Loudness – the myth, the saga, the story (part 1)

In de jaren ’70 ben ik geboren. Het was de tijd van vinyl en de tijd van de 8-Track auto cassettespeler. Kortom: de tijd van analoge muziek op analoge dragers.

Analoog in de jaren ’70 betekende echt analoog. Digitale audio bestond nog niet en er was volop ruimte, tijd en motivatie om muziek zo goed mogelijk te laten klinken zonder enig compromis.

Zachte passages in een nummer waren zacht en harde passages waren hard. In technische bewoordingen: het dynamisch bereik (verschil in dB tussen de zachtste en hardste passage) was destijds best groot. Op zich logisch maar als we toen wisten wat ons zo’n 25 jaar later te wachten stond, dan konden we niet bevroeden dat het dynamisch bereik in die periode drastisch zou slinken door een fenomeen wat later bekend zou worden onder de naam ‘loudness war’.

Wat de loudness war inhoudt en de impact ervan zal ik op een later moment uitvoerig bespreken. Dit wordt een drieluik, dus ik moet nog wat materiaal overhouden voor de andere twee columns.

Het begon allemaal in 1984. Ironisch genoeg tevens de titel van het illustere meesterwerk van George Orwell en geschreven in 1948 zijn tijd ver vooruit. 1984 was het jaar van de introductie van de eerste auto cd-speler: de Pioneer CDX-1, geïntroduceerd amper twee jaar na de komst van de eerste generatie cd-spelers voor thuisgebruik, waaronder de al even illustere Philips CD-100.

Met de komst van de cd-speler voor in de auto gebeurde er iets geks: automobilisten konden door het omgevingsgeluid (motor, banden, verkeer) de zachte passages in de muziek niet meer goed horen. Zetten ze de muziek harder dan waren de zachte passages goed hoorbaar maar waren de harde stukken ook écht hard.

Dit had een simpele reden: door de technisch superieur geachte cd-kwaliteit steeg het dynamisch bereik tot een (theoretisch maximaal haalbare) waarde van 96dB waardoor de verschillen tussen zachte en harde passages groter werden met als gevolg bovengenoemd ‘probleem’.

Dit leidde ertoe dat mastering engineers gevraagd werd het dynamisch bereik in te dammen met compressors. Dit was op zich een vrij onschuldige ingreep. Wat men toen niet wist was dat deze ‘onschuldige’ ingreep de geschiedenis van audio en muziekbeleving drastisch zou gaan veranderen en dat deze kleine dynamische ingreep zou leiden tot een mondiale volumeoorlog met dynamiek als voornaamste slachtoffer.

Volgende maand het vervolg op dit verhaal. Het klinkt nog onwaarschijnlijk maar dit drieluik zal eindigen met een happy end. Komt het toch nog goed!

Renzo van Riemsdijk (Masterenzo) is een Rotterdamse masteraar. Hij heeft onder meer gewerkt voor Gery Mendes (GMB), Charlie Dée en Phil Bee’s Freedom. Nóg meer info over mastering is te vinden op zijn website.

Lenya – The Hatch

  • The Hatch

  • Lenya
    • Genre: Singer/songwriter
    • Release-type: CD, digitaal
    • Label: Self-released

Als we geloven dat een kunstwerk ook altijd iets over de kunstenaar zelf zegt, dan kunnen we in het geval van Lenya, pseudoniem voor Julia Reinhold, vaststellen dat zij niet iemand is die zomaar wat aanrommelt. Haar album The Hatch, geproduceerd door Blaudzun gitarist Jakob Sigmund, zit van kop tot staart perfect in elkaar.

Dat hoor je meteen vanaf de eerste maten van opener Golden Rain. Geen intro, maar direct Lenya’s mooie stem die je in een rustiek walsritme toezingt dat het allemaal niet te laat is. Dat het dus wel goedkomt. Het liedje heeft een prachtige opbouw. Het strijkersarrangement verdient een groot applaus.

De Amerikaanse singer/songwriter Fiona Apple behoort tot een van Lenya’s inspiratiebronnen. Op een aantal plekken duikt zij dan ook duidelijk op, maar het best is zij te horen op Y. Een nummer dat de luisteraar, na de dromerige opening, meteen weer met beide benen op de grond brengt.

Waren het in Golden Rain de strijkers die een compliment verdienden, in Y is onmogelijk om de drums onbenoemd te laten. Overigens is Y een nummer met hitpotentie.

Zijn we toch complimentjes aan het uitdelen, dan uiteraard ook voor Lenya zelf. De afgelopen jaren was zij zangeres in verschillende bandjes met verschillende stijlen. Naast de muzikaliteit die van haar stem afspat, is het met name haar flexibiliteit die opvalt.

In Song To The Other Girl spreidt ze deze mooi tentoon, op een manier die voortreffelijk bij de inhoud van het liedje past. Soms fragiel, dan weer sterk.

Zijn er dan helemaal geen kritische commentaren te geven? Jawel, die zijn er altijd wel. Zo blijven bijna alle nummers (behalve Icarus) die boven de vier minuten komen wat achter bij de miniatuurtjes die dit album kleuren.

Toch zou je de plaat na enkele malen luisteren niet meer zonder de langere, vaak wat zakelijker composities kunnen indenken.

The Hatch is een luisterervaring van ‘slechts’ vierendertig minuten die je vervolgens keer op keer wilt herbeleven. Nog snel een aantal hoogtepunten noemen: Losing Ground om de wonderschone samenzang en Ocean omdat een album haast niet mooier kan worden afgesloten.