Tourverslag: Sommerhus in Afrika (deel 2)

Poster Sommerhus Afrika 2De singer/songwriters van Sommerhus verlieten in juni tijdelijk hun hometown Rotterdam voor een tourtje in het mooie Afrika. De eindbestemming was Zuid-Afrika en Swaziland, waar zij een aantal optredens gaven. In dit tweede en laatste deel van hun tourverslag vertellen ze over hun voorbereidingen en ervaringen…

Woensdag 4 juni
We weten niet goed wat te verwachten van ons optreden in The Odd Cafe. Toen wij ons een paar dagen geleden kwamen voorstellen gedroeg Christine, de eigenaresse, zich vreemd. We werden afgewimpeld met de opmerking dat we het maar met Des moesten regelen en dat zij er verder niets mee te maken had. Later blijkt dat de politie twee weken ervoor flink heeft huisgehouden in de wijk. Er zouden ’s avonds te veel jongeren op straat rondhangen en het zou te onrustig zijn. Onzin volgens Des en Christine, het gaat al jaren goed met livemuziek op de terrassen. In plaats dat de politie echte problemen aanpakt, vallen ze de horecaondernemers lastig en delen ze verkeersboetes uit. Live muziek zonder vergunning kan dus bestraft worden. Christine gedroeg zich bij onze eerste ontmoeting zo afstandelijk, bekent zij nu, omdat er iemand in het café zat waarvan ze bang was dat hij haar bij de politie zou verlinken.

We besluiten samen toch te gaan spelen, maar binnen zodat het vanaf de straat niet te zien of te horen is. We loodsen snel de instrumenten naar binnen en spelen een intieme, onversterkte set voor een man of vijftien. Des verontschuldigt zich herhaaldelijk voor de vreemde gang van zaken maar dat wuiven we weg: het heeft wel iets, illegaal optreden in Johannesburg. Bij een volgende tour spelen we gewoon op het terras, spreken we af. Er wordt ons weer gevraagd of we dit keer op internetradio willen spelen in een programma over creatievelingen en hun drijfveren. De Green Room studio zit vlak naast The Odd Cafe, maar helaas moeten we ook dit aanbod afslaan wegens tijdsgebrek. Volgende keer blijven we langer.

Donderdag 5 juni
Overdag krijgen we van Jason, een flamboyante collega van Des, een rondrit door Johannesburg in zijn roomwitte jaren zestig Ford met rode bekleding. Hij noemt deze bak Ophelia. Johannesburg is een prachtige, heuvelachtige stad met een bijzondere mix van koloniale en moderne architectuur. We rijden door in verval geraakte wijken waar de rijke (lees blanke) bevolking is weggetrokken na het afschaffen van de Apartheid, maar ook door een wijk als Maboneng waar lokale ondernemers en de bewoners zelf het initiatief hebben genomen om de boel op te knappen. We sluiten af met een glas wijn op Jasons dakterras met uitzicht over het centrum.

’s Avonds staat ons laatste optreden in Johannesburg op het programma. We spelen in The Lighthouse, een café waar biologisch eten wordt geserveerd en allerlei culturele uitingen en cursussen plaatsvinden. The Lighthouse is het enige gebouw aan 7th Street met een eerste verdieping: een glazen uitbouw met uitzicht op de straat. Tegen de tijd dat we gaan optreden is het kwik flink gedaald. Overdag is het in de winter nog boven de twintig graden maar na zonsondergang daalt de temperatuur al snel tot rond het vriespunt. The Lighthouse heeft geen verwarming en de warmte verdwijnt snel door het enkele glas. Het publiek houdt de jas aan maar Vera staat te klappertanden op het podium. Gelukkig waarderen ook hier de mensen onze liedjes en verkopen we een mooi stapeltje cd’s.

05 Tuinconcert bij zonsondergang in MbabaneZaterdag 7 juni
We zijn gisteren opgehaald bij Johannesburg Airport door Paul, een chauffeur van de NGO waar Ben voor werkt.  Bij onze neef waren de voorbereidingen al in volle gang. Het huiskamerconcert in Mbabane is de afgelopen maanden uitgegroeid tot een heus tuinfestival. Drie bands zullen spelen en er wordt gerekend op zo’n negentig gasten.

06 (Tuinconcert bij zonsondergang in Mbabane)Er is een podium gebouwd in de tuin door Bens landlord Julian. Bruce, een blanke lokale muzikant van Zimbabwaanse afkomst, stelt zijn PA ter beschikking. Hij zal zelf het festival openen met de Mbuluzi Blues Band, gespecialiseerd in blues- en J.J. Cale covers. Als tweede speelt Rowan, een jonge singer-songwriter met zeer volwassen stem uit Colorado (VS). De sfeer is fantastisch: mooi weer, prachtig uitzicht, lekker eten en mooie muziek. We spelen een set van veertig minuten en vallen in de smaak. Mensen snakken naar meer cultuur in Mbabane en bedanken ons voor het optreden en Ben voor het festival. ‘s Avonds spelen we binnen bij de open  haard nog een paar liedjes voor een select gezelschap.

Dinsdag 10 juni
We hebben ’s morgens een ontmoeting met Sibusiso en JohnPhillip, twee muzikanten uit Mbabane. We zijn met hen in contact gekomen via Emily van de Alliance Française in Mbabane. Zij had er lucht van gekregen dat wij in het land waren, wilde ons graag uitnodigen voor een optreden en vroeg of wij het leuk vonden lokale musici te ontmoeten. Dat leek ons vanzelfsprekend een erg leuk idee. Sibisiso is een singer-songwriter die graag de muziekscene in Mbabane wil verenigen. Er zijn nauwelijks plekken waar muzikanten bij elkaar kunnen komen, vertelt hij. JohnPhillip is bassist en houdt zich onder andere bezig met het organiseren van workshops. Hij kan zijn ogen niet van de contrabas afhouden en ik geef hem een kort strijklesje. Het zijn beiden heren met de ambitie om van muziek te leven en ze zijn erg benieuwd naar het bestaan als muzikant in Nederland. We vertellen over onze ervaringen: de cd’s die we met Vera en Sommerhus hebben uitgebracht, het opzetten van deze tour en dat het vooral van belang is zelf een duidelijk doel voor ogen te hebben. Van Ben horen we later dat men hier vaak zegt: “We moeten wat gaan organiseren..,” maar dat het meestal bij die uitspraak blijft. We gaan muziek maken en besluiten allemaal een eigen nummer in de groep te gooien en met deze liedjes het optreden in de Alliance Française af te sluiten.

We waren van plan te proberen ter plekke huiskamerconcerten te regelen. Los van het feit dat ons verblijf daarvoor veel te kort was, bleken mensen het ook een vreemd concept te vinden. Het sociale leven vindt buitenshuis plaats en de mensen die we vanuit Nederland en ter plekke polsten vonden het een leuk idee, maar tot een boeking kwam het niet. Na meerdere gesprekken over het onderwerp hoorden we van één iemand die dan weer iemand kent die zo nu en dan klassieke huiskamerconcerten organiseert. Voor deze tour is het te laat deze persoon te benaderen, maar voor een volgende tour gaan we zeker proberen met hem in contact te komen.

08 Het After yoga optredenMaar we zien toch een mogelijkheid om voor mensen in de huiskamer te spelen. Op dinsdagavond wordt er geregeld een yogaklas georganiseerd door vrienden van Ben waarna er traditioneel gezamenlijk gegeten en gedronken wordt. Wij zagen onze kans schoon en stelden voor een klein concertje te geven na de yogasessie. Het pakt goed uit, de mensen zijn verwonderd over het intieme karakter van een onversterkt concert. Na het optreden spreken we een Amerikaanse onderwijzer die ons graag had laten optreden op zijn school. Ook dat onthouden we voor een volgend bezoek.

Donderdag 12 juni
Vandaag, onze laatste dag in Mbabane, treden we weer op in de Alliance Française. Ons optreden zal fungeren als pilot voor een reeks concerten die Emily daar vanaf september wil organiseren. Sibusiso en JohnPhillip zullen allebei een set spelen dan volgen wij en sluiten we met zijn allen af. De kans om de gezamenlijke liedjes nog even op te halen valt in het water omdat de helft van het PA pas een half uur voor aanvang arriveert. Swazi-time noemt men dat hier. Ook de toestroom van publiek komt langzaam op gang, maar tegen de tijd dat  we beginnen zijn er toch ruim vijftig man aanwezig. Het is een gemêleerd gezelschap, Sibusiso en JohnPhillip hebben flink wat volk op de been gebracht, de Alliance Française heeft zijn best gedaan en er komen mensen kijken die we in de afgelopen week hebben ontmoet. Voor het optreden doen we een interview met de Swazi Times, een landelijk dagblad. Terug in Nederland blijkt er ook nog een dagblad over ons geschreven te hebben.

10 Artikel in The Swazi TimesBij zijn set begeleidt Sibusiso zichzelf op gitaar. Hij zingt over zijn jeugd op het platteland en zijn kortgeleden overleden moeder. JohnPhillip vraagt voor het optreden of hij een nummer op de contrabas mag spelen maar laat deze zijn hele optreden niet meer los. Hij speelt zelfgeschreven jazznummers, begeleid door een drummer en een muzikant die wonderbaarlijke klanken uit een stuk PVC buis tovert. Het publiek reageert enthousiast en trots op de optredens van de locale musici. Ook onze muziek wordt goed ontvangen, er wordt gedanst en de nummers die we met Sibusiso en JohnPhillip spelen krijgen een luid applaus. Na het optreden besluiten we in overleg met Emily de entreegelden na aftrek van de kosten te verdelen over de Swazilandse muzikanten. Onze cd’s vinden gretig aftrek en er wordt ons veel gevraagd of we terug komen. “Graag!” is steeds ons antwoord. We zijn een stuk wijzer en hebben er een flink aantal contacten en ideeën voor optreedplekken bij. En dan zit de tour er op. Morgen vertrekken we alweer richting Nederland.

Zuid-Afrika en Swaziland hebben grote indruk op ons gemaakt en ook al was ons verblijf veel te kort, het was lang genoeg om zeker te weten dat we er terug moeten keren, maar dan minstens twee maanden.

Lees hier het eerste deel van dit tourverslag. Voor meer informatie over Sommerhus bezoek je hun website.

Deze tour werd mede gefinancierd door Popunie Music Export Rotterdam.

Tourverslag: Sommerhus in Afrika (deel 1)

Poster Sommerhus Afrika 2De singer/songwriters van Sommerhus verlieten in juni tijdelijk hun hometown Rotterdam voor een tourtje in het mooie Afrika. De eindbestemming was Zuid-Afrika en Swaziland, waar zij een aantal optredens gaven. In dit tourverslag vertellen ze over hun voorbereidingen en ervaringen…

De Voorbereiding
Het begon met een achteloze opmerking van onze neef Ben na een huiskamerconcert in de woonkamer van het zomerhuis van onze familie in Denemarken: “Dat zou gaaf zijn bij mij in de woonkamer…”. Een woonkamer in Mbabane in Swaziland welteverstaan.

Een aantal maanden later was Ben bij ons in Rotterdam en kwam het huiskamerconcert in Swaziland weer ter sprake. Het idee had bij ons alle drie serieus wortel geschoten en we begonnen te onderzoeken wat de mogelijkheden waren. Op weg naar Swaziland in Zuid-Afrika vlieg je via Johannesburg dus waarom niet eens onderzoeken of we daar ook een aantal optredens konden regelen? Eens kijken wat een vliegticket kost, waar te slapen, wat voor vaccinaties en papieren er nodig zijn. Contrabas meenemen of huren, kennen we mensen in Nederland die daar contacten hebben, hoe lang zouden we eigenlijk kunnen gaan? Er ontstond al snel een to do-lijst van een aantal A4-tjes.

Voor het regelen van optredens kwamen we via Ben op Facebook in contact met Ralph, maar Ralph bleek vooral in en rond Kaapstad – een slordige 1.500 kilometer richting het zuidwesten – z’n netwerk te hebben. Hij zou ons wel kunnen voorstellen aan Sibusile Xaba, een muzikant uit Pretoria, een uur rijden boven Johannesburg. Sibusile was enthousiast en bood ons meteen een optreden aan in U-the Space, een verzamelplek voor kunstliefhebbers, kunstenaars en jongeren in Pretoria. Via een groepschat benaderde hij twee bevriende zaaleigenaars en ook zij reageerden positief. We zaten op vier optredens, of in ieder geval serieuze opties. De beslissing werd genomen: we gaan. Het plan was een week Johannesburg en een week Mbabane. Eind mei/begin juni konden we ons twee weken aan onze Nederlandse verplichtingen onttrekken. We gingen aan de slag.

Mijn eigen contrabas meenemen had in eerste instantie de voorkeur maar dat bleek min of meer onmogelijk. Na een reeks belletjes met de KLM kwam ik erachter dat de hardcase voor de bas te groot en te zwaar was om als extra bagage het ruim in te mogen, maar het instrument zou wellicht mee kunnen in de cabine voor ongeveer de helft van de prijs van een ticket. Een aantal dagen later bleek dat toch ook niet te mogen. Ik ken verhalen van mensen die zich er aan de incheckbalie gewoon doorheen bluffen (“Dit is geen contrabas maar een cello…”) maar dat risico wilden we niet nemen. Dan bleef er nog een optie over: cargo. Maar dat werd me dan weer door een medewerker van de afdeling cargo afgeraden omdat er invoerrechten betaald moeten worden en de bas bij aankomst naar een distributiecentrum wordt gebracht. Daar kwamen de kosten van de huur en stalling van de hardcase dan nog eens bij. Op zoek naar een huurbas in Johannesburg dus.

Sibusile bracht me in contact met Thembinkosi Mavimbela, een Zuid-Afrikaanse contrabassist en via een tip van hem en wat speurwerk kwam ik Svend Christensen, een vioolbouwer in Johannesburg, op het spoor. Hij had een goede Duitse bas in de aanbieding voor een redelijke prijs. Het aanvankelijk stroeve contact werd aanzienlijk amicaler toen bleek dat we allebei half Deens zijn. Later bleek dat het sowieso helemaal geen goed idee was mijn eigen bas mee te nemen. Johannesburg ligt op 1.700 meter hoogte en het is daar winter, dus knetterdroog. Als de bas de vlucht had overleefd was hij bij aankomst waarschijnlijk op alle randen opengesprongen vanwege de droogte.

Ook het aanvragen van een werkvisum bleek een grotere opgave dan aanvankelijk gedacht. Ik had een aantal maanden voor vertrek met de Zuid-Afrikaanse ambassade in Den Haag gebeld en daar werd de indruk gewekt dat de boel met een paspoortkopie en een geschreven uitnodiging tot optreden van een van de speellocaties geregeld zou zijn. Het had toch wat meer voeten in de aarde. Er moest een aanvraagformulier ingevuld worden, er waren pasfoto’s, vluchtreservering en nóg een brief met officiële aanvraag nodig. En dus de uitnodiging. Deze bestond uit een lijst van twee kantjes met allerlei gegevens die ingevuld moesten worden: de gebruikelijke verklaringen dat het om tijdelijk werk gaat, adressen, paspoort- en sofinummers van ons en van de uitnodigende partij. Toen we, een week voor ons vertrek het formulier eindelijk ingevuld en ondertekend terug gemaild kregen van een van de speelplekken, moest de hele stapel papierwerk nog door de molen bij de ambassade. Onze paspoorten moesten we daar achterlaten. Werden we ook een beetje zenuwachtig van, een week voor vertrek.

De Tour
Vrijdag 29 mei
De elf uur durende vlucht valt ons mee. We hebben het geluk dat we in een aardig vol vliegtuig met z’n tweeën op een rij van drie zitten dus er is extra plek voor armen, benen en tassen. Johannesburg bij nacht maakt grote indruk vanuit de lucht; een zee van lichtjes doortrokken met verkeersaders en grote videoschermen. 4,5 miljoen inwoners, groter dan de provincie Utrecht.  We hebben voor de eerste nacht een guest-house met ophaalservice in de buurt van de luchthaven geboekt. Vera’s rode haar blijkt een goed herkenningsteken voor de chauffeur van de ophaalservice en om middernacht staan we in de Aero Guest Lodge te poolen op een scheve pooltafel met een Windhoek bier bij de hand.

Vrijdag 30 mei
Er staat veel op het programma vandaag. De huurauto en contrabas moeten worden opgehaald en we moeten in het appartement in Greenside, een wijk ten noorden van het centrum, terecht zien te komen. Een chauffeur van het guest-house zet ons af bij het autoverhuurbedrijf op de luchthaven waar onze online gereserveerde Toyota Avanza klaar staat. Een flinke bak, maar we wilden zeker weten dat wij er met contrabas, gitaar én bagage in zouden passen.

Links rijden met het stuur rechts is altijd even wennen. De eerste paar dagen gaan de ruitenwissers ineens aan terwijl je dacht richting aan te geven, je blijft hardop herhalen dat bochten linksaf kort en bochten rechtsaf zo ver mogelijk mikken zijn en de bijrijder staat doodsangsten uit omdat deze het gevoel heeft op de bestuurdersplek te zitten maar geen stuur en rem te hebben. Met klamme handen en droge mond komen we aan bij Svend, de half-Deens, half Zuid-Afrikaanse vioolbouwer.

01 Bij vioolbouwer Svend

De contrabas lijkt zoals beloofd goed te zijn. Helaas zitten er jaren oude, compleet futloze snaren op en zijn de toets en bovenblad bedekt met een millimeter dikke laag hars, met dank aan het Argentijnse tangogezelschap dat de bas voor ons heeft gehuurd. Daarnaast loopt hij aan op verschillende plekken wat sitarachtige klanken tot gevolg heeft. Als we even hebben zal hij het wel oplossen. Prima, we hebben geen haast. Dus de snaren gaan eraf, de toets wordt gevlakt, een oud setje snaren dat ik voor de zekerheid bij me heb wordt erop gezet (ga nooit van huis zonder) en het begint er zowaar op te lijken. Na wat finetuning en de financiële afhandeling nemen we de bas mee en rijden we richting het appartement.

Het een-kamer appartement bevindt zich in een rustige straat in Greenside, op een paar minuten loopafstand van allerlei winkels, restaurants en cafés waaronder The Odd Cafe, waar we een aantal dagen later zullen spelen in ruil voor ons verblijf.  Een uitstekende uitvalsbasis voor onze week in Johannesburg, met dank aan eigenaar Des, een kennis van Hadassa die we weer kennen via het Rosa-Ensemble. Als we bij het in ontvangst nemen van de sleutel informeren naar de beste eetgelegenheden en vragen of we veilig over straat kunnen, reageert de dame die ons opvangt een beetje geprikkeld. Vragen over veiligheid liggen gevoelig, zo blijkt. Gewoon goed nadenken is het devies: geen spullen onbeheerd achterlaten, niet opzichtig met dure telefoons en sieraden over straat gaan en in de gaten houden in welke wijk je je bevindt. Maar ondertussen doen ook de locals de autodeur van binnenuit op slot als ze door de stad rijden en staat zo’n beetje elk huis in Johannesburg in een ‘gated community’: een met hoge muren getooid met schrik- of prikkeldraad omheind terrein waarachter verschillende woon- en/of werkgebouwen staan en met een vaak elektrische poort bij de ingang. Zo ook ons appartement. Op het terrein bevindt zich nog een interieurdesign kantoor en er wonen een bejaarde dame (de moeder van Des die tot haar twintigste in Leiden woonde), een aantal studenten en opzichter Daniel.

Na wat gegeten te hebben in The Odd Cafe,  repeteren we ’s avonds in het appartement om te wennen aan de contrabas en de gitaar. Voor de reis heeft Vera een van haar oude gitaren laten opknappen. In de bas blijkt een flinke reutel te zitten. De pin waar hij op staat, vermoed ik. Morgen moeten we terug naar Svend. Ik begin te twijfelen over mijn instrumentkeuze.

Zaterdag 31 mei
02 Locatiebezoek bij The Lighthouse on 7thSvend voelt zich duidelijk lullig over de verborgen gebreken en stelt voor dat hij de bas na reparatie, rond vier uur bij ons aflevert. Dat geeft ons de tijd om langs The Lighthouse in Melville te rijden waar we op 4 juni zullen optreden. The Lighthouse ligt aan 7th Street, volgens de reisgids een hippe straat met winkels en eettentjes. Hier aangekomen krijgen we te maken met – al dan niet zelfbenoemde – parkeerwachters. Deze helpen je met in- en uitparkeren, bieden aan op je auto te passen en deze zelfs te wassen. Onze scepsis wordt weggenomen door Nancy, de drijvende kracht achter The Lighthouse. Zij vertelt dat sinds de komst van deze parkeerwachters de criminaliteit flink is gedaald waardoor het een stuk veiliger op straat is geworden. We hebben vervolgens een goed gesprek over de nieuwe ‘vrijheid’ in Zuid-Afrika; hoe lastig het is voor iedereen om een plek te vinden in een maatschappij die tot 1994 gebaseerd was op verschillen tussen mensen.

Svend komt uiteindelijk om half acht ’s avonds de bas brengen. Hij heeft een aantal randen dichtgelijmd en de eindpin beter vastgezet. Maar de reutel is er nog steeds. De eindpin blijkt te resoneren op alles wat met de noot ‘cis’ te maken heeft, wat de gevleugelde uitspraak “Be careful how you tune your endpin” oplevert. We vullen de pin op met een doek waardoor het reutelen zo goed als voorbij is. Een rubberen deurstoppertje van 70 cent dat we een dag later bij een bouwmarkt vinden, lost het probleem uiteindelijk helemaal op.

03 Opbouwen bij U the SpaceZondag 1 juni
Vandaag hebben we ons eerste optreden van de tour. We spelen in U-the Space in de wijk Sunnyside in Pretoria. We hebben er zin in, op de Facebookfoto’s zag het er te gek uit. Bovendien gaan we Sibusile ontmoeten, zonder hem was het hele Johannesburg-hoofdstuk niet doorgegaan. Ook U-the Space is een gated community, bestaande uit een aantal Brits-koloniaal ogende gebouwen, een houten schuur (wat later onze overnachtingsplek de ‘lovely cottage’ blijkt te zijn) en wat loungehoeken.

Na een hartelijk ontvangst beginnen we op te bouwen. De derde speaker van de PA-set die we proberen kan de lage D van de contrabas wél aan en Sibusile weet een mooi geluid neer te zetten. Een uur voor aanvang vraagt een bezorgd ogende Sibusile echter of we mee willen naar de opening van een galerie in Arcadia, een nabij gelegen wijk. Er zijn namelijk nog geen mensen en als ze er nu nog niet zijn dan zal het waarschijnlijk erg rustig blijven. Hij wil vragen of we daar een set mogen spelen: “Let’s go to where the people are”. Er is dit weekend flinke concurrentie van een aantal festivals in de stad, zoals het evenement waar we nu poolshoogte gaan nemen.

04 Compassion Centre in ArcadiaHet Compassion Centre in Arcadia heeft een feestelijke opening met livemuziek en tentoonstellingen van lokale kunstenaars. We zijn hier vreemde eenden in bijt: alleen de eigenaresse, haar vriend en een stelletje uit de buurt zijn blank. Maar het feit dat we muzikant zijn breekt meteen het ijs en we raken in gesprek met mensen die van alles over ons en onze tour willen weten. De organisatoren reageren verbaasd maar positief op de vraag of wij mogen spelen. We halen de instrumenten op in U en spelen een klein uur later een set van een half uur. Het strijken op de contrabas en het slaan op de klankkasten van onze instrumenten bij een aantal nummers leidt tot grote hilariteit bij het publiek. We krijgen na het optreden leuke reacties over ons samenspel, gaan met een boel mensen op de foto en er wordt ons gevraagd of we later die week op de Pretoriaanse radio willen komen spelen. Helaas valt dat samen met ons optreden in The Lighthouse. We beseffen dat ons verblijf van maar een week in Zuid-Afrika het lastig maakt om ter plekke optredens te regelen, zelfs al worden ze ons aangeboden. We zien later Sibusile en Candice van Compassion Centre met elkaar praten. Ze besluiten de handen ineen te slaan, hun programmering op elkaar af te stemmen en samen evenementen te gaan organiseren.

’s Avonds lopen we met Sibusile door Sunnyside over de Robert Sobukwe Street. Volgens hem ben je niet in Sunnyside geweest als je niet na zonsondergang over deze straat hebt gelopen. Ten tijde van de Apartheid mocht je hier als niet blanke niet eens komen. Op straat heerst bedrijvigheid alom. Overal kraampjes, fel verlichte supermarkten en er schalt Afrikaanse muziek uit de cafés. Sibusile lijkt iedereen te kennen en vertelt vrijuit over de wijk en het leven daar. Dit voelt een stuk ‘Afrikaanser’ aan dan de rustige buitenwijk waar we verblijven… (Lees hier het tweede deel van dit tourverslag!)

Voor meer informatie bezoek je de website van Sommerhus.

Deze tour werd mede gefinancierd door Popunie Music Export Rotterdam.