Iedereen weet dat internationale studenten en expats de noodlottige ‘lonely ones’ zijn. Hoe leuk, gezellig of aardig ze ook zijn: uiteindelijk vertrekken ze weer. Dus waarom zou je investeren in samenwerkingen of vriendschappen met een beperkte houdbaarheidsdatum?
Het organiseren van muzikanten op het conservatorium in een nieuw land heeft veel voeten in de aarde. Het gevaar van internationaal isolement ligt op de loer, omdat de andere internationals net als ik zoekende zijn en zich bij bosjes aanbieden. Het zou makkelijk zijn me te vestigen op dat internationale eilandje, maar om een beetje te aarden in Denemarken is het belangrijk ook met locals te coöpereren. Het heeft even geduurd, maar ik heb een mooie mix van muzikanten gevonden voor mijn project Southbound. Met een Deen, een half Bosnische Deen, een Noor en een (Marokkaanse) Nederlander – zoveel kleuren! – zijn we een gemêleerd gezelschap. Al snel blijkt hoe belangrijk het is de Denen erbij te hebben. Zij weten precies welke podia we moeten hebben, en hebben het juiste netwerk.
Hoe vind je ze dan, die Denen? Ik heb een eenvoudige methode ontwikkeld om mijn positie als buitenlander te verstevigen.
1. Ordinaire omkoping. De Deense variant van de Hollandse pepernoot heet ‘pebernøder’ en is niet te pruimen. Als ik rond de feestdagen met een zak pepernoten in de studylounge zit, komen de Denen er vanzelf bij zitten. Als de winter voorbij is schakel ik over op boterhammen met hagelslag en kaasblokjes.
2. Leer vieze woorden in het Deens. Als je een beetje ‘straats’ kunt vloeken is de kans groot op high fives en vervolggeprekken. Op taalles gaan is leuk, alleen: je komt er geen Deen tegen…
3. Overtuig de Denen van de intensiteit die gepaard gaat met de tijdelijkheid van jouw verblijf. Werken met een international is net als een vakantieliefde: de vergankelijkheid maakt de ervaring intenser en grootser.
Na enkele maanden denk ik de smaak te pakken te hebben. Ik heb immers mijn instrumentalisten, weet de weg in de supermarkt en kan koffie bestellen in het Deens. Maar dan komt de dag dat ik me weer een totale vreemdeling voel. Het is J-day. De dag dat de ‘julebryg’ (of het kerstbier) gelanceerd wordt. Een jaarlijks terugkerende traditie, waarbij de complete natie achter trucks van grote brouwerijen aan rent op jacht naar gratis pils en blauwe kerstmutsen. Het is de eerste week van november en Mariah Carey’s eeuwige kersthit schalt overal door de speakers. Ik weet niet wat me overkomt.
Ik roep naar mijn Nederlandse bezoek: “WAT GEBEURT HIER?” Een random Nederlander roept van een afstandje iets lolligs terug in onze moerstaal. Dit soort situaties komen vaak voor. Enkel vanwege de overeenkomstige taal voelt men een onmetelijke drang tot contact en kameraadschap. Als we elkaar op straat in Rotterdam waren tegengekomen, was die jongen me straal voorbij gelopen. We hebben behalve het Nederlands niets gemeen. Ik vind het een behoorlijk storend fenomeen, maar ik snap het. Diep van binnen dragen we allemaal een stukje ‘lonely international’ in ons.
Hoe graag ik ook in afzienbare tijd een Deen wil worden, ik zal mijn lot als buitenstaander moeten aanvaarden. Op feestjes zal ik altijd degene zijn die de taal tot op schattige hoogte beheerst, maar de woordgrapjes niet snapt. Degene voor wie in gesprekken altijd omgeschakeld moet worden naar Engels. Een blok aan ieders been. Ik heb besloten van mezelf het meest intense blok te maken. Met kilo’s lekkere pepernoten, een handje vol smerig Deens geklets en heel veel muzikale ideeën. Dat laatste is immers waar ik voor gekomen ben. Daar ligt mijn passie, en daar komt geen landgrens, taalbarrière of cultuurverschil tussen.
Roufaida (20) is vocalist, songwriter, (vocal) producer en studente. Ze is de frontvrouw van de Rotterdamse band The Great Exhale, waarmee ze in het voorjaar van 2013 de ep Wide and Open uitbracht. Na zich een aantal jaren in de Rotterdamse scene te hebben begeven, is ze verhuisd naar Denemarken. Hier volgt ze een uitwisselingsjaar aan het Conservatorium en is zij bezig met haar nieuwe project Southbound.
