens vroeg de reis van Schiphol naar São Paulo Guarulhos International Airport. Het vriendelijke luchtpersoneel doet er veel aan om de reis van elf uur aangenaam te laten verlopen. Tijdens de frequente drankrondes vraag ik om hun kleine flesjes wijn en na de middagmaaltijd krijg ik een flink glas cognac. Met dank hieraan lukt het mij om het grootste gedeelte van de vlucht slapend door te brengen. Tussendoor rommel ik op de wc met een e-smoker en zie ik een vreselijk slechte film met Will Smith als intergalactische generaal. Zo kruis ik, voor het eerst in mijn leven, in de namiddag de Evenaar.
Ik ga naar Brazilië op uitnodiging van Crimson Architectural Historians, een Rotterdams collectief van architectuurhistorici en tentoonstellingsmakers. Zo’n anderhalf jaar geleden verzorgde ik de muzikale omlijsting van een lezing van Crimson-lid Wouter Vanstiphout in het Schieblock. De avond eindigde in een café in Rotterdam-Noord met Crimson-leden Simone Rots en Michelle Provoost. Zij vertelden hier over hun komende reizende tentoonstelling, handelend over de moeizame ontwikkelingen rond new towns (steden die vanuit het niets uit de grond worden gestampt, zoals Lelystad, Dubai of Brasilia).
We kwamen op het idee om als onderdeel hiervan een speciaal lied te schrijven. Tijdens openingen zou ik deze, als soort van troubadour gaan vertolken. Een paar maanden later speelde ik het resultaat The Lovers (Brasilia) voor het eerst tijdens de opening van The Banality Of Good. Six Decades of New Towns, Architects, Money and Politics op de architectuurbiënnale van Venetië. De volgende stop was Londen waarna het acht minuten klokkende nummer ook op single verscheen bij het Rotterdamse label Tonefloat.
Nu is de tentoonstelling neergestreken op X Bienal de Arquitetura de São Paulo. Daarnaast verzorgt Crimson, in opdracht van Het Nieuwe Instituut, een aantal lezingen en discussies onder de noemer Track Changes. Ook hier ga ik optreden, bij wijze van muzikaal commentaar maar ook als afleiding van de serieuze materie die op de agenda staat. Van Rotterdam-Noord naar São Paulo; de kroeg blijft het beste kantoor voor een muzikant.
Mijn eerste indruk van Brazilië is de bedrukte en lawaaiige aankomsthal. Wouter en de Nederlandse journalist en blogger René Boer zaten in hetzelfde vliegtuig en zullen hier nu ook ergens zijn. Maar eerst moet ik mijn gitaar vinden. In Amsterdam heb ik deze ingecheckt bij ‘Odd Bagage’ maar al gauw blijkt dat ze daar in São Paulo nog nooit van gehoord hebben. Dan maar bij de lopende band gaan staan. Nog wat beneveld van de lange vlucht zie ik de ene na de andere koffer voorbij komen maar geen gitaar. Ik begin tegen twee beambten die de bagage overzien te sputteren: “Guitarra! Guitarra!”. Ze kijken mij verontrust en niet begrijpend aan.”Guitarra!”
Even later komt een, keurig in uniform gestoken Japanse vrouw mij in onberispelijk Engels vertellen dat de gitaar er aan komt. Maar naar mate de minuten verstrijken en de band leger raakt geloof ik haar niet meer.”Guitarra!” Net als de wanhoop ondragelijk begint te worden (Het zal toch niet!) zie ik als laatste item de gitaarkoffer langzaam naar mij toekomen. Even later zitten Wouter, René en ik in een taxi richting het hotel. Hier ontmoeten we onder andere Michelle, Simone en Crimson-lid Cassandra Wilkins. Zij zijn hier al een week en weten in de buurt een prima bar met terras om op deze zwoele Braziliaanse lenteavond bij te komen van de lange reis. Een duo speelt er op beschaafd volume sambaliedjes. Brazilië!
Zaterdag 2 november
São Paulo telt zo’n twaalf miljoen inwoners en is daarmee de grootste stad van Zuid-Amerika. Ons hotel bevindt zich in het oosten, vlakbij metrostation Parasio en op loopafstand van attracties als het beroemde park ‘Parque Ibirapuera’ en ‘MASP’, het grootste Braziliaanse museum voor beeldende kunst. Na het ontbijt maak ik een lange verkennende wandeling. De wijk is een niet ongezellige mix van grootstedelijke lelijkheid (vuil, beton, drukte, verkeer, gebouwen en flats die zonder enige vorm van samenhang door mekaar zijn geplant) en Zuid-Amerikaanse grandeur. Vooraf werd ik regelmatig gewaarschuwd dat São Paulo gevaarlijk zou zijn maar ik heb mij gedurende mijn hele verblijf geen moment onveilig of bedreigd gevoeld. Van de zo geroemde zorgeloze Braziliaanse lichaams- en flirtcultuur merk ik trouwens ook weinig. De mensen zijn vriendelijk en beleefd en gedragen zich als stadsmensen waar ook ter wereld: minding their own business. Dronkaards en zwervers steken zonder veel dwang of dreiging hun hand uit als je passeert of liggen ergens in de schaduw te slapen. Opvallend zijn de vele helikopters boven de stad, het vervoersmiddel van de rijken.
’s Middag voeg ik mij bij het Crimson gezelschap en wandelen we naar het Centro Cultural Sao Paulo, een moderne kolos waar in het souterrain de tentoonstelling al staat uitgestald en een houten arena is gebouwd waar vanaf maandag ‘Track Changes’ gaat plaatsvinden. Ik heb mijn gitaar meegenomen, de vraag is of ik straks zaalversterking nodig zal hebben of het akoestisch moet houden. Terwijl ik onversterkt wat speel luistert iedereen vanaf verschillende posities in de arena. We zijn het er uiteindelijk over eens dat versterking overbodig is. Later vertrekken we in taxi’s naar het oude centrum voor wat sightseeing. Hier is het smeriger en zijn de dronkenlappen en zwervers frequenter.
Ik ben op pad met een groep architectuurhistorici en kijk door hun ogen mee naar de gebouwen waar ze hun bewondering voor tonen zoals ik dat doe over mijn favoriete platen. Vooral de in een organisch golvende beweging uitgestrekte woontoren ‘Edificio Copan’ van de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer (duidelijk hun grootste ster in deze regio) wordt met veel ‘ooohs’ en ‘aaahs’ bezichtigd. De ‘Dark Side Of The Moon’ van de moderne architectuur! Ik zie het ook en schiet, net als iedereen mijn telefoon vol. ‘Edifício Itália’ is het hoogste gebouw van de stad en heeft een openbaar uitkijkpunt in de top. Hier krijg je een beeld van de enorme omvang van São Paulo; een sciencefiction-achtig panorama van flats en torens reikend tot aan de horizon. Daarboven en doorheen scheren onophoudelijk de helikopters.
Zondag 3 november
Nog meer wandelen en verkennen. In een eethuis met wifi waar ik gisteren voor het eerst koffie dronk wordt nu al zonder vragen mijn dubbele espresso bereid. In de namiddag oefen ik wat liedjes in mijn hotelkamer. Tijdens het spitsuur neem ik op mijn telefoon, uit mijn raam de massieve drone op van straatverkeer en helikopters. ’s Avonds eten en drinken we op een terras in een gezellig drukke uitgaanswijk. Had ik al geschreven dat het warm is? Mijn hoofd is roodverbrand.
Maandag 4 november
Vandaag komt de regen met bakken uit de lucht vallen, water stroomt in watervallen over de straten naar beneden. Als ik in de middag aankom bij Centro Cultural Sao Paulo staan leden van Crimson te roken onder een afdak voor de ingang. Ze kijken bezorgd, Brazilianen schijnen niet naar buiten te komen als het regent dus het zou wel eens heel rustig, zo niet stil kunnen worden. Kort voor de aanvang lopen de tribunes van de arena toch nog vol. Na het openingswoord van Alma Ploeger van Het Nieuwe Instituut begint een lange sessie van presentaties en discussies. Aan mij de eer om daarna ‘The Banality Of Good…’ officieel te openen met ‘The Lovers’.
Tijdens het optreden merk ik dat er intens geluisterd wordt, en dat speelt prettig. Het internationale publiek is hier voor architectuur, iets waar zij – zo blijkt met het vorderen van deze week – niet over uitgepraat en uitgediscussieerd raken. Bij latere gesprekken is het mooi om te horen hoe zij ook mijn nummer – over de tot in de details doorgevoerde nepheid van een nieuwe stad en de verlorenheid hierin van de verteller – bijna intellectueel interpreteren. In werkelijkheid wilde er meer een gevoel mee uitdrukken. The banality of songwriting.
De opening wordt afgesloten met een receptie, aangeboden door Het Nieuwe Instituut. Een gesoigneerde jongen staat achter een tafel vol fruit en drank caipirinha’s te shaken. Ze smaken uitstekend en hakken er goed in. Het is druk, ik deel singles uit en en pols wie eventueel iets voor mij kan betekenen. Bij een volgend bezoek zou ik graag in het clubcircuit willen spelen. Meerdere mensen hebben wel ideeën, we babbelen en wisselen email adressen uit. Een lokale architect met de tot de verbeelding sprekende voornaam Wagner heeft net een muziekcentrum gebouwd in een achterbuurt (favela) van de stad. Het lijkt hem geweldig als ik ‘The Lovers’ zou uitvoeren met het orkest van achterbuurtkinderen dat daar oefent. We spreken af deze week contact te houden.’s Avonds dineren we coupleus in een restaurant waar je zelf je bord mag opscheppen.
Dinsdag 4 november
De arena zit weer lekker vol als ik mijn optreden begin. ’s Ochtends in het hotel heb ik iets van Lou Reed ingestudeerd. De New Yorkse koning van de grotestadsmuziek is vorige week overleden. Hij was een grote held van Wouter die graag mag uitweiden over het oeuvre van Reed en zelfs het omstreden Lulu (met Metallica) tot favoriet rekent. Ik speel Reeds ultieme getto-lied I’m Waiting For My Man, voor Wouter en ter nagedachtenis van een groot en invloedrijk artiest. Er wordt gebeld met Wagner. De kinderen hebben examens deze week. Moeilijk, moeilijk. Vrijdag misschien. Het is helaas het laatste dat we van hem horen.
Woensdag 5 november
Het korte verblijf in São Paulo begint al alledaagse vormen aan te nemen. ’s Morgens wordt mijn koffie voor mij neergezet in het wifi-café en check ik mijn mail en Facebook. Ik zwerf door de straten, bezoek een boeken- of platenzaak, museum of park etc. Ik heb het goed naar mijn zin maar opzienbarend vind ik deze praktisch aan het andere eind van de wereld gelegen stad niet. Het is zoals dat liedje ‘Rotterdam Bijvoorbeeld’ van Noodweer waarin zij Rotterdam achteloos plaatsen tussen andere wereldsteden (‘Tokio, Kinshasa, Rotterdaaaaam’). De dynamiek (de schoonheid en de lelijkheid) van een stad is uiteindelijk overal hetzelfde. ’s Middags doe ik mijn laatste optreden in de arena en speel ik onder andere The Town Stopped Breathing, een Spasmodique-nummer over mijn thuisstad Rotterdam.
Ik had deze trip hoe dan ook voor geen goud willen missen en hoop snel terug te keren om het Braziliaanse clubcircuit te bestormen. De contacten zijn er.
Mark Ritsema
Voor meer informatie bezoek je de website van Mark Ritsema.
