Als muzikant en als kunstenaar moet je rust kunnen nemen om te kunnen creëren en om jezelf van je beste kant te kunnen laten zien. Daarvoor is slaap nodig; veel slaap.
Maar ook dan kun je last hebben van slapeloosheid. Dit overkwam mij toen ik de alternatieve Top 2000 voor Man Bijt Hond moest presenteren. Het was voor mij een grote eer om voor dat programma gevraagd te worden en ik wilde me er helemaal voor geven. Maar helaas kwam ik de nacht voor de vijfde en laatste opnamedag niet in slaap. En toch moesten de laatste opnames op die dag geschieden, waardoor ik behoorlijk chagrijnig en met een trage concentratieboog de door diverse artiesten vertolkte songs aankondigde, aanprees en afspeelde. Ik was blij toen het voorbij was.
Van fouten kun je leren, maar slapeloosheid blijft een onvermijdelijk kwaad die als een sluipschutter op de meest ongelegen momenten toeslaat. Na zo’n dergelijke nacht moet de show toch gewoon doorgaan en slaan wij ons er zo goed mogelijk doorheen omdat we geen andere keuze hebben. Gelukkig lukt ons dit meestal ook. Maar waar komt onze dadendrang vandaan waardoor wij muziek en/of andere kunsten zijn gaan creëren? In de eerste plaats komt het voort uit het genot dat wij dankzij andere kunstenaars in onze jeugd ondervonden hebben. Hierdoor ervoeren wij dat we leefden en dat er plezierige gevoelens aangewakkerd werden, die weliswaar niet in woorden samen te vatten zijn maar wel op een andere manier of via een omweg te doorgronden zijn.
Wanneer wij wel heel goed geslapen hebben, dan zijn wij ons van onszelf en van ons bestaan bewust. Wij ervaren onze gevoelens en genieten van onze emoties. Dit sentiment geven wij door aan het publiek die dan met ons mee geniet. Maar wanneer wij een hele nacht niet geslapen hebben, dan lopen we de hele volgende dag rond met het gevoel alsof we niet bestaan. Wij voelen immers helemaal niets en zweven als onzichtbare geesten langs de straten. Wij zijn alleen nog maar lichamelijk aanwezig. Verder zijn wij er niet. Ik nam een keer wat pep na een slapeloze nacht en ik voelde er helemaal niets van. Maar ja, de show moet hoe dan ook toch doorgaan.
Wij moeten dus het publiek van iets laten genieten zonder dat we dit zelf kunnen en waarover wij ons dan ook in stilte verwonderen dat zoiets ooit opwindend gevonden kan worden en dat wijzelf hier ooit aan begonnen zijn. En dat is wanneer wij door middel van een knap staaltje acteerwerk de ultieme test in professionaliteit moeten ondergaan en ten toon spreiden. Op zulke momenten kan routine iets heerlijks zijn. Maar het blijft behelpen. En zo hoort het ook! Want als ware kunstschepper kan men niet alleen maar in rozengeur en maneschijn rondfladderen. Soms moet men ook met de leegte worstelen… Zorgt goed voor elkander en voor u zelve!!!
Harry Merry
Mijn ouders kochten voor mij en mijn broers een Zimmerman-piano die wij jarenlang in de woonkamer hadden staan en waarop ik dan ook dagelijks urenlang aan het rammen was omdat ik het zo leuk vond dat er geluid uit kwam wanneer ik een toets aanraakte. Vanaf mijn zesde levensjaar volgde ik tevens pianolessen evenals één van mijn broers. Ik speelde wel eens op school voor de klas wat boogie-woogie en bestudeerde ook veel andere bladmuziek. Ook draaide ik sinds heel jonge leeftijd vinyl-platen die mijn ouders voor me gekocht hadden tezamen met een kleine pick-up van o.a. Dorus, The Beatles, Dean Martin, Ivan Rebroff en Mungo Jerry. In 1989 begon ik mijn eigen liedjes te componeren omdat ik besloten had dat daar de tijd voor gekomen was. Na 7 jaar lang alleen maar thuis bandjes opgenomen en mijzelf gaandeweg in het componeren ontwikkeld te hebben begon ik uiteindelijk in 1995 voor het eerst op te treden. Mijn podiumdebuut maakte ik op het door de Popunie georganiseerde Singer-Songwriter-Festival in Rotown te Rotterdam. De eerste paar jaar trad ik alleen in Nederland op en vanaf 1997 ook in het buitenland in landen als Slovenië, Kroatië, Italië, Frankrijk, Duitsland, Engeland en Amerika. Verder bracht ik ook albums uit; eerst in eigen beheer en later ook bij Tocado Records. Na bijna 20 jaar van hot naar her opgetreden te hebben begint nu eindelijk ook de nationale televisie een klein beetje interesse in mij te tonen hetgeen ik van harte toejuich. Verder lees ik tevens boeken van Godfried Bomans, Charles Dickens, Arnon Grunberg, Aristoteles, Dante, Heleen Van Royen, Emily Brontë en nog veel meer van die klassieke schrijf(st)ers waarmee wij ons geestelijk verheffen. Vele beste wensen van Harry Merry aan U allen……
