Als oud-programmeur van Roodkapje en als drijvende kracht achter de concertreeks King Sepi, is Laura Hofman een vaste waarde in de ondergrondse kringen van Rotterdam. Ze geeft onbekend talent een plek en is bovendien een van de eerste organisatoren die regelmatig acts uit België, Oost-Europa en Scandinavië naar de stad haalde. Popunie spreekt met deze smaakmaker, zonder wie de Rotterdamse muziekscene er heel anders uit zou zien.

Hofman is een van die vele onzichtbare en onmisbare organisatoren in de lokale muziekscene. Mogelijk ben je weleens op een van haar avonden geweest, zo organiseerde Hofman met King Sepi events op plekken als Roodkapje, WORM en MIR. Waar ze onder meer bands boekte als Liima, Fai Baba, Jessica Moss, Cocaine Piss, Vök, Repetitor, White Wine, Hater, Camera en Desert Mountain Tribe.
We spreken de van oorsprong Finse organisator over Rotterdam, King Sepi, de toekomst van livemuziek en het zijn van een vrouw in de muziekindustrie. Want hoewel ‘Sepi’ haar bijnaam in Finland was, is de ‘King’ vooral een uithaal naar alle mensen die zeiden dat ze dit werk als vrouw niet zou kunnen doen.
Maar Laura, om te beginnen: wat houdt je allemaal bezig op dit moment?
“Nou, eind vorig jaar besloot ik te stoppen bij Roodkapje en ik was van plan om van januari tot en met april even pauze te nemen. Daarna zou ik vanzelf wel zien wat er op mijn pad zou komen. Dat liep natuurlijk anders… Dus ik twijfel nog een beetje waar ik mij op wil gaan richten. In de tussentijd kijk ik een beetje rond en help ik hier en daar, want ik wil bezig blijven. Zo doe ik nu bijvoorbeeld af en toe productie bij Pica Pica 010.”
Van nu naar het begin: waar is die fascinatie voor muziek ontstaan bij jou?
“In Finland heb ik op een muziek-basisschool gezeten, waar je naast het reguliere onderwijs nog zeven tot tien uur muziekles per week krijgt. Met je klas vorm je bijvoorbeeld een orkest en ik speelde trompet en gitaar. Daarna heb ik nog jaren in allerlei bandjes gespeeld en door heel Finland opgetreden.”
Hoe kwam je vervolgens in Rotterdam terecht?
“Ik wilde verder studeren in muziek, maar ik wist toen nog niet wat ik precies wilde doen. Of ik manager wilde worden, producent of muzikant: ik vond alles leuk. Op een gegeven moment ging ik naar Eurosonic en naar een aantal buitenlandse showcase-festivals. Daar kwam ik zoveel toffe bands tegen en ik dacht meteen: die zouden in Rotterdam moeten spelen, die wil ik daar laten zien.
In diezelfde periode begon ik als vrijwilliger bij WORM en op het moment dat ik daar rondliep drong het tot mij door dat ik natuurlijk ook concerten kon organiseren. Al vrij snel kreeg ik bij WORM de kans om mijn eerste avonden te programmeren en ontstond King Sepi.”
Je was een van de eerste die regelmatig Belgische en Scandinavische underground-acts naar Rotterdam haalde. Waarom gebeurde dat niet denk je? Tegenwoordig lijken die niet aan te slepen.
“Ja, dat vroeg ik mij dus ook af. Ik wist in ieder geval dat ik het anders wilde doen, dus ben ik gaan kijken naar toffe bands uit België, Duitsland, Midden-Europa, Scandinavië. Het duurde even voordat er een beetje mensen op die avonden afkwamen, het is natuurlijk best lastig om onbekende bands te promoten. Alleen maakte ik in het eerste jaar de fout om vooral met buitenlandse acts bezig te zijn. Vanaf het moment dat ik lokale acts bij die bands programmeerde begon het echt te lopen.”
“Zo’n plek waar je laagdrempelige shows kunt spelen en dingen uit kunt proberen, dat mis ik wel”

Als je aan die King Sepi-avonden denkt, wat is het moment waar je direct aan denkt?
“Ik denk dan meteen aan de avond in Roodkapje met de Duitse band Odd Couple en JC Thomaz & The Missing Slippers. Tijdens het optreden hoorde ik mensen tegen elkaar zeggen dat ze de show echt goed vonden. Wauw, dat hadden ze niet aan zien komen. Toen dacht ik alleen maar: ‘yessss!’
Een andere bijzondere avond was in WORM, tijdens de magazine-release van Zone 5300. Ze hadden een speciale Finland-editie gemaakt en ik was gevraagd om wat Finse livemuziek te boeken voor het event. Ik vroeg Randy Barracuda, maar ook Perttu Hakkinen om te komen spelen. Hij had visuals bij zich en daar zag ik tijdens de show ineens mijn grootouders in terug. Het was zo’n raar moment om die daar te zien en al was het blijkbaar puur toeval, het voelde als een teken dat ik een stap in de juiste richting had gezet.
Ik las dat er in het begin nog best wel wat argwaan was, over het feit dat jij als vrouw zijnde events organiseert?
“Klopt, mensen vroegen vaak of mijn man het wel goed vond wat ik deed of ze vonden het niet kunnen omdat ik kinderen had. Wat voor moeder zou ik dan wel niet zijn! Terwijl dat aan mannelijke promotors nooit wordt gevraagd, what the fuck... De eerste twee jaar waren er aardig wat mensen die mij niet serieus namen en vooral dachten dat het een manier was om met artiesten in aanraking te komen en daar van alles mee te doen. Het is echt belachelijk, maar dat gebeurde.”
Hoe is dat nu?
“Het boeit mij tegenwoordig een stuk minder wat mensen zeggen en denken. Ik heb meer dan honderd shows georganiseerd de afgelopen zeven jaar en ik weet waarom ik dit doe. Ik word ouder en wijzer en ik stop mijn energie liever in het organiseren van events dan het gesprek aan te gaan of ik wel of niet geschikt zou zijn voor dit werk omdat ik een vrouw ben. Toch gaat het tegenwoordig wel een stuk beter en er zijn steeds meer vrouwen die concerten organiseren. Dat is leuk om te zien, ik denk dat de muziekscene alleen maar leuker en beter wordt als er meer diversiteit is.”
“Het enige wat ik nu mis, is een plek als Pink Pank en Duct Tape Studio”
Hoe staat het er volgens jou op het moment voor met het Rotterdamse muziekklimaat?
“Het gaat best goed naar mijn idee, maar er gebeurt altijd veel in Rotterdam. Ik denk alleen wel dat er nog wat gaat veranderen door corona. Sommige plekken zullen het helaas niet overleven, maar er zullen daardoor ook weer nieuwe plekken ontstaan. Datzelfde geldt voor muzikanten denk ik. Misschien vallen er wat bands af, maar dan houd je wel de artiesten over die er na al die tijd nog echt voor willen gaan.”
Wat mis je nog in de stad?
“Het enige wat ik nu mis, is een plek als Pink Pank en Duct Tape Studio. Vooral die laatste was een fijne ontmoetingsplek, een soort huiskamer voor mensen uit de scene. Er werd daar veel geëxperimenteerd en er gebeurde altijd spannende dingen. Zo’n plek, waar je laagdrempelige shows kunt spelen, mensen kunt ontmoeten en dingen uit kunt proberen, dat mis ik wel.”
Wat zou de volgende stap kunnen zijn voor de underground?
“Dat zouden misschien wel de cafés kunnen zijn, in Rotterdam heb je ontzettend veel leuke kroegen. Je ziet aan Eendracht Festival en Popronde op hoeveel leuke plekken je acts neer kunt zetten. Daar kun je als band eenvoudiger een show spelen en het is relatief makkelijker en goedkoper te organiseren dan in een poppodium.”
En voor nu? De corona-crisis afwachten?
“Zeker! Ik speelde eventjes met het idee om naar iets anders te kijken, maar eigenlijk dacht ik al vrij snel: nee, nee, nee. Dit wil ik doen, dit blijf ik doen.”

Ricardo Jupijn richtte in 2010 The Daily Indie op en is sindsdien hoofdredacteur van dit platform voor nieuwe muziek. Daarnaast is hij actief als gitarist in de Rotterdamse band Anemone en is hij sinds de zomer van 2020 actief als De Bandprofeet. Meer informatie daarover vind je hier.
Dubstep, DnB en trap, alles kan voor deze dj/producer/gitarist. Genres doen er niet toe, het is de zware bas die spreekt. Vypes weet met energieke live optredens en gewapend met enorme deuntjes het publiek uit hun dak te laten gaan. Je kunt van hem intense, dynamische sets verwachten, gevuld met veel onverwachte wendingen. 
Vier ruwe diamanten stevig in de Rotterdamse grond met hun klauwen uit de mouwen die een zaadje in de zuidelijke schaamstreek van het land willen planten. De Rotterdamse ‘Happy Go Lucky’ indierock band Lucky Blue spettert van elk podium en laten zelfs je oma springen! 