The Airport Circle

airport circle let it fo

Let It Go
download-single / videoclip
pop

Onlangs heeft de Rotterdamse band The Airport Circle hun single Let It Go uitgebracht en hebben daarbij een videoclip gemaakt in eigen beheer. Een leuke clip waar je af en toe delen van onze stad Rotterdam in tegenkomt.

De vocalen vallen mij vooral op, omdat zanger Daan een lekkere, warme poppy stem heeft. Dit maakt dat de sound mellow klinkt. De samenzang in het nummer maakt het geheel nog sterker. Dit zou zomaar op de radio voorbij kunnen komen. Qua geluid doet de band denken aan Editors (gitaren), een klein tikkie The Sheer (voor de sfeer) en de positieve energie van Athlete, om maar even wat namen te noemen die mij te binnen schieten. Voordat het helemaal radioproof is moet er dan nog ietsjes gesleuteld worden aan de eindmix, want het totaal zou nog een iets breder spectrum mogen omvatten. Dit is een kwestie van productie, niet van compositie. De compositie is dik in orde.

De band heeft Let It Go in de clip leuk in beeld gebracht met een heuse wildplasscene, een uitermate behulpzame toiletpapierheer, radiografisch bestuurbare helikopters, versierpogingen en een prima vervanging van de ANWB. In iedere situatie is er een bandlid dat met de oplossing komt, best handig, ik zou ook wel een persoon met witte handschoenen willen hebben die oplossingen in je schoot werpt ! Leuk extraatje dat Rotterdam Zuid als New York word gebruikt. Ik snap het heel goed, als er één plek in Nederland is die je kan doen geloven dat je even in de States bent is het wel de Kop van Zuid. Toffe filmlocatie. Goed gekozen door de bandleden.




The Airport Circle – Let It Go

De clip vult het nummer goed aan en de cinematografie is professioneel gedaan. Altijd iets om aan te moedigen; bands die met een eigen single komen en met vrijwel nul budget een professioneel ogende video weten te produceren. Er zit altijd erg veel tijd in de voorbereiding; het bedenken van een concept, het schrijven van een storyboard, het vinden van gear en crew, en locaties en attributen regelen. Een vak apart.

Op de website van de band hebben ze een tijdje terug de eerste storyboards van de clip gezet. Dit vind ik leuk om te zien, want op deze manier wordt de luisteraar nauw betrokken bij het proces. Dat is uiteindelijk toch iets wat de kijker/luisteraar bindt aan een artiest, afgezien van de liedjes. Meedoen, en het gevoel hebben dat de band ook jouw mening belangrijk vindt om tot een perfect eindresultaat te komen.

Al met al is The Airport Circle een band die heel wat zieltjes kan winnen met deze single. Als ik nog een tip zou mogen geven om de band verder te helpen zouden dat geen levensingrijpende argumenten zijn. Experimenteer eens met de eindmix, om te kijken of het totaalgeluid niet ietsjes breder kan klinken. Hier en daar had wellicht nog wat spannendere belichting een meerwaarde gehad tijdens de bandshots/totaal shots, en kon er nog wat gespeeld worden met gekke outfits (een videoclip is dé kans om qua uiterlijk een statement te maken). Dit is wel muggenziften van de bovenste plank, want The Airport Circle heeft een lekkere single met een leuke clip! Go watch!

Download Let It Go via Bandcamp.

 

Sp. 90 / Martijn van R.

 

Gehavende Stad

Gehavende-stad---Muziek-en-literatuur-in-Rotterdam-van-1960-

Muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu
door: Erik Brus en Fred de Vries
Uitgeverij Lebowski

Rauw is het eerste woord wat te binnen schiet na het lezen van Gehavende Stad. Muziek en literatuur in Rotterdam van 1960 tot nu van Erik Brus en Fred de Vries als typering van de beschreven muzikale en literaire geschiedenis van Rotterdam.
Rauw in de betekenis van grof, ruw, van onaf en niet (voor)gekookt.

In vijf hoofdstukken van Gehavende Stad, die ieder grofweg een decennium behandelen, worden de verschillende (sub)culturen geschetst, die typerend genoemd kunnen worden voor de tweede stad van Nederland. Subculturen die zich juist in Rotterdam konden ontplooien op een eigenzinnige, soms grijpbare wijze door het specifiek eigen karakter van de stad. Een stad die, met het verlies van een duidelijk centrum door het Duitse bombardement in 1940, niet anders kon dan zich telkens weer opnieuw opbouwen ook op cultureel vlak. Fragmentarisch, zonder duidelijke kern. Brus en De Vries hebben daarom zelf een ijkpunt gezocht waartegen ze de culturele geschiedenis die hen voor ogen stond konden afzetten.

Dit ijkpunt vonden ze in het leven en werk van de Rotterdams schrijver/dichter Cornelis Bastiaan (Cor) Vaandrager. In ieder hoofdstuk wordt stil gestaan bij de ontwikkeling van Vaandragers oeuvre en tevens zijn persoonlijke geschiedenis. Vaandrager is, begin zestiger jaren, een van de initiatiefnemers tot het literaire tijdschrift De Nieuwe Stijl, dat zich richt op objectieve poëzie: de kunstenaar moet niet meer willen zijn dan een doorgeefluik van de werkelijkheid. En de werkelijkheid is zakelijk en ruw.

Het werk van Vaandrager kenmerkt zich dan ook door het gebruik van zinnen en kreten die hij om zich heen hoort en al dan niet verknipt. Zijn poëzie is hard en direct en sluit daarbij naadloos aan bij de Rotterdamse mentaliteit: “niet lullen maar poetsen”.

Binnen de muziekstromingen die in Rotterdam door de jaren heen ontstaan en zelfs ook kenmerken, is eenzelfde houding te zien. Terwijl de hoofdstad zich presenteert als een hippiestad, lijkt “peace and love” Rotterdam niet goed te passen. Veel meer lijken jazz en soul op maat gemaakt voor de havenstad. Later neemt de punk kortstondig het stokje over (De Rondo’s), om vervolgens plaats te maken voor de danscultuur (Ted Langenbach’s Now & Wow). De dance verhardt en zet zich voort in de gabberhouse (o.m. Paul Elstak), de stijl die uiteindelijk Rotterdam muzikaal gezien internationaal nog het meest op de kaart zet.

Halverwege de jaren 90 is er ook een grote groei van hiphop-acts te zien. En uiteindelijk, in de jaren nul, lijkt de Rotterdamse mentaliteit te culmineren in een veelvoud van stromingen en muzikanten, die zich juist kenmerken door een multiculturele insteek, die past bij een wereldhaven (Michel Banabila), of het ongrijpbare, kale en ruwe waar ook Vaandrager steeds weer naar zocht (Rats on Rafts). Eigenlijk is er geen duidelijke voortgaande lijn te ontdekken. Vaak ook lijkt er meer sprake van korte oprispingen, die zich aan een duidelijke bepaling onttrekken en zich na een poosje weer terugtrekken. Of zoals iemand in het boek ook stelt: “Wat je ook schrijft, ze zullen steeds zeggen dat je het helemaal mis hebt”. In het boek leiden de schrijvers ieder hoofdstuk in met een schets van een cruciale ontmoetingsplek voor de centraal staande periode (Eksit, Parkzicht). Ook hier valt weer op, hoe het culturele centrum steeds verspringt van de ene naar de andere kant aan de randen van het donkere gat, dat het centrum van de stad eigenlijk is. Knap is hoe Brus en de Vries steeds weer die ontmoetingsplekken en de kenmerkende muziek- en literaire stromingen, muzikanten en schrijvers van een periode koppelen aan het leven en werk van Vaandrager op dat moment. Op deze wijze weten ze van deze vaak ook getroebleerde schrijver de belichaming te maken van de stand van zaken in cultureel Rotterdam. In zijn zoektocht naar het meest ruwe, pure zien we tevens steeds weer de zoektocht in alle culturele uitingen van Rotterdam terug. Maar ook in zijn teloorgang (verslaving en zelfverwaarlozing) zien we een glimp van de stad: initiatieven sterven vaak een roemloze dood.
Gehavende Stad toont op een prachtige wijze, hoe het ontberen van een centrum (en ook als zodanig een centrale culturele aanjager) enerzijds de zwakte, maar ook zeker de kracht is van de havenstad. Juist doordat een centrum ontbreekt, juist omdat de cultuur in Rotterdam zich vaak weigert te laten benoemen of vast te leggen, kan de stad zich niet als een cultureel geheel manifesteren en lijkt het voor de buitenwereld aan belang te ontbreken. Tegelijkertijd biedt dit juist ruimte voor een veelheid aan initiatieven. Vrij en ongebonden, niet cultureel correct, puur en rauw. En hierdoor is de cultuur van de gehavende stad dus met recht vernieuwend en toonaangevend te noemen.

Erik Brus en Fred de Vries zijn er in geslaagd om, door middel van een rijke hoeveelheid beeldmateriaal, portretten en interviews, een mooi veelomvattend beeld te bieden van de muziek en literatuur in een stad die voortdurend in beweging is. Een stad die geen genoegen neemt met mooie woorden, maar steeds weer op zoek gaat naar een rauwe kern. Nooit af, niet op lauweren rustend, maar altijd in het offensief.

Sp. 90 / Rob V.