Zoektocht naar de beste en populairste studentencoverband van Nederland

battle_of_the_bands_websiteDe Erasmus School of Economics (ESE) organiseert ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan een bandcompetitie voor studentenbands uit heel Nederland. Verschillende coverbands gaan de muzikale strijd met elkaar aan om de titel ‘beste’ en ‘populairste’ studentencoverband van Nederland. In deze zoektocht werkt de ESE samen met Xplo Music & Events en SG Erasmus.

Om deel te kunnen nemen aan de coverbandcompetitie dient minimaal één bandlid verbonden te zijn aan een universiteit of hogeschool in Nederland. Bands van studentenverenigingen worden speciaal uitgenodigd om deel te nemen aan deze lustrumeditie. De inschrijving sluit op 1 augustus 2013.

De Centennial Cover Band Battle bestaat uit twee voorrondes en een finale.

  • · Eerste voorronde – donderdag 26 september 2013
  • · Tweede voorronde – donderdag 3 oktober 2013
    · Finale – donderdag 31 oktober 2013

De bandcompetitie vindt plaats in het Erasmus Paviljoen op de campus Woudestein van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Deze zaal biedt ruimte voor 300 personen en is voorzien van de allernieuwste technieken op het gebied van licht en geluid. Het Erasmus Paviljoen is gevestigd aan de Burgermeester Oudlaan 50 in Rotterdam.

Voorrondes en finale
Per voorronde kunnen twee bands een plek in de finale verdienen. Hierbij kiest een vakjury de ‘beste’ band en mag het publiek via stembiljetten de ‘populairste’ band kiezen. Daarnaast mag de vakjury één wildcard weggeven voor een plaats in de finale. Ook in de finale zijn er twee winnaars, de ‘beste’ en ‘populairste’ band.

Prijzen
De winnaars kunnen o.a. rekenen op een professioneel opgenomen videoclip inclusief studio gemixte audio. Daarnaast zullen de winnende bands een persoonlijke coachingsessie ontvangen van Xplo. Dit platenlabel begeleid al bijna 20 jaar de Hermes House Band International en weet van een studentenband een band met wereldwijd succes te maken!

Beoordeling
Een vakjury beoordeelt de bands op onderdelen waaronder techniek, arrangement, presentatie en samenspel en wijst per ronde een vakjury-winnaar aan. De band met de meeste publieksstemmen is naast de vakjury-winnaar ook verzekerd van een plaats in de volgende ronde. Daarnaast ontvangen de deelnemende bands de geluidsopname van hun optreden op cd.

Xplo Music & Events
In 1994 werd Xplo Music opgericht als platenlabel voor de Hermes House Band en werd de single I Will Survive uitgebracht. Dit nummer sloeg boven verwachting aan en bereikte de eerste plaats van de Nederlandse Hitparade. Vervolgens had het Xplo Music label successen met de nummers Het Is Een Nacht van Guus Meeuwis en Het Is Altijd Lente (In De Ogen Van De Tandartsassistente van Peter de Koning.

Hierna ging het snel; speciaal voor de buitenlandse markt werd een internationale Hermes House Band opgericht die wereldwijd succesvol is, en met name in Duitsland een indrukwekkende staat van dienst heeft opgebouwd. De singles Country Roads en Live Is life werden respectievelijk in Duitsland en Frankrijk met platina onderscheiden. Country Roads bereikte zelfs de Engelse Top 10! Xplo produceerde vier albums en twaalf singles haalden een notering in de Duitse top 100.

Inschrijven voor de wedstrijd doe je door een e-mailte sturen naar: centennial@ese.eur.nl.

Voor meer informatie bezoek je de website van Erasmus Universiteit Rotterdam.

Katie Kruel

katie stacks_image_104Katie Kruel
cd-album
gruizige occulte rock

Katie Cruel is een traditioneel Amerikaans volksliedje. Bekend geworden door Karen Dalton, een Amerikaanse blueszangeres. Haar uitvoering sprak bij velen tot de verbeelding. Zo ook bij dit Rotterdamse kwartet onder aanvoering van zangeres Nathalie Houtermans. Niet voor niets noemt de band zichzelf naar dit liedje en prijkt het nummer Ribbon Bow op deze langspeler. Een interpretatie van Karen Daltons versie, geschreven door Huey Prince en Lou Singer.

Katie Kruel is een bijzondere band. Er wordt gekoketteerd met de onderkant van de samenleving en inspiratie gehaald uit de grote occulte schrijvers zoals Matthew Lewis, een Britse schrijver die zijn cultstatus te danken heeft aan zijn meesterwerk The Monk. Maar ook Aleister Crowley wordt genoemd als inspiratie. De reputatie van deze occultist liegt er niet om. Led Zeppelin-gitarist Jimmy Page heeft een tijdlang in het huis van de The Wickedest Man in the World gewoond.

Het is een bijzonder gegeven, een band die zich laat inspireren door teksten en boeken. Eigenlijk had ik Edgar Allen Poe ook wel verwacht in dit rijtje, maar de Amerikaanse dichter zal mogelijk net iets te veel aanhang hebben om écht cult te zijn voor dit viertal. Ook Sylvia Plath wordt genoemd als inspiratie. Haar depressies en zelfmoord voel je bijna terug in de 11 songs op deze naamloze schijf. Net als de teksten is ook het artwork eigenwijs. De band kijkt je aan met een blik van “Wat mot je?”. Of je met een stel louche onderwereld figuren te maken hebt. Muzikaal ligt het precies in het verlengde van deze uitstraling.

De Rotterdammers tappen uit een grauw, swampy en donkerbruin vaatje. Bijna tegen het zwart aan. Een soort van 78 toeren versie van The Cramps. Gitarist Hans Dirksen-Smits speelt bijna leentjebuur bij Poison Ivy. Zijn gitaarpartijen zijn gebaseerd op zware en trage riffs die dwars door de ziel en onderbuik gaan. Je proeft haast het Rotterdamse bij de band, alsof je de Maas er doorheen ruikt. In Antonia Shrieked komt dit het best naar voren, een Rotterdamse traagheid die als een rode draad door het album loopt. Nummers als Knife en The Lover’s Demon gedijen hier goed op, de bas van Martin Docters van Leeuwen speelt op The Lover’s Demon de hoofdrol. Zangeres Houtermans zingt met een natuurlijke heesheid die precies bij de band past, als een SM-meesteres die je streng toezingt. In Jar komt dit aspect het beste tot zijn recht.




Katie Kruel – Jar

Niet alles is echter traag wat deze klok slaat. Rat Of Noises is bijna punk en Again is zelfs een vette rocksong. De productie van deze plaat is net iets te licht. Naar mijn idee had het wel wat zwaarder, zompiger, donkerder en drukkender gemogen. Dat past nog beter bij de band en uitstraling. Vergelijk het met een dikke pudding die je door een theezeefje wil drukken. Dat gaat niet. Dat gevoel, had de productie moeten zijn. Ook had ik graag gehoord dat de drums- en baspartijen meer richting stonerrock klonken. En de gitaar net wat snerpender en pijnlijker a la Led Zeppelin. Het intro van Jar was hierdoor naar mijn idee nog beter tot uiting gekomen. En dan was ook het slordige slotnummer A Wandering Mind niet zo voorspelbaar geweest. Dit nummer moet het echt hebben van zijn charme, maar de productie doet A Wandering Mind eigenlijk net iets te kort. Desalniettemin een intrigerende plaat!