Rapper Drake

Het is dinsdagavond, 01:30 uur. Ik moet mijn trein halen! Ondanks grootste inspanningen, crisscrossend met de slungelige benenwagen door Haarlem, mis ik tóch mijn trein naar huis: Rotterdam. Want jawel, deze geboren Tukker mag de stad Rotterdam alweer vier jaar zijn thuis noemen en daar is hij trots op. Een prettig weerzien met de band en de daaraan vastgeknoopte repetitie weten al snel weer een glimlach op mijn gezicht te toveren. Ach, kan mij ’t verrotten dat ik die trein mis. Komt er nog wel eentje.

En warempel, de trein vertrekt en ik heb mijn stekje gevonden. Vers voorverwarmd door een mevrouw met een derrière waar je ‘u’ tegen zegt. Ze staat haar plekje af en ik grijp mijn kans door het direct te confisqueren. Bijna wegdommelend sta ik nog eens stil bij de recente gebeurtenissen in Utrecht. Je vraagt je toch af wat er in mensen omgaat om zoiets te bedenken, laat staan uit te voeren. Verschrikkelijk. Eenmaal ontwaakt arriveren we in, zoals de machinist het passend omroept; “de enige échte stad van Nederland: Rotterdam.”

Slaperig sleep ik me naar het fietsenverhuur, want de heer Braam heeft zijn eigen fiets weer eens in de studio laten staan. Terwijl de man mijn vers gehuurde OV-fiets met zijn scanapparaat van een bliepje voorziet, vangt een opmerkelijk grote poster aan de rechterzijde van mijn blikveld mijn aandacht. DRAKE: ZIGGO DOME AMSTERDAM. Ergens in april. Opeens valt alles samen: een onderwerp, mijn (te) lange afwezigheid als columnist bij de Popunie en het tot dan toe gebrek aan inspiratie.

De grijze massa in mijn met lange, sluike, vette slierten bedekte knar komt langzaam maar zeker in beweging. Een column is geboren. Ik dwaal dusdanig in gedachten af, dat ik in het holst van de nacht, en plein public van mijn OV-fiets lazer. Op het Stationsplein. Dat komt omdat die dingen zo verrekte gevoelig zijn afgesteld en geen greintje speling kennen. Maar ik houd niet van zeiken op de NS, dus ook niet op haar (overigens puike) tweewielerverhuur. Ik krabbel overeind en denk eens aan alle tieners die dadelijk in april, zoals de poster vermeldde, krijsend en kwijlend in een tot de nok toe gevulde Ziggo Dome rapper Drake aanbidden. Want rapper Drake is me er een. Rapper Drake is wat je noemt, een echte rapper.

Toch? Een ster van jewelste. Met groot genoegen spreiden de vijftien-jarigen op de eerste rij hun bipsen, en met een nog groter genoegen injecteert rapper Drake vakkundig zijn lading lauwe kwark in de openstaande gaten. Ik dwaal nog verder af, en merk dat ik nauwelijks nog op het verkeer let. Pas op Braam, straks wordt je nog overreden. Ik ga bij mezelf te rade: “zullen de mensen zo’n zeurpiet als ik missen?” Op een handjevol gekken na, zal het denk ik wel meevallen. Ondertussen denk ik terug aan de tijd dat ik nog geen kritische noot plaatste bij de mainstream van vandaag en zelf tot de eerder genoemde leeftijdscategorie behoorde.

Al skatend door de Twentse steden knalde de vetste platen uit mijn headset. Je zou het niet zeggen, maar deze jongen heeft zo ook zijn rap-periode gekend. Het kon niet op: van Public Enemy, Gang Starr, Nas, Wu-tang Clan tot aan Jedi Mind Tricks. Die gasten konden rappen. Recht uit het hart, recht op je muil. Geen slap geouwehoer eromheen. Mijn liefde voor het genre was groot, en ondanks dat ik er tegenwoordig weinig meer bewust naar luister, is mijn respect voor de hiphop van weleer altijd gebleven.

Des te opmerkelijker de hedendaagse populariteit van rapper Drake. Want waar is de hiphop gebleven? Rapper Drake is niet de enige. Ook de Nederlandse hitlijsten worden spijtig genoeg aangevoerd door flauw geneuzel, enigszins bijgezet door (altijd weer diezelfde) reggaeton-beat en door de onder producers welbekende Antares autotune-processor. Het lijkt wel alsof men één template in Ableton heeft gebouwd, en die vervolgens onder elk liedje plakt. Ik kan er werkelijk met mijn kop niet bij. En geef de artiest vooral niet de schuld, want ik zou het ook doen als ik daarmee voor de verandering wél geld zou kunnen verdienen als muzikant.

Nee, de lage landen hebben dit aan zichzelf te wijten. Want wij (of moet ik zeggen: “zij”) slikken het als zoete koek. Ik ben bepaald geen expert binnen het genre, maar wat in de jaren ’80 dan toch min of meer de radio haalde, lijkt nu wel compleet verdwenen te zijn. Een andere, meer recente herinnering komt boven drijven. Ik zit met twee andere schavuiten in een bandbus. We rijden terug naar Rotterdam van een middelmatig bezochte, maar toch memorabele Certain Animals show, ergens een roteind van huis. De stemming zit er goed in; de onderlinge grappen en grollen houden ons wakker en voorkomen op die manier een gruwelijke aanrijding. Radio luisteren is iets waar wij in principe niet aan doen. Goed, op het weerbericht van Ed Aldus na, dan. Maar vanavond besluiten we unaniem de radio een kans te geven.

En warempel: rapper Drake flikt het ‘m weer. Dit keer penetreert hij geen kontgaten, maar onze gehoorgangen. En ditmaal niet ongeïnteresseerd kijkend op een poster. Nee, dit keer met zijn chanson God’s Plan. Ik ben totaal niet gelovig en ’t kan mij eerlijk gezegd ook aan mijn botterige structuur van een reet roesten wie er nou op het idee kwam om ons als mensheid het licht in de ogen te gunnen (want wat maken we er met z’n allen een bende van). Maar áls er dan al een opperfiguur besloten heeft dit hele zooitje mens samen op één planeet te smijten, en dacht dat het een goed idee zou zijn de schepsels in kwestie ook nog te voorzien van sterk variërende doch aanwezige capaciteiten, dan weet ik één ding zeker: God had vast andere plannen met jou, rapper Drake. Zelden heb ik zo’n flauwe, melige, futloze, ongeïnspireerde kútcompositie tot me laten komen.

Maar dat zal rapper Drake worst wezen. Rapper Drake boert goed en zo ook zijn platenmaatschappij. En zo deelt rapper Drake graag zijn vergaarde fortuin met zijn medemens, zoals we in de clip van God’s Plan zien. Eigenlijk is het ook wel weer een goedzak, niet? Hij zal het vast goed bedoeld hebben. Misschien ben ik wel de boosdoener en pas ik gewoon niet in het hedendaagse muziekbeeld. Misschien baal ik wel gewoon, omdat mijn eigen creaties dan wel met pijn en moeite het levenslicht zien maar niet of zelden de radio halen, laat staan een stuiver opleveren.




 

Maar waar ik toch even bij stil wil staan is hoe daadwerkelijk talent tegenwoordig onder de radar blijft. Goed, het succes van een groep als De Likt, die ik overigens erg kan waarderen, daargelaten. En kijk eens naar de rest van de Rotterdamse hiphop scene. Via de Popunie alsmede Popronde heb ik kennis mogen maken met enkele rappers van lokale bodem. En ja: ze bestaan. Echt getalenteerde mensen die in een café voor drie man en een bokkenkop zich in het zweet staan te werken. Hun met bloed, zweet en tranen gebrouwde composities ten gehore brengende, waar zeer zeker muzikale diepgang in te bespeuren is. En waar zijn jullie nu, platenmaatschappijen?

Dat de muziekindustrie onderhevig is aan een gigantische verschuiving, moge duidelijk zijn. Waar geld zit, daar zitten campagnes. En waar campagnes zitten, daar zit (een zekere mate van) succes. We moeten maar eens accepteren dat de daadwerkelijke muziek krap de helft van het succes van een artiest bepaalt. De andere helft bestaat puur uit marketing en artist branding. Ja, twee termen waar je als zelfstandig ondernemer, en ik dus ook als producer en muzikant, mee te dealen hebt. Fair enough. Maar wat mij betreft is de balans zoek.

Ik arriveer langzaam maar zeker bij ons stulpje en parkeer de fiets. Er suddert nog wat na in de grijze massa. Vast en zeker zal rapper Drake zijn Ziggo Dome show uitverkopen. De vraag blijft alleen of hij op komt dagen. Het zal namelijk niet de eerste keer zijn. Maar gelukkig voor rapper Drake is daar zijn immer trouwe kudde schapen. 17.000 stuks om precies te zijn, als alle stoeltjes in de Amsterdamse Ahoy Kloon netjes gevuld zijn. Want na een slap excuus van rapper Drake (hij was al eens ‘ziek’, maar liet dit pas weten nadat de gevulde zaal al een uur op hem stond te wachten), spreiden zij met alle liefde en eenzelfde gemak opnieuw hun bipsen.

Het wordt tijd dat we ons als luisterend publiek eens bewuster worden van de onderbelichte kant van de muziekmarkt, en dat we eens oprechte vraagtekens zetten bij wat ons door de strot wordt gedouwd. Daar lijkt een deel van de bevolking nog niet wakker genoeg voor. Maar daarover meer in mijn volgende column. Want ik heb beslist een lijstje met artiesten uit het hier en nu die absoluut de moeite waard zijn om te volgen. De keuze heb je zelf. Ik heb hem al gemaakt, zoals u inmiddels duidelijk is geworden. Wanneer maakt u ‘m?

Kees Braam (1993) is actief als producer, muzikant en columnist. Hij is drummer in Certain Animals en toetsenist in The Cinema Escape. Hij kan hier niet van rondkomen en is om die reden tevens, met veel plezier en liefde, actief als muziekdocent. Momenteel studeert hij aan het Rotterdams conservatorium.

Live-verslag: Logue + Alison Jutta @ De Fruitvis

Stel je eens voor; het geluid van een indiepop band, voortgebracht in een industriegebied in het westen van Rotterdam. Afgelopen zaterdag 23 maart was dit realiteit. De band Logue gaf namelijk het laatste optreden van hun Nederlandse mini tour en was hiervoor neergedaald in De Fruitvis. Gelegen in het industriegebied Merwe-Vierhavens (M4H) bij Marconiplein blijkt De Fruitvis een verborgen pareltje.

De jongens van Logue ken ik nog van het Stage Europe Network uitwisselingsproject, waar ik de kans kreeg om hun te vergezellen als fotograaf tijdens het touren langs festivals in zowel Duitsland als Nederland. Het was voor mij erg leuk om ze weer eens te zien, maar daar kwam wel een verassing bij kijken. De bezetting bleek namelijk veranderd te zijn in het afgelopen jaar, met als nieuwe aanwinst een gitarist genaamd Benjamin. Tegelijkertijd hebben ze helaas afscheid moeten nemen van de geliefde toetsenist Jonas, hij heeft de keuze gemaakt om zijn eigen weg te gaan in de muziek. Wel was hij nu aanwezig om in te vallen als geluidsman, daar ben je vrienden voor.

Als ik aankom bij de locatie wordt ik gelijk door een paar meiden bij de ingang met een grote lach ontvangen, dit sprak voor de sfeer in het pand. We krijgen nog net wat mee van het voorprogramma, namelijk Alison Jutta. Een ingetogen singer/songwriter die met passie dromerige liedjes voordraagt aan de aanwezigen. Het doet me in de eerste instantie denken aan Lianne La Havas, mede door de rustige maar toch groovy melodieën die aangesterkt worden door de zuivere klanken van Alison.

De toon voor de avond wordt hiermee goed gezet en niet veel later betreden de jongens van Logue het podium. Dit podium was niet verhoogt, heel toepasselijk aangezien de muziek van Logue laagdrempelig is (in de meest positieve zin van het woord!).

Ze blijken veel fans te hebben, die niet schuw waren om dat even goed te laten merken. De omvang van het publiek was niet groot, maar wel een goed voorbeeld van kwaliteit over kwantiteit. Ze kwamen al snel in beweging door de vrolijke tonen die de zaal vulden, en lieten vocaal weten dat ze waarschijnlijk gelijk op aanwezig stonden toen het Facebook evenement online kwam te staan.

Sjoerd is de zanger en een gitarist van Logue. Hij had een charmante, licht ongemakkelijke manier van interactie met het publiek, wat de band wel past als je kijkt naar het laagdrempelige. Dat chemie belangrijk is voor een geslaagde avond, kan iedereen wel beamen. Die chemie kwam zeker terug tussen de bandleden, het was duidelijk dat iedereen goed op elkaar kon inspelen en het plezier spatte ervan af.

De set van de avond was divers en werd ontzettend strak gespeeld, wat soms de indiepop sound nadrukkelijk bepaalde. Bijna het hele repertoire kwam aan bod, met uitzondering van hun eerste album, Cold Hearts. Hier werd maar één nummer van gespeeld, Blue & Brown, wat ergens te begrijpen valt. Het afgelopen jaar stond namelijk voor de band in het teken van een nieuwe formatie, en groei van het geluid dat deze produceert.

Dit nieuwe geluid werd deze avond gepresenteerd in een decor van ‘kapotte’ televisies. Toen het nummer A Situation aanbrak (wat mede ter wereld is gebracht door de producer van o.a. Jett Rebel) bewezen ze in de tijd die ze op de achtergrond hebben doorgebracht uitgegroeid te zijn tot een volwassen band met een constante honger naar verbetering. De nummers die ze creëren zijn erg aanstekelijk met een hoog dansgehalte, wat goed herkend en vertaald wordt door het publiek. Dit merkte ik bij deze avond, maar herken ik ook nog van de week die we samen hebben doorgebracht. Dat in 2016 bij het Duitse Breminale festival de slipjes nog net niet in het rond vlogen vergeet ik nooit meer, dat is nou eenmaal het Logue effect.

Dit effect bewees zich eens temeer bij een vriendin van de kunstacademie die ik had meegenomen. Ze genoot ontzettend van het concert, terwijl ze normaliter weinig andere muziek luistert dan hiphop. Na afloop was ze erg te spreken en gingen we nog even naar Sjoerd om zijn reactie te horen. Hij kwam erg voldaan over en hoopvol over de toekomst van Logue. Hiervoor waren er deze zaterdagavond genoeg redenen, dus hou ze in de gaten!