Bellse Parese
cd- / download-album
Nederlandstalige singer/songwriter
Het gaat goed met Flip Noorman, dus: wie een handtekening wil hebben moet snel wezen. Flip stond onlangs met een foto in de Elsevier en zijn debuutalbum Bellse Parese heeft sinds de release in november 2013 al een stortvloed aan lovende recensies gehad. De recensie die ik nu ga schrijven mag aan dat rijtje worden toegevoegd, want ik was compleet gevloerd door de kwaliteit van dit album.
Bellse Parese is een aandoening waarbij één helft van het gezicht door een ontsteken zenuw verlamd raakt, terwijl de andere helft nog braaf in de pas loopt. Flip kreeg er ineens last van toen hij in de trein naast een opgefokt sportschooltype dat vrouwen aan het beledigen was. Ja, daar zit je dan.
In plaats van zich te verstoppen trad Flip vanaf dat moment juist naar buiten als “de speelman met het gescheurde gezicht” en laat hij op zijn debuutalbum ook de twee kanten van zijn ziel zien. Zoals in zijn biografie staat: “de geïnfecteerde schreeuwpoëet en de minnaar van het vrouwenhart zijn tot elkaar veroordeeld en niet van plan elkaar de ruimte te geven.” Gelukkig voor Flip is de fysieke bellse parese na ongeveer zes maanden volledig weggetrokken, zodat hij nu weer met beide helften van zijn gezicht naar het publiek kan grijnzen.
Flip studeerde Docent Muziek bij Codarts en Filosofie aan de Universiteit van Amsterdam. Op het conservatorium heeft hij veel vrienden gemaakt, wat heeft geleid tot een indrukwekkende lijst van maar liefst zeventien gastmuzikanten die hun medewerking verleenden. Zelf is Flip verantwoordelijk voor zang, gitaar, banjo, glas en percussie. Daarnaast zijn op het album te horen: gitaren, kerkorgel, trompet, bugel, klarinet, basklarinet, tenorsaxofoon, drums, slagwerk, contrabas, cello, tuba, hobo’s en een althobo, violen en een altviool, accordeon, basfluit, grint en schroot (voor wie het zich afvroeg: nee, grint en schroot kun je niet studeren op het conservatorium).
Deze enorme bak aan instrumenten worden in de arrangementen van Flip in samenwerking met Hayo Boerema, Jorn ten Hoopen en Willem van Merwijk precies in de juiste dosering en op de juiste plaats ingezet. De keuze om tweedeling als concept voor het album te gebruiken is een meesterlijke vondst. Flip vertelt in een interessant interview met 3voor12 breda dat hij de vijf rustige nummers van de ‘lichte kant’ als eerste had opgenomen. Toen hij bellse parese kreeg besefte hij dat de andere vijf nummers up-tempo, “absurdistischer en ongehoorzamer” moesten zijn. Met behulp van producer Jorn ten Hoopen maakte hij plannen om de ‘duistere kant’ ook echt geïnfecteerd te laten klinken.
Bij het eerste nummer Tijd Te Koop wordt de luisteraar verleid door de stem van een duivelse koopman die fluistert en schreeuwt dat de zandloper bijna leeg is, maar dat hij je nog wel wat tijd wil aanbieden – voor een prijs. Als je in het donker met je ogen dicht in een luie stoel en een goede koptelefoon op het album ligt te luisteren (doen!) dan zie je vanuit het duister de knokige vinger van de koopman al voor je opdoemen.
Hij grijpt je bij je nek en sleurt je mee naar het volgende nummer Ik Heb De Macht waar een steengoede, eenvoudige maar effectieve videoclip van is gemaakt. In een interview met Muziek.nl Magazine vertelt Flip dat hij voor dit nummer in de huid is gekropen van machthebbers die het nodig vinden om die macht continu luidruchtig te bevestigen. Zoals Khadafi, Berlusconi of waarschijnlijk ook dat opgefokte sportschooltype naast hem in de trein.
Flip Noorman – Ik Heb De Macht
Dacht je dat je bij het gevoelig klinkende liedje Plafond al het duister uit was? Het karakter dat Flip hier speelt ligt in zijn ranzige kamer tussen de pizzadozen ladderzat en stoned op zijn bed zichzelf te pijnigen door zich zijn ex met haar nieuwe vriend voor te stellen. Zoals hij onverschillige stoerdoenerij afwisselt met filosofisch poëtisch geweeklaag lijkt hij de prototype filosofiestudent die zichzelf waarschijnlijk heel diep vindt als hij zegt: “Ik kijk alleen nog maar omhoog, want het plafond is altijd schoon.”
Het is waarschijnlijk zo’n soort student tegen wie de monoloog van Wie De Koe gericht is. De vader die niet onder de indruk is van de kalverliefde van zijn dochter legt de jongen die naar haar hand dingt eens even haarfijn uit waarom hij geen schijn van kans maakt: “Er is niets zo armetierig als een werkeloze intellectueel”, en dan: “Neem haar hand, maar laat al je principes eerst verwelken / Wie de koe bij de horens vat kan haar niet meer melken.”
Na de stevig rockende country noir groove van Alles Van Waarde breekt er licht door de wolken met de kristalheldere tokkel van een akoestische gitaar die De Afstand inluidt en de even heldere stem van Flip. Wie nog dacht dat Flip een Tom Waits-kloon was zal nu vreemd opkijken. Zelf kende ik deze kant van Flip al, omdat ik hem bijvoorbeeld het melancholische lied Vogels Zonder Vleugels al eens had horen zingen op een voorspeelavond van het Conservatorium.
Het ontroerend mooie accordeonspel van Elianne van Ee bij dat lied en het daaropvolgende Het Schipperslied is wat mij betreft één van de sterkste punten van het album. Hoewel de zang voor mijn smaak bij vlagen wat te pathetisch is, vertelt Flip hier een boeiend verhaal dat zo in de traditie van folkballades past. Als je na Langzaam en Jasmijnthee, geïnspireerd door Leonard Cohen, nog steeds met koptelefoon op in die luie stoel zit, zul je je waarschijnlijk pas na een korte stilte kunnen verroeren, om voor jezelf dan ook maar even een kopje thee te zetten.
