Live-verslag: Dansvoorstelling HOME van Conny Janssen Danst met live muziek van Michel Banabila en Maarten Vos

Op 20 april woonde ik samen met Tom van der Vat van de Popunie op uitnodiging de dansvoorstelling HOME van de Rotterdamse dansgroep Conny Janssen Danst bij. Alle voorstellingen in het land werden voorzien van live muziek, gespeeld door geluidskunstenaar Michel Banabila en de veelzijdige cellist Maarten Vos die de muziek speciaal voor deze voorstelling componeerden.

Eerder schreef ik al een recensie over de prachtige cd Home (link). Gedurende de vele voorstellingen evolueerde de muziek ook verder ten opzichte van de cd volgens Michel. Een extra reden voor mij om te gaan kijken hoe deze combinatie werkte in het theater.

Voorafgaand aan de voorstelling werd door Liesbeth Osse een korte introductie verzorgd, waarbij de achtergronden en inspiratiebronnen van de voorstelling Home en Conny Janssen danst werden belicht. Erg fijn voor mij, het bleek een handige kijkwijzer te zijn gedurende de voorstelling.

In de grote zaal van het Strandtheater in Scheveningen werden de toeschouwers een andere wereld binnengetrokken. Het strand en de duinen van Scheveningen waren snel vergeten bij de aanblik van het betonnen en industriële decor met hier en daar een spaarzame opening. Michel Banabila en Maarten Vos waren zichtbaar in een grote, massieve wand met enkele uitsparingen. Beide musici bevonden zich in een inpandig balkon met hun instrumentarium.

Met de vertolking van een instrumentale versie van de Oekraïense traditional Oj, Na Gori Suhyj startte de dansvoorstelling. De dansers slopen groepsgewijs over het podium, waarop een metalen bed stond en waarin een fragiele ontwortelde boom lag te rusten, ver van huis. Een vervreemdende sfeer ontstond door de dansers, er werd heen en weer gekeken en bewogen in de groep, naar het bed met de boom gekeken en omtrekkende bewegingen gemaakt. De muziek versterkte deze vervreemding, er ontstond een contrast tussen de filmische en ritmeloze ‘slow music’ waarop, of beter gezegd, waarnaast de dansers in hun eigen groepsritme bewogen. Het werd meteen duidelijk, hier was sprake van twee disciplines, muziek en dans die in hun eigenheid bijna los van elkaar op de toeschouwer overkwamen.

Een kenmerk van deze voorstelling waaraan ook tijdens de introductie vooraf werd gerefereerd; er werd niet traditioneel gedanst en bewogen op muziek, maar juist apart van de muziek. Daardoor ontstond bij mij als toeschouwer in mijn hoofd spanning, bewust of onbewust probeer je toch deze twee waarnemingen te verbinden. Een heel bijzonder en spannend effect dat pas in je hersenen bij elkaar kwam. Je zwalkte als het ware heen en weer, het ene moment gefocust op de dansers en het andere moment op de prachtige muziek. Een met recht bijzondere ervaring. Ook heel lastig voor de dansers, die in plaats van de muziek als rode draad tijdens hun dans onder andere op elkaars ademhalingsritme bewogen in hun eigen, los van de muziek staande choreografie.

Na het lange introductienummer vloeide de voorstelling over in een volgend deel. Hierbij werden fragmenten uit de titeltrack Home gespeeld, waarbij elektronische ritmes gecombineerd werden met cello en elektronische soundscapes. In een volgend deel was heel zacht op de achtergrond een oude en hallucinerende opname van een zangeres te horen, heel in de verte als een soort vervlogen herinnering aan een huis waar deze muziek vele jaren geleden te horen was. Deed mij sterk denken aan het werk van The Caretaker (Leyland Kirby) die collageplaten maakt met in vergetelheid geraakte ballroom muziek uit de jaren ‘40 van de vorige eeuw.

Verder kwamen nog enkele andere tracks van het album Home voorbij, zoals Shivers, Secunde en Crowds. Met name bij die laatste track kwam de inspiratiebron ‘Songs of the Second Floor’, een film van de Zweedse regisseur Roy Anderson aan de oppervlakte.

De eenzaamheid in de groep werd zo overduidelijk neergezet door de dansers. Het was een prachtige voorstelling vanwege de herkenbaarheid, met emotionele en daartegenover afstandelijke aspecten. De dansers vochten in feite in contrast met de livemuziek van Michel Banabila en Maarten Vos om de aandacht van de toeschouwers, twee afzonderlijke kunstwerken die een schurend geheel vormden.

De verschillende associaties met het begrip huis, het verlangen daarnaar, het ontheemd zijn, vluchtelingen, het thuis zijn in een cocon zonder iets met de omgeving van het huis te hebben, het kwam allemaal voorbij.

Wat een prachtige voorstelling van deze dansgroep die dit jaar haar 25-jarig jubileum viert. In het kader van dat jubileum is overigens binnenkort in Rotterdam opnieuw een oudere voorstelling met livemuziek te zien, namelijk MIRROR MIRROR met het orkest Sinfonia Rotterdam, o.l.v. Conrad van Alphen. En wel op een heel bijzondere locatie, namelijk de RDM Onderzeebootloods in Rotterdam Heyplaat.

Meer informatie over de voorstelling vind je hier.
Bekijk de website van Michel Banabila hier.
Bekijk de website van Maarten Vos hier.

Copyright foto’s: Leo van Velzen

The Arthurs – When I’m Sane

  • When I'm Sane

  • The Arthurs
    • Genre: new wave, indierock
    • Release-type: Cd, digitaal
    • Label: Self-released

The Arthurs is de band rond singer/songwriter Robin den Drijver, niet te verwarren met de band rond Wayne McArthur uit Moorhead (Minnesota).

Robin en zijn kornuiten tappen uit het new wave vaatje. Alsof er na 1990 niets interessant is verschenen. Denk vooral aan band als The Mission, The Alarm, Echo And The Bunnymen en Lloyd Cole en je hebt het geluid van deze formatie. Aan de andere kant is het voor een ouwe zak als ik heerlijk om deze dromerige en stuwende muziek weer te horen. Herinneringen te over.

“Kicke, dat jonge gasten dit soort muziek maken”, is mijn eerste gedachte. Door een beetje te googelen word ik uit mijn droom gewekt. De bandfoto laat duidelijk zien dat de band rond dezelfde leeftijd zit als uw recensent.

When I’m Sane is het debuut van deze viermansformatie. De songs bevatten prachtige meeslepende melodieën en dito samenzang opgefrist met krachtig gitaarspel. De songs klinken stuk voor stuk spannend en The Arthurs weten hierdoor de luisteraar bij de lurven te pakken. Nergens doet de band iets te veel. De band heeft een heel internationaal geluid. Nee, een term als on-Nederlands goed wil ik hier niet bezigen. Wat mij betreft kan een band geen slechtere dooddoener en kritiek krijgen dan deze uitdrukking. Maar aan de andere kant als de band uit Engeland zou komen, staan drommen critici en betweters vooraan om de band alle lof toe te dichten.

Het album start voorzichtig met Sofie Says en bouwt heel vakkundig op naar een apotheose. Halverwege schiet de band nog eens lekker uit de slof met Brave Promises waaruit het weer verder vertrekt naar het einde toe met het catchy popliedje Big Up, Washed Up tot het melancholische Attempts You’ve Tried.

Precies, The Arthurs weet exact wat de sterkste punt is van de band en zet een met When I’m Sane een ijzersterk debuut op de markt. Het perfecte visitekaartje voor een ticket naar de grote festivals. Misschien een beetje jammer dat het festivalseizoen nu in volle gang is en de band eind deze week het album pas presenteert. Maar aan de andere kant, de band heeft nu de tijd om veel op te treden op kleinere lokaties, op elkaar in te spelen, dingen bij te schaven en te perfectioneren, waardoor 2018 het jaar moet kunnen worden voor het grotere werk.

Into The Great Wide Open, Down The Rabbit Hole, Lowlands, Pinkpop. Gooi maar op! Tegen die tijd is deze band er helemaal klaar voor en menig eindveertiger zal vooraan het staan om zich mee te laten slepen in de wave klanken van dit viertal.